Illustratie: Elise van Iterson

Christus te paard, met de familie in de auto zitten is niet gemakkelijk." />

Illustratie: Elise van Iterson

Christus te paard, met de familie in de auto zitten is niet gemakkelijk." />
Asset 14

Het zit in de genen

Deel 5 uit onze reeks zomerproza. Vader is verliefd maar scheldt alles bij elkaar in de auto. Een gastbijdrage van Pim Leeuwenkamp.

Wanneer mijn vader boos wordt, begint het met rode vlekken in zijn nek die zich langzaam uitbreiden naar zijn gezicht, daarna begint hij met zijn mond te trekken en op zijn lip te kauwen. Vervolgens begint het vloeken. Favoriet hierbij zijn de woorden: kutkanker, kutjong vuile hoer, terreur en Christus te paard. Met het vloeken komt het spugen en als hij echt op dreef is, gaat hij ook nog schuimbekken. Lastige bijkomstigheid is dat je haast als vanzelf in de lach schiet wanneer je je vader schuimbekkend ‘kutkankerjong’ hoort krijsen tegen een fietser zonder licht, wat hem dan weer nog kwader maakt. Want laat het nou net zo zijn dat mijn vader zijn meeste woede-uitbarstingen in de auto krijgt.

Aangezien mijn ouders gescheiden zijn, gingen mijn broer, zusje en ik om het weekend naar mijn vader. Rond mijn 13e had hij een Belgische vriendin waar hij dolverliefd op was. Zo verliefd, dat hij altijd bij haar wilde zijn, ook wanneer wij het weekend bij hem waren. Waarom hij zo verliefd op haar was, is mij tot op de dag van vandaag een raadsel. Sophie, want zo heette de teerbeminde, had een zwaar Vlaams accent, Sophie zat bij greenpeace, Sophie kookte uitsluitend biologisch-dynamisch, Sophie kookte dan ook het liefst niet te vreten koude worteltjessoep met links draaiende yoghurt toe, Sophie had schaamhaar dat onder haar badpak uitkwam, Sophie had geen televisie of computer in huis, Sophie zette haar dorre kamerplant op tafel omdat ze geloofde dat hij gezelligheid nodig had in plaats van water. Sophie had een zoon van 15 met ADHD die ze weigerde Ritalin te geven. Elke ochtend moest hij een kwartiertje mediteren, zodat hij zijn innerlijke rust zou vinden. Om hem aan te moedigen had Sophie besloten dat het hele gezin mee moest mediteren.

Illustratie: Elise van Iterson

Toen mijn vader ons vrijdagmiddag had opgehaald en in de auto vertelde ‘dat we in een ruk zouden doorrijden naar Sophie’, probeerden we hem zo voorzichtig mogelijk duidelijk te maken dat we geen zin hadden in weer een weekend vol Vlaamse capriolen. Mijn vader deed eerst nog een poging om ons over te halen door te zeggen dat we allemaal ‘hartstikke leuke dingen gingen doen’. Toen mijn broer vroeg of ‘hartstikke leuke dingen doen’ misschien inhield dat we Sophie zouden leren haar schaamhaar bij te houden, werd het hem snel te veel. Deze keer begonnen samen met de rode vlekken ook nog zijn handen te trillen. Dit hadden wij nog nooit gezien, maar het beloofde wat. Ik boog vanuit de achterzetel naar voren om een optimaal zichtveld te hebben. Net op tijd, want op dat moment begon mijn vader vervaarlijk met zijn mond te trekken: ‘KUTKINDEREN TERREUR TERREUR. DIT IS GEWOON JEREINSTE TERREUR. VUILE HOEREN! KANKER KANKER KANKER. Elke kanker werd voorzien van een klap op zijn stuur, mijn broer en ik werden besproeid met een laag speeksel en proestten het uit van de lach, mijn zusje kon er de humor nog niet van inzien en begon te roepen dat ze naar mama wilde. Dit alles kalmeerde mijn vader allerminst: ‘GODVERDOMME! MAAR IK HOU VAN HAAR. BEGRIJP DAT KUTKANKER DAN IK HOU VAN HAAR!! IK RUK MIJN STUUR ERAF! TERREUR TERREUR.’ Hij begon als een bezetene aan zijn stuur te trekken, waardoor de auto vervaarlijk begon te slingeren. Terwijl mijn vader schuimbekkend verder vloekte, dacht ik dat ons laatste uur geslagen had. Op dat moment hoorde ik het geluid van een politiesirene; achter ons reed een motoragent die mijn vader sommeerde te stoppen. Mijn broer, die normaal gezien allesbehalve gelovig is, sloeg een kruis en dankte God voor het bestaan van de gemotoriseerde politie. Vader riep nog een paar keer kanker en stuurde de auto richting vluchtstrook. De reddende engel parkeerde zijn motor en liep hoofdschuddend op onze auto af. Daar aangekomen tikte hij nijdig op het raampje van mijn vader. Die begon verwoed op het knopje van het raam te drukken. Tevergeefs, zelfs het knopje was hem vijandig gezind, dientengevolge restte hem niets meer dan de deur in zijn geheel open te doen. Zij het per ongeluk, zij het express,vader deed het portiek net iets te enthousiast open, waardoor de deur tegen het scheenbeen van de agent aankwam. Een luid ‘Godmiljaar’ volgde. We waren in ieder geval in België.

‘Meneer, kunt ge mij expliqueren waar ge mee bezig zijt?’

De agent had dezelfde ijzige toon die ouders hebben als hun puberende zoon met een slecht rapport thuiskomt. Zich meesterlijk in zijn rol schikkend, bleef mijn vader als een puber zwijgen. De agent herhaalde zijn vraag. Vader bleef de zwijgende puber.

‘Meneer, kunt u uw rijbewijs pakken en uit den auto stappen, alstublieft?’

‘Hebbiknijbijme,’ mompelde mijn vader zonder de agent ook maar één blik waardig te gunnen. Aangezien zelfs het geduld van motoragenten grenzen kent, zag de man zich genoodzaakt om mijn vader mee te nemen naar het bureau.

Overmand door emoties barstte die in huilen uit. Hij had zo hevig naar zijn geliefde verlangt, waarom gunde de wereld hem zijn geluk niet? Wat had hij misdaan, dat hij zo’n straf verdiende?

‘Iedereen spant tegen mij samen,’ brulde hij, ‘sinds wanneer is liefde een misdaad? Heb je niets beters te doen? krijste hij nu, ‘Echte boeven vangen of zo?’

Terwijl de hand van de agent richting zijn boeien ging, merkte ik dat er iets vreemds met mijn zusje gebeurde: langzaam ontstonden er de door ons zo welbekende rode vlekken in haar nek die de, eveneens welbekende, route naar haar gezicht aflegden. Vervolgens deed ze haar deur open en liep met ferme stapjes naar de agent toe, ze keek hem even aan, trok wat met haar mond en kauwde zachtjes op haar lip.

‘CHRISTUS TE PAARD! VUILE HOER DAT JE ER BENT! GA GODVERDOMME JE KANKERMOEDER PESTEN!’

De agent bleef doodstil staan, zette vervolgens, na wat een eeuwigheid leek, zijn helm af, haalde een zakdoek uit zijn zak en veegde doodgemoedereerd het speeksel van zijn gezicht. Hij knikte even kort naar mijn zusje, liep naar zijn motor toe en reed weg alsof er niets gebeurd was. Wij maakten rechtsomkeert richting Nederland. Uiteindelijk werd het een van de leukste weekenden, gewoon thuis bij mijn vader.

Pim Leeuwenkamp studeert Writing for Performance aan de HKU. Hij woont boven een shoarmazaak en is rijkelijk bedeeld met borsthaar. Vorig jaar heeft hij meegeschreven aan Freddy, een vierdelige dramaserie over het leven Alfred Heineken.

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer