Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'
Weerwoord: Sietske Bergsma kan niet lezen 1

Sietske Bergsma kan niet lezen

Weerwoord

Tekst Julius Koetsier

Julius Koetsier bindt in Weerwoord de strijd aan met de dogma’s en de dooddoeners die hij tegenkomt in de gevestigde opiniesecties. Hij fluit praatjesmakers die uit de bocht vliegen terug en voorziet hun meningen van een ongevraagd weerwoord. Deze week: Sietske Bergsma maakte zich druk over een UvA-scriptie over de invloed van Disney-strips en Pixar-films. Haar boosheid weerhield haar waarschijnlijk van een aandachtige lezing.


Het debat over het ‘linkse’ academische onderwijs laait weer eens op. Sietske Bergsma is online al jaren een veelgehoorde stem in deze discussie. Onlangs plaatste ze een stuk op haar blog dat in 2017 op The Post Online verscheen, waarin ze een volgens haar typerende scriptie bespreekt en haar gebrek aan kennis van de academische werkwijze tentoonstelt.

Eerst zegt ze ‘voor de lol’ wat UvA-scripties doorgenomen te hebben.
    “[W]at ik in een paar middagen heb gezien is niet kritisch op feiten en theorieën, maar verwerpt alles wat dat juist wel doet [sic]. Het is anti-wetenschap, zand tussen je vingers, een huis vol spiegels en rook, zonder in- of uitgang, waar het bestaan van menselijke wapenfeiten: logica, vooruitgang, taal en zingeving niets betekenen of verdacht zijn [sic]. Ze gebruiken wel woorden als ‘theoretisch kader’ en ‘paradigma’, maar slechts in een bijna religeuze [sic], marxistische context.”

Het woord ‘marxisme’ gebruikt Bergsma vaker, maar slechts in de bijna religieuze nieuwrechtse context, waarin ‘marxistisch’ niets anders betekent dan ‘verkeerd’. De stevige beschuldiging ‘anti-wetenschap’ vraagt om stevige bewijzen. Benieuwd of Bergsma die gaat leveren?
    “Ik neem het UvA docenten [sic] enorm kwalijk dat ze jonge mensen zo de wijde wereld in sturen, zonder ze te leren hoe een consistente zin te schrijven en een standpunt te verdedigen.”

Ook wie nog niet bekend was met Bergsma ziet na bovenstaande citaten de geestige ironie van het feit dat zij klaagt over studenten die niet goed kunnen schrijven. Ernstiger is haar betuttelende houding tegenover die studenten. Het is het gebruikelijke conservatieve idee dat studenten kinderen zijn die de grote boze wereld niet aankunnen.
    “Uit één scriptie probeerde ik de ideologische mantra’s te halen die je overal terugziet.”

Om de een of andere reden zegt Bergsma niet welke scriptie, maar ik heb het opgezocht. Het gaat om Walt Disney Productions in de 21e eeuw: de magie doorbroken, door Carolijn van Noort. Bij de eerste zin die Bergsma citeert gaat ze al de mist in:
Bergsma maakt meteen duidelijk dat ze geen idee heeft hoe ze een scriptie moet lezen.
    Deze scriptie zal allereerst imperialistische ideologieën vanuit het Marxistische kader beschrijven.
    Dus onderzoek doen naar ideologie vanuit een -andere- [sic] Marxistische [sic] ideologie is wetenschap? Dat is ideologie maken, het tegenovergestelde van wetenschap.”

Een ideologie is niet hetzelfde als een theoretisch kader. Bij culturele analyse ontkom je er niet aan theorieën te gebruiken waarover discussie bestaat. Dat is niet ‘ideologie maken’, wat overigens ook niet ‘het tegenovergestelde van wetenschap’ zou zijn. Als Bergsma wil beweren dat wetenschap per definitie niet in aanraking komt met ideologie, ben ik benieuwd wat ze te zeggen heeft over Plato, Kant en Descartes.

Ze citeert verder:
    Cultural studies zorgt als methode voor een vollediger beeld van de ideale Amerikaanse samenleving. Het boek Hoe lees ik Donald Duck? begint met een kritiek over de imperialistische ideologie aanwezig in de Donald Duck strips. (…) Hoewel de Donald Duck strips niet rechtstreeks een bedreiging vormen voor het Chileense volk, is de leefwereld in deze kinderboeken wel nadelig voor de ontwikkeling van het socialisme.
    Dus het kwam door Donald Duck dat het prachtige socialisme in Chili hinder ondervond in de jaren ’70?”

Voordat ik kan ingaan op de inhoud van Bergsma’s kritiek, twee dingen:

Ten eerste: de drie puntjes tussen aanhalingstekens in het citaat suggereren dat Bergsma iets heeft weggelaten. Dat is niet het geval. Ze heeft gewoon drie puntjes tussen haakjes midden in een lopend citaat gezet.
Verwijzingen naar Griekse mythologie doen het goed bij de Beschermers van de Westerse Cultuur

Ten tweede: het citaat komt uit het hoofdstuk ‘Hoe lees ik Donald Duck: hoe Dorfman en Mattelart het Disney sprookje bekritiseren’. In de introductie van dat hoofdstuk schrijft Van Noort dat ze de inhoud van het essay Hoe lees ik Donald Duck? uiteen zal zetten. De stelling die Bergsma sarcastisch becommentarieert is een parafrase van de auteurs, en komt niet uit de koker van de studente. Bergsma maakt meteen duidelijk dat ze geen idee heeft hoe ze een scriptie moet lezen.

Dan haar commentaar op de stelling. Let op de hyperbool die Bergsma inzet: ‘Donald Duck-strips hadden een invloed’ wordt ‘het kwam door Donald Duck’. De stelling lijkt meteen belachelijk.
    “Elke zin roept meer vragen op dan hij beantwoordt, het is een eeuwig zichzelf opende [sic] doos van Pandora, een vermoeiend watertrappelen in een oceaan van ledigheid.”

Bergsma is een liefhebber van dit soort pseudoliteraire tierelantijntjes. Verwijzingen naar Griekse mythologie doen het sowieso goed bij de Beschermers van de Westerse Cultuur, ook als je klaarblijkelijk niet weet wat de doos van Pandora is.
    “En dan de voortdurende tegenstrijdigheid, die vanwege de ideologische bevangenheid niet meer wordt opgemerkt door de onderzoekers. Er staat een paar keer dat de stereotypering van het Amerikaanse gezin in Disney films [sic] slecht is, maar ergens anders staat: “In Donald Duck strips zijn ouders vervangen door ooms, tantes en oma’s.””

Dat laatste citaat is wederom een beschrijving van Dorfman en Mattelarts analyse van Disney-strips. Van Noort vergelijkt hun kritiek op strips met latere kritiek op Pixar-films. De ‘tegenstrijdigheid’, die volgens Bergsma niet wordt opgemerkt, wordt dus juist expliciet benoemd. In de introductie al benadrukt Van Noort meerdere malen de verschillen tussen de auteurs die ze bespreekt.

Bergsma citeert:
    Wanneer de kinderen in verzet komen tegen de overheersers, is dat echter ‘uit naam van de waarden van de volwassenen’. De neefjes in de Donald Duck strips maken deze normen en waarden eigen door het lezen en toepassen van het woudlopershandboek: ‘Oftewel, de encyklopedie van standaard-ideeën en konventies’
    De neefjes lezen een padvindersboek, een standaard idee[sic]! Weg ermee!”

Zoals de ouderwetse spelling van ‘encyklopedie’ en ‘konventies’ misschien al duidelijk maakt, is de zin die Bergsma hier belachelijk maakt een letterlijk citaat van Dorfman en Mattelart. In de scriptie staat ie netjes tussen aanhalingstekens en wordt ie gevolgd door een ‘[sic]’ en het paginanummer. Bergsma kent deze academische conventies blijkbaar niet. Dat je bij een vluchtige lezing een parafrase aanziet voor het standpunt van de auteur is misschien vergeeflijk, maar als je een letterlijk citaat niet als zodanig herkent, lees je gewoon niet goed.
    “Nog zo’n tegenstrijdigheid: “Omdat inmenging van andere culturen binnen de Amerikaanse samenleving wordt tegen gegaan, blijft het culturele onderscheid in stand”. Ja, Amerika is echt totaal geen mix van culturen whatsoever beste UvA.”

Hier is het niet meer een enkele student, maar heel de UvA, die de woorden van twee onderzoekers uit de jaren 70 in de mond gelegd krijgt.
‘Oceaan van water.’ Ik kan het niet laten deze zin te herschrijven.
    “Dan volgen er in het midden nog een hoop marxistische veronderstellingen (student baseert zich in hele scriptie op “het marxistisch kader” van Dorfman en Mattelart, zonder kritiek daarop)”

‘Het marxistisch kader’ is niet van Dorfman en Mattelart; zij bekritiseerden Disney vanuit dat kader, en Van Noort beschrijft die kritiek. Dat doet ze alleen in het eerste hoofdstuk. Daarna bespreekt ze latere auteurs, wier benadering afwijkt van het marxistisch kader. Dit wordt allemaal uitgelegd in de introductie van de scriptie.
    “waarbij imperialistische stereotyperingen in films en Amerikaanse superioriteit ‘ondanks de culturele ontmoetingen’ volgens de studente tot cultureel onbegrip, misvattingen en haat leiden.’”

De studente spreekt wel van ‘cultureel onbegrip en misvattingen’, maar het woord ‘haat’ voegt Bergsma zelf toe aan het lijstje.
    “Zo werd volgens de studente in de Disney-film Tarzan de inheemse bevolking totaal genegeerd! (Als Disney dit niet had gedaan was het overigens culturel [sic] appropiation [sic] geweest, want ‘hoe durft Disney in de huid van andere culturen te kruipen’).”

Een nergens op gebaseerde aanname van Bergsma, waaruit ook blijkt dat ze niet weet wat de neutrale term cultural appropriation betekent.
    “Tot slot het deel waar ik weemoedig en best triest van werd, dat de student en docent(en) het licht in het water niet ziet [sic] schijnen, in die oceaan van water waar ‘Finding Nemo‘ ‘werd opgenomen’, de Disney klassieker [sic] uit 2003.”

‘Oceaan van water.’ Ik kan het niet laten deze zin te herschrijven: ‘Ik werd weemoedig dat de student en docent(en) het licht niet zien schijnen in het water van de oceaan waar de Pixar-klassieker Finding Nemo zich afspeelt.’ Nog steeds een zweterig taalgrapje, maar een stuk leesbaarder, al zeg ik het zelf.

Waar Bergsma droevig van wordt, is de bespreking van stereotypen in Finding Nemo, waaronder een satirisch grapje over Amerika.
    “Kritiek op Amerika in een Disney film [sic]! Dat haar ‘these’ (Amerika’s superioriteit) hiermee onderuit gaat lijkt haar niet op te vallen.”

Uiteraard is Van Noorts these niet ‘Amerika’s superioriteit’, en dat ze wel degelijk ingaat op de betekenis van de grap vermeld ik waarschijnlijk ook ten overvloede. Het is niet mijn doel om Van Noort te verdedigen (op haar scriptie valt ook heel wat aan te merken). Maar het is hopelijk duidelijk dat Bergsma geen idee heeft hoe je een academische tekst leest. Ze is niet in staat de ideologie van academici te bekritiseren, omdat ze niet snapt wat er staat.

Het is angstaanjagend dat mensen die Bergsma’s visie op de academische wereld delen, steeds meer macht over die wereld dreigen te krijgen.





Beeld: still uit Good Scouts (1938)


We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Julius Koetsier is Hard//hoofd-redactielid. Studeerde Filmwetenschappen aan de UvA en werkt sindsdien als filmcriticus, scenarist en regisseur. // julius@hardhoofd.com
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd