Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'
Weerwoord: Geobsedeerde Te Nijenhuis weet niet wat IQ is

Geobsedeerde Te Nijenhuis weet niet wat IQ is

Weerwoord

Tekst Julius Koetsier

Julius Koetsier bindt in Weerwoord de strijd aan met de dogma’s en de dooddoeners die hij tegenkomt in de gevestigde opiniesecties. Hij fluit praatjesmakers die uit de bocht vliegen terug en voorziet hun meningen van een ongevraagd weerwoord. Deze week: Jan te Nijenhuis doet een poging om lang verworpen ideeën over IQ goed te praten, maar praat zichzelf jammerlijk vast.


Afgelopen zaterdag sprak de controversiële onderzoeker Dr. Jan te Nijenhuis op de bijeenkomst van de JFVD, de jongerenvereniging van FvD. Hij kwam vertellen over de vermeende daling van het IQ in ‘de Westerse wereld’. Een goede gelegenheid om terug te kijken naar een artikel over groepsverschillen in IQ dat Te Nijenhuis vorig jaar schreef op TPO.

Aanleiding was de kritiek van Kajsa Ollongren op uitspraken van FvD-er Yernaz Ramautarsing over ras en IQ. Te Nijenhuis vraagt zich af:
    “Moeten ministers tegenwoordig bepalen welke standpunten correct zijn of mogen wetenschappers dat zelf bepalen?”

Het gaat hier echter niet om een discussie tussen wetenschappers en ministers, maar om een minister die reageert op de uitspraken van een andere politicus. Te Nijenhuis probeert de indruk te wekken dat alle wetenschappers menen dat er etniciteitsgebonden verschillen in IQ zijn. Hij doet alsof de discussie binnen het academische veld allang afgerond is, en de weerstand vanuit de maatschappij puur het gevolg is van politieke correctheid. De werkelijkheid is dat er momenteel geen hard bewijs is voor een genetische component in IQ-verschillen.

Te Nijenhuis haalt een herinnering op aan de Buikhuisen-affaire uit de jaren 70.
    “Wouter Buikhuisen was een criminoloog die dacht dat criminaliteit gedeeltelijk biologisch bepaald was. We weten nu dat hij helemaal gelijk had en zijn tijd ver vooruit was, maar in de jaren ‘70 [sic] was dat standpunt taboe.”

‘We’ weten dat helemaal niet. Buikhuisens onderzoek is altijd onderwerp van kritiek gebleven. En niet alleen omdat zijn standpunt ‘taboe’ was, ook op zijn methodiek hadden collega’s veel aan te merken.
    “Buikhuisen had op een gegeven moment genoeg van alle tegenwerking en het gebrek aan een open discussie, zegde zijn baan aan de Universiteit Leiden op, en begon een antiekzaak.”

Een moker is handig gereedschap, maar niet geschikt voor hersenchirurgie.

Dat was pas in 1988. In 1981 werd Buikhuisen overgeplaatst naar een andere faculteit, nadat zijn vakgroep had geklaagd dat hij gewoon niet goed presteerde: hij had geen onderzoeksvoorstel afgerond en onttrok zich aan vergaderingen. Uiteindelijk stopte hij op doktersadvies bij de Universiteit.
    “Het is goed om te zien dat allerlei intelligentie-onderzoekers de poging van minister Ollongren om de discussie stop te zetten saboteren door allerlei interviews te geven en mee te doen aan discussieprogramma’s op de radio.”

Door andere opvattingen dan de zijne weg te zetten als ‘pogingen de discussie stop te zetten’, doet Te Nijenhuis hier zelf waarvan hij Ollongren beschuldigt.
    “IQ-tests zijn de beste instrumenten die 100 jaar psychologie heeft voortgebracht.”

Dat hangt ervan af waarvoor je ze gebruikt. Een moker is handig gereedschap, maar niet geschikt voor hersenchirurgie. Een IQ-test (altijd individueel afgenomen door iemand die daarvoor geschoold is) kan van waarde zijn, maar dat is binnen de psychologie nog altijd onderwerp van debat.
    “Het zijn uitstekende voorspellers van schoolprestaties en werkprestaties. Aangezien integratie van immigranten loopt via de schoolbankjes en de werkvloer is het gemiddelde IQ van een groep immigranten essentieel voor de integratie in de Nederlandse samenleving.”

Integratie betekent opname in de groep. Hoezo loopt die alleen via de schoolbankjes en de werkvloer? Een Marokkaanse Rotterdammer die wedstrijden Ajax-Feyenoord bezoekt en samen met Feyenoord-hooligans antisemitische leuzen scandeert en bushokjes sloopt, is gewoon geïntegreerd, ongeacht zijn IQ. Het feit dat Islamitische basisscholen telkens bovengemiddeld scoren bij de Cito-toets, wijst op minder integratie.
    “Hoe groot zijn de IQ-verschillen binnen Nederland? Autochtone Nederlanders hebben een gemiddeld IQ van 100. In mijn onderzoek kwam naar voren dat Roma (Zigeuners) een gemiddeld IQ van 74 hebben.”

Het is misschien niet vreemd dat Te Nijenhuis zo vaag doet over zijn onderzoek. Het is ook nooit gepubliceerd.

Waar verwijst Te Nijenhuis naar met ‘mijn onderzoek’? In deze lijst met zijn academische publicaties is niets over Roma te vinden. Maar in 2015 sprak hij over Roma op de controversiële London Conference on Intelligence. De LCU vond plaats van 2014 en 2017 en werd bezocht door allerlei openlijk extreemrechtse sprekers. Gezien de reputatie die de conferentie inmiddels geniet, is het misschien niet vreemd dat Te Nijenhuis zo vaag doet over zijn onderzoek. Het is ook nooit gepubliceerd. De enige bron over het Roma-onderzoek die ik kon vinden, is het programma van de LCU 2015. De aankondiging van Te Nijenhuis’ presentatie begint met de woorden: “The Roma are the only major European ethnic group the average IQ of which is unknown.” Daarna wordt uitgelegd dat er slechts een schatting gegeven kan worden. Zelfs zijn eigen onderzoek kent Te Nijenhuis niet goed.
    “Surinamers, Antillianen, Marokkanen, en Turken hebben een gemiddeld IQ van ongeveer 85. Chinese Nederlanders hebben een gemiddeld IQ van 105 en Joden hebben een gemiddeld IQ van 112.”

Ook voor deze cijfers geeft Te Nijenhuis geen bron. Wellicht verwijst hij naar dit onderzoek – maar nu ben ik zijn werk aan het doen.
    “Het lage gemiddelde IQ van veel immigrantengroepen vertaalt zich in fors lagere scholingsprestaties. In een grote school met allerlei leerlingen zijn bij zowel autochtone als autochtone [sic] leerlingen zwakke, gemiddelde, en hele goede studenten, maar zullen de beste leerlingen vooral autochtoon zijn en zullen veel van de zwakkere leerlingen allochtoon zijn. Op de werkvloer vertaalt het lagere gemiddelde IQ zich ook in lagere arbeidsprestaties. De gemiddelde allochtone werknemer verdient 10.000 – 15.000 euro per jaar minder voor het bedrijf dan de gemiddelde autochtone werknemer. Kortom, men moet de scores op de IQ-test serieus nemen.”

Cito zelf heeft altijd willen vermijden dat de toets gezien wordt als een meetinstrument voor intelligentie.

Dit is retorische gymnastiek. Te Nijenhuis noemt twee (wederom bronloze) stellingen: dat ‘veel’ zwakkere leerlingen allochtoon zijn, en dat allochtone werknemers gemiddeld minder geld binnenhalen voor hun bedrijf. Direct acht hij een causaal verband bewezen. En dan heeft dat ook nog eens allemaal met IQ te maken (en niet met, bijvoorbeeld, bewezen discriminatie op de arbeidsmarkt).
    “Aan het eind van de basisschool krijgen kinderen de Cito-toets. Allochtone kinderen scoren gemiddeld fors lager dan autochtone kinderen op wat 90% een IQ-test is, wat tot lagere schooladviezen zou moeten leiden.”

De Cito-toets is absoluut niet ‘90% een IQ-test’. Het is een leervorderingstoets. Cito zelf heeft altijd willen vermijden dat de toets gezien wordt als een meetinstrument voor intelligentie.
    “In een studie uit 2016 lieten Rindermann, Coyle en Becker zien hoe 86 experts in intelligentie-onderzoek denken over de oorzaken van de groepsverschillen in gemiddeld IQ. Wat opvalt is dat de groep experts die denkt dat verschillen 0% genetisch zijn een minderheid is: 17%. Maar liefst 83% van de experts denkt dat er een kleine, een stevige, tot zeer grote rol is van genen. De tweede groep denkt dat grofweg de helft van de IQ-verschillen tussen groepen genetisch bepaald is.”

Te Nijenhuis doelt op dit onderzoek, maar heeft bijzonder slordig gelezen. Zo waren het geen 86 maar 71 experts (de auteurs merken zelf op dat het een laag aantal is). Ook die 17% en 83% kloppen niet. Te Nijenhuis is echter niet bewust misleidend geweest, maar puur slordig, want als hij de werkelijke cijfers wist had hij die zeker genoemd: slechts 7% van de ondervraagden stelde met zekerheid dat genen helemaal geen invloed hebben, en 6% kon die vraag niet beantwoorden. De rest denkt dus dat genen ten minste een beetje invloed hebben. Let wel: er is een groot verschil tussen ‘ten minste een beetje invloed’ en ‘grote invloed’. Bovendien was slechts één van de ondervraagden van mening dat cultuur en educatie niet van invloed zijn op IQ. Tot slot citeer ik uit het onderzoek: “The sum of both education factors yielded the highest rating (21.64%). Of all factors, genes had by far the largest standard deviation (SD = 23.85; all other factors, SD < 10), indicating disagreement about the importance of genetic influences.”
    “Meerdere onderzoekers zijn bezig het land-IQ van alle landen in de wereld te meten. (...) Iets belangrijks als lange-termijn economische ontwikkeling van landen kan uitstekend voorspeld worden met land-IQ. Er is een groot aantal variabelen, dat heel goed voorspeld kan worden met land-IQ. Een ander voorbeeld is corruptie: landen met een laag IQ zijn veelal corrupt, terwijl landen met een hoog IQ, zoals Nederland, maar een fractie van die corruptie van laag-IQ-landen hebben.”

Wederom blijkt Te Nijenhuis niet op de hoogte van het verschil tussen correlatie en causatie. In arme en corrupte landen is minder toegang tot educatie, dus zal het gemeten IQ daar lager liggen. Te Nijenhuis heeft nota bene zelf een bron aangehaald die stelt dat cultuur, opvoeding en scholing als invloedrijker gezien worden dan genen.
    “Als men ervan uitgaat dat alle groepen zelfde gemiddelde IQ hebben en dan ziet dat sommige groepen minder succesvol zijn dan anderen, dan hebben conclusies in termen van racisme en discriminatie een zekere logica. Het steeds maar weer racisme, racisme, racisme roepen gecombineerd met het taboeïseren van een eeuw aan wetenschappelijke bevindingen op het gebied van groepsverschillen in IQ leidt tot haat tussen bevolkingsgroepen in de samenleving.”

Het is duidelijk dat Te Nijenhuis alleen die wetenschappelijke bevindingen bedoelt die zijn visie ondersteunen. Wanneer academici er anders over denken, komt dat immers omdat ze de feiten niet onder ogen willen zien. Hij negeert de wetenschappelijke consensus en gaat slordig om met terminologie: hij maakt geen onderscheid tussen het gemeten IQ en het ware IQ en hij lijkt IQ gelijk te stellen aan het veel bredere begrip intelligentie.

Daarnaast zet hij kritiek op zijn standpunt weg als inhoudsloos geroep en probeert hij de discussie te smoren, door te waarschuwen voor ‘haat tussen bevolkingsgroepen.’ Wie is hier nu aan het taboeïseren?




Beeld: Marco Okhuizen


We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Julius Koetsier is Hard//hoofd-redactielid. Studeerde Filmwetenschappen aan de UvA en werkt sindsdien als filmcriticus, scenarist en regisseur. // julius@hardhoofd.com
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd