Asset 14

Waterlanders

Waterlanders

Om te blijven ontwikkelen als schrijver, legt Annelies van Wijk zichzelf opdrachten op. Iedere maand vraagt ze iemand uit haar vriendenkring om haar iets te laten schrijven binnen een bepaald thema. Dit keer: een tragische familiegeschiedenis in de vorm van een kort verhaal.

Voor Niels,

Je vroeg me een puur zintuigelijke verhandeling uit te schrijven over het wel en wee van een familie. Ik deed een poging. Ik hoop dat je er een beetje om moet snikken, al is het vanbinnen.

Snel weer zandtaart.

Liefs,

Annelies

Waterlanders

Als hij de rook door zijn neus uitblaast, adem ik diep in. Ik snuif de rook op tot het prikt in mijn neusvleugels. Adem uit. Adem in. Brandaris Zwaar. Adem uit. Adem in. Een slof per week. Adem uit. Pakjes melancholie.

Melancholie die leidt naar een tijd waarin het geluid van de deinende zee hem in slaap wiegde. Een tijd waarin hij bij stormachtig weer alleen op het strand was om te kijken naar de regen die in druppels zichtbaar bleef in zijn baard. Ik stel me voor dat hij iets verlangde. Liefde, geluk. Lege begrippen nog, zonder tastbaar gezicht.

Alleen de mannetjes zingen een melodietje.

Nu heeft mijn vader handen waar vier vogels in passen. Is hij iemand die zaadjes in het kuiltje van zijn hand strooit voor hij de volière in de tuin binnengaat. Iemand waarbij de moed niet in de schoenen is gezakt, maar in de vingers, de handpalmen. De zebravinkjes pikken erin, zoals de rook prikt in mijn neus. Hij babbelt met ze. Alsof het zijn kinderen zijn.

Hij schuifelt door de woonkamer richting de zwartlederen sofa, draagt sloffen die aan de neuzen versleten zijn. Aan de manier waarop hij het fotolijstje van mama verschuift op het dressoir, weet ik hoe hij vandaag over haar denkt.

‘Bram is een brave, zag-ie dat?’ zegt hij.
‘Zo snel gewend aan zijn nieuwe familie. Dat doen ze goed hè, die vogeltjes. Als ze maar zaadjes hebben, en een meissie.’

Zebravinkjes zingen niet, ze snorren. Alleen de mannetjes zingen een melodietje. De moeilijkheid van het melodietje bepaalt hoe slim hij is. Hoe goed hij problemen oplost. Soms kunnen ze met complexere melodietjes zelfs beter voedsel vinden, beter vrouwtjes versieren. Ze leren het van hun vader als ze oud genoeg zijn om zich voort te planten.

‘Zullen we binnenkort weer eens naar de haven gaan, samen?’ vraag ik.
‘Ik heb daar niks te zoeken.’
‘We hoeven alleen te kijken, naar de boten.’
‘Ik wil geen zee meer.’
‘Je hoeft ook niet naar zee, alleen – ‘
‘Leg me effies uit. Waarom is nee nooit duidelijk voor jou?’

Ik kijk naar mijn schoenen, zal mijn handen nooit afleren klam te worden.

‘Ik zou wel weer eens samen naar de haven willen,’ zeg ik.
‘Ouwe wonden openhalen?’

Op zulke momenten kan ik de handen van mijn moeder nog langs mijn armen voelen.

Hij plukt shag uit zijn pakje Brandaris. Door het trillen van zijn vingers valt de helft op zijn broek. Hij trekt een vloeitje uit de verpakking, legt de gevallen shag erop. Doet een poging tot het rollen van een strak sjekkie.

Ik hurk naast de bank, neem het sjekkie van hem over. Ik lik het vloeitje dicht, stop hem in mijn mond, houd een aansteker bij. Adem in. Hoest. Gadverdamme.

Hij slaat op mijn rug, als ik naast hem op de bank ga zitten.
‘Vroeger kon je ook al niks hebben. Je kotste al als je een boot zag liggen!’

Op zulke momenten kan ik de handen van mijn moeder nog langs mijn armen voelen, als ze vroeger wilde helpen zijn zinnen van me af te laten glijden. ‘Het is je vader maar,’ zei ze dan, terwijl ze de woorden van mijn schouders naar mijn vingertoppen veegde.

‘En? Is er al een meissie voor je gevallen?’ vraagt hij.
Ik zwijg.
‘Had ik je toch maar leren vissen.’
‘Jij wil nooit meer naar de haven.’

Herinneringen branden op het puntje van zijn tong, blijven daar liggen, zoals het sjekkie in zijn mondhoek rust. Hij kijkt naar de foto op het dressoir, kijkt naar haar glimlach, de afgewende blik.

‘Ik kwam de mannen tegen,’ zeg ik.
‘Zo,’ zegt hij.
‘Ze vroegen wanneer je weer eens naar de haven kwam.’
‘Nou.’
‘En hoe het met je ging.’
‘En wat zei je toen?’
‘Dat je vogels had.’

Ik wil zijn blik ontwijken.

‘Ze vroegen naar mama.’

Een kus op mijn voorhoofd, weg was ze.

Ik sluit kort mijn ogen, probeer me voor te stellen hoe mijn moeder haar handen rond mijn gezicht legt. Als ik mijn ogen weer open, laat de blik van mijn vader me niet meer los. Zie ik hoe herinneringen van het puntje van zijn tong naar zijn keel getrokken zijn.

‘Ik wil godverdomme niet dat je daar komt.’
‘Ik was er ook niet. Ik kwam ze – ‘
‘Je zit tegen me te liegen, hè? Ik zie het aan je ogen, jongen, je hebt nooit en te nimmer kunnen liegen jij. Zoals je moeder dat ook niet kon, met die kop van d’r. Met die ogen die telkens maar vroegen, vroegen, vroegen. Het gaat nu goed met me, zie je dat?’

Ze zei dat ze naar zee zou gaan, om naar de golven, de sterren te kijken. Een kus op mijn voorhoofd, weg was ze.

Toen mijn vader thuiskwam was het huis stil. Het waaklampje in de woonkamer was al uit. Ik hoorde hem alle kamers binnengaan. Hij kwam als laatste mijn kamer binnen. Ik deed alsof ik sliep. Hij schudde me zacht wakker. Toen ik zei dat ze aan zee was, stormde hij het huis uit, sloeg de deur dicht. Fotolijstjes trilden aan de muur.

Ik heb met mijn neus tegen het raam op ze gewacht. Het glas beslagen door mijn adem. Hij kwam alleen terug.

‘Het wordt tijd dat je een meissie krijgt,’ zegt hij.
‘Sodemieter op, pap.’
‘Uithuilen, opnieuw beginnen, jongen. Je moet accepteren dat het beter is zo.’
‘Is het beter zo?’
‘Je moet vooruitkijken. Gewoon met een leuk, lief meissie.’
‘Ik heb geen meissie nodig.’
‘Je moeder had het leuk gevonden.’
‘Alsof jij wist wat zij leuk vond.’
‘Krijg ik nou een grote bek?’

Ik kijk hem aan, open mijn mond. De woorden blijven steken.

‘Niet gaan huilen hoor,’ zegt hij. ‘Niet huilen. Ha!’

Zijn ogen beginnen te glanzen, worden langzaam zachtroze.
Met trillende handen pakt hij zijn pakje shag.

‘Kom, samen eentje.’

Ik peins er niet over.

Mail

Annelies van Wijk (1993) is redacteur bij Hard//hoofd, maakt podcasts, wandelingen en kletst het liefst met vreemden over vogels en het leven. // annelies.van.wijk@hardhoofd.com

Niels Sinke (1992) is een illustrator en podcastmaker uit Utrecht. Wakker te maken voor een gesprek over gebruik en misbruik van technologie en de uitwerking daarvan op de mens. Zijn illustraties nodigen uit om te denken, dwalen en dwarsverbanden te leggen, eigenlijk net zoals dat in zijn hoofd gebeurt.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Gatool Katawazi
    Gatool KatawaziRedacteur
Lees meer
het laatste
Aantekeningen uit Aalten

Aantekeningen uit Aalten

Willemijn Kranendonk reflecteert in deze gedichtenreeks over koolmeesjes en eenzaamheid op haar verhuizing naar de Achterhoek. Lees meer

Pleinvrees

Pleinvrees

Ezra Hakze onderzoekt in deze actuele gedichtenreeks verschillende ervaringen die te maken hebben met thuis zijn. Lees meer

Vrije val

Vrije val

Een bekend gevoel voor velen: vastzitten op een feestje waar je niet wilt zijn. De vrouw in dit verhaal zoekt naar manieren om zichzelf en haar gebroken hart staande te houden in het nachtelijk gewoel. Lees meer

Hoe de zwarte dichteres May Ayim een slavenfort veroverde

Hoe de zwarte dichteres May Ayim een slavenfort veroverde

Een promenade die oorspronkelijk naar de oprichter van het fort was vernoemd, kreeg niet lang geleden een nieuwe naam. Lees meer

Magma

Magma in mijn onderbuik

'Bij Cas liet ik los dat het drie uur ’s nachts was, dat ik morgen om acht uur op mijn werk moest zijn.' Een kort verhaal van Joanne van Beek. Lees meer

Zoek naar de oorsprong

Zoek naar de oorsprong

Babeth Fonchie schreef drie gedichten over geknutselde ouderfiguren en vroege herinneringen. Lees meer

Ons hulsel ligt verscholen

Emma Zuiderveen onderzoekt de digitale werkelijkheid in deze twee gedichten over performance, schijn en vega-worst. Lees meer

Automatische concepten 36

So simple that we couldn't

Twee mannen zoeken antwoorden op vragen die ze niet begrijpen, om tot een allesomvattend inzicht te komen. Lees meer

Hemellichaamgedichten

Alle sterrenstelsels drijven langzaam uit elkaar

Yentl van Stokkum is behoorlijk fan van sterrenkunde. Voor de Kosmische Week schreef ze een reeks gedichten over astronauten, zwarte gaten en afgebeeld worden met een stralenkrans (ook al ben je daar eigenlijk te bescheiden voor). Lees meer

De aarde als jukebox

De aarde als jukebox

Imre van Son nodigt je met dit verhaal uit om deel te nemen aan een kosmische Zoom-vergadering. Wees gewaarschuwd: ‘Subtiele signalen die je in een offline-gesprek opvangt – lichaamstaal gezichtsuitdrukkingen, robot-expressie – ontbreken of worden vertekend in een online conversatie.’ Lees meer

Wat zich ontvouwt in de ruimte

Wat zich ontvouwt in de ruimte

Al jaren kijkt Marte Hoogenboom uit naar de lancering van James Webb, de opvolger van de beroemde Hubble-telescoop. We doen alles om onze plek in het heelal te begrijpen, terwijl we soms alleen maar willen horen dat het wel goedkomt met ons. Lees meer

Het Archief der Verloren Gedachten

Het Archief der Verloren Gedachten

Voor de Kosmische Week schreef Annemieke Dannenberg een kort verhaal over Gijsje Nachtegaal: een eenzame oudere die op zoek is naar een verloren gedachte... en daarbij wordt geholpen door een mysterieus call-center. Lees meer

Azul

Azul

'Azul', een kort verhaal van Nora van Arkel, verkent de uitwassen van een driehoeksverhouding. Hoe verwerk je verlies wanneer je aan de kant bent gezet? Lees meer

 1

Op de plaats rust

‘Het is best ingewikkeld om te beseffen dat iemand dood is als je diegene niet dood hebt gezien. Zonder die bevestiging blijft de dood altijd een suggestie.’ Annelies van Wijk schreef een kort verhaal over hoe het besef van de dood maar moeizaam inzinkt. Lees meer

Iets dat me niet langer platlegt

Iets dat me niet langer platlegt

Emma Stomp dicht over de mooiste uren in haar lichaam, dans en een kalm soort verliefdheid. Lees meer

 1

Noren

'Ze dacht aan het pluisje in haar nachtkastje. Een opwelling was het geweest, een plotseling verlangen naar een tastbaar stukje hém; naar een aandenken dat ook later, na afloop, zou beklijven. Het was hoe dan ook eenmalig, sprak ze zichzelf toe.' Lees meer

Roulette 5

Roulette

Vier studievriendinnen met een voorliefde voor gokken tarten het lot door een oude dramaturgische wet op de proef te stellen. Lees meer

Kadaver

Kadaver

De koffer staat klaar in de gang. Kennissen hebben ondertussen hun eigen vrienden en de verteller van dit verhaal vraagt zich af of het konijn vandaag al gegeten heeft. Een verhaal van Claartje Chajes over vriendschap en verder gaan. Lees meer

Glory hole

Glory hole

In een openbaar toilet op de luchthaven van San Francisco zit een gat in de muur. Zachtjes zoemt een camera, een lens is zichtbaar, iemand haalt zachtjes zijn neus op. De geluiden onthullen iemand die geconcentreerd iets in beeld wil brengen. Lees meer

Automatische concepten 32

Het glas had jouw vorm

Thijs Joores bespreekt in zijn gedichten een donkere kant van trots: over het Imposter Syndrome en thuiskomen bij je ouders waar je kindertekeningen nog op het toilet hangen. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers een vrije ruimte kunnen blijven bieden en hen optimaal kunnen ondersteunen. Sluit je nu aan en ontvang kunst van talentvolle kunstenaars.

Sluit je aan