nieuwsbrief
Asset 14

Vlieland

Vlieland

Wat doen twee lieve meisjes met hun moeders op vakantie op Vlieland, als zij de duinen, de zee, de paarden en de Harry Potterfilms wel gezien hebben? Een kort verhaal van Iduna Paalman.

Mail

1.

We hebben bedacht dat het zal helpen als we een hoeslaken om ons hoofd wikkelen en dat bedekken met klimop van de schutting tegenover ons gehuurde vakantiehuisje, onze broeken op hoogwaterlengte hijsen en een zelfgemaakt lied ten gehore brengen.

We zijn met onze moeders (die bij elk stootje wind een zucht van tevredenheid slaken) op vakantie op Vlieland maar wij hebben de duinen, de zee, de paarden en de Harry Potterfilms die we ’s avonds op het kleine teeveetje in onze kamer mogen kijken nu wel gezien. We willen naar het café, waar het schippersbier in vaten onder de toog ligt te klotsen en waar we de illusie kunnen hebben zonder moeders op vakantie te zijn.

Maar onze moeders hebben geglimlacht, met hun touwtjesbrillen resoluut nee geschud, een kopje venkelzoethoutthee met valeriaan gezet en zijn daarna weer in hun spirituele tijdschriften gaan wonen. ‘Morgenavond is er een mooi mannenkoor in de kerk’, zeggen ze, ‘daar gaan we toch al heen?’

‘Belachelijk’, zegt Alice.

‘Megakut’, zeg ik.

Dus hebben we bedacht dat een optreden de enige mogelijkheid is. We verzinnen een liedtekst met drie coupletten en het volgende refrein:

 

jullie zijn nooit jong geweest

jullie hadden nooit zin in feest

maar een mannenkoor is voor ons niet genoeg

want die zingen in een kerk en niet in een kroeg

 

’s Avonds na de afwas nodigen we onze moeders uit op de bank plaats te nemen. De opvoering is een groot succes, ze schateren van het lachen. Hoopvol nemen wij het applaus in ontvangst.

‘Schítterend!’ zegt de moeder van Alice.

‘Práchtig!’ zegt mama.

We wikkelen de hoeslakens weer van onze hoofden, hangen de klimop terug in de heg en vragen, met de opluchting van een turner die zonder nahup geland is, hoe laat we weer thuis moeten zijn.

‘O nee hoor’, zegt mama, ‘geen sprake van, dat doen we niet, dat zeiden we al.’

Daarna stappen ze weer in hun tijdschriften. Wij sjokken naar onze kamer, nee, we hoeven geen kop thee en nee, we gaan morgen niet mee naar het mannenkoor. We zakken op bed en proberen ons voor te stellen dat we zonder moeders op vakantie zijn, wat niet lukt want aan het einde van de straat horen we Jan, Piet, Joris en Corneel uit het café schallen.

 

2.

Alice heeft haar paard Lis genoemd en ik het mijne Rozemarijn. Onze dagboeken heten ook zo, dat versterkt de band die we met deze paarden gaan opbouwen.

Eerst heeft Alice een ander idee. ‘Die van jou Little Star, die van mij Black Mamba’, zegt ze. Ik kijk naar de paarden, ze lijken ergens van te balen. Achter het weiland begint het wad, de zee heeft zich teruggetrokken, zeewier ligt op glad gesleten stenen te glanzen in de zon.

‘Maar die van jou is helemaal niet zwart’, zeg ik.

‘Daar gaat het niet om’, zegt Alice, ‘het moet lekker klinken. Black Mamba, Black Maaamba!’ Ze roept het paard bij zich maar het reageert nauwelijks.

Ik ga bij Little Star staan en zeg: ‘Je moet echt contact met ze maken. We moeten ze namen geven die iets voor ons betekenen.’

Zo komen we via Harry en Hermelien bij Lis en Rozemarijn terecht. Het werkt, de paarden krijgen interesse in ons. Ze ontdekken dat wij vanachter de omheining komen, waar het gras nog niet weg gegraasd is en lange halmen tegen de slootrand staan. Dat we die voor ze plukken, tegen hun fluweellippen houden en dat het voordelig is om op dat aanbod in te gaan.

Eén keer zien we de eigenares: een dikke vrouw met een pet achterstevoren op haar hoofd. Door het gat aan de voorkant steekt haar dubbelgevouwen pony. We staan net aan Lis en Rozemarijn te vertellen dat onze moeders lief zijn maar weinig begrijpen, dat de jongens die we leuk vinden a. zich te veel voor voetbal interesseren, b. veel te oud zijn of c. in Engeland wonen en dat we zo blij zijn dat we hier op deze weide een uitlaatklep hebben gevonden, als de vrouw op ons af komt lopen.

‘Jullie zijn van pension De Veerman of niet’, zegt ze, niet boos en niet aardig, ergens in het argwaangebied daartussen.

‘Daar logeren we ja, met onze moeders’, zeg ik.

‘Met jullie moeders’, zegt de vrouw.

‘Met onze moeders ja’, zegt Alice en ze legt haar hand tegen de manen van Lis, zodat de vrouw kan zien dat we erg vertrouwd zijn met de paarden.

‘Sorry dat we hier zijn’, zeg ik.

‘Geen brood geven. Voor acht uur in de ochtend en na negenen ’s avonds staat de spanning erop.’ De vrouw wijst naar de omheining waar we onderdoor geklommen zijn.

Alice vraagt hoe de paarden heten. De vrouw kijkt omhoog het duin op, aan de voet ervan bloeien rozenbottelstruiken, erachter is de bovenste helft van de vuurtoren te zien. Ze loopt alweer bij ons vandaan en klikt de omheining open. De klep van haar pet verhult haar nek. ‘Bokkel en Knoop’, roept ze naar achteren.

 

3.

‘Lieve Daniel Radcliffe’, zegt Alice. Dus ik schrijf: Lieve Daniel Radcliffe.

‘Wat doe jij nou.’

‘Ik schrijf op wat jij zegt. Lieve Daniel Radcliffe lijkt me een goed begin.’

‘Je weet dat Daniel Engels is?’ Haar ogen zijn groot en ik kan niet helemaal inschatten of ze me heel, heel dom vindt of toch best lief.

‘O ja’, zeg ik. ‘Dear Daniel Radcliffe wordt het dan, toch?’

We worden het erover eens dat Alice schrijft.

Ik zeg: ‘Misschien moeten we Dear Daniel doen, zonder Radcliffe, dat is persoonlijker. Dear Daniel, deze brief is helemaal vanuit de Waddenzee over de Noordzee gedobberd. Wij zijn twee meisjes en willen…’

‘Waddenzee? Gedobberd?’ Weer die grote ogen. ‘Nee man, we moeten meteen met iets naar binnen knallen. Iets als: we wanna come over.’

‘We wanna come over?’

‘Ja, we willen toch bij hem langs? We zeggen dat we hier in Nederland superbekend zijn, en dat onze agenten dat met zijn agenten hebben geregeld. Hij is dan zo verbaasd over deze hoogst onwaarschijnlijke vorm van correspondentie dat hij ons direct belt wanneer we komen.’

Ze begint meteen druk te schrijven. Ik kijk over het dek van de boot, de zeehond van Rederij Doeksen lijkt op een knuffel van vroeger. Mensen komen via smalle trappetjes het dek op, vaders fotograferen meeuwen, moeders kijken bezorgd, kinderen willen patat.

‘Heb jij de fles?’ vraagt Alice.

Ik haal de fles uit mijn tas, mama heeft hem voor ons bewaard, biologische kruidenwijn met cranberry en een schroefdop. We hebben het etiket eraf geweekt.

‘Zo’, zegt Alice en laat me lezen wat ze heeft opgeschreven. ‘Nu alleen onze namen nog, onze adressen, en onze mobiele telefoonnummers met het Nederlandse netnummer ervoor.’

‘Moeten we ook nog iets doen met lippenstift?’ vraag ik.

‘Nee’, zegt Alice, ‘simplicity sells.’

‘Oh ja.’

Als de boot halverwege is en alle kinderen patat voor hun neus hebben, gooien we de fles met de brief in het water. Ik mag gooien want ik zit op tennis en heb waarschijnlijk meer armkracht. Vijf maanden later, half januari, krijgen we antwoord.

 

Lieve meisjes,

 

Wij wonen op Texel en hebben gistermiddag op het strand jullie flessenpost gevonden. Wat bijzonder, dat dat helemaal naar de overkant gedobberd is! Wij hebben één keer eerder flessenpost gevonden, dat was in 1987 en we hebben met de briefschrijver (een lieve man uit IJmuiden) nog steeds goed contact.

We vinden het dan ook heerlijk dat we nu voor de tweede keer zoiets bijzonders vinden. Het lijkt er alleen op dat jullie de brief aan iemand anders hebben gericht. Wij kennen dhr. Radcliffe niet, maar misschien kunnen we het naar hem doorsturen? Wij proberen hier op het eiland altijd zo goed mogelijk te zorgen dat alles op de juiste plek terecht komt.

We hopen dat jullie een fijne tijd hebben gehad op Vlieland. Mochten jullie eens naar Texel komen, we hebben een minicamping waar we jullie van harte kunnen verwelkomen.

 Tot ziens en nogmaals dank voor deze bijzondere samenloop van omstandigheden,

 

Anne-Greet en Ton Weijerts

 

Iduna Paalman (1991) is schrijver en dichter. Haar poëziedebuut ‘De grom uit de hond halen’ verscheen in het najaar van 2019 bij Querido.

Nanna de Jong is illustrator. Je in een kronkel lachen, een buiging voor de minderheden maken of gewoon een handstand voor de dagelijkse wisseling van perspectief. Ik geniet van bewegingen in alle soorten en maten en vier op deze manier de vormen die het leven aan kan nemen. In een kleurrijk en speels handschrift druk ik op de zere plekken van politieke of culturele thema’s. Ik wil bewust maken maar ook vermaken. Een klein vingertje in de lucht maar gevolgd door een koprol. Enjoy this playground I call work! www.nannabananna.com

Lees verder Lees verder

Steun ons en word kunstverzamelaar

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis.

Zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door.

Steun ons
het laatste
Waterlanders

Waterlanders

Annelies van Wijk beschrijft een tragische familiegeschiedenis in de vorm van een kort verhaal. Lees meer

Gedichten geïnspireerd op Long in the Tooth 3

Gedichten geïnspireerd op Long in the Tooth

Yentl van Stokkum schreef drie gedichten ter gelegenheid van de tentoonstelling Long in the Tooth van Josse Pyl. Joëlle de Ruiter maakte er illustraties bij. Lees meer

Tsunami

Tsunami

De vakantie in Frankrijk is anders dan andere zomers, want Katja's opa is overleden. Met haar zus en neef doodt ze de tijd aan de hete kust, tot het noodlot toeslaat. Lees meer

Een zomer op de Wallen (IIII): Voor de show

Voor de show

Leon van de Reep woont al jaren op de Wallen, maar zoekt zijn vertier daar zo ver mogelijk vandaan. En dat terwijl toeristen van over de hele wereld juist naar het Red Light District toe trekken! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat zoeken die mensen hier? In... Lees meer

Zomerzucht (V): Franse kaas

Franse kaas

De Franse kaas loopt de kamer binnen en kijkt me strak aan. Lees meer

Automatische concepten 24

Kus me, doop me

Gecontroleerd legt hij me in de badkuip, moeite om mijn jurkje uit te doen neemt hij niet. Lees meer

Een zomer op de Wallen (III): Boven het geklaag

Boven het geklaag

Leon van de Reep woont al jaren op de Wallen, maar zoekt zijn vertier daar zo ver mogelijk vandaan. En dat terwijl toeristen van over de hele wereld juist naar het Red Light District toe trekken! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat zoeken die mensen hier? ‘Het... Lees meer

Zomerzucht (III): 1

Goed dat je bent gekomen

'Druppels zweet komen onder mijn borsten vandaan en uit mijn knieholtes. Kaas glijdt door mijn mond.' Lees meer

Zomerzucht (II): 1

Brandend verlangen

Rose Doolan smelt haast door de hitte. De ijsman op zijn beurt door haar. Lees meer

Vast in het café

Vast in het café

Leon van de Reep woont al jaren op de Wallen, maar zoekt zijn vertier daar zo ver mogelijk vandaan. En dat terwijl toeristen van over de hele wereld juist naar het Red Light District toe trekken! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat zoeken die mensen hier? ‘Ze... Lees meer

Druipend lichaam

Druipend lichaam

Het is zomer en zo heet dat je van je strandstoel afglijdt. Lees meer

Ik heb nog nooit

Ik heb nog nooit

'Ik heb nog nooit iemand vermoord. Hoe zouden ze kijken als ik dat zeg?' Lees meer

Sea, Sex en Witlof

Sea, Sex en Witlof

Iedereen heeft er weleens last van: het gevoel vast te zitten in de dagelijkse sleur. Tijdens een bezoek aan de plaatselijke supermarkt besluit Hilde om de teugels van haar leven eens flink te laten vieren. Mijn leven is een appel, dacht Hilde Hartsuikers toen ze met haar boodschappen naar huis terugfietste, rond en saai, een... Lees meer

Voorbij de ramen

Voorbij de ramen

Leon van de Reep woont al jaren in Amsterdam, maar zoekt zijn vertier altijd buiten de stad. En dat terwijl de halve wereld juist naar zijn stad toe trekt! Deze zomer treedt hij in hun voetsporen en zoekt antwoord op de vraag: wat doen die mensen hier? Lees meer

Instagrampoëzie

Instagrampoëzie

Is Instagrampoëzie slechts een zelfhulptekst in een literair jasje? Neerlandica Else Boer volgt verschillende dichtende Instagrammers. In dit essay onderzoekt ze hoe ze hun werk moet lezen. Op Instagram verschijnen er regelmatig gedichten in mijn feed. Of nou ja, gedichten – het lijken eerder zelfhulpteksten in een literair jasje. Op het toilet scroll ik dagelijks... Lees meer

Gedicht: Vuurwerk

Vuurwerk

Je zegt dat er geen vonk was / en het lukt weer eens niet om boos te zijn. Lees meer

Flitsverhaal: De geur van rookworst 1

De geur van rookworst

P. van Stingelande beschrijft in een flits een openbaring van een kind: ons brein is een winkel. Lees meer

Glow in the dark 1

Glow in the dark

Nooit alleen naar binnen gaan bij mensen die je een lidmaatschap probeert aan te smeren. Sofia weet het wel. Toch vindt ze zichzelf nu terug op de bank bij een man in een gekreukt overhemd. Maar ja, ze moet haar target halen. Lees meer

Kort verhaal: Streekbus 2

Streekbus

'Schuifelend over het grind werden zij gepasseerd door glimmende kinderlijven die elkaar, gewapend met kleurrijke supersoakers, op afstand probeerden te houden.' Lees meer

Kort verhaal: De lucht was nog lang niet opgeklaard 2

De lucht was nog lang niet opgeklaard

'Hij moest zijn benen en voeten nu vertellen dat hij nog steeds vooruit wilde. Zij probeerden hem op hun beurt te vertellen dat het beter was om te stoppen, maar hij luisterde niet.' Lees meer

Steun ons en word kunstverzamelaar
Hardhoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang de interessantste Hard//hoofd kunstwerken.

Steun ons vanaf €5