Asset 14

Vergeten kunstenaars (faam en vergankelijkheid in Parijs)

Emy was met een groep veelbelovende jonge schrijvers in Parijs. Op de begraafplaatsen kwam ze erachter hoe vergankelijk roem is.

“Hier om de hoek ligt een man die ik normaal nooit bezoek, maar nu zijn er Nederlanders bij, dus laten we even langsgaan.” Bertrand leidt ons met zwierige gebaren een heuveltje op. Bertrand is nécrosophe en dit is een necrosafari. De zon schijnt fel op de met mos begroeide negentiende-eeuwse tombes. Daartussen zoeken hordes mensen naar hun favoriete dode, struikelend over losse brokken steen en boomwortels, starend op hun overzichtskaarten, camera in de aanslag. Bertrand wijst naar een rechthoekige, roomwitte steen. We naderen het graf van de achterkant. “Dit graf wordt zelden bezocht, de Fransen kennen deze man niet,” fluistert Bertrand. Ik kijk naar de naam op de steen: “Karel Appel!” “Inderdaad,” zegt Bertrand, en begint een korte uitleg over CoBrA. Appels graf zit onder de duivenpoep en begint groen te verkleuren. Ik kijk een tijdje naar het eenzame graf van de verdwaalde Hollander. Daarbij zie ik er kennelijk beteuterd uit, want een Frans echtpaar komt me geruststellen: zij kennen Appel heus wel. Om het te bewijzen port de vrouw haar man dat hij een foto moet maken.

Tijdens de rest van de tour over Père-Lachaise, het meest bezochte kerkhof ter wereld, kijk ik steeds naar de graven waar niemand naar lijkt te kijken. Vergetelheid komt in verschillende gradaties. Zo ligt recht tegenover Chopin de dichter Yvan Goll. Goll is (nog) niet geheel vergeten (er staan enkele reviews van zijn gedichten op goodreads.com), maar het contrast tussen de aandacht voor zijn graf en dat van Chopin is schrijnend. Goll heeft “het meest beleunde graf van Père-Lachaise”, aldus Bertrand. Mensen steunen erop om een goede foto van Chopins graf te maken, maar kijken er niet naar om. Op Golls steen staan strofen uit zijn epische gedicht Jean Sans Terre: “Je n'aurai pas duré plus que l'écume / Aux lèvres de la vague sur le sable” (“Ik duurde niet langer dan het schuim / Op de lippen van de golf op het zand”). Die regels zijn nog sterker van toepassing op Ludwig Kainer (1885-1967), een schilder die samen met zijn vrouw in de schaduw van de tombe van het tragische koppel Abelard en Héloïse begraven ligt. Ludwig Kainer heeft niet eens een Wikipedia-pagina.

Hoe erg is het om te worden vergeten? Bij leven is het vervelend, voor sommigen een reden om te willen sterven. Gemist worden geeft je bestaansrecht. Maar gemist willen worden na je dood heeft iets vreemds. Zelf merk je het niet, terwijl anderen last hebben van het gemis. We willen het natuurlijk omdat het idee voort te leven in het geheugen van anderen de illusie geeft dat we niet werkelijk zullen sterven. “Find / Glory/ In a song that rings true / Truth like a blazing fire / An eternal flame”, zingt één van de met hiv besmette artiesten pathetisch in de musical Rent. Stiekem wil ik dat ook wel, één werk, of één zin maar, één zin die wordt herdrukt en instemmend wordt herhaald bij geboortes, bruiloften en begrafenissen. Maar uiteindelijk is het ijl en ijdel en grijpen naar de wind. Père-Lachaise en Montparnasse zijn bezaaid met Gotische tombes van bourgeoisfamilies die zichzelf erg belangrijk vonden. Nu staan die tombes op instorten. En hoeveel mensen gaan over honderd jaar nog naar het graf van Jim Morrison? Vergeet het maar, het tegengaan van de vergetelheid.

Terwijl ik dit schrijf is een groot deel van de groep waarmee ik hier ben samen wat aan het drinken. Ik ben in Parijs op een zogeheten “residentie” van twee weken, geregeld door de culturele organisatie deBuren, samen met zeventien andere jonge schrijvers, een fotografe en een radiomaakster. DeBuren vindt ons “getalenteerd” en “veelbelovend”. Het is confronterend om met een hele groep jonge getalenteerden ergens te zijn. Wie van ons gaat het maken, op wiens graf zal het later rozen regenen? Welke beloftes blijven onvervuld? En als de roem uitblijft, waar is dan het bewijs van de kwaliteit? Is het kunnen raken van één persoon afdoende?

De locatie werkt ook niet mee om de druk te verlichten, Parijs is te zwaar beladen. Na Los Angeles en New York is het dé stad waar kunstenaars naartoe komen in de hoop op onsterfelijkheid. De Belle Époque, de Roaring Twenties en de jaren van de existentialistische zwarte coltruien staan in het collectieve geheugen gegrift. De huidige staat van culturele relevantie doet er niet toe, Parijs blijft gehuld in de waas van een glorieus verleden, een droombeeld dat actief in stand wordt gehouden. Toeristen komen hierheen om te doen wat Owen Wilson in Woody Allens film Midnight in Paris deed: de voetsporen volgen van de artistieke grootheden, zitten waar zij hebben gezeten, drinken waar zij hebben gedronken. Sommigen pakken het serieuzer aan en komen voor langere tijd naar de lichtstad. Beeldend kunstenaars proberen een plek te vinden in een van de artistieke kraakpanden die door de gemeente worden toegestaan als het er netjes en afdoende creatief aan toegaat. Schrijvers kloppen aan bij Shakespeare and Company, een Engelstalige boekhandel en ontmoetingsplek die ooit Le Mistral heette, maar in 1964 vernoemd werd naar de boekhandel waar schrijvers als Hemingway en Joyce in de jaren twintig kwamen.

Parijs trekt aan vanwege de mythe dat zij kunstenaars zou vormen, de schrijvershand in beweging zou zetten. Maar voor elke Joyce of Picasso zijn er vele duizenden, tienduizenden, honderdduizenden van wie we de naam zijn vergeten. En dan zijn er nog al die kunstenaars die het tijdelijk wel leek te lukken, maar wiens schreden niemand probeert na te gaan, wiens naam uiteindelijk niet bijgeschreven werd op de beroemdhedenlijst van de begraafplaatsentours.

Illustratie: Liesbeth de Feyter

Carzou

Eén zo’n vergeten kunstenaar is de surrealistische schilder Carzou (1907-2000). Ooit was Carzou beroemd in Frankrijk, maar nu is er buiten zijn zoon Jean-Marie niemand die voor hem naar de begraafplaats Montparnasse komt. Hij staat niet op de kaart. Jean-Marie heeft een geïmproviseerde kaart voor me gemaakt, een aantal lijnen voor de wegen, een rondje voor het standbeeld voor Baudelaire en een kruis voor het graf. Ik zou geen goede schatzoeker zijn. Ietwat beschaamd sjok ik steeds weer tussen dezelfde graven door. Een Italiaans stel is in hetzelfde gedeelte bezig met een vruchteloze speurtocht. Ik vraag de geblondeerde dame voor wie zij komen – Guy de Maupassant, zegt ze met een droevig lachje, ze heeft het eigenlijk al opgegeven. Of ik hem ook zoek, wil ze weten. Carzou? Nee, nooit van gehoord. Zo’n drie kwartier later vind ik Carzou, alleen nadat ik telefonisch de hulp van Jean-Marie heb ingeroepen. Om de letters van het graf naast Carzou bij te werken had een man zijn gereedschapskist op de grafplaat gelegd.

Carzou werd geboren als Karnik Zouloumian in Syrië. Zijn leven laat zich lezen als een from-rags-to-riches verhaal, totdat alles weer uiteenvalt. Na de dood van zijn vader verhuist de kleine Karnik met zijn moeder naar haar familie in Egypte. Ze hebben het niet breed, maar dankzij een beurs voor slimme Armeniërs kan Karnik op zijn zeventiende naar Parijs. Hij mag er studeren aan een school voor de kunsten. Na zijn afstuderen begint hij langzaam geld en faam te vergaren met het maken van affiches en satirische tekeningen voor de krant. In 1938 ontvangt hij voor het eerst een prijs voor zijn schilderkunst en in 1939 volgt zijn eerste solotentoonstelling. De Tweede Wereldoorlog zet alles stil, maar de jaren vijftig zijn Carzous glorieperiode. De prijzen stapelen zich op, hij exposeert geregeld en wordt officieel erkend als een van de belangrijkste schilders van zijn generatie.

Vanaf de jaren zestig neemt de belangstelling voor Carzous werk af. Abstract werk en pop art gaan de markt domineren. Toch is het voor Carzou dan verre van voorbij. Zijn associatieve, kleurrijke werk spreekt nog genoeg mensen aan. Eind jaren zeventig ontvangt hij verschillende eervolle onderscheidingen en in 1986 verschijnt er zelfs een klein Musée Carzou in het plaatsje Vence.

Dan komt de beurskrach van 1987. Voor zover mensen nog aan kunst denken, dan niet meer aan het werk van Carzou. Het wordt onverkoopbaar. Het museum in Vence sluit. Carzou, tachtig jaar oud, is totaal verrast. Hij had gedacht dat hij altijd zou kunnen leven van de opbrengst van zijn schilderijen. Hij was gewend aan de waardering. Tegen de tijd dat Carzou overlijdt is hij zo goed als vergeten.

De plek op Cimetière du Montparnasse was toen al besproken, geregeld door een handige vriendin. Voor de beroemde begraafplaats geldt iets vergelijkbaars als voor chique clubs – als je genoeg geld en/of genoeg goede contacten hebt, kun je er binnenkomen. Er is een officiële commissie, maar die kan men omzeilen of ompraten. Carzou had moeten beloven dat hij een sculptuur zou leveren voor het graf, maar daar wilde hij niet mee bezig zijn, hij wilde niet denken aan de dood. Toen hij stierf, moest zoon Jean-Marie iets bedenken. Hij hield het uiteindelijk simpel: een zwarte plaat met gouden handtekening.

Levend begraven

Dit is niet het enige wat Jean-Marie heeft moeten regelen. Sinds zijn vaders overlijden is hij vrijwel non-stop bezig diens werk te ordenen. “Ik zat toen al zonder werk, ik was met pensioen,” zegt de voormalige journalist en documentairemaker, “maar sinds zijn overlijden werk ik harder dan ooit tevoren.” Jean-Marie is in een appartement getrokken enkele verdiepingen onder een van de voormalige ateliers van Carzou, een flat aan de boulevard Raspail. In dat voormalige atelier ligt het grootste deel van het werk en de troep van de overleden schilder.

Jean-Marie maakt de deur voor me open terwijl hij zuigt aan een dikke sigaar, gekleed voor zijn werk in een wit slobberig T-shirt met een plaatje van een terriër. De rommel slaat me direct in het gezicht. De hele gang staat vol met opgestapelde boeken, er is slechts een smal pad over. In de keuken – die niet als keuken wordt gebruikt – liggen lekkende flessen wijn onder dikke lagen stof. Het ruikt er zuur en muf. De woonkamer is relatief het beste onderhouden. Hier liggen duizenden schetsen van Carzou. Er liggen ook een kapotte paspop, schilderspullen, boeken, vaasjes en nog een heel scala aan moeilijker benoembare zaken. “Ik gooi niets weg,” zegt Jean-Marie, ten overvloede. “Dat deed mijn vader ook niet. Soms, eens in de twintig jaar, gooi ik een stapel oude kranten weg waarvan ik zeker weet dat ik ze niet meer zal lezen.” Hij beseft dat het een teringzooi is, maar zich ervoor verontschuldigen doet hij niet. Hij zegt alleen: “Vroeger was het nog erger, toen kon je hier niet bewegen, nu kun je van de ene kant van de kamer naar de andere komen.”

Beeld: Emy Koopman

Jean-Marie zit in een onmogelijke situatie. Hij wil niets weggooien, alleen verkopen, maar de musea zijn niet geïnteresseerd in het werk van de vergeten surrealist. Vrijwel de enige instantie aan wie hij wat werk heeft weten te slijten is de Cinémathèque Française – de posters die Carzou maakte voor de Dietrich-film Der Blaue Engel wilden zij nog wel hebben. Jean-Marie probeert het tij te keren en de interesse te doen oplaaien door tentoonstellingen en veilingen te organiseren. Veel hoop heeft hij echter niet. Hij accepteert de absurditeit van zijn Hercules-inspanning met wrange humor: “Ik ben een realist, ik zal sterven voordat dit karwei geklaard is.”

Alle lithografieën, ongeveer 12000, zijn inmiddels geordend. Zij liggen netjes genummerd in ladekasten. Momenteel is Jean-Marie bezig met het ordenen van de ongeveer 5000 tekeningen. Er is een catalogus, maar die stopt in 1968, van al het andere werk moeten dus nog foto’s komen, en regelmatig moet Jean-Marie zelf de titels voor tekeningen verzinnen. “ ‘Vrouw voor raam’, schrijf ik dan op.” Plezier haalt hij er niet uit. “Ik zie het als een plicht, ik moet dit doen, zoals ik ook voor mijn ouders moest zorgen toen ze oud en ziek waren. We waren niet close, maar daar gaat het niet om, sommige dingen moeten gebeuren.” Jean-Marie is levend begraven in het werk van een vader die nooit veel belangstelling voor hem had.

Be like James Joyce and do nothing

Om de mistroostige sfeer van Carzous appartement van me af te schudden ga ik naar Shakespeare and Company, waar de hoop nog leeft, waar de jongeren met stars in their eyes zitten. Shakespeare and Company omarmt de romantici, al is er nooit voldoende plek voor alle vrijwilligers die zich aanmelden om in ruil voor onderdak in de winkel te werken. Het is een zaterdagavond en de kleine winkel is zo vol dat een mooie brunette deurbeleid is gaan voeren: er mag pas weer iemand naar binnen als er iemand uitgaat. Als ik zeg dat ik voor “The Other Writers Group” kom, mag ik doorlopen, de houten trap op naar een krap zolderkamertje.

Er zitten op moment van binnenkomst acht mensen, waaronder de oprichter van deze schrijversavond David Barnes, een veertiger met een neusring, witte linnen kleding en sandalen. Ik vraag hem naar de aantrekkingskracht van Parijs. “Ja,” zegt Barnes, “de mythe van Parijs trekt jonge schrijvers aan, vooral Amerikanen. Maar het is niet erg dat ze afkomen op een droom, doordat ze dat doen ontstaat er een schrijversgemeenschap. Het is een self-fulfilling prophecy.” Het gezelschap in de kamer groeit langzaam, tot vijftien mensen, meer passen er niet in tenzij er op de grond gezeten wordt. Direct naast mij zit James, een iele, blonde Amerikaanse dichter met een zwartgerande bril. Hij komt uit Kansas, maar zo klinkt hij niet, zijn spraak is geaffecteerd. Een maand geleden kwam hij naar Parijs “to be like James Joyce and to do nothing”. Dat laatste lukt beter dan het eerste, schrijven is er nog niet van gekomen.

James is de belichaming van een cliché, maar op The Other Writers Group komen ook zeer serieuze beginnende schrijvers af. Zij geven commentaar op elkaars gedichten en verhalen, die op A4tjes worden uitgedeeld. “Je verhaal heeft een dromerige sfeer,” zegt voorzitter Bruce tegen een andere Amerikaanse James, die er vele malen robuuster uitziet dan blonde James. “Het is mooi, maar het kan krachtiger, je kunt veel zinnen schrappen.” “Waarom begin je niet met de zin waarin je hoofdpersoon met haar fiets uitglijdt op het ijs?,” zegt David. Robuuste James maakt druk notities. Zijn verhaal, over een vrouw die twijfelt aan haar huwelijk, heeft potentie, hij weet zijn metaforen goed te kiezen. Tot nu toe heeft hij nog niets gepubliceerd.

Ergens hoop ik dat het ook niet gaat gebeuren. Niet omdat ik het James misgun – hij is de vriendelijkheid zelve: kalm, intelligent en zonder pretentie. Maar met het publiceren wordt het hele circus van ijdelheid, verwachtingen en teleurstellingen in gang gezet, waarvan je je kunt afvragen of het tot een beter leven leidt. Ik moet denken aan Evan Shipman, een dichter (zonder Wikipedia-pagina) die Hemingway opvoert in A Moveable Feast. Voor Shipman is het ongepubliceerde gedicht of verhaal sterker dan het gepubliceerde, omdat het een mysterie blijft, een geheim: “ ‘We need more true mystery in our lives, Hem,’ he once said to me. ‘The completely unambitious writer and the really good unpublished poem are the things we lack most at this time.’”

Wie niet maalt om roem of lezers is pas echt bezig met l’art pour l’art. Er zit een fragiele schoonheid in datgene wat je slechts aan een enkeling laat zien.

Misschien is dit idee te romantisch, romantischer nog dan het droombeeld van de Amerikaanse schrijver in Parijs. Je kunt ook zeggen dat we elk sprankje schoonheid razend hard nodig hebben. Maar wellicht zit in een tijd waarin iedereen alles op internet kan gooien meer waarheid in Shipmans woorden dan ooit tevoren. Likes en verkoopcijfers zijn relatief, vergeten worden we uiteindelijk toch wel. Laten we er wat minder bang voor zijn.

--
Dit artikel ontstond op basis van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre

Mail

Emy Koopman (1985) is Hard//hoofd-redactielid, literatuurwetenschapper, psycholoog en schrijver. Haar debuutroman Orewoet verscheen in september 2016 bij Prometheus. // emy@hardhoofd.com

Liesbeth de Feyter studeerde schilderkunst en beeldverhalen aan Sint Lucas in Brussel. Ze werkt als freelance illustrator en striptekenaar en maakt poëtische beelden met een luguber kantje.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef literair
  • Foto van Gatool Katawazi
    Gatool KatawaziAdjunct-uitgever
het laatste
 O, Big Brother, Where Art Thou?

O, Big Brother, Where Art Thou?

Camera's op kruispunten en in gebouwen die je niet alleen volgen, maar zelfs herkennen en gegevens van je verzamelen. Hoe dichtbij is die dystopische toekomst? Lees meer

 1

Een radslag weg

Deze week worden we blij van kleine dingen die je tijdens je zelfisolatie kan doen. Zonder dat we de druk voelen deze tijd te gebruiken om een Ottolenghi-recept uit te proberen of de badkamer opnieuw te betegelen. Lees meer

Ons hulsel ligt verscholen

Emma Zuiderveen onderzoekt de digitale werkelijkheid in deze twee gedichten over performance, schijn en vega-worst. Lees meer

Tip: Ga een potje schaken

Ga een potje schaken

Jihane Chaara heeft een hobby uit de oude doos nieuw leven ingeblazen: het schaken. Het spel blijkt een grote metafoor voor het echte leven. Een tip om niet te haasten, je verbeelding in te zetten en natuurlijk om een vermakelijk spel te spelen. Lees meer

Kosmische Mixtape 1

Kosmische Mixtape

Een playlist met kosmische muziek om onze themaweek uit te luiden in stijl! Lees meer

Automatische concepten 36

So simple that we couldn't

Twee mannen zoeken antwoorden op vragen die ze niet begrijpen, om tot een allesomvattend inzicht te komen. Lees meer

 Als je je hoofd niet gebruikt, hoef je inderdaad geen mondkapje te dragen

Als je je hoofd niet gebruikt, hoef je inderdaad geen mondkapje te dragen

Hemel en aarde worden bewogen om levens te redden, en je slaat aan het protesteren tegen het dragen van mondkapjes en de kortstondige inperking van je vrijheid. Illustrator Rueben Millenaar keek van boven op de aarde neer en zag een mensheid die elk gevoel van perspectief kwijt is. Lees meer

Hemellichaamgedichten

Alle sterrenstelsels drijven langzaam uit elkaar

Yentl van Stokkum is behoorlijk fan van sterrenkunde. Voor de Kosmische Week schreef ze een reeks gedichten over astronauten, zwarte gaten en afgebeeld worden met een stralenkrans (ook al ben je daar eigenlijk te bescheiden voor). Lees meer

Alles Vijf Sterrenbeelden: Een kosmische quarantaine 7

De kosmische kijk- en luisterhoroscoop

Onze mediums hebben een horoscoop gemaakt om je weer terug op aarde te brengen. Voor als je even uit je hoofd en in je scherm of je speakers wilt. Lees meer

De aarde als jukebox

De aarde als jukebox

Imre van Son nodigt je met dit verhaal uit om deel te nemen aan een kosmische Zoom-vergadering. Wees gewaarschuwd: ‘Subtiele signalen die je in een offline-gesprek opvangt – lichaamstaal gezichtsuitdrukkingen, robot-expressie – ontbreken of worden vertekend in een online conversatie.’ Lees meer

Wat zich ontvouwt in de ruimte

Wat zich ontvouwt in de ruimte

Al jaren kijkt Marte Hoogenboom uit naar de lancering van James Webb, de opvolger van de beroemde Hubble-telescoop. We doen alles om onze plek in het heelal te begrijpen, terwijl we soms alleen maar willen horen dat het wel goedkomt met ons. Lees meer

Het Archief der Verloren Gedachten

Het Archief der Verloren Gedachten

Voor de Kosmische Week schreef Annemieke Dannenberg een kort verhaal over Gijsje Nachtegaal: een eenzame oudere die op zoek is naar een verloren gedachte... en daarbij wordt geholpen door een mysterieus call-center. Lees meer

 Kosmisch perspectief

Kosmisch perspectief

Tomas Mutsaers zoekt in zijn werk naar het wonderlijke van de wereld. Doelloos flanerend richt hij zijn lens met een kosmisch perspectief, zoals een telescoop door een wazige voorgrond van de atmosfeer kijkt, en scherpstelt op wat zich daarachter bevindt. Lees meer

Azul

Azul

'Azul', een kort verhaal van Nora van Arkel, verkent de uitwassen van een driehoeksverhouding. Hoe verwerk je verlies wanneer je aan de kant bent gezet? Lees meer

Het staat in de sterren geschreven - het begrijpen is een ander verhaal

Het staat in de sterren geschreven - het begrijpen is een ander verhaal

Wie leest er tegenwoordig nog een horoscoop om te weten wat de dag, de maand het jaar je brengt? Nou, best veel mensen dus. Het is zelfs een wereldwijde trend. Ook Else Boer geeft toe regelmatig de astrologie in te duiken. Op zoek naar een verklaring gaat ze na wat astrologie de moderne mens kan bieden. Lees meer

Tip: Bouw een tedere takkenhut

Bouw een tedere takkenhut

Rijk Kistemaker troost zich tijdens de coronacrisis met de kosmische vraagstukken die Lars von Triers Melancholia opwerpt. Hoe rouwen we om het verlies van de aarde of - iets kleiner - een achteloze manier van leven? Lees meer

Hard//hoofd gaat op een ruimte-odyssee

Hard//hoofd gaat op een ruimte-odyssee

Tijdens de Kosmische week stijgen we duizenden kilometers boven het aardoppervlak uit, om daar te reflecteren op het heelal en op onszelf, op de astrologie en op onze omgang met de aarde. Lees meer

 De ene bij is de andere niet

De ene bij is de andere niet

Wat als de ene bijensoort (onze geliefde honingbij) 299 andere bijensoorten verdrukt? Lees meer

Alles vijf sterren: 24

Nuttig gebruik van weinig wilskracht

Deze week worden we blij van kleine dingen die je tijdens je zelfisolatie kan doen. Zonder dat we de druk voelen deze tijd te gebruiken om de groeven van onze badkamer te poetsen of een muur uit te breken. Lees meer

 Damien Hirst is verknipt

Damien Hirst is verknipt

Ruim 30.000 dollar betaalde het New Yorkse kunstcollectief MSCHF voor een werk van Damien Hirst: een zeefdruk met 88 gekleurde stippen in elf rijen van acht. Geen weggegooid geld, als je het werk vervolgens in stukjes doorverkoopt. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Een niet-commerciële vrije ruimte als Hard//hoofd is in deze tijd bijzonder, en jouw steun hieraan is onmisbaar. Als je vóór 1 juni aanmeldt dan ontvang je als dank een kunstwerk van Raquel van Haver en mag je gratis naar ons jubileumevenement. Sluit je nu aan bij Hard//hoofd!

Meer info