Asset 14

Vergeten kunstenaars (faam en vergankelijkheid in Parijs)

Emy was met een groep veelbelovende jonge schrijvers in Parijs. Op de begraafplaatsen kwam ze erachter hoe vergankelijk roem is.

“Hier om de hoek ligt een man die ik normaal nooit bezoek, maar nu zijn er Nederlanders bij, dus laten we even langsgaan.” Bertrand leidt ons met zwierige gebaren een heuveltje op. Bertrand is nécrosophe en dit is een necrosafari. De zon schijnt fel op de met mos begroeide negentiende-eeuwse tombes. Daartussen zoeken hordes mensen naar hun favoriete dode, struikelend over losse brokken steen en boomwortels, starend op hun overzichtskaarten, camera in de aanslag. Bertrand wijst naar een rechthoekige, roomwitte steen. We naderen het graf van de achterkant. “Dit graf wordt zelden bezocht, de Fransen kennen deze man niet,” fluistert Bertrand. Ik kijk naar de naam op de steen: “Karel Appel!” “Inderdaad,” zegt Bertrand, en begint een korte uitleg over CoBrA. Appels graf zit onder de duivenpoep en begint groen te verkleuren. Ik kijk een tijdje naar het eenzame graf van de verdwaalde Hollander. Daarbij zie ik er kennelijk beteuterd uit, want een Frans echtpaar komt me geruststellen: zij kennen Appel heus wel. Om het te bewijzen port de vrouw haar man dat hij een foto moet maken.

Tijdens de rest van de tour over Père-Lachaise, het meest bezochte kerkhof ter wereld, kijk ik steeds naar de graven waar niemand naar lijkt te kijken. Vergetelheid komt in verschillende gradaties. Zo ligt recht tegenover Chopin de dichter Yvan Goll. Goll is (nog) niet geheel vergeten (er staan enkele reviews van zijn gedichten op goodreads.com), maar het contrast tussen de aandacht voor zijn graf en dat van Chopin is schrijnend. Goll heeft “het meest beleunde graf van Père-Lachaise”, aldus Bertrand. Mensen steunen erop om een goede foto van Chopins graf te maken, maar kijken er niet naar om. Op Golls steen staan strofen uit zijn epische gedicht Jean Sans Terre: “Je n'aurai pas duré plus que l'écume / Aux lèvres de la vague sur le sable” (“Ik duurde niet langer dan het schuim / Op de lippen van de golf op het zand”). Die regels zijn nog sterker van toepassing op Ludwig Kainer (1885-1967), een schilder die samen met zijn vrouw in de schaduw van de tombe van het tragische koppel Abelard en Héloïse begraven ligt. Ludwig Kainer heeft niet eens een Wikipedia-pagina.

Hoe erg is het om te worden vergeten? Bij leven is het vervelend, voor sommigen een reden om te willen sterven. Gemist worden geeft je bestaansrecht. Maar gemist willen worden na je dood heeft iets vreemds. Zelf merk je het niet, terwijl anderen last hebben van het gemis. We willen het natuurlijk omdat het idee voort te leven in het geheugen van anderen de illusie geeft dat we niet werkelijk zullen sterven. “Find / Glory/ In a song that rings true / Truth like a blazing fire / An eternal flame”, zingt één van de met hiv besmette artiesten pathetisch in de musical Rent. Stiekem wil ik dat ook wel, één werk, of één zin maar, één zin die wordt herdrukt en instemmend wordt herhaald bij geboortes, bruiloften en begrafenissen. Maar uiteindelijk is het ijl en ijdel en grijpen naar de wind. Père-Lachaise en Montparnasse zijn bezaaid met Gotische tombes van bourgeoisfamilies die zichzelf erg belangrijk vonden. Nu staan die tombes op instorten. En hoeveel mensen gaan over honderd jaar nog naar het graf van Jim Morrison? Vergeet het maar, het tegengaan van de vergetelheid.

Terwijl ik dit schrijf is een groot deel van de groep waarmee ik hier ben samen wat aan het drinken. Ik ben in Parijs op een zogeheten “residentie” van twee weken, geregeld door de culturele organisatie deBuren, samen met zeventien andere jonge schrijvers, een fotografe en een radiomaakster. DeBuren vindt ons “getalenteerd” en “veelbelovend”. Het is confronterend om met een hele groep jonge getalenteerden ergens te zijn. Wie van ons gaat het maken, op wiens graf zal het later rozen regenen? Welke beloftes blijven onvervuld? En als de roem uitblijft, waar is dan het bewijs van de kwaliteit? Is het kunnen raken van één persoon afdoende?

De locatie werkt ook niet mee om de druk te verlichten, Parijs is te zwaar beladen. Na Los Angeles en New York is het dé stad waar kunstenaars naartoe komen in de hoop op onsterfelijkheid. De Belle Époque, de Roaring Twenties en de jaren van de existentialistische zwarte coltruien staan in het collectieve geheugen gegrift. De huidige staat van culturele relevantie doet er niet toe, Parijs blijft gehuld in de waas van een glorieus verleden, een droombeeld dat actief in stand wordt gehouden. Toeristen komen hierheen om te doen wat Owen Wilson in Woody Allens film Midnight in Paris deed: de voetsporen volgen van de artistieke grootheden, zitten waar zij hebben gezeten, drinken waar zij hebben gedronken. Sommigen pakken het serieuzer aan en komen voor langere tijd naar de lichtstad. Beeldend kunstenaars proberen een plek te vinden in een van de artistieke kraakpanden die door de gemeente worden toegestaan als het er netjes en afdoende creatief aan toegaat. Schrijvers kloppen aan bij Shakespeare and Company, een Engelstalige boekhandel en ontmoetingsplek die ooit Le Mistral heette, maar in 1964 vernoemd werd naar de boekhandel waar schrijvers als Hemingway en Joyce in de jaren twintig kwamen.

Parijs trekt aan vanwege de mythe dat zij kunstenaars zou vormen, de schrijvershand in beweging zou zetten. Maar voor elke Joyce of Picasso zijn er vele duizenden, tienduizenden, honderdduizenden van wie we de naam zijn vergeten. En dan zijn er nog al die kunstenaars die het tijdelijk wel leek te lukken, maar wiens schreden niemand probeert na te gaan, wiens naam uiteindelijk niet bijgeschreven werd op de beroemdhedenlijst van de begraafplaatsentours.

Illustratie: Liesbeth de Feyter

Carzou

Eén zo’n vergeten kunstenaar is de surrealistische schilder Carzou (1907-2000). Ooit was Carzou beroemd in Frankrijk, maar nu is er buiten zijn zoon Jean-Marie niemand die voor hem naar de begraafplaats Montparnasse komt. Hij staat niet op de kaart. Jean-Marie heeft een geïmproviseerde kaart voor me gemaakt, een aantal lijnen voor de wegen, een rondje voor het standbeeld voor Baudelaire en een kruis voor het graf. Ik zou geen goede schatzoeker zijn. Ietwat beschaamd sjok ik steeds weer tussen dezelfde graven door. Een Italiaans stel is in hetzelfde gedeelte bezig met een vruchteloze speurtocht. Ik vraag de geblondeerde dame voor wie zij komen – Guy de Maupassant, zegt ze met een droevig lachje, ze heeft het eigenlijk al opgegeven. Of ik hem ook zoek, wil ze weten. Carzou? Nee, nooit van gehoord. Zo’n drie kwartier later vind ik Carzou, alleen nadat ik telefonisch de hulp van Jean-Marie heb ingeroepen. Om de letters van het graf naast Carzou bij te werken had een man zijn gereedschapskist op de grafplaat gelegd.

Carzou werd geboren als Karnik Zouloumian in Syrië. Zijn leven laat zich lezen als een from-rags-to-riches verhaal, totdat alles weer uiteenvalt. Na de dood van zijn vader verhuist de kleine Karnik met zijn moeder naar haar familie in Egypte. Ze hebben het niet breed, maar dankzij een beurs voor slimme Armeniërs kan Karnik op zijn zeventiende naar Parijs. Hij mag er studeren aan een school voor de kunsten. Na zijn afstuderen begint hij langzaam geld en faam te vergaren met het maken van affiches en satirische tekeningen voor de krant. In 1938 ontvangt hij voor het eerst een prijs voor zijn schilderkunst en in 1939 volgt zijn eerste solotentoonstelling. De Tweede Wereldoorlog zet alles stil, maar de jaren vijftig zijn Carzous glorieperiode. De prijzen stapelen zich op, hij exposeert geregeld en wordt officieel erkend als een van de belangrijkste schilders van zijn generatie.

Vanaf de jaren zestig neemt de belangstelling voor Carzous werk af. Abstract werk en pop art gaan de markt domineren. Toch is het voor Carzou dan verre van voorbij. Zijn associatieve, kleurrijke werk spreekt nog genoeg mensen aan. Eind jaren zeventig ontvangt hij verschillende eervolle onderscheidingen en in 1986 verschijnt er zelfs een klein Musée Carzou in het plaatsje Vence.

Dan komt de beurskrach van 1987. Voor zover mensen nog aan kunst denken, dan niet meer aan het werk van Carzou. Het wordt onverkoopbaar. Het museum in Vence sluit. Carzou, tachtig jaar oud, is totaal verrast. Hij had gedacht dat hij altijd zou kunnen leven van de opbrengst van zijn schilderijen. Hij was gewend aan de waardering. Tegen de tijd dat Carzou overlijdt is hij zo goed als vergeten.

De plek op Cimetière du Montparnasse was toen al besproken, geregeld door een handige vriendin. Voor de beroemde begraafplaats geldt iets vergelijkbaars als voor chique clubs – als je genoeg geld en/of genoeg goede contacten hebt, kun je er binnenkomen. Er is een officiële commissie, maar die kan men omzeilen of ompraten. Carzou had moeten beloven dat hij een sculptuur zou leveren voor het graf, maar daar wilde hij niet mee bezig zijn, hij wilde niet denken aan de dood. Toen hij stierf, moest zoon Jean-Marie iets bedenken. Hij hield het uiteindelijk simpel: een zwarte plaat met gouden handtekening.

Levend begraven

Dit is niet het enige wat Jean-Marie heeft moeten regelen. Sinds zijn vaders overlijden is hij vrijwel non-stop bezig diens werk te ordenen. “Ik zat toen al zonder werk, ik was met pensioen,” zegt de voormalige journalist en documentairemaker, “maar sinds zijn overlijden werk ik harder dan ooit tevoren.” Jean-Marie is in een appartement getrokken enkele verdiepingen onder een van de voormalige ateliers van Carzou, een flat aan de boulevard Raspail. In dat voormalige atelier ligt het grootste deel van het werk en de troep van de overleden schilder.

Jean-Marie maakt de deur voor me open terwijl hij zuigt aan een dikke sigaar, gekleed voor zijn werk in een wit slobberig T-shirt met een plaatje van een terriër. De rommel slaat me direct in het gezicht. De hele gang staat vol met opgestapelde boeken, er is slechts een smal pad over. In de keuken – die niet als keuken wordt gebruikt – liggen lekkende flessen wijn onder dikke lagen stof. Het ruikt er zuur en muf. De woonkamer is relatief het beste onderhouden. Hier liggen duizenden schetsen van Carzou. Er liggen ook een kapotte paspop, schilderspullen, boeken, vaasjes en nog een heel scala aan moeilijker benoembare zaken. “Ik gooi niets weg,” zegt Jean-Marie, ten overvloede. “Dat deed mijn vader ook niet. Soms, eens in de twintig jaar, gooi ik een stapel oude kranten weg waarvan ik zeker weet dat ik ze niet meer zal lezen.” Hij beseft dat het een teringzooi is, maar zich ervoor verontschuldigen doet hij niet. Hij zegt alleen: “Vroeger was het nog erger, toen kon je hier niet bewegen, nu kun je van de ene kant van de kamer naar de andere komen.”

Beeld: Emy Koopman

Jean-Marie zit in een onmogelijke situatie. Hij wil niets weggooien, alleen verkopen, maar de musea zijn niet geïnteresseerd in het werk van de vergeten surrealist. Vrijwel de enige instantie aan wie hij wat werk heeft weten te slijten is de Cinémathèque Française – de posters die Carzou maakte voor de Dietrich-film Der Blaue Engel wilden zij nog wel hebben. Jean-Marie probeert het tij te keren en de interesse te doen oplaaien door tentoonstellingen en veilingen te organiseren. Veel hoop heeft hij echter niet. Hij accepteert de absurditeit van zijn Hercules-inspanning met wrange humor: “Ik ben een realist, ik zal sterven voordat dit karwei geklaard is.”

Alle lithografieën, ongeveer 12000, zijn inmiddels geordend. Zij liggen netjes genummerd in ladekasten. Momenteel is Jean-Marie bezig met het ordenen van de ongeveer 5000 tekeningen. Er is een catalogus, maar die stopt in 1968, van al het andere werk moeten dus nog foto’s komen, en regelmatig moet Jean-Marie zelf de titels voor tekeningen verzinnen. “ ‘Vrouw voor raam’, schrijf ik dan op.” Plezier haalt hij er niet uit. “Ik zie het als een plicht, ik moet dit doen, zoals ik ook voor mijn ouders moest zorgen toen ze oud en ziek waren. We waren niet close, maar daar gaat het niet om, sommige dingen moeten gebeuren.” Jean-Marie is levend begraven in het werk van een vader die nooit veel belangstelling voor hem had.

Be like James Joyce and do nothing

Om de mistroostige sfeer van Carzous appartement van me af te schudden ga ik naar Shakespeare and Company, waar de hoop nog leeft, waar de jongeren met stars in their eyes zitten. Shakespeare and Company omarmt de romantici, al is er nooit voldoende plek voor alle vrijwilligers die zich aanmelden om in ruil voor onderdak in de winkel te werken. Het is een zaterdagavond en de kleine winkel is zo vol dat een mooie brunette deurbeleid is gaan voeren: er mag pas weer iemand naar binnen als er iemand uitgaat. Als ik zeg dat ik voor “The Other Writers Group” kom, mag ik doorlopen, de houten trap op naar een krap zolderkamertje.

Er zitten op moment van binnenkomst acht mensen, waaronder de oprichter van deze schrijversavond David Barnes, een veertiger met een neusring, witte linnen kleding en sandalen. Ik vraag hem naar de aantrekkingskracht van Parijs. “Ja,” zegt Barnes, “de mythe van Parijs trekt jonge schrijvers aan, vooral Amerikanen. Maar het is niet erg dat ze afkomen op een droom, doordat ze dat doen ontstaat er een schrijversgemeenschap. Het is een self-fulfilling prophecy.” Het gezelschap in de kamer groeit langzaam, tot vijftien mensen, meer passen er niet in tenzij er op de grond gezeten wordt. Direct naast mij zit James, een iele, blonde Amerikaanse dichter met een zwartgerande bril. Hij komt uit Kansas, maar zo klinkt hij niet, zijn spraak is geaffecteerd. Een maand geleden kwam hij naar Parijs “to be like James Joyce and to do nothing”. Dat laatste lukt beter dan het eerste, schrijven is er nog niet van gekomen.

James is de belichaming van een cliché, maar op The Other Writers Group komen ook zeer serieuze beginnende schrijvers af. Zij geven commentaar op elkaars gedichten en verhalen, die op A4tjes worden uitgedeeld. “Je verhaal heeft een dromerige sfeer,” zegt voorzitter Bruce tegen een andere Amerikaanse James, die er vele malen robuuster uitziet dan blonde James. “Het is mooi, maar het kan krachtiger, je kunt veel zinnen schrappen.” “Waarom begin je niet met de zin waarin je hoofdpersoon met haar fiets uitglijdt op het ijs?,” zegt David. Robuuste James maakt druk notities. Zijn verhaal, over een vrouw die twijfelt aan haar huwelijk, heeft potentie, hij weet zijn metaforen goed te kiezen. Tot nu toe heeft hij nog niets gepubliceerd.

Ergens hoop ik dat het ook niet gaat gebeuren. Niet omdat ik het James misgun – hij is de vriendelijkheid zelve: kalm, intelligent en zonder pretentie. Maar met het publiceren wordt het hele circus van ijdelheid, verwachtingen en teleurstellingen in gang gezet, waarvan je je kunt afvragen of het tot een beter leven leidt. Ik moet denken aan Evan Shipman, een dichter (zonder Wikipedia-pagina) die Hemingway opvoert in A Moveable Feast. Voor Shipman is het ongepubliceerde gedicht of verhaal sterker dan het gepubliceerde, omdat het een mysterie blijft, een geheim: “ ‘We need more true mystery in our lives, Hem,’ he once said to me. ‘The completely unambitious writer and the really good unpublished poem are the things we lack most at this time.’”

Wie niet maalt om roem of lezers is pas echt bezig met l’art pour l’art. Er zit een fragiele schoonheid in datgene wat je slechts aan een enkeling laat zien.

Misschien is dit idee te romantisch, romantischer nog dan het droombeeld van de Amerikaanse schrijver in Parijs. Je kunt ook zeggen dat we elk sprankje schoonheid razend hard nodig hebben. Maar wellicht zit in een tijd waarin iedereen alles op internet kan gooien meer waarheid in Shipmans woorden dan ooit tevoren. Likes en verkoopcijfers zijn relatief, vergeten worden we uiteindelijk toch wel. Laten we er wat minder bang voor zijn.

--
Dit artikel ontstond op basis van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre

Mail

Emy Koopman (1985) is Hard//hoofd-redactielid, literatuurwetenschapper, psycholoog en schrijver. Haar debuutroman Orewoet verscheen in september 2016 bij Prometheus. // emy@hardhoofd.com

Liesbeth de Feyter studeerde schilderkunst en beeldverhalen aan Sint Lucas in Brussel. Ze werkt als freelance illustrator en striptekenaar en maakt poëtische beelden met een luguber kantje.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnChef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
het laatste
Automatische concepten 70

Vertrouw de dingen die je met gemak doet

Vivian Mac Gillavry vraagt haar docenten van de Gerrit Rietveld Academie naar het beste advies dat zij ooit kregen. Vandaag: Geert Mul, die onder meer computeranimaties, installaties en sculpturen maakt. 'Als iets geforceerd was, dacht ik dat dat dan wel kunst zou zijn.' Lees meer

Zomergast Robert Vermeiren bleef aan de oppervlakte

Zomergast Robert Vermeiren bleef aan de oppervlakte

Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Robert Vermeiren – de derde Zomergast van 2021 – liet interviewer Janine Abbring en de kijker niet zomaar binnen. Gaandeweg de avond leek het plots of de kijker naar twee verschillende programma’s had gekeken, zag Tessa van Rooijen. Lees meer

Nieuws in beeld: In memoriam Dusty Hill

In memoriam Dusty Hill

Illustrator Anne Schillings brengt een postume ode aan de deze week overleden ZZ Top-bassist en -achtergrondzanger Dusty Hill. Lees meer

Ons Eiland en wat we vonden op de kust 3

Ons Eiland en wat we vonden op de kust

In Ons eiland en wat we vonden op de kust (het afstudeerwerk van Liene Schipper) wordt je meegenomen naar een wereld die bijna lijkt op de onze, maar waar olifanthotels kunnen praten, eenzame koeien luid loeien en brandstichting soms de oplossing lijkt. Een zoektocht naar hoe we elkaar kunnen proberen te begrijpen, en wat je nou eigenlijk moet doen als je denkt dat je elkaar eindelijk begrepen hebt.  Lees meer

De schrijver mag schrijven, de lezer mag lezen

De schrijver mag schrijven, de lezer mag lezen

Nee, er bestaat geen censuur in Nederland. Een witte auteur mag schrijven over mensen van kleur en een hetero schrijver over homoseksuele relaties. Maar of de lezer het ook wil lezen, dat is nog maar de vraag. Lees meer

Zomergast Roxane van Iperen was hard aan het werk

Zomergast Roxane van Iperen was hard aan het werk

De schrijver en jurist ging radicaal op zoek naar het grijze gebied. Lees meer

Nieuws in beeld: Jeff Bezos zet het ons betaald

Jeff Bezos zet het ons betaald

Na zijn korte bezoekje aan de rand van de ruimte, eerder deze week, bedankte oud-Amazon-baas Jeff Bezos de werknemers en klanten van zijn bedrijf. 'Want jullie hebben hiervoor betaald'. Een perverse grap, vonden critici. Lees meer

Stormvogel & Gelegenheidshaiku

Stormvogel & Gelegenheidshaiku

''Het is een dag waarop je stevig in je schoenen moet staan.''
Lees een fragment uit het afstudeerwerk Stormvogel & Gelegenheidshaiku van Suzanne Reedijk: een tweeledige novelle over de zee, het leven dat soms vastloopt, en een reuzenkind dat in een veld verschijnt, en dat ook weer verdwijnt. Lees meer

Tendresse / Nederzettingen

Tendresse / Nederzettingen

Met zijn 'overrompelende, rijke poëzie' won dichter Erwin Hurenkamp dit jaar Editio's Debutantenschrijfwedstrijd. De jury roemde zijn poëzie, die vertrouwde thema's wonderlijk uitwerkt. Lees meer

Zomergast Floris Alkemade wilde boven alles de goede vrede bewaren

Zomergast Floris Alkemade wilde boven alles de goede vrede bewaren

Floris Alkemade trapte het nieuwe seizoen Zomergasten af. Tot al te boude uitspraken liet de Rijksbouwmeester zich niet verleiden. Lees meer

Wat een week

Wat een week

Zie het nieuws maar eens in beeld te brengen in een week waarin drama zich op drama stapelde. Illustrator Rueben Millenaar liet zich niet uit het veld slaan: hij maakte maar liefst 6 illustraties. Een rampweek in beeld. Lees meer

Waar ik een slaapkamer heb gehad

Waar ik een slaapkamer heb gehad

Malika Soudani verzamelt de herinneringen die ze nog heeft aan alle plekken waar ze een slaapkamer heeft gehad, vanaf haar geboorte tot aan het moment waarop ze haar afstudeerbundel schrijft. Hier lees je een fragment uit 'Waar ik een slaapkamer heb gehad'. Over een zusje met kanker, twee culturen onder één dak, bruin zijn in een witte familie en een gebroken gezin.  Lees meer

Vergeetweek mixtape

Een onvergetelijke mixtape

Traditiegetrouw sluiten we onze themaweek af met een mixtape, met nummers gekozen door onze redacteuren. Welke muziek doet ons vergeten of herinneren? Welke artiest maakte het beste nummer over vergeten en welk nummer waren we zelf geheel vergeten - en misschien was dat maar beter zo? Lees meer

Nieuws in beeld: En nu met z'n allen

En nu met z'n allen

Sinds vorige week zondag schrijven 155 democratisch verkozen volksvertegenwoordigers een nieuwe grondwet voor Chili. Ze hebben negen maanden de tijd om een grondwet te schrijven waarin iederéén wordt gerepresenteerd. Lees meer

Wat ik mezelf beloof

Wat ik mezelf beloof

Een poging om alles te vergeten, om je af te sluiten voor je herinneringen, is op voorhand gedoemd om te mislukken. Een kort verhaal over de (on)mogelijkheid om schoon schip te maken. Lees meer

 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Marthe van Bronkhorst leidt haar lezer rond tussen de verloren schoenen en vergeten herinneringen in het Juttersmuseum. We stuiten op drie vergeten gedichten. Lees meer

Kunnen we de wandaden van een kunstenaar vergeten?

Kunnen we de wandaden van een kunstenaar vergeten?

Critici en liefhebbers zitten in hun maag met de wandaden van hun culturele helden. Moeten ze worden vergeven of ‘gecanceld’? Stefanie is vooral blij met de democratisering van de kunstwereld. Lees meer

Vergeet de lelijke kanten van dementie niet

Vivian Mac Gillavry begon op haar 19de haar vader te verliezen aan dementie. Ze schrikt van hoe mediamakers met dementie omgaan: het is goed om te laten zien hoe ermee valt te leven, maar wat als we zóveel focus leggen op de kwaliteit van leven, dat we vergeten te praten over hoe moeilijk dementie kan zijn? Lees meer

Kat, boom

Kat, boom

Een meisje klimt in een boom tijdens verstoppertje en wordt door de andere kinderen vergeten. Lees meer