Asset 14

Sneeuw

Fotografe Katarina Hruskova maakt iedere zondag een verstild tweeluik. Het verhaal ligt tussen de beelden, buiten het kader. Schrijfster Hanneke Hendrix reageert met een tweeluik in tekst. Woorden en beelden die zich aan elkaar spiegelen, tegen elkaar aan schuren of zijdelings schampen.

 

Als de sneeuw niet meer
smelten wil,
een boterham met dubbel jam
de mond niet opent,
- een oog kijkt eerder scheel
naar een gebroken ruit -
dan hangt men lakens voor het raam,
de kille bloedsomloop
zakt naar de modder,
er is geen wakker worden aan

Jan Wolkers, De winterslaap, uit: Wintervitrines, 2003

1.
Via de aanwijzingen die ik op een verfrommeld briefje had genoteerd was ik uit de bus gestapt en het kleine dorp ingelopen. Alles was bedekt met sneeuw en alle stoepjes waren schoongeveegd. Dit was zo’n dorp. Waar Toën van Bouten-Teng iedere week braaf de dorre blaadjes uit zijn tuin harkte, terwijl zijn vrouw, Sjan van Hay van de Bekker, met een mager handje de vitrage opzij hield en wees naar wat hij oversloeg. Namen die verwezen naar de familie waar je vandaan kwam en vaak naar het werk van je vader. Ik had alleen mijn eigen achternaam en dat vond ik best.
Mijn tante keek eerst naar mijn koffers en toen naar mijn gezicht. Ik perste een glimlach in mijn wangen.
“Zo,” zei ze.
“Ja,” zei ik.
Ik rook de geur van soep.
“Ik ruik soep,” zei ik.
“Heb je honger?” vroeg mijn tante.
“Nee,” zei ik.
“Niet?”
“Nee.”
“Nou ja, deze soep is ook eigenlijk voor de lekker.”
En voor ik wist zat ik aan de keukentafel met een bord dikke linzensoep. Met moeite wurgde ik de dikke geurige brij naar binnen. Mijn tante keek me onderzoekend aan. Ik was nooit een goeie eter. Ook niet voor de lekker.
“Er staat een slaapbank, een tafel en een stoel en verder nog wat rommel van Jacques.”
Jacques was de vorige bewoner.
“Heb je lakens? Anders ligt er op de vliering nog wel wat, maar dat zou ik eerst wassen als ik jou was. Je betaalt de kale huur contant aan mij. Er is geen krant en het eten is ook niet gezamenlijk, ik hoop niet dat je dat erg vindt. Roken mag. Ik rook zelf niet, ja, vroeger, als een ketter, shag, ben eigenlijk nog steeds gek op shag, maar ik begon op een gegeven moment ’s ochtends als Barry White te klinken.”
Mijn tante lachte luid. Een magere man met een kale kop en zijn armen en nek vol tatoeages stapte de keuken in.
“Barry de Wit,” bromde hij.
Hij pakte een bord, schepte het vol met linzensoep en liep de keuken weer uit.
“Huisdieren mag. Mijn vriend rookt wel,” zei m’n tante terwijl ze naar de lege deuropening wees. “Mijn vriend had ooit een kat met zijn ex, dat beest dat heette Adolf, vraag me ook niet waarom, zijn exen kenmerken zich niet van een goede smaak, maar goed, was dat beest kwijt, hij dat beest zoeken, hij de straat op, met die kale kop en die tatoeages, en hij roepen op straat: ‘Adolf! Adolf!’ Nou. Dat beest is dus nooit meer terug gevonden. Vast door een buurman in de achtertuin met een schop onthoofd. Zo doen die dat daar. Maar goed. Ik heb geen huisdieren, maar het mag zolang er maar niet in de tuin wordt gescheten. O, en we hebben een bad. Na het badderen, het bad afdrogen. Geen zeepresten laten zitten.”
Mijn tante ademde diep in en nam een hap brood. Haar decolleté kwam met de ademhaling omhoog en ving in diezelfde beweging de kruimels van het brood op.
“Adolf, Adolf,” mompelde mijn tante met een lage stem en grinnikte.
Mijn tante was een geoliede machine.
“Rommel?” vroeg ik.
“Rommel?” vroeg mijn tante.
“Ja,” zei ik.
“Erwin?” vroeg ze.
“Wat?” zei ik.
“Hè?” zei mijn tante.
“Nee, mijn kamer.”
“O, ik dacht dat je het over katten had.”
“Er staat nog rommel, zei je.”
“O, ja.”
Ze keek naar mijn nauwelijks aangeraakte bord soep. Ze zuchtte.
“Nou, kom maar mee.”

2.
“Kijk,” zei ze terwijl ze de stoffige gordijnen van velours open schoof, “dit zijn je ramen.”
“Inderdaad,” zei ik. “Leuk.”
“Jacques had de gordijnen altijd dicht. Jacques was een engerd. Ik ben blij dat hij weg is, want ik zag hem nooit en ik vind het heel eng om in een huis te zitten waar dus altijd iemand is die je niet ziet.”
“O,” zei ik.
“Een soort begraafplaats,” zei mijn tante.
Licht viel de kamer binnen. Ik zag een houten vloer en een Perzisch tapijt en in de hoek van de kamer een oude sofa en een kast met een televisie. Ik stelde me voor dat Jacques op de sofa zat met zijn pantoffels aan, netjes met zijn voeten naast elkaar op het tapijt. Ik stelde me voor dat ik vrienden was met Jacques. Ik liep naar de televisie. Ik wist zeker dat ik vrienden met hem had kunnen zijn. Jacques en ik zouden dan dagenlang naast elkaar zitten en kijken naar de uitzendingen die in een ruis van sneeuw het tapijt op kwamen vallen.
Sneeuw.
Buiten sneeuwde het ook.
Ik draaide een knop om.
“Volgens mij at ‘ie alleen maar witte bonen in tomatensaus,” zei mijn tante toen we weer in de keuken zaten. “Ik heb hem nooit in de keuken gezien. Warmde hij die op in een pannetje op dat warmhoudplaatje van ‘m. Scheurbuik Max. Zo noemden ik en mijn vriend hem altijd. Ik ben blij dat ‘ie weg is. Ik hou er niet van om met lijken in een huis te wonen. Ik neem aan dat jij wel normaal eet?”
Ik knikte.
“Kun je koken?”
Ik schudde mijn hoofd.
“O. Nou. Krijgen we dat weer. Ik kan echt ongelofelijk lekker koken.”
Ik glimlachte scheef.
Ze zette me een bord voor. Ik at.

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer