Asset 14

Scott Walker

Het is een klassieke vraag die neurotisch aangelegde muziekliefhebbers zoals ondergetekende tot diepe waanzin kan drijven: welke vijf* platen neem je mee naar een onbewoond eiland? (Degene die zegt liever een goed gevulde usb-stick in z’n hutkoffer te stoppen heeft er weer eens geen reet van begrepen.) Wanneer mijn hoofd bezig is zichzelf voor de zoveelste keer te kwellen met dit onzinnige tijdverdrijf, komen usual suspects als The Beatles, Beach Boys, Radiohead, Dylan, Waits en Bowie voorbij. Soms is er ruimte voor een minder voor de hand liggend meesterwerkje, van Eels bijvoorbeeld, of Talk Talk. Maar het enige album dat in mijn steeds veranderende lijstje van een vaste plaats verzekerd is, is het relatief obscure Scott 4 van Scott Walker. Eigenlijk is het schandalig dat deze plaat niet de status heeft van een Pet Sounds of OK Computer, want qua toegankelijke bijzonderheid en overrompelende schoonheid doet het nauwelijks voor zulke Grote Namen onder.

In het midden van de jaren zestig was Scott Walker heel even een tieneridool, als bassist en voornaamste leadzanger van The Walker Brothers (die geen broers waren en waarvan ook niemand Walker heette; Scott’s echte achternaam is Engel). De Amerikaanse band was vooral immens populair in Engeland en bestormde de hitlijsten met covers, zoals Make It Easy On Yourself en The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore, die in hun orkestrale zwijmeluitvoeringen onsterfelijk werden. Scotts fluwelen bariton, balancerend tussen melancholie en sensualiteit, was het geheime wapen van de groep. De beste nummers die de groep voortbracht zijn naar mijn smaak niet de obligate hits, maar Scotts eigen schrijfsels, zoals Mrs. Murphy en Orpheus. Met hun complexe arrangementen en mysterieuze teksten tonen deze songs een glimp van een wereld die Walker weldra verder zou verkennen op zijn eerste reeks soloplaten, Scott (‘67), Scott 2 (’68), Scott 3 (’69) en Scott 4 (’69).

Dat laatste deel mag dan mijn onbetwiste favoriet zijn, de rest van dit overzichtelijk getitelde kwartet is ook zeer de moeite waard. Op die eerste drie platen wisselt Walker zijn barokke liedjes nog af met vurige vertolkingen van naar het Engels vertaalde Jacques Brel-chansons. Scott 4 is de eerste plaat die uitsluitend uit eigen composities bestaat. Het is een album dat meteen vertrouwd klinkt, met een prachtig warm geluid om diep in weg te zakken. En na honderden keren draaien blijf je er nieuwe dingen op ontdekken. Het is dan ook zo’n bizar rijk werk, met weelderige strijkers, statige mannenkoren, jazzy ritmes en teksten die verwijzen naar films, boeken en historische gebeurtenissen. Toch klinkt het nergens bijeengeraapt, maar juist als een uiterst ongedwongen eenheid.

Het grote publiek had echter zijn interesse in Scott Walker verloren en Scott 4 werd een gigantische flop. Zijn platenmaatschappij dwong hem vervolgens tot het maken van commerciëlere platen, wat resulteerde in een aantal elpees met huisvrouwenmuzak. (Alleen op ‘Til The Band Comes In (‘70) staan nog wel een paar aardige nummers). Halverwege de jaren ’70 kwamen The Walker Brothers weer bij elkaar, om in eerste instantie voor nog meer middle-of-the-road verschrikkelijkheid te zorgen. Echter, op hun definitieve zwanenzang Nite Flights (‘78) begon Scott te experimenteren met bevreemdende geluiden en texturen en zette daarmee de tweede helft van zijn artistieke carrière in gang. Zijn muzikale koortsdromen werkte hij verder uit op Climate Of Hunter (‘83), een plaat die typisch eighties maar ook volstrekt eigenzinnig klinkt. Het is zijn eerste echte meesterwerk sinds Scott 4.

In de film 30 Century Man (‘06) vertellen artiesten als David Bowie, Brian Eno, Jonny Greenwood en Damon Albarn hoe zij door Scott Walker beïnvloed zijn. De fascinerendste figuur in deze documentaire is zonder enige twijfel Walker zelf. Hij komt over als een doodnormale man en toch hangt er een zweem van mysterie om hem heen. Hij laat zich tegenwoordig dan ook bijna nooit in de openbaarheid zien en doet vele jaren over het maken van nieuw werk.

De drie platen die na Climate Of Hunter volgden - Tilt (‘95), The Drift (‘06) en het vorige week verschenen Bish Bosch - werden steeds extremer. Popmuziek kan je deze groteske geluidstukken - Scotts necromantische gecroon galmend tussen dissonante orkesten, gebeuk op varkenskarkassen, slijpende Samuraizwaarden en, echt waar, scheten - onmogelijk nog noemen. Bij gebrek aan een passender genre worden ze maar in het bakje ‘avant-garde’ geplaatst. Negenenzestig jaar is dit fenomeen nu, maar aan innerlijke rust lijkt hij nog lang niet toe. Ik vermoed dat hij juist alleen nog maar onnavolgbaarder gaat worden.

Het late werk van Scott Walker is mij dierbaar zoals mijn gestoordste nachtmerries mij toch dierbaar zijn. Toch zou ik er geen seconde over piekeren om een van deze platen mee op reis te nemen, want ik zou me binnen een dag uit pure angst aan de eerste de beste palmboom opknopen. Maar wegdromend bij Scott 4 overleef ik niet alleen, ik hoef zelfs niet meer gered te worden.

*Of drie, of acht, afhankelijk van de spelregels die je toepast.

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Batik Karas

Batik Karas

In dit verhaal van Ariane Waitz gaat de hoofdpersoon op een vervreemdende reis door Indonesië. Via de eeuwenoude Javaanse kunstvorm batik probeert zij zich te verbinden met het land van haar grootouders. Lees meer

Wat je niet zult zien op tv

Wat je niet zult zien op tv

Hoe links is linkse televisie? Marthe van Bronkhorst kwam achter de schermen en kon haar ogen eigenlijk niet geloven. Lees meer

Hoeveel romcoms tot ik het voel? 1

Hoeveel romcoms tot ik het voel?

De liefde is een onuitputtelijke bron van inspiratie. In films, boeken en muziek blijven mensen proberen haar te vangen, en al die creatieve expressie wordt gretig geconsumeerd – ook door Nouhaila el Khannoussi, die ondanks haar fascinatie voor fictieve liefdes zelf nog nooit verliefd is geweest. In dit persoonlijke essay vraagt ze zich af wat verliefdheid eigenlijk is. Lees meer

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer