Asset 14

Stormvogel & Gelegenheidshaiku

Stormvogel & Gelegenheidshaiku

Dit is een fragment uit het Stormvogel & Gelegenheidshaiku, het afstudeerwerk van Suzanne Reedijk. Over het bouwen van huizen met driehoekige daken van zand, je te gast voelen op het strand en hoe er altijd iets wereldvreemds onlosmakelijk verbonden is met de zee.

Ik zit in de luwte van een duin, waar de lucht stil tussen de bossen helmgras ligt en trilt.
Het strand is leeg.
Er staan geen voetsporen in, geen vogelpootjes aan de waterlijn; zelfs de meeuwen vliegen allemaal een eind weg.
Hun gemiauw komt vanuit de verte aanwaaien.

Het is een dag waarop je stevig in je schoenen moet staan.
Er zijn dingen aan het veranderen, de luchtdruk daalt en stijgt, de maan trekt aan het water en de aarde blijft verschuiven, blaast zand op hopen, breekt bergtoppen af, overspoelt dorpen, doet de lucht trillen van hitte.
Het is geen keuze, maar het gebeurt wel.

Ik bouw huizen van zand. Kleine kamertjes met driehoekige daken.

Het helmgras ademt om me heen; een ruisende ademhaling, alsof ik met een stethoscoop naar de longen van het duin zit te luisteren.
‘Misschien heeft het strand besloten dat het tijd is om wakker te worden,’ zeg ik lachend tegen mijn handen.
Ik ga verzitten. Mijn jas heb ik onder mijn billen gevouwen tegen de kou die langzaam het zand insluipt. De zon is verdwenen achter een paar dikke wolken. Zomerwolken. Als het zomer is, is alles van de zomer.
Opeens is het gek dat ik hier alleen zit. Een volwassen vrouw die tegen zichzelf zit te mompelen. Het wordt tijd om naar huis te fietsen; misschien eens in de auto te stappen om naar mijn ouders te rijden. Ze zullen het leuk vinden dat ik langskom.

De huisjes van zand verweren zich dapper tegen de enkele windstoot die zich om het duin weet te vouwen.

In het helmgras knipperen twee ogen. Er is vast een leegte tussen de bossen gras, want iedereen die zich
in de begroeiing waagt, komt er onder de schrammen als papiersnedes weer uit.
Wat zich daar ook bevindt, het blijft rustig zitten.

Een zacht gerommel. De wolken pakken samen, trekken de lucht dicht. Misschien is het de verschuivende aarde, rollend onder de bovenste laag zand die de duinen bedekt. Voor ik bedenk op te staan, beschutting te zoeken in een verlaten strandcafé een paar honderd meter verder, in de richting van de dichter bevolkte dorpen, beweegt er in de leegte tussen het gras een klein lichaam.

De aarde heeft zich omgedraaid en is weer gaan liggen. Ik hoor iemand zuchten. Er verschijnt een hoofd boven het helmgras. Een fronsend gezichtje. Het is een jongen van een jaar of tien.

Hij draagt een spijkerbroek met opgerolde pijpen en een rood T-shirt met daaroverheen een gevoerde, groene jas met zakken waar hij zijn handen in steekt. Om zijn nek een rode sjaal in net een andere kleur dan het T-shirt. Hij zal het warm hebben.

Ik vraag me af waarom ik hem niet eerder heb zien zitten, zoals hij afsteekt tegen het vale gras en de grijze lucht. Zijn ogen volgen geconcentreerd de wind in het helmgras, tot hij opkijkt, me aankijkt. De frons staat nog steeds op zijn gezicht, hij wijst richting zee.
Ik volg zijn vinger. De golven beginnen hoger te worden. Misschien is hij de weg kwijt, denk ik. Misschien is hij bang.

Het kind laat zijn arm weer zakken. Hij kijkt verlegen. Hij begraaft zijn kin in zijn sjaal en schopt het zand op, dat door de wind meters wordt gedragen, en tegen mijn benen slaat.

Boven onze hoofden schuren de wolken over elkaar.

Ik schroef mijn thermosfles open en schenk een kopje thee in de dop.

‘Wil je een kopje thee?’

De jongen knikt en lacht. Het verrast me. Zijn gezicht doet me denken aan dat van een vogel, zoals
hij zijn mond opendoet. Een kleine ekster, die je in een schoenendoos doet als je hem lam op de grond ziet zitten, en die zijn snavel maar open- en openspert in de hoop dat je een moederinstinct bezit, en hem wat wormen zal voeren.

Maar dat gaat natuurlijk te ver. Het is gewoon een jongen die opeens verschenen is. Ik rijk hem het kopje aan.

 

Hij keert een van zijn zakken binnenstebuiten en er valt een lading zand uit; draait zijn hoofd weg, kijkt richting zee.

 

‘Ben je komen aanwaaien?’
Hij haalt zijn schouders op.
‘Hoe heet je?’
Hij keert een van zijn zakken binnenstebuiten en er valt een lading zand uit; draait zijn hoofd weg, kijkt richting zee.

Ik dring niet aan. Misschien is hij wel weggelopen, schiet er door mijn hoofd. Wil hij daarom zijn naam niet zeggen. Misschien heeft zijn moeder hem verteld nooit te praten met vreemden, en doet hij hard zijn best.

‘Mijn naam is Marley,’ zeg ik. Hij antwoordt niet, maar pakt het dopje thee aan en houdt het met twee handen tegen zijn borst.
De stoom waait in zijn gezicht.

Het is opgehouden met rommelen, vanuit de wolken. In de verte zijn ze alweer zo uiteen gewaaid dat er een bleek blauw te zien is. Een kleur die hoort bij baby’s en luierreclames.

‘Wat doe je hier?’ vraagt hij. De vraag verrast me in zijn directheid, zeker als ik besef dat ik er niet echt een antwoord op heb.

‘Gewoon. Een beetje zitten en lezen,’ antwoord ik. Ik haal mijn boek uit de tas en hou het omhoog, zodat hij de voorkant kan zien. ‘Het gaat over een meisje dat traint om een Samoerai te worden. Best wel cool.’

Hij pakt het boek van me aan en strijkt met zijn vinger over de letters, die iets uit de kaft naar voren komen. Hij slaat het niet open, maar kijkt op, laat zijn blik op de huisjes van zand vallen. Er zijn er een paar aan het afbrokkelen, een enkele muur is ingestort. ‘Wat maak je?’ vraagt hij.

‘Huizen waren het.’
‘Waarom?’ Hij geeft het boek terug.
Daar weet ik ook niet meteen een antwoord op te geven. Uiteindelijk besluit ik de waarheid te vertellen: ‘Ik wil het strand graag doen groeien. Wat extra’s geven, denk ik.’

De jongen knikt.

‘Oké. Leuk.’ Hij ziet er niet uit alsof hij sarcastisch is. Hij blaast op de thee en neemt een voorzichtig slokje. ‘Zullen we naar het water gaan zo?’

Ik knik.

De jongen zet het kopje op de grond en pakt mijn hand vast. Ik heb al lang de hand van een kind niet vast gehad. Zijn vingers vouwen zich losjes om de mijne, en hij leidt me mee het duin af, naar zee. Af en toe kijkt hij naar me op en wijst naar een meeuw of kwal, alsof hij me voor de eerste keer mee naar huis neemt en me verlegen alle kamers laat zien, terwijl hij peilt of ik het wel mooi vind.

Bij de branding staan we stil. Hij hurkt en wacht op een golf. Het water komt sneller aan dan hij verwachtte. Hij valt achterover, weet zichzelf nog net droog te houden. Dan doet hij resoluut een paar stappen naar voren, wacht tot de volgende golf er bijna is, en rent terug tot hij weer naast me staat. Hij lacht, doet het nog eens. Hij daagt de zee uit, maar die trekt zich er niets van aan; blijft rustig aankomen en afdrijven.

Het water boezemt me geen angst in. Toch moet ik aan Anna denken. De zon, het witte strand waar ik voor het eerst palmbomen had gezien en waar het wemelde van de wilde katten die we achternarenden, Anna en ik.

Ik was met Anna en haar ouders mee op zonvakantie naar Kroatië, iets dat ik met mijn eigen ouders nooit zou doen; die gingen kamperen, elk jaar weer. Anna was mijn beste vriendin op de basisschool, we zaten naast elkaar in de klas. Ik de dromer, het kind dat hard moest werken, Anna de dromer die alles al snapte en tekende in haar wiskundeschrift.

Anna had in zee gespeeld. Rondgedobberd op een luchtmatras in de vorm van een dolfijn. Ze had niet door gehad dat de vloed op een moment zijn hoogtepunt gehad had, en weer eb werd. Niet gezien hoe de plaatselijke kinderen door hun ouders de kant op waren geroepen. Haar eigen ouders hadden het evenmin doorgehad, ze waren naar het strand gekomen om eindelijk te luieren en een boek te lezen terwijl de kinderen zich vermaken met zichzelf in de golven.

Ik had zandkastelen zitten bouwen, en was bezig een gat te graven zo diep als ik kon.

Anna was de zee op getrokken door de stroming en verdronken. Ik was negen, en zij acht. Pas acht jaar oud. Een meisje met twee staartjes en een vaste plek aan de keukentafel, waar nu bij elke maaltijd een lege stoel kwam te staan.

Toen de zoektocht eindigde, haar lichaam aangespoeld was, werd vastgesteld dat ze waarschijnlijk uren op het water had rondgedreven. Vanaf het strand was ze niet meer te zien geweest; waarschijnlijk was ze in slaap gevallen en had ze bij het wakker worden de verkeerde kant op gepeddeld. Ze had brandwonden over haar hele lichaam. Op een gegeven moment moet ze van het luchtmatras afgevallen zijn, en zijn verdronken.

Ik ben niet bang, maar voel me wel altijd een gast als ik op het strand loop.
Heel anders dan tijdens een wandeling in het bos, of over de grasvelden rondom de boerderij. Ook meer dan in gebouwen, zelfs als ik ergens op bezoek ben. Misschien komt het doordat het water nooit hetzelfde is, maar mensen zichzelf wel graag die indruk willen geven.

Er is iets wereldvreemds dat onlosmakelijk verbonden is met de zee. De angst die de Bermudadriehoek me als kind inboezemde; het bizarre feit dat 91 procent van de zeedieren nog niet ontdekt is. Hoe het soms mensen doet verdwijnen.

Het strand zelf voelt als een levend wezen. Niet slechts iets dat levende wezens huist, zoals een bos.

 

Dit is een fragment uit het afstudeerwerk Stormvogel en Gelegenheidshaiku van Suzanne Reedijk, een tweeledige novelle over de zee, het leven dat soms vastloopt, en een reuzenkind dat in een veld verschijnt, en dat ook weer verdwijnt. Wil je graag verder lezen? De bundels zijn nog te bestellen door een mailtje te sturen naar Suzanne of een dm naar @nachtlampje, onder het principe “Pay-what-you-want” vanaf €15. 

 

Stormvogel & Gelegenheidshaiku 1

Mail

Suzanne Reedijk (1997) schrijft proza, poëzie, scenario en meer. Haar doel is in taal een ruimte creëren om adem te halen. In 2021 studeerde ze af aan Creative Writing met een tweeledige novelle over de zee, het leven dat soms vastloopt, en een reuzenkind dat in een veld verschijnt, en dat ook weer verdwijnt. Ze dwingt de lezer op een organische manier deel te nemen aan haar belevingswereld. Met kwetsbaarheid als grootste wapen belicht ze de realiteit waarin we leven zonder het rauwe randje uit de weg te gaan.

Vere van der Veen

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
De buschauffeur

De buschauffeur

'Kijk door me heen als door de voorruit'. In deze gedichtenreeks van Angelika Geronymaki probeert een buschauffeur krampachtig de kortstondigheid - in tijd, plaats, interactie - te behouden die eigen is aan zijn baan. Lees meer

Kür op muziek

Kür op muziek

”Onlangs las ik over wezentjes die alleen bestaan in de droom van een slapende vrouw.” Nelson Morus schreef een kort verhaal over geforceerde gezelligheid, chatbotgesprekken over lievelingsgerechten, hectiek en de alledaagse sleur. Lees meer

Zo het begon 1

Zo het begon

Nele Peeters schreef een ontroerend verhaal, vol treffende zinnen en beelden. Het is dromerig verhaal, over eenzaamheid, hoop, zorgzaamheid en zwaarte. Lees meer

 1

Het model

De hoofdpersoon in dit verhaal van Feico Sobel poseert op een doordeweekse avond naakt voor een schilderklasje in Spijkenisse. De sessie ontaardt in een bizarre erotische nachtmerrie waarin onze verteller zich totaal verliest. Lees meer

Weke delen

Weke delen

Op de laatste dag van de zomervakantie bedenken vier vrienden een ultieme streek om ‘de Pedofiel’ in het dorp te leveren. Maar tussen Reinout en Jordan is iets anders aan de hand. Een coming of age- verhaal van Nelson Morus over vriendschap, angst, en schaamte. Lees meer

De kieuwbogen kleuren zalmroze

De kieuwbogen kleuren zalmroze

In de zomer van 2022 voltrok zich een milieuramp in de rivier de Oder. Honderdduizenden dode vissen dreven toen naar het oppervlak van de rivier. Emma Zuiderveen schreef een gedichtenreeks waarin ze de oorzaken en gevolgen van deze ramp op zowel individuele als collectieve schaal onderzoekt. Lees meer

De vrouw met de rode haren (ILY)

De vrouw met de rode haren (ILY)

Een verhaal van Ida Blom over de beklemming van verlies en herinnering en het zoeken naar het verleden in het heden. Lees meer

Roku City/heterotopie/spiegels

Roku City / heterotopie / spiegels

Mel Kikkert schreef een multimedia verhaal over Roku een streamingdienst die in de VS ontstaan is. In 2017 bracht Roku een screen saver uit, die je zag als je niets aan het kijken was op hun service. Lees meer

De sofaconstante

De sofaconstante

Uschi Cop schreef een claustrofobische verhalenbundel over zes levens die getekend zijn door een verlangen naar zingeving. De sofaconstante is een voorpublicatie van een van die verhalen uit haar bundel 'Zwaktebod'. Lees meer

Voesten

Voesten

"Misschien is dat man zijn hier: hetzelfde bewegen als de anderen." Voesten van Werner de Valk is een kort verhaal over een eiland met een duistere traditie en over het moeten bewijzen van mannelijkheid. Lees meer

Muze

Muze

Loren Snel schreef een roman over hoe samen te zijn met een ander en intussen trouw te blijven aan jezelf. Haar debuut verschijnt 25 oktober bij uitgeverij Prometheus. Hier lees je een voorpublicatie. Lees meer

Jari

Jari

Dave Boomkens schreef een verhaal over troosteloosheid, onmacht en opgroeien. Over hoe je in een treurig flatgebouw, tussen de nieuwsprogrammering en sportwedstrijden door, een vriend kunt vinden en verliezen. Lees meer

Geef de dag een naam

Geef de dag een naam

Op een hete zomerdag wordt Felipe zwetend wakker. Deze dag, die heet en broeierig is, brengt hem uit evenwicht, tot hij uiteindelijk doet wat hij gezworen had nooit te doen: hij begint te drinken. Een fragment uit de afstudeernovelle van Tiemen Hageman over het verleden proberen los te laten, het leven ruimte geven en adolescent worden. Lees meer

Tussen de randen van een aquarium

Tussen de randen van een aquarium

Wie ben je als je alles kunt zijn? In het fragmentarische afstudeerwerk van Ettie Edens veranderen mensen onder andere in een hoopje, een steen, een natuurkundedocent, water, iemand die limonade drinkt en een lantaarnpaal. Lees meer

Mycelium

Mycelium

Wat als schimmelsporen zich met iedere adem dieper in je longen graven? Met ‘Mycelium’ won Olga Ponjee de juryprijs van Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

Bösendorfer 1

Bösendorfer

Bij Snelders blinkt de piano van het poetsen en de handen van de vijftigjarige eigenaar zijn door ouderdom stram geworden. Wat gebeurt er als een twintiger op bezoek komt om de Bösendorfer te bezichtigen? Met ‘Bösendorfer’ won Nick De Weerdt Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

In mijn droom besta ik uit pixels

In mijn droom besta ik uit pixels

Terra van Dorst keek maandenlang naar livestreams van pleinen en stranden. Dit vertaalde ze naar gedichten over een straat waarin ze haar ouders vindt, een man die haar een sjaal wil verkopen waar je in kan wonen en de zee. Het resultaat is de bundel 'in mijn droom besta ik uit pixels' waarmee ze deze zomer afstudeerde bij de opleiding Creative Writing aan ArtEZ. Lees meer

Pulpa

Pulpa

Ileen Rook schreef een afstudeernovelle over autoriteit, de supermarkt en een teveel aan tanden. Wie is Aline, waar komen al die tanden vandaan en hoe kan ze grip krijgen op een realiteit die steeds verder van haar verwijderd raakt? Lees meer

:Voorpublicatie Magazine Aaah: Mijn vader de eendenmosseljager

🎧 Mijn vader de eendenmosseljager

‘Dat zijn de zenuwen, die horen erbij. Een goede percebeiro is altijd bang.’ Een voorpublicatie uit Aaah!, het nieuwe magazine van Hard//hoofd. Lees meer

Ik kan u nergens vinden

Ik kan u nergens vinden

In dit verhaal van Werner de Valk, praten twee huisgenoten onder het genot van een glas wijn over het bestaan van God. Nooit een goed idee als je je ergert aan elkaar. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer