Illustratie: Studio M

In Spanje snoepen ze van 'huesos de santo', oftewel heilige botten. Zoete lichaamsdelen blijken een thema in de Westerse religieuze geschiedenis." />

Illustratie: Studio M

In Spanje snoepen ze van 'huesos de santo', oftewel heilige botten. Zoete lichaamsdelen blijken een thema in de Westerse religieuze geschiedenis." />
Asset 14

Snoepbotten

Elon proefde heerlijk zoete 'huesos de santo' (heilige botten) in Spanje en vroeg zich af of daar de niet zo smakelijke naam van onze mergpijpjes vandaan is gekomen. De orale fixatie van gelovigen: marsepein als religieus voedsel. Het maken ervan mag een crime zijn, maar er staat je eetbare gelukzaligheid te wachten!

De Olympische goden leefden op een dieet van honing en ambrozijn, het beloofde land wordt in de Bijbel het land van melk en honing genoemd, kinderen houden van snoep en de lippen van onze geliefde smaken naar kersen, frambozen, stroopsoldaatjes of hopjes. Hoe dan ook, ze smaken zoet. Het woord zoet is vaak synoniem voor zacht, lief of goed. Kortom, zoet is goed.

Dat is natuurlijk niet echt zo. Het is nauwelijks meer dan een kwestie van cultuur. Immers, zoet is slechts een van de smaken die onze tong kan detecteren en alhoewel er verschillende biologische verklaringen zijn voor het feit dat zoet als plezierig wordt ervaren en een sterke voorkeur geniet onder baby’s en kleine kinderen, heeft een simpele smaak natuurlijk geen inherente waarde. Dat wij zoet associëren met gelukzaligheid is puur cultuur.

Lokale bankettradities

Nu wil het geval dat ik me in deze culturele waardering erg goed kan vinden. Ik ben niet het type dat uitdrukkingsloos suikerachtige chemische brokjes naar binnen werkt, kijkend naar middelmatige maar verslavende televisieseries. Ik heb een echte voorliefde voor zoet, een nieuwsgierigheid naar wat mensen met zoet kunnen. Die nieuwsgierigheid richt zich voornamelijk op gebak, dessert en alles daaromheen. In Amsterdam spreek ik met vrienden af tussen de bepoederde dametjes in de chique Vlaamse patisserie Pompadour; in het buitenland grijp ik elke gelegenheid aan om de lokale bankettradities te verkennen. Fudge van Murdick’s op Martha’s Vineyard, de bocconcini met limoncello van Il Fornaio in Rome, en het marsepeinen fruit van een Algerijnse patissier in Parijs. Elk van deze smaakherinneringen staat in mijn geheugen gegrift als foto’s in een album. De sensatie van uitzonderlijk gebak blijft altijd in mijn hoofd hangen tot het vervangen wordt door de volgende ontdekking.

Meest recentelijk was ik in Madrid. Tussen de monumentale pleinen, musea en buurten door, stond ik met m’n neus tegen menig etalageruit gedrukt. Verschillende vormen en exotische namen wekten mijn interesse. Met name een specifiek gebakje, een bepaalde petit four, zag ik overal terug. Het was een crèmewit buisje met vulling in verschillende soorten, soms overdekt met chocola. Bij een pastelería aan de Calle de Serrano in het luxe Salamanca koos ik een paar van deze huesos uit. Subtiel en niet te zoet, verrassend van zowel textuur als smaak, bleven ze nog een tijdje door mijn hoofd spoken.

Heilige botten

Eenmaal thuis was ik vastbesloten deze gebakjes terug te vinden. Een google-search naar ‘huesos’ leverde enkel plaatjes van botten en skeletten op: wat bleek, het Spaanse woord huesos betekent botten. Even was ik bang dat ik de naam van het door mij begeerde gebakje verkeerd onthouden had, maar na de voortzetting van mijn zoektocht kwam ik er achter dat ik de zogenaamde huesos de santo, de botten van de heilige, bedoelde. Dit is een buisje van marsepein, gevuld met zoete custard, of een andere zoete vulling, en het wordt speciaal gegeten met het katholieke Allerheiligen. Het was toen pas dat mijn ogen geopend werden voor de onvermijdelijke waarheid, namelijk dat de Castiliaanse hueso zowel in naam als in essentie niet veel verschilt van ons mergpijpje, en dan specifiek het crèmemergpijpje.

Illustratie: Studio M

Mergpijpjes heb ik nooit interessant gevonden. Het fabrieksproduct dat je in de supermarkt koopt wordt bereid met minderwaardige ingrediënten: bedekt met van die nepchocola en opgevuld met een crème die de consistentie heeft van plamuur en de smaak van lucht – en over de marsepein begin ik niet eens. Maar deze opvallende gelijkenis met een traditioneel Spaans product suggereert dat ook het mergpijpje een oudere geschiedenis moet hebben. Wanneer en onder welke omstandigheden het mergpijpje wortel heeft geschoten in de Nederlandse bankettraditie kan ik niet met zekerheid zeggen. Wel wil ik een suggestie doen voor de herkomst van dit gebakje.

Gebak met marsepein, crème of room, en eventueel cake komt in veel verschillende vormen voor en vergelijkingen met mergpijpjes of huesos zijn op verschillende gronden te maken. Zo kent men in Zweden de punschrulle, een groene variant van ons mergpijpje die met likeur wordt gemaakt. Maar net als andere voorbeelden herinnert de naam, of de suggestie van de vorm nog zelden aan de botten, waar de Spaanse hueso en het Nederlandse mergpijpje symbool voor staan. Het feit dat een product met juist deze kenmerken voorkomt in Nederland en Spanje, suggereert dat er mogelijk sprake is van directe invloed en die invloed zal waarschijnlijk terug te voeren zijn tot de zestiende of zeventiende eeuw, toen de Nederlanden nog onder Spaanse heerschappij waren. Dit kan het niveau van speculatie nog niet ontstijgen, maar er is meer interessants te zeggen over de herkomst van dit beendergebak.

Allerheiligen

De Spaanse huesos de santo worden voor het eerst genoemd in de Arte de cocina van de Spaanse meesterchef Francisco Martínez Montiño uit 1611. Tegen deze tijd had het product waarschijnlijk al zijn huidige vorm aangenomen en was de associatie met het katholieke Allerheiligen een feit. Het uiterlijk en ook de naam ‘huesos de santo’ verwijst natuurlijk naar een heilig relikwie, en de connectie van het religieuze feest moet dus al vanaf een vroeg stadium evident zijn geweest. In dat licht is het interessant om op te merken dat de huesos de santo (als deze inderdaad zijn oorsprong deelt met het mergpijpje) in het protestante Nederland haar associatie met heiligen en religie in het algemeen verloor, zodat enkel nog de naam hueso, mergpijpje, overbleef. De vraag is echter, waar de huesos de santo in eerste instantie hun associatie met heiligheid aan te danken hadden. Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we ons richten op het belangrijkste ingrediënt van de huesos: marsepein.

Meer dan enige andere zoetigheid is de herkomst van marsepein onderwerp van uiteenlopende verhalen en theorieën. De Duitsers bedachten het enigszins absurde verhaal van de chef Marzip die in 1671 de marzipan zou hebben uitgevonden en een marsepeinfabriek oprichtte in Lübeck, de stad die zo bekend staat om haar marsepein. Een meer geloofwaardige en daarom ook hardnekkiger etymologie stelt dat het Italiaanse marzapane af zou stammen van het Latijnse Marci panis, Sint Marcusbrood. Alhoewel deze theorie getuigt van de gezochte heiligheid is hij wel zeker apocrief: marsepein is een zoetigheid met amandelen en heeft als zodanig een vrijwel zekere oorsprong in de Arabische wereld, via welke het ook in Spanje terecht is gekomen.

Een aantal interessante aanwijzingen voor de herkomst van de term marzipan vinden we in een bespreking van de Franse socioloog en arabist Maxime Rodinson uit 1967, die zich baseerde op een artikel van de Nederlandse taalkundige Kluyver uit 1904. Beiden noemen het verslag van de veertiende-eeuwse Florentijnse handelaar Pegolitti, waarin hij vermeldt dat marsepein in Famagusta op Cyprus werd verhandeld in speciale houten doosjes die bekend stonden onder de naam marzipan. Alhoewel ik hier verder niet in wil gaan op de complexe herkomst en etymologie van marsepein, is één detail voor ons heel relevant. Het woord marzipan kreeg tegelijkertijd in Zuid Frankrijk en Italië de betekenis van een luxe doosje: een speciaal doosje voor voedselwaren, kostbare zaken, juwelen, en, zelfs, voor heilige relikwieën. Dergelijke doosjes werden waarschijnlijk ook gebruikt voor hosties, en we kunnen speculeren dat deze hosties in bepaalde periodes misschien zelfs van marsepein werden gemaakt.

In de Late Middeleeuwen werd het product marsepein dus geassocieerd met relikwieëndoosjes. Ik zou daarom willen suggereren dat marsepein, zowel het product als de naam, een symbolische waarde had die het bij uitstek geschikt maakte om snoep-relikwieën van te kneden voor het Allerheiligen. De huesos de santo, die tot op de dag van vandaag worden gegeten, vormden zo een banale maar betekenisvolle expressie en onderdeel van de religieuze beleving van katholieken in vroegere tijden. Zowel door de suggestie van vorm, als de naam, het materiaal en de herkomst, verwijzen de huesos naar het thema van Allerheiligen, de verering van heilige relikwieën.

In de loop van de eeuwen slijten deze culturele betekenissen langzaam af, totdat niemand nog weet of zich afvraagt waarom we in godesnaam marsepeingebak hebben met de bizarre vorm en de afstotelijke naam van het mergpijpje. Dat is misschien maar goed ook. Anders had ik me waarschijnlijk nooit aan de unieke en onvergetelijke huesos gewaagd.

Huesos de santo

Het maken van marsepein is nogal een crime. Je moet siroop maken van water en suiker in de zogenaamde ‘zachte bal-fase’ , waarna je fijngemalen amandelen toevoegt en het in enkele minuten omroert tot een ietwat kleverige bal. Een goed alternatief is dat je een stuk kneedbare marsepein haalt bij de banketbakker. Dit rol je met een deegroller uit op een met poedersuiker bestrooid vlak, totdat het een halve centimeter dik is. Snijd er vervolgens vierkantjes van 4 cm van, die je om een rond potlood of pen (diameter 1 cm) heen vouwt. Zorg dat je de naad goed dichtplakt. Vul de buisjes met een banketspuit (of een boterhamzakje waar je een hoekje van afknipt) met nutella, lemon curd, zoete custard, of een vulling naar keuze en dompel ze desgewenst in au bain marie gesmolten chocolade.

Mail

Elon Heymans

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer