tickets
Asset 14

Cynisme is voor onze ouders

Gefascineerd door een wereld vol gebreken, volgt Emy een cursus onder de titel 'In wat voor wereld leven wij?'. Twee filosofen - de ene een vriendelijk ogende krullenbol, de andere een kruising tussen Graaf Tel en Paul Schnabel - en achttien cursisten buigen zich over onze liberale samenleving. Een bericht uit het hart van de maatschappij.

28 januari 2013, maandagavond. De dag waarop koningin Beatrix aankondigt te abdiceren is de eerste dag van de cursus ‘In wat voor wereld leven wij?’ in het Amsterdamse debatcentrum De Nieuwe Liefde. Aanvankelijk loop ik de verkeerde zaal binnen, waar ik zeer hartelijk word verwelkomd door een jonge vrouw met een sjieke glanzende hoofddoek. Ze schudt enthousiast mijn hand. Rondkijkend naar de drinkende mensen en de Powerpointpresentatie met ‘afscheidsfeest’ (niet voor de koningin, maar ik kan in de haast niet zien voor wie wel), bedenk dat dit naar alle waarschijnlijkheid niet een cursus over neoliberalisme en haar alternatieven is. Teleurgesteld laat de vrouw mij weer gaan: “Ik dacht: wat leuk, een nieuw gezicht.”

Eenmaal in de goede zaal ga ik zitten naast een man met een witte baard die zich voorstelt als ‘Ger’. Ger laat me zijn manifest zien. Duurzaamheid is voor hem een belangrijk punt, en iedereen moet aan het werk. Hij vindt dat het in Den Haag voor geen meter loopt en hij is benieuwd hoe het politieke systeem nou precies in elkaar zit. Het is echter de vraag of hij daar in deze cursus achter zal komen.

‘In wat voor wereld leven wij?’ is een cursus van acht weken, gegeven door Robin Brouwer en Tiers Bakker. Robin en Tiers zijn beiden filosoof. Tiers heeft een vriendelijk groot hoofd met warrige krullen, Robin heeft wel wat weg van Paul Schnabel en van Graaf Tel. Ze zijn teleurgesteld in de academische wereld. Vanuit een semiotische en een psychoanalytische benadering wilden zij kritisch naar de maatschappij kijken. Daarvoor bleek op de universiteit geen ruimte. Sinds een paar jaar geven ze daarom lezingen en cursussen over het neoliberalisme. Daarmee willen ze “bewustwording scheppen”, ideologieën ontmaskeren en vanzelfsprekendheden in twijfel trekken.

"Onze politieke voorkeur doet er niet toe"

Het neoliberalisme kun je niet ontmaskeren zonder zelf een ideologische insteek te hebben: tegen het neoliberalisme. De twee filosofen proberen dat te verhullen (“onze politieke voorkeur doet er niet toe”), maar de opzet is duidelijk: zeven weken lang worden de kwalijke gevolgen van de neoliberale ideologie (op economie, politiek, veiligheid/toezicht, media en vrijheid in het algemeen) onder de loep genomen, en in de laatste week worden alternatieven besproken. Daarbij worden wagonladingen filosofen aangehaald, van Plato tot Derrida, van Comte tot Foucault, vanzelfsprekend Freud, Marx en Nietzsche, Adorno en Horkheimer, enzovoorts.

Ik ben hier vanwege Occupy. Nee, dat is niet helemaal waar, maar Occupy heeft er wel mee te maken. Het was een van die tegenreacties op een wereld met gebreken, die soms van crises aan elkaar lijkt te hangen. De kredietcrisis onthulde volgens degenen die er al langer op zaten te wachten het failliet van het neoliberalisme, ofwel het marktdenken, ofwel het kapitalisme. Het gegoochel met fictief geld was iets om collectief razend over te worden en om na te gaan denken over alternatieve systemen die niet zoveel schade aan zouden kunnen richten. Het neoliberalisme dwong ons in een rat race om geld te verdienen en alles in termen van productiviteit te zien. Wat konden we doen om eraan te ontsnappen?

"Cynicism is for my parents"

Occupy leek het begin van een antwoord, maar bleek vooral een veelvoud aan klachten. Op het Beursplein was het duidelijk dat veel mensen boos waren, maar onduidelijk waarop dan precies en al helemaal wat er dan moest gebeuren. “Cynicism is for my parents”, had slamdichter Boris de Jong op zijn kartonnen protestbord geschreven, maar als er iets cynisch stemde was het Occupy. Binnen enkele dagen verzandde het tot een buitenlucht-kraakpand waar de anarchisten streden tegen degenen die er iets ordelijks van wilden maken. De meesten gingen de dag na Occupy gewoon weer aan het werk, er moest immers geld verdiend worden.

Kun je een systeem waar van alles aan mankeert beter van binnenuit in kleine stapjes veranderen of moet het roer radicaal om? Hoe werkt dat systeem überhaupt? En als het omver moet, wat moet er dan voor in de plaats komen? Deze vragen leven, in bladen als De Groene, in televisieprogramma’s als Tegenlicht, in lezingen uit het Studium Generale van de Universiteit Utrecht. En in debatcentrum De Nieuwe Liefde. Ik kom naar ‘In wat voor wereld leven wij?’ om de diagnose en de voorgestelde remedie van de cursusleiders te horen. Om te horen hoe de andere cursisten daarop reageren. Om te zien, ook, wie die andere cursisten zijn. Hoe denkt een (enigszins) willekeurige groep mensen in een zaaltje in Amsterdam over de wereld en de richting die het met de wereld op moet?

Revolutionairen en liberalen

We zijn, organisatrice Vanessa meegerekend, met achttien cursisten. De cursus trekt vooral ouderen, het gehalte grijsharigen en bijna-grijsharigen is hoog. Er is echter een aanzienlijk aantal creatieve dames van rond de veertig met opvallende sieraden, felgekleurde jasjes en/of roodgestifte lippen, en er zijn twee jongens van rond de dertig.

Na het voorstelrondje blijkt er een andere indeling mogelijk, in aflopende vorm van activisme:
1. Mensen die de revolutie willen uitroepen (grijze heer Ger met zijn manifest; grijze dame Erica, die vindt dat er nu iets moet veranderen),
2. Mensen die hopen inzichten op te doen die ze bij hun werk kunnen gebruiken (creatieve dame Annelies runt een duurzaamheidsbedrijf; bijna-grijze heer Jan heeft te maken met marktwerking in de gezondheidszorg),
3. Mensen die hier in de eerste plaats vanuit filosofische interesse zitten (zoals beeldende kunstenares Jacqueline en voormalig filosofiestudent Adriaan).

En dan heb je nog de vader van Vanessa, Leo, die de cursus aangrijpt om met zijn dochter uit eten te gaan. Opmerkelijk: tijdens het voorstelrondje geven drie mensen expliciet aan dat ze zichzelf als ‘liberaal’ zien, maar dat ze hun eigen denkbeelden ter discussie willen stellen. Marco, die een eigen bedrijfje in apps heeft, omschrijft zichzelf als “een behoorlijke liberaal”. Christa, ambtenaar in vrolijk blauw, formuleert het iets voorzichtiger: “Het liberalisme heeft ons ook veel gebracht.”

De kwestie van de kip en het vertrouwen in de mensheid

Tiers opent de eerste avond met een mop over een patiënt die bij de psychiater komt. De patiënt denkt dat hij een graankorrel is en vreest de kip die hem gaat oppikken. Na een aantal sessies vraagt de psychiater hem hoe het gaat. De patiënt zegt: “Ik denk niet meer dat ik een graankorrel ben, maar weet die kip dat ook?” De zaal lacht, maar vooralsnog is onduidelijk wat de strekking van de mop is. Tiers wil dat we erover nadenken wat of wie de kip is. (Wij cursisten lijken het antwoord al te weten: wat kan de kip anders zijn dan het neoliberalisme?) Ook werpt hij de vraag op in hoeverre de problemen in zorg, onderwijs en woningmarkt worden veroorzaakt door het neoliberale systeem. Ik vraag me af of elk systeem niet onvermijdelijk problemen met zich meebrengt (zie het tentenkamp van Occupy).

Ger stelt direct een wedervraag, maar Robin en Tiers geven niet thuis

Ger stelt direct een wedervraag: of de cursus is geboren uit onvrede. Hij hoopt op bevestiging, maar Robin en Tiers geven niet thuis. “Wij willen vooral tot een kritische analyse komen”, zegt Tiers. Die kritische analyse begint met een definitie van het neoliberalisme. Robin en Tiers zien het als het denken van Ayn Rand en volgelingen: een systeem gebaseerd op een laissez-faire-economie, met zo min mogelijk regels en voorzieningen vanuit de overheid. De macht aan de markt in plaats van de staat. De doorbraak van het neoliberale denken in Europa volgde, aldus Robin en Tiers (met dank aan Fukuyama), op de val van de Muur. Die gebeurtenis zou, door het falen van het communisme te laten zien, een eind hebben gemaakt aan de Ideologieën, de Grote Verhalen. In Nederland werd het neoliberalisme vertegenwoordigd door Paars, dat de privatisering van allerlei overheidsdiensten in gang heeft gezet. Alles moest zo efficiënt mogelijk en winst maken werd het regerende principe.

Illustratie: Floris Solleveld

We leven in schijnvrijheid: “Die kip hè, dat is heel belangrijk."

Als Robin en Tiers ‘privatisering’ definiëren als “onteigening van gemeenschappelijk bezit”, protesteert Marco dat dat net klinkt alsof het diefstal was. “Maar van wie dan?” Jan valt hem bij: “Uiteindelijk hebben wij het verkopen toch zelf gedaan?” Hierop roepen verschillende grijze heren dat zij dan niet bij ‘ons’ horen. De vraag die rondzingt is in hoeverre wij zelf, in alle vrijheid, het neoliberalisme hebben uitgekozen als de minst slechte van alle mogelijke systemen. Het probleem schuilt er volgens Robin en Tiers nu juist in dat ons voortdurend verteld wordt hoe vrij we zijn en dat we dat ook aan onszelf vertellen, terwijl we nu evengoed gevangen zitten in een nieuwe ideologie. We leven in schijnvrijheid. Robin en Tiers gebruiken Plato’s allegorie van de grot om uit te leggen hoe blind we zijn voor de systemen die ons ketenen. Dat brengt ze bij het marxisme, dat ‘ideologie’ definieerde als de werkelijkheid die een politiek systeem de burgers voorspiegelt om zichzelf in stand te houden. Wij verinnerlijken de ideologie, gaan ons ermee vereenzelvigen. De uitdaging is om je ervan bewust te worden binnen welk paradigma je leeft, vragen te stellen waar zwijgen de norm is. Tiers: “Die kip hè, dat is heel belangrijk. Mensen vragen zich niet af waarom ze bang zijn voor de kip. We denken wel dat we de marktwerking al bevragen, niet meer serieus nemen, maar toch gaat het systeem gewoon door: we blijven blinde vlekken houden.”

De analogie van de kip verwart me. Zijn mensen wel bang voor het neoliberalisme? Zijn wij niet bang voor alles behalve het neoliberalisme, en zijn Robin en Tiers niet degenen die bang zijn voor het neoliberalisme? Als we de ideologie niet kunnen doorzien, waarom zouden we dan bang zijn? Zou dat dan geen onbestemde angst zijn, die zich kan richten op allerlei zondebokken behalve die ideologie? Is de kip dan eigenlijk een metafoor voor die onbestemde angst, de zondebok van de patiënt?

Als Robin en Tiers zijn uitgepraat, zegt Jan tegen mij: “Het is belangrijk vertrouwen in de mensheid te houden. Alleen doemdenkers zien kippen.” Zijn ervaring is dat mensen altijd wel weer oplossingen vinden.

De kolonisering van de leefwereld

De avond over politiek valt samen met de verkiezingen in Italië. Op het toilet in De Nieuwe Liefde is gezang hoorbaar, er is hier kennelijk ook een zangklasje.

Robin doceert vanavond alleen en hij doet dat met een jaloersmakende bedrevenheid, even intelligent als vloeiend. Serieus cabaret. Slechts twee filosofen bespreekt hij: Chantal Mouffe en Jürgen Habermas. In On the Political (2005) maakt Mouffe een onderscheid tussen ‘de politiek’ en ‘het politieke’. Het eerste is de geïnstitutionaliseerde politiek, zoals de Tweede Kamer, gemeenteraden, maar ook bijvoorbeeld belangengroepen. Het tweede is fundamenteel: wij hebben verschillende belangen omdat wij verschillend zijn. Het politieke is dus altijd bij ons, de belangen die je hebt zijn onlosmakelijk met jou als persoon verbonden. Iemand vraagt wanneer het politieke dan de politiek wordt. Robin: “Zodra er een penningmeester wordt aangesteld.”

Het neoliberalisme staat bij Mouffe voor een samenleving waarin we het gemeenschappelijke loslaten. Het accent komt bij het individu te liggen, maar dat individu kan in zijn eentje weinig beginnen. Binnen het postmoderne, relativistische denken is het heel moeilijk anderen van ons gelijk te overtuigen. Het idee van ‘de waarheid’ hebben we immers opgegeven: alles is maar een mening en elke mening is evenveel waard, dus is niets nog iets waard. Hierdoor zijn de mogelijkheidsvoorwaarden van kritiek weg, want voor kritiek is een gedeelde mening over een gemeenschappelijk belang nodig.

‘Echte’ democratie wordt gezien als vertragend.

Zo drijft het politieke af van de politiek. Vroeger clusterde de belangenvereniging de verschillende belangen van de leden in een verhaal (met een mens- en wereldbeeld erin, denk aan het pacifisme) en bracht dat naar een bestuur. Dat model ging uit van onenigheid. Pas via overleg werd consensus bereikt. Maar met de economische ratio is er een contractmodel gekomen: men gaat er van tevoren al vanuit dat er wel een deal zal kunnen worden gesloten, dat niemand met onbuigzame principes op de proppen komt. Dit is het managersdenken, dat is doorgedrongen in de politiek. Binnen de B.V. Nederland worden conflicten in de economische sfeer opgelost – als iemand komt klagen krijgt hij een financiële tegemoetkoming. ‘Echte’ democratie wordt gezien als vertragend.

Politiek, aldus Robin, is een soort van huishoudbeurs geworden die met de dag kan veranderen, afgestemd op de vraag vanuit de consument – gebaseerd op polls. Het gaat om het imago, en het imago heeft geen authentiek moment meer, want er is geen ideologie als fundament (hierbij schrijft hij druk op zijn flip-over). De politieke partij is verworden tot een merk, gepromoot door spin-doctors. En wij zeggen wel dat we een verhaal willen, een visie, maar zodra we die krijgen willen we al snel weer een ander verhaal.

Dan vervolgt hij met Habermas. Habermas maakt een onderscheid tussen twee domeinen in de samenleving: de systeemwereld en de leefwereld. Dit onderscheid lijkt op dat tussen de politiek en het politieke. Onder de systeemwereld vallen economie, arbeid, bestuur en recht, onder de leefwereld onder meer de ethiek, tradities, letteren en kunsten (het tweede domein is veel breder). Beide domeinen hebben een eigen rationaliteitsvorm. Binnen de systeemwereld geldt het instrumentele denken (in termen van resultaten, doelen, kwantiteit: meten is weten), binnen de leefwereld het communicatieve denken (in termen van relaties tussen subjecten, gewoonten, waarden, kwaliteit).

De eerste vorm van denken is amoreel. Het gaat er hierbij simpelweg om of dingen werken. De tweede vorm is moreel. Dat wil niet zeggen dat de eerste vorm verfoeilijk is, het is simpelweg een andere manier van tegen de wereld aankijken, die binnen dat domein goed werkt. Sommige dingen moet je nu eenmaal meten. Het probleem met onze samenleving, zo stelt Robin via Habermas, is dat de leefwereld wordt gekoloniseerd door de systeemwereld. De denkwijze van de systeemwereld gaat steeds meer overheersen binnen domeinen waarin dat helemaal niet wenselijk is (de zorg, de wetenschap, de kunsten). Binnen de marktsamenleving gaan wij onszelf zien als merk, we gebruiken managementtaal om ons leven vorm te geven, denken in termen van winst. We kunnen het niet meer eens worden over wat juist is, en we geloven niet meer in waarachtigheid, dus worden we berekenend: verkoopt het, dan is het goed. Een wrang voorbeeld hiervan zag je bij de bezuinigingen in de kunstensector: niet alleen Halbe Zijlstra hanteerde de redenering dat een cultureel gezelschap waard is wat het in euro’s verdient, ook veel kunstliefhebbers gingen hierin mee, door te roepen dat een sterke culturele sector een land indirect economisch profijt oplevert. Het argument dat ‘alles van waarde weerloos is’, kon alleen op hoongelach rekenen. Wat weerloos is, is niet rendabel.

Annelies "schudt op haar grondvesten"

Naderhand vertelt Annelies me dat ze “schudt op haar grondvesten”. In de jaren negentig was ze nog positief over de maatschappelijke verschuiving van idealisme naar pragmatisme, dat betekende dat er eindelijk eens aangepakt werd. Maar nu ziet ze ook de negatieve kanten van die pragmatische, berekenende benadering. “Ik ben helemaal in verwarring, binnenkort kunnen ze me opnemen.”

Bob de Bouwer en de noodzaak van dagdromen

De avonden die volgen zijn niet minder confronterend. Robin en Tiers laten zien hoe makkelijk we het accepteren dat bedrijven onze privacy schenden, hoezeer de media gedomineerd worden door meningenjournalistiek en hoe weinig ‘echte’ vrijheid we eigenlijk hebben. We zijn vrij om te kiezen welke van vijftien soorten pastasaus we willen, maar zijn we ook vrij om te zeggen dat het van ons niet zo nodig hoeft, al die pastasaus? Gelukkig voor Annelies, en voor ons allemaal, eindigt de cursus hoopvol. De laatste avond volgt op een goede dag voor anti-kapitalisten: de crisis in Cyprus is bezworen door de grootste bank te sluiten en de rijken te laten betalen.

Er broeit iets, de onvrede waar Ger de eerste bijeenkomst op hoopte.

Robin bemerkt dat er een gestage omslag in denken aan het plaatsvinden is. Er broeit iets, de onvrede waar Ger de eerste bijeenkomst op hoopte. Op de congressen waar Robin komt – en hij komt op nogal wat uiteenlopende congressen, over zorg, over de kunsten, over de bouw – wordt zijn kritiek op het marktdenken herkend en beaamd. De vraag is alleen: hoe nu verder? Robin: “Het is nu verrekte koud en iedereen heeft dan zoiets van ‘waar kunnen we een klacht indienen?’ Dat kan natuurlijk niet, maar bij een samenleving maak je er zelf deel van uit, je kunt zelf beginnen met de verandering, dat vergeten mensen nog wel eens.”

De filosofische ster van vanavond is Alain Badiou. Badiou ziet onze naïviteit om te denken dat we werkelijk in een democratie leven als hét probleem. De analyse is inmiddels bekend: niet het volk, maar de markt regeert. Badiou komt echter ook met een oplossing: ‘het evenement’. Het evenement is een gebeurtenis die zomaar kan ontstaan en die een verandering bij ons teweegbrengt. Een kantelmoment. Zulke ervaringen (bijvoorbeeld de geboorte van een kind) maken dat we ons aan iets willen committeren. Het evenement luidt het einde van de ironie in. Badiou spoort ons aan ‘ja’ te zeggen, ons met hart en ziel in te zetten voor het nieuwe, en zelf een waarheid vorm te geven. We moeten het evenement daarvoor wel toelaten en er ‘trouw’ aan zijn.

Trouw zijn aan één zaak is echter niet gemakkelijk voor wie niet meer gelooft in de waarheid. Misschien zouden we moeten luisteren naar Ernst Bloch (1885-1976), een Duitse filosoof die het boek Het principe van de hoop schreef. Volgens Bloch is de utopie, het beeld van een ideaaltoestand, een intrinsiek element van ons menszijn. Hij beredeneert dat aan de hand van kindersprookjes (Bobo, of Bob de Bouwer geeft Robin als hedendaagse voorbeelden). Daarin gaat het doorgaans om een probleem dat opgelost moet worden, er wordt samengewerkt en dan komt het goed (‘Kunnen we het maken? Nou en of!’). De overtuiging dat het goed zal komen, beter zal worden, daar geloven we vrijwel allemaal in. We zijn gericht op de toekomst, hebben ‘concrete utopieën’, zijn voortdurend bezig met dagdromen, en ook met het daadwerkelijk verwezenlijken van kleine doelen (al is het maar het verschonen van een luier). Dat zouden we ook toe kunnen passen op de samenleving. We zijn nog niet utopisch genoeg, we lachen idealisten uit, terwijl we stiekem allemaal idealisten zijn.

Is een evenement wel echt nodig?

Robin nodigt ons uit tot discussie: wat zijn de problemen en hoe komen we tot verbeteringen? Grijze heer Hans vraagt zich af of er wel echt een evenement nodig is, of dat er ook sprake kan zijn van voortschrijdend inzicht. De andere cursisten stemmen ermee in dat het ook rustiger moet kunnen dan via de Badiouaanse openbaring. Erica roept de vraag op of de verschuiving naar een ander systeem dan het neoliberale wel zonder dwang zal kunnen. Robin benadrukt dat de urgentie nu hoog is, met al die crises moet het wel anders: “De kapitalistische cultuur is nu uitgeput.” Kunstenares Jacqueline stelt vast dat de verandering in schaalverkleining zal moeten zitten. Er klinken instemmende geluiden. Grijze heer Victor vraagt Robin: “Wat vind je van het idee dat mensen alleen zullen veranderen als ze voldoende pijn voelen?” Robin: “Ja, dat is wel zo. Het evenement is ook een soort pijnmoment.”

Dan komt Marco ertussen: “Ik ben net terug van twee weken Amerika en gelijk toen ik terugkwam dacht ik: ‘Wat een fijn land hebben we hier eigenlijk.’ Waarom doen we allemaal zo ontevreden? Als je tevreden bent haal je daar veel meer energie uit.”
Victor: “Jij hebt nog geen pijn.”
Leo: “Inderdaad, je hebt bijvoorbeeld geen gehandicapt kind waar je geen zorg voor kan krijgen.”
Hans: “Of een huis dat je aan de straatstenen niet kwijtraakt.”
Adriaan tegen Marco: “Je kijkt nu naar het materiële…stel nu dat Nederland af is…”
Marco: “Ja, ik vind dat Nederland af is!”
Adriaan: “Maar toch is er ontevredenheid.”
Hans: “Ik denk helemaal niet dat Nederland af is! Die schadelijke stoffen die kinderen ver weg inademen als ze onze mobieltjes in elkaar knutselen – dat is toch een ramp! We zijn nog lang niet af!”
Robin: “We beginnen nu te denken in termen van duurzaamheid: wat produceren we en wat hebben we eigenlijk nodig? Zodra je zo begint te denken, ga je uit het kapitalistische systeem. Als je cynisch bent zeg je: ‘Ja, homohaat, antisemitisme, dat komt toch steeds weer terug, dat zijn van die golfbewegingen. En dan komen er weer kampen, daar stoppen we dan weer mensen in, daar doe je niets aan.’ Maar de maatschappelijke werkelijkheid is geen natuurfenomeen, we construeren het met z’n allen!”
Marco: “Maar in hoeverre wil je dat duurzame gedrag afdwingen en in hoeverre gaan mensen dat zelf doen?”
Robin: “Hier laat ik liever de duurzaamheidsexpert aan het woord.”
Annelies: “Het gaat om hoeveel verantwoordelijkheid je wilt nemen, als individu en als bedrijf. Binnen mijn bedrijf zie ik dat het een proces is, en dat het heel onvolkomen is: er gaan heel veel dingen mis. Maar het besef dat het anders moet groeit, bedrijven moeten veranderen om te kunnen blijven bestaan. Het gaat alleen in kleine stapjes.”
Jacqueline: “Hoe moet het gaan heten, die nieuwe samenleving, die nieuwe stroming?”
Robin: “In elk geval niet ‘de derde weg’ of ‘vriendelijk kapitalisme’, want in het script van het kapitalisme zelf zit een vernietigende tendens. Daar moet je mee breken, dat is de uitdaging.”
Wilbrord: “Wat dachten jullie van ‘kringloopdenken’! Het economische handelen moet aan ecologische criteria worden getoetst.”
Victor: “Wacht, ik heb een evenement! We kopen al die troep die zo slecht is voor het milieu en de mensen omdat er zo veel moeite gedaan wordt ons via reclames te overtuigen dat we dat moeten kopen. Wat als er nu meer in geïnvesteerd wordt om ons die duurzame producten op te dringen? Dan kopen we die!”
Marnie: “Oh nee, alsjeblieft niet! Dan ga je je ergeren aan die reclames.”
Victor: “Oké, ik had geen evenement.”
Marco: “Ik vind nog steeds niet dat neoliberalisme het probleem is. Je kunt toch zelf kiezen? Van daaruit kun je toch de markt sturen?”
Jacqueline: “Ik vind dat jij gratis op vervolgcursus mag. Je hebt niets geleerd.”
Victor: “Nou, Marco, ik vind het heel knap van je hoe je hier zit en dat je al die tijd je rug hebt rechtgehouden. Mijn kinderen zijn ook dertigers en bij hen zie ik eenzelfde soort optimisme. Zo positief was ik niet toen ik die leeftijd had.”

Voorzichtig optimisme

Zo eindigt de cursus na acht weken. Marco is nog steeds liberaal en Ger gelooft nog steeds in de revolutie. Het kost me moeite mijn postmoderne neiging te bedwingen om het optimisme van de laatste avond te bagatelliseren. Dat lukt me niet helemaal. Badious hyperoptimistische, wereldveranderende evenementen gaan me te ver. De oude communist lijkt niet te willen zien hoe het ook mis kan gaan als iemand zijn ideaalbeelden voor waarheden aanneemt. Wel durf ik voorzichtig weer te geloven in idealisme. Een klein, huiverig, realistischer idealisme. Met babystapjes een richting op die van tevoren niet vastligt, maar die we gaandeweg bepalen. Gewoon blijven proberen, elke dag opnieuw, onbeholpen en twijfelend, om vertrouwen te hebben in de mensheid. Cynicism is for our parents.

De Nieuwe Liefde is vorige week gestart met de vervolgcursus van ‘In wat voor wereld leven wij?’, met de titel ‘Vrijheid. Maar voor wie?’

Mail

Emy Koopman (1985) is Hard//hoofd-redactielid, literatuurwetenschapper, psycholoog en schrijver. Haar debuutroman Orewoet verscheen in september 2016 bij Prometheus. // emy@hardhoofd.com

Sluit je aan en verzamel kunst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor verbeelding en verhalen. Een niet-commercieel platform waar talent de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. Zonder advertenties en helemaal gratis.

En dat heeft resultaat. Hard//hoofd’ers Iduna Paalman en Joost Oomen werden dit jaar door de Volkskrant verkozen tot literair talent van het jaar.

Een plek als Hard//hoofd kan alleen bestaan met jouw steun. Sluit je daarom bij ons aan en ontvang kunstwerken van veelbelovende makers, een Hard//hoofd-tasje en voorrang voor ons jubileum.

Sluit je aan
het laatste
10 jaar Hard//hoofd in Het HEM

10 jaar Hard//hoofd in Het HEM

Op de eerste lentedag van dit decennium viert Hard//hoofd haar 10-jarig bestaan in Het HEM. Samen met de alchemisten van deze tijd toveren we Het HEM om tot nachtlaboratorium. Vier met ons mee! Lees meer

Tip: Wees een exoot

Wees een exoot

Eva van den Boogaard ontwaakt in een onbekend huis. Is zij hier de vreemdeling? Of is het vooral vreemd dat haar gastheer haar dat laat denken? Een tip om je niet neer te leggen bij xenofobie. Lees meer

 Klimt achter de klimop

Klimt achter de klimop

Italiaanse tuinmannen bevrijdden een vrouw die zo'n 60 tot 100 miljoen euro waard blijkt. Het nieuws in beeld door Veerle van der Veer. Lees meer

Trotse mixtape

Trotse mixtape

Als je buren aan de deur komen bonzen, is dat om de link naar deze playlist te vragen. Lees meer

Automatische concepten 32

Het glas had jouw vorm

Thijs Joores bespreekt in zijn gedichten een donkere kant van trots: over het Imposter Syndrome en thuiskomen bij je ouders waar je kindertekeningen nog op het toilet hangen. Lees meer

Alles vijf sterren: 19

Trots op onze menselijkheid

Deze week worden we blij (en trots) van burlesque, zwart-witfoto's in elke kleur van de regenboog en het tweede seizoen van Sex Education. Lees meer

De humblebrag

De humblebrag

Anne Staal gaat in gesprek met haar miereneter, want er moet haar iets van het hart. Lees meer

Stemmen die wegsterven in de wind

Stemmen die wegsterven in de wind

Een auteur heeft zich teruggetrokken in een grauwe hotelkamer en werkt aan een boek, om niet te hoeven praten en niks uit te hoeven leggen. Voor zolang het duurt. Want van wie is het boek uiteindelijk: van de schrijver of van de lezers? Lees meer

 Wat betekent het om erbij te horen?

Wat betekent het om erbij te horen?

In deze extra Beeldspraak, speciaal voor de Trotse week, zoomt Alex Avgud in op de lichamen van zij die zich niet aan de norm wensen te houden: migranten, lhbt'ers of beide. Lees meer

Zondeval 2.0: hoe (niet) te leven in de klimaathel

Zondeval 2.0 Hoe (niet) te leven in de klimaathel

Terwijl de aarde warmer wordt dan goed voor ons is, ziet Iris Blaak dat mensen naar uitersten grijpen om hiermee om te gaan. Waar de een zijn kop in het zand steekt, neemt de ander juist het drastische besluit om zich niet meer voort te planten. Lees meer

Column: Jouw haar is ook mooi, hoor

Jouw haar is ook mooi, hoor

Iduna Paalman kan nog steeds met schaamte terugdenken aan die keer dat een jongen op het festival vond dat ze tof haar had, en hoe ze dat voor even geloofde. Lees meer

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Uiterlijk schoon is zowel een vloek als een zegen voor Jihane Chaara. Ze merkt dat het al te vaak het zicht ontneemt op alles wat er onder de oppervlakte aanwezig is. Ze zoekt haar heil in de filosofie van body neutrality. Lees meer

Trots zoals _ zich verhoudt tot _

Trots zoals _ zich verhoudt tot _

Yentl van Stokkum onderzoekt de trots die ze in haar dagelijks leven om zich heen ziet: in kleedkamers, in opgeruimde kamers en in primetime televisieprogramma's. Lees meer

Waarom etaleren we onze trots op sociale media?

Waarom etaleren we onze trots op sociale media?

Honger en rampspoed te over in de wereld, maar op sociale media ziet Wieneke van Koppen alleen maar voorspoed en persoonlijk geluk. Hoe zit dat? Ze gaat te rade bij emotie-psycholoog Ad Vingerhoets. Lees meer

Train je trots

Train je trots

Roos Wolthers besefte dat ze eigenlijk nooit trots is op zichzelf. Sterker nog: ze ziet vooral wat ze verkeerd doet. Maar trots kun je trainen. Een tip om je eigen prestaties te benoemen. Lees meer

Hard//hoofd hult zich in een fluwelen harnas

Hard//hoofd hult zich in een fluwelen harnas

Deze week paradeert, poseert en flaneert Hard//hoofd erop los, want wij zijn trots, en de hele wereld mag het weten. Lees meer

 Kikker-K'NEX

Kikker-K'NEX

Amerikaanse wetenschappers zijn erin geslaagd kleine robotjes te maken met levende cellen uit kikkerembryo's. Aida de Jong bracht het nieuws in beeld. Lees meer

 1

Lieflijkheid, comfort, en verbeelding

Deze week worden we blij van een boek van Jenny Slate, een fleecepyjama en de horoscopen van Rob Breszny. Lees meer

 1

Collectief protest is nodig voor individueel geluk

Wolter de Boer luisterde naar de kersttoespraak van de koning en was verheugd dat hij over onze geluksobsessie sprak. Wel liet de koning een paar belangrijke maatschappelijke factoren voor de ellende van individuen achterwege in zijn rede. Lees meer

Seoul 2

Seoul

Thijs Joores schreef deze ritmische gedichtencyclus tijdens de jaarwisseling in Seoul. Het begint kalm, maar eindigt in een wervelwind aan gedachten en reflecties. Lees meer

Sluit je aan en verzamel kunst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor verbeelding en verhalen. Een niet-commercieel platform waar talent de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. Het bestaan van zo’n platform is niet vanzelfsprekend. Sluit je daarom bij ons aan en ontvang kunst, een Hard//hoofd-tasje en voorrang voor ons jubileum.

Sluit je aan