Illustratie: Kathrin Klingner

Koffie is bezig aan een tweede jeugd. Dit brengt een nieuwe cultuur met zich mee. " />

Illustratie: Kathrin Klingner

Koffie is bezig aan een tweede jeugd. Dit brengt een nieuwe cultuur met zich mee. " />
Asset 14

Nieuwe Nederlandse koffie

Waar vinden we in een geglobaliseerde wereld troost? In een luie Chesterfield in de Coffee Company natuurlijk. Of in één van de hippe gespecialiseerde koffietentjes die in elke stad opduiken. En de kwaliteit? Buitengewoon goed! Over hoe de globalisering heeft gezorgd voor de herwaardering van koffie.

“If invited to a friend’s house for a cup of coffee around 10.30 AM, you will be offered one kopje koffie (cup of coffee) with milk and sugar and one biscuit. When these are finished, you will usually be offered a second cup of coffee, again with one biscuit. After this very Dutch ritual, it’s time to take your leave.”

Volgens CultureShock!, een etiquettegids voor buitenlanders, is dit hoe Nederlanders hun koffie drinken. Wie jong en hip(ster) is, weet echter dat het zo niet meer werkt in de praktijk. De Nederlandse koffiedrinker houdt zich tegenwoordig op in een koffiezaak met barista. Daar haalt hij zijn koffie aan de bar en slurpt deze weg in een bruinleren zetel. Ondertussen overlegt hij met vrienden zaken van het alledaagse leven, als ware hij een personage uit Friends. Of hij heeft een laptop meegenomen en maakt van de koffiebar het kantoor, à la Carrie Bradshaw. Tevens populair: al lopend over straat koffiedrinken, zoals Hollywoodsterren dat doen in films en op paparazzifoto’s.

Illustratie: Kathrin Klingner

McDonaldization of coffee

De Nederlandse koffiecultuur is veramerikaanst. Het lijkt erop dat Nederlanders dankzij de media, hun aangeboren reislust en de expansiedrift van Starbucks zoveel zijn blootgesteld aan koffiedrinkende Amerikanen dat ze op dezelfde manier zijn gaan koffiedrinken. De Amerikaanse socioloog George Ritzer zou dit een kwalijke ontwikkeling vinden, een teken van wat hij noemt de “McDonaldization of culture”. Volgens Ritzer worden de Amerikaanse en andere maatschappijen geïnfiltreerd door de principes van de fastfoodindustrie, samen te vatten als effectiviteit, berekenbaarheid en voorspelbaarheid. Dit proces zou leiden tot globalisering en (te veel) homogeniteit.

Starbucks, Amerika’s grootste koffieketen, wordt soms wel de McDonalds van de koffie genoemd en functioneert soepeltjes volgens bovenstaande principes. Over de hele wereld vinden we tentjes met het zelfde groene logo op de pui, waar we vlot en gemakkelijk dezelfde drankjes kunnen drinken, in dezelfde hoeveelheden en uit dezelfde bekers. Nederland is weliswaar een van de weinige westerse landen met nog nauwelijks een Starbucks, maar dat gat wordt grotendeels opgevuld door de Coffee Company, een populaire keten van koffiezaakjes met alleen al 19 vestigingen in Amsterdam. Elk met Starbucks-achtige luie zetels, per koffie een uur gratis WiFi en een menu van koffiemengsels in standaardmaten.

Het nieuwe Nederlandse koffieleuten is dus inderdaad in zekere zin homogeen en behoorlijk geglobaliseerd. Maar kwalijk is die ontwikkeling niet, en nieuw des te minder. Want geen product zo intercultureel als koffie, en dat is al zo sinds de geboorte van het zwarte goedje.

Appropriation Culturelle

Niet lang nadat de Ethiopische herder Kaldi het idee opvatte om koffiebonen te koken (omdat een van zijn geiten de besjes had gegeten en daar heel opgewonden van werd), pikten Arabische handelaars dit gebruik op en begonnen de teelt van koffieplanten. Aan het begin van de 16e eeuw vonden koffiehuizen hun oorsprong in de Arabische wereld. Vanaf halverwege de 17e eeuw raakten deze in Europa in zwang. Daar vormden ze in Oxford intellectuele centra voor buitenlanders en Engelse zakenreizigers, en waren ze in Londen en Parijs onderhevig aan de internationale mode. De handel van koffie ging alleen via specifieke handelsnetwerken, en werd doorgaans gerund door Armenen, Joden, Grieken en Italianen. Koffiehuizen waren de plek waar culturen en nationaliteiten samenkwamen.

In de 21e eeuw is het koffiehuis veranderd van een plek voor culturele samenkomst in een product van cultureel kopieergedrag. Dit is minder passief en eenzijdig dan het klinkt, want het betreft een selectieve manier van kopiëren. Nederlanders hebben alleen overgenomen wat ze leuk vinden aan de Amerikaanse koffiecultuur: de koffiecreatie van de barista in een gezellig tentje met WiFi in plaats van de opgewarmde filterkoffie in een kale diner. Deze culturele toe-eigening, of ‘appropriation culturelle’ (een term van Franse historicus Roger Chartier) blijkt dus niet passief, maar creatief te zijn. Ook de Amerikanen hebben hun koffiegebruiken aangepast door zich elementen uit een andere cultuur toe te eigenen. Ze hebben goed gekeken naar de Italiaanse koffiebar en de espressootjes die daar werden weggetikt en hebben het toen nagedaan op hun eigen manier. Daarom kan je in een Amerikaans koffietentje een cappuccino krijgen, maar ook een frappuccino en een soy latte. En die haal je op z’n Italiaans aan de bar, maar drink je daar niet meteen op. Je kan er lekker mee gaan zitten, of ‘m in een kartonnen bakje uit wandelen nemen. Zelfs de terminologie is toegeëigend. Barista, Italiaans voor barman, is Engels voor koffiezetman en heeft als meervoud baristas in plaats van baristi.

Peets koffiehandel

Het grote voordeel van al die culturele uitwisseling is dat de kwaliteit van koffie er in het algemeen sterk op vooruit is gegaan. Neem de traditionele Amerikaanse manier van koffiedrinken. Amerikanen dronken hun koffie, net als Nederlanders, van oudsher de hele dag door, om lekker warm te blijven. Daarvoor moest de koffie slap zijn en heel licht gebrand. De cup of Joe is het tweelingbroertje van onze kop slootwater, uit het gezin der ongeïnspireerde koffie.

In 1963 was de kwaliteit van Amerikaanse koffie zelfs zo bedroevend dat de San Fransisco Chronicle op de voorpagina kopte: “A Great City’s People Forced to Drink Swill.” Het is nota bene een Nederlander van wie gezegd wordt dat hij Amerika koffie heeft leren drinken. Zijn naam was Alfred Peet, zoon van een Alkmaarse koffiehandelaar. Hij emigreerde naar Californië en opende daar een koffiebar met eigen geïmporteerde bonen die hij goed brandde. De oprichters van Starbucks waren er vaste klanten en openden in 1971 zelf een winkel om koffie te verkopen, “high quality coffee, dark-roasted in small batches, the European way.” Het koffie-imperium groeide en de Amerikaanse liefde voor koffie groeide mee. Inmiddels heerst in veel Amerikaanse steden een obsessie met kwaliteit, waardoor koffiebonen worden behandeld als wijndruiven.

In Nederland liet kwalitatief hoogstaande koffie wat langer op zich wachten. Na de Tweede Wereldoorlog voer de koffiecultuur hier even mee met de internationale mode, wat in de jaren vijftig leidde tot een kort succes van espressobars naar Italiaans voorbeeld. Het beklijfde niet - naar verluidt omdat steeds meer restaurants en koffiehuizen espressomachines aanschaften en zo de exclusiviteit en het toezicht op de kwaliteit ervan verdween. Enkele ijdele pogingen van Italië-minnende ondernemers daargelaten, is het nooit meer wat geworden tussen Nederland en de espresso. Totdat daar opeens de aandrang was om de Amerikanen na te doen.

'Third Place'

De aantrekkingskracht van het adapteren van de Amerikaanse koffiecultuur zit ‘m echter niet alleen in de koffie zelf, minstens even belangrijk is de plek waar die koffie gedronken. De koffiebar Amerikaanse stijl neemt meer en meer de vorm aan van wat Starbucks-directeur Howard Schultz de ‘third place’ noemt: de hangplek waar je voor of na het werk je troost drinkt, een krantje leest en mensen ontmoet. Schultz geeft daarmee een commerciële draai aan de term die de stedelijke socioloog Ray Oldenburg gebruikt om een sociale omgeving te beschrijven die los staat van thuis ('first place') of werk ('second place'). Zo'n 'derde plek' dient als basis voor gemeenschappelijk leven en intellectuele en creatieve interactie. De koffiebar leent zich hiervoor natuurlijk uitstekend, en de gedachte aan het Parijse koffiehuis Café Deux Margots, waar jonge intellectuelen als Sartre en Hemmingway vroeger samenkwamen, is onvermijdelijk.

Schultz heeft in de afgelopen jaren zo vaak mogelijk ‘third place’ geroepen om deze term aan het Starbucks-merk te verbinden, maar de barretjes met het groene zeemeerminlogo worden als sociale hangplek voorbijgestreefd door onafhankelijke koffietentjes en kleinere ketens. Starbucks raakt door zijn omvang steeds verder af van zijn oorspronkelijke kwaliteitsprincipe en persoonlijke atmosfeer.

Het jonge creatieve publiek verschanst zich liever met een kop lokaal gebrande koffie in een eigenzinnig etablissement waar soms bands optreden en ze de barista persoonlijk kennen. In grote Amerikaanse steden vermenigvuldigen dit soort zaakjes zich op hoge snelheid en zij bieden een mooi tegenwicht aan Starbuck’s homogeniteit, vanwege hun drang zich te onderscheiden van de archetypische Amerikaanse koffiebar. Dit doen ze door de zaak een eenvoudige inrichting te geven en de aandacht op koffie en barista te richten, of door WiFi achterwege te laten om onderling contact tussen de klanten te bevorderen. Sommige barretjes richten zich op een kleine niche, zoals de New Yorkse koffiebranders Stumptown, die een bar hebben geopend waar alleen druppelkoffie gedronken kan worden.

Kwaliteitskopie

De grote koffiewind uit Amerika blaast dit soort onafhankelijke koffiebarretjes met zich mee, waardoor een niet-monotone ‘derde plek’ met door kwaliteit geobsedeerde baristas langzaamaan ook voor ons tot de mogelijkheden behoort. Voorbeelden hiervan zijn Hopper en de al oudere Urban Espresso Bar in Rotterdam. Of The Village in Utrecht, onder de rook van brandende koffiebonen uit de Douwe Egberts-fabriek. Verzamelde en zelfgemaakte meubels, waaronder een oude gymvloer als bar, vormen hier het decor van muziekoptredens en WiFi-loze ontmoetingen van espresso-nippende Nederlanders en soya latte-drinkende Italianen. De koffie wordt gezet van zorgvuldig gekozen en zelf gemixte bonen uit een Antwerpse branderij.

Het was nog nooit zo leuk om jezelf in Nederland in je caffeïnebehoefte te voorzien. Ons culturele kopieergedrag heeft het mogelijk gemaakt kwalitatief hoogstaande koffie te drinken op sociale, creatieve plekken. Globalisering is zo slecht nog niet.

Mail

Kelli van der Waals

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
:Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 1) 1

Poetry International X Willem de Kooning Academy: Gedicht zoekt beeld (deel 1)

Hoe kun je poëzie ook anders ervaren dan via de bundel of op het podium? Tachtig studenten illustratie van de Rotterdamse Willem de Kooning Academie lieten zich inspireren door het werk van de dichters van het 54ste Poetry International Festival (6, 7, 8 en 9 juni in Rotterdam). Dat levert een verrassende verzameling nieuwe beelden op. Een dialoog tussen woord en beeld waarbij iedere tekenaar zijn eigen afslag nam. Lees meer

Dubbelleven

Dubbelleven

Hoe kenmerkt het interieur van een multicultureel gezin zich? Emerald Liu onderzoekt hoe huiselijke voorwerpen een metaforische brug vormen met haar overzeese familieleden. ‘Het proces van achterlaten maakt alles wat je in je handen hebt extra betekenisvol, overgoten met een glazuur van kostbaarheid.’ Lees meer

Zo beweegt ze niet

Zo beweegt ze niet

Ze had zich er grondig op voorbereid. Spotify-playlists, het juiste jurkje, en zelfs een plan voor gespreksonderwerpen. Maar nu, in de rij voor de club, voelt alles vreemd en ongepast. Een audioverhaal van Lakaver (Werner de Valk en Roderik Maes). Lees meer

Ik wil het woord tokkie nooit meer horen

Ik wil het woord tokkie nooit meer horen

"Ofwel we noemen mij voortaan een tokkie, en ik zal de titel met trots dragen. Of we stoppen met het gebruik van het woord tokkie en laten het weer alleen een familienaam zijn." In deze gastcolumn geeft Anne Schepers een ijzersterk pleidooi tegen het negatieve gebruik van het woord 'tokkie'. Lees meer

Tot morgen

Tot morgen

Na bijna vier jaar als columnist voor Hard//hoofd is het voor Eva tijd voor iets nieuws, maar afscheid nemen is niet haar ding. 'Dus lieve lezers: voor jullie nu een kus op de wang, en tot morgen!' Lees meer

Wat je niet zult zien op het nieuws

Wat je niet zult zien op het nieuws

Marthe van Bronkhorst beschrijft dat wat ongezien blijft op het nieuws over de demonstaties bij de UvA. 'Maar het is wel gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.' Lees meer

:‘Booking profiteert, Israël bombardeert’: waarom gerichte demonstraties mij energie geven 2

‘Booking profiteert, Israël bombardeert’: waarom gerichte demonstraties mij energie geven

Booking.com pretendeert op te komen voor mensenrechten en verdient tegelijkertijd geld aan verhuur in illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Juul Kruse beschrijft hoe het is om tegen dit bedrijf te demonstreren. Lees meer

:Perfect Days: over ritme en ontwakende schoonheid

Perfect Days: over ritme en ontwakende schoonheid

Daria Rizvic zag de film Perfect Days op precies het juiste moment in haar leven. Een persoonlijk verhaal over de kracht van regelmaat. Lees meer

Enge man

De echte ‘sfeerboosdoener’ was de ME

Hoe kan een universiteit die in bijna elk curriculum aandacht besteedt aan dekolonisatie en de kritische blik van haar studenten, zich hier in de praktijk, wanneer het over hun eigen rol gaat, aan onttrekken? Lees meer

Relatietherapie voor een  meningsverschil over AI en kunst 1

Relatietherapie voor een meningsverschil over AI en kunst

Drie kunstenaars komen samen om te praten over de relatie tussen AI en kunst. Twee verschillen flink van mening, de derde bemiddelt. Lees meer

 1

Museumwanden heringericht: Hoe moeten vrouwelijke kunstenaars nu gecureerd worden?

Waarom hangt er nog steeds zo weinig werk van vrouwelijke makers in Nederlandse musea? Isabella Legebeke onderzoekt dit aanhoudende gebrek in een hoopvol essay. Lees meer

Mooi weer spelen

Mooi weer spelen

Als Aisha’s eerste therapiesessie niet voelt als de warme deken waar ze op hoopte, mist ze groepsgenoot S., die haar een spiegel voorhield. Lees meer

:Het is een ondiepe sloot voor een fantasyschrijver: deel 2

Het is een ondiepe sloot voor een fantasyschrijver: deel 2

In het tweede deel van dit essay onderzoekt Ida de complexe verhouding tussen de ‘nuchtere’ Nederlandse cultuur en fantasy. Druist fantasie eigenlijk wel zo tegen onze natuur in als we denken? Hoe is dat eigenlijk mogelijk, als we tegelijkertijd zo van fantasy houden? Lees meer

Het actieve verdraaien van de feiten over Israëlisch geweld

Het actieve verdraaien van de feiten over Israëlisch geweld

Gaza kan halverwege mei de meest extreme vorm van hongersnood verwachten. Volgens de VN bestaat deze door de mens gecreëerde catastrofe nu al in delen van Gaza. David Meijers ontleedt hoe Nederlandse politici en media actief het Israëlisch beleid vertekenen en wegkijken van de genocide. Lees meer

Verdomme, ik heb wel geleefd

Maar verdomme, we hebben wel gelééfd

Marthe van Bronkhorst schreef in 2019 een toneelstuk dat bijna volledig werkelijkheid is geworden. Kan ze de slotscène nog weren uit de realiteit? Lees meer

AI: Nooit meer eenzaamheid?

AI: Nooit meer eenzaamheid?

Ferenz Jacobs bespreekt het futuristische kunstproject van Alicia Framis. Deze zomer trouwt Francis met een hologram gebaseerd op haar eerdere relaties. AI en liefde: een gelukkig huwelijk? Lees meer

Bericht vanaf de Biënnale van Venetië

Bericht vanaf de Biënnale van Venetië

Afgelopen woensdag opende het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië. Onze chef kunst Jorne Vriens zag hoe kunstenaar Renzo Martens in huilen uitbarstte toen hij sprak over zijn samenwerking met zijn Congolese medekunstenaars. Lees meer

:Het is een ondiepe sloot voor een fantasyschrijver: deel 1

Het is een ondiepe sloot voor een fantasy-schrijver: deel 1

Bijna een kwart van de Nederlandse volwassenen leest het liefst fantasy of sciencefiction. Toch verschijnt er bijna geen Nederlandstalige fantasy. In dit eerste deel van een tweeluik onderzoekt Ida Hondelink waarom fantasy als volwassen literair genre zo ondergeschikt is in Nederland. Lees meer

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Wanneer Eva op bezoek is bij haar zus, vraagt die of Eva haar eicellen al in heeft laten vriezen. Het laat Eva nadenken over hoe ze de vraag 'Wil ik een kind?' überhaupt kan beantwoorden. 'De vraag omtrent het ouderschap is bij uitstek een gevoelskwestie, en mijn gevoel volgen is nooit mijn sterkste punt geweest.' Lees meer

De buschauffeur

De buschauffeur

'Kijk door me heen als door de voorruit'. In deze gedichtenreeks van Angelika Geronymaki probeert een buschauffeur krampachtig de kortstondigheid - in tijd, plaats, interactie - te behouden die eigen is aan zijn baan. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer