De klassieke muziekbeleving is hopeloos verouderd. Doe het licht uit in het Concertgebouw!" /> De klassieke muziekbeleving is hopeloos verouderd. Doe het licht uit in het Concertgebouw!" />
Asset 14

Muziek in het donker

Een jaar geleden maakte Hans Abbing muziekliefhebbers kwaad met de publicatie van Van hoge naar nieuwe kunst. Hij vergeleek daarin de klassieke muziekpraktijk nadelig met dancefeesten: terwijl het publiek in de concertzalen geaffecteerd stilzit, zijn mond houdt en vergrijst, geniet de danceliefhebber van muziek in een informele sfeer, onafhankelijk van subsidie en zonder andere groepen of muziekstijlen uit te sluiten. Het publiek van klassieke concerten, citeerde hij zijn neefje, was een stel ‘neppers’ dat als klapvee in de zaal zat, terwijl Abbing zelf vaststelde dat het publiek bij dancefeesten bepaald niet onkritisch was en ook wel eens verder keek dan de eigen scene.

Daar had hij gelijk in. Niks is erger bij klassieke concerten dan het stilzitten, behalve misschien het applaudiseren. Zelf heb ik een aantal jaar zowat alles gevolgd wat er in Amsterdam gebeurde op het gebied van de contemporaire muziek, en ten tijde van die boekpresentatie was ik al tot de conclusie gekomen dat ik het in concertzalen niet uithield. Het is wel eens eerder betoogd dat de moderne gecomponeerde muziek nooit zoveel publiek heeft gekregen als de moderne kunst juist omdat je het moet uitzitten ook als je het niet mooi vindt, terwijl niemand je verplicht om een kwartier naar die schedel van Damien Hirst te kijken als je ’t kitsch vindt. (En inderdaad, ik ga eerder naar musea voor moderne kunst omdat het daar zoveel cooler is dan in de Uffizi in Florence, dan om met gapend wijdopen muil van bewondering te staren naar Tracy Emin’s courgette-act.) Je zou dus zeggen, dat er eindelijk iemand was die me begrepen had en daar nog een boek over geschreven had ook.

Quod non. Ik kocht Van hoge naar nieuwe kunst en voelde me bekocht. Dat het Concertgebouw een tempel van een dooie burgercultuur is, was geen nieuws. Dat de moderne gecomponeerde muziek alleen maar nog gesubsidieerder en in bepaalde opzichten nog elitairder is ook niet. Het was vooral teleurstellend dat zijn enige tegenvoorbeeld uit dance leek te bestaan, en zijn onderzoek uit het bezoek van een paar dancefeesten. (Abbings enthousiasme hierover kan te maken hebben met het feit dat hij een homo op jaren is.) Het lijkt erop dat hij een ontwikkeling in de nieuwe muziek heeft gemist die al minstens een halve eeuw gaande is, maar die de laatste tien jaar een hoge vlucht heeft genomen, in Nederland vooral door frisse jonge ensembles als Insomnio, VocaalLab Nederland, Ensemble MAE en het Rosa Ensemble. Ik heb het dan over gecomponeerde muziek die één ding met dance gemeen heeft: muziek in het donker.

Muziek consumeer je het beste in het donker. Bezoekers van de Melkweg en Paradiso weten dit; in jazzclubs wisten ze het al langer; en ook in de obscure scene van noisemuzikanten en geluidskunstenaars begint de muziek pas echt als het licht uit gaat. Alleen in concertzalen wordt het bijna nooit donker. Het is natuurlijk ook lastig, als je muziek van een blad moet spelen in een sfeervol schemerige omgeving. Bij de opera hebben ze daar de orkestbak voor – maar dan is het ook de bedoeling, dat je niet op de orkestbak focust maar op het toneel. Eigenlijk is het pas sinds de komst van spots op de lessenaar dat er geëxperimenteerd kan worden met licht en donker in de gecomponeerde muziek.

De eerste voorbeelden komen – niet verrassend – uit het muziektheater. (Je weet wel, opera op z’n twintigste-eeuws.) Op YouTube is Delusion of the Fury te zien, Harry Partch’s licht krankjoreme mengeling van Japans theater, Balinese gamelan, marimba’s, en zijn zelf bedachte microtonale systeem met 43 tonen, de zogeheten “tonality diamond”, waarvoor hij zijn eigen instrumentarium in elkaar zette. Aan het begin van het filmpje komen dan ook de meest wonderlijke sculpturen van hout, metaal en glas voorbij, waaruit dan nog een mysterieuze en unheimische muziek voortkomt ook. Niet toevallig zijn sommige van de slaginstrumenten ruitvormig – voor wie daar meer over wil weten: tonality diamond op wikipedia.

Het laat zich ook moeilijk voorstellen hoe je dit Oosterse muziekritueel niet in het donker zou kunnen opvoeren. Dat geldt ook voor twee stukken die George Crumb in dezelfde tijd componeerde, Black Angels en Vox Balaenae (Voice of the Whale). Met name in het laatste, dat zich op de bodem van de oceaan lijkt af te spelen en waarin de verschillende delen alle tijdperken van het begin tot het einde der tijden doorlopen, heerst van het archeozoïcum tot het cenozoïcum oeroude duisternis.

In zekere zin is Vox Balaenae al een verdere stap naar “muziek in het donker”, in de zin dat het licht en donker niet meer deel is van de enscenering van een dans/theatervoorstelling maar van de presentatie van de muziek zelf. Iets wat je helaas niet op YouTube zult vinden zijn de experimenten met muziek en cinema van Henry Jacobs en Jordan Belson in het planetarium van San Francisco tussen 1957 en 1959. Maar die concerten, de Vortex Concerts, waren geen muziekopvoeringen – de muziek kwam van een tape. Ondanks de psychedelische soundtracks - 10 jaar eerder dan Pink Floyd - waren de concerten in het Morrison Planetarium vooral een voortzetting van de film-experimenten van Duchamp, Léger, Viking Eggeling, Hans Richter e.a. in het interbellum, en de uitvinding van Jacobs en Belson die aansloeg was niet een nieuwe concertpraktijk, maar de surround sound!

(Het lijkt op de avantgarde rockmuzikanten in Eindhoven die, in de hoop de rock artistieker te maken, gingen experimenteren met lichtprojecties en daarmee onbedoeld de disco hielpen uitvinden.)

Het schoot pas echt op met muziek in het donker toen er led’s en beamers kwamen. Zolang je stil blijft zitten kun je met een leeslampje op je lessenaar wel volstaan, maar als je er bij wilt bewegen, of als je de video echt bij de muziek wilt betrekken (niet alleen een filmpje aan de muur), dan heb je toch de technische middelen van onze generatie nodig. Sinds het Muziekgebouw aan ’t IJ er is kun je zelfs, met behulp van de achter houten latjes weggewerkte led-verlichting, de zaal laten verkleuren met de muziek en heuse mondharpdisco’s houden. Er is haast geen ensemble meer te vinden dat nog níet in het donker heeft opgetreden; zelfs het Koninklijk Concertgebouworkest, toch meestal alleen in voor vernieuwing omdat ’t moet, stond een paar jaar geleden “in zeven stukken” verspreid door de Westergasfabriek te spelen op video’s van Johan Drupsteen.

Misschien heeft ’t ook wel meer met video te maken dan met led’jes. Correct me if I’m wrong, maar volgens mij was de doorbraak van “muziek in het donker” in Nederlandse concertzalen toen Yannis Kyriakides de Gaudeamus muziekprijs won met Mnemonist S. Doorgaans is dat geen garantie voor succes, maar Yannis is goed terecht gekomen, en maakt nu nog steeds muziek in het donker met Ensemble MAE – zoals The buffer zone, over het niemandsland tussen Turks en Grieks Cyprus, en Dreams of the Blind. Maar om mensen over te halen voor muziek in het donker is Mnemonist S toch de meest effectieve klap in je gezicht; vooral als tussen minuut 5 en 7 de zinnen over elkaar heen gaan dwarrelen.

En nu de hamvraag. Wordt avant-garde-muziek er minder elitair en gesubsidieerd van, dat je het in het donker uitvoert? Mwa. Met al die apparatuur wordt het alleen maar duurder, en nog minder mobiel ook. Trekt het een jonger publiek? Ja, dat wel. Maar vooral: wordt het zo de moeite waard weer eens naar een concert te gaan? Ja, dat zeker. Je kunt het zelfs delen op YouTube – en een stuk interessanter dan bij gewone concertregistraties. En als je naar de jaarlijkse Night of the Unexpected in Paradiso gaat, mag je zelfs staan!

Is het daarmee de oplossing van het probleem dat Hans Abbing schetst, van een versteende klassieke-muziek-praktijk die niet openstaat voor innovatie en met subsidie in stand gehouden wordt? Het is vooral een alternatief dat hij over het hoofd heeft gezien. Abbing pleit vooral voor alternatieve businessmodellen, waarmee klassieke muziek laagdrempeliger naar een groot publiek gebracht kan worden, terwijl de vastgefossileerde Concertgebouwdinosaurus zijn pleziertje mag houden, zolang hij maar meer betaalt. Maar dat is een beetje het afranselen van een dood paard. Abbings werkelijke probleem is met de perverse prikkels die van kunstsubsidies uitgaan, en het stilzitten in een kunstmatige setting is een symptoom daarvan. Daarover valt een zinnige discussie te voeren en daarover heeft hij met Why are artists poor? een beter boek geschreven. Maar als het erom gaat de beklemming van de concertzaal te doorbreken is er een simpeler oplossing. Doe het licht uit.

Mail

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer