Asset 14

‘Mijn familiegeschiedenis is een puzzel waarvan ik steeds meer stukjes vind’

‘Mijn familiegeschiedenis is een puzzel waarvan ik steeds meer stukjes vind’ 7

Na het overlijden van zijn grootouders vinden Stephan Splinter (34) en zijn vader op zolder een schat aan informatie. Letterlijk: zijn opa en oma lieten twee metalen kisten vol brieven en foto’s van hun tijd in Nederlands-Indië achter. Aan de hand van de documenten en de spaarzame verhalen van opa, zijn Stephan en zijn vader begonnen hun veelbewogen familiegeschiedenis te reconstrueren.

Dit gesprek is het eerste uit een reeks interviews die schrijvers Jason Keizer en Sarah van Binsbergen samen met fotograaf Amber Toorop afnamen tussen 2018 en 2020, met Nederlanders met Indische roots. De interviews kwamen tot stand met financiering van Stichting Democratie en Media en verschijnen in mei en juni 2021 op Hard//hoofd.

 

De metalen kisten, gezamenlijk zo’n zes schoenendozen, staan naast elkaar op tafel tijdens ons gesprek. Ze puilen uit met documenten verpakt in plastic zakken, waar overal data op staan geschreven. Stephans zachte ‘g’ is net zo vriendelijk als zijn persoonlijkheid en het ruime aanbod aan koekjes en frisdrank op tafel onderstreept zijn gastvrijheid. Hij is open, straalt rust uit en drukt zich helder uit. Eigenschappen die hij waarschijnlijk heeft meegenomen uit de klas: Stephan is docent op een basisschool in Breda.

Wil je vertellen wie je bent?

'Ik ben een Nederlander met een deels Indische achtergrond. Die Indische achtergrond is een gevoel. In dit gesprek is het nadrukkelijk aanwezig, maar bij familie en vrienden ben ik een Brabantse boer. Als ik over straat loop heb ik ook geen speciale gedachtes. Ik ben gewoon Stephan; heb een Nederlandse moeder en een Indische vader die in 1958 naar Nederland kwam. We wonen al enkele generaties in Etten-Leur. Ik woon twee straten van mijn ouders vandaan, twee broers van mijn vader wonen in Etten-Leur en één zus woont in Tilburg. Mijn opa en oma zijn inmiddels overleden. Maar de vierde generatie is op komst: mijn nicht is zwanger.

'Ik hou van typisch Brabantse dingen. Ik vier graag carnaval, toch anders dan een pasar malam. In Etten-Leur wordt jaarlijks zo’n markt met Indonesisch eten en Hawaii-muziek georganiseerd. Daarover zei iemand tegen me dat het een I.B.I. is: ‘Indo Belazert Indo’. Alles is daar veel te duur. Toen ik dat vertelde aan iemand in het dorp, zei hij: ‘Dat organiseer ik’. Stond ik met de initiatiefnemer te praten!'

‘Mijn familiegeschiedenis is een puzzel waarvan ik steeds meer stukjes vind’ 6
Wat betekent Etten-Leur voor je?
'Je hebt Etten, dat is hier, en Leur, daar staan veel boerderijen. Sommigen zeggen dat de scheiding tussen Etten en Leur het zandpad voorbij het spoor is. De opa’s en oma’s van mijn leeftijdgenoten kennen de strijd tussen Etten en Leur nog. Je had hier altijd twee carnavalsraden en twee verschillende optochten, die later zijn samengevoegd. Mensen uit Leur zijn daar absoluut niet tevreden mee, zij vonden hun optocht mooier. Er zijn trouwens nog altijd twee prinsen carnaval, en twee voetbalclubs: Internos uit Etten en Unitas uit Leur. Die kunnen ook niet door één deur.

Hoe meer ik weet over de geschiedenis, hoe meer ik de keuzes van mijn opa kan begrijpen

'Ik ben een familiemens, hoewel onze familie niet heel close is. Wij zijn niet zo gastvrij als wordt gezegd over Indo’s en Molukkers. Heel typisch: mijn oma had ter beveiliging drie kettingen aan de voordeur zitten. Vreemden waren niet welkom. De Indische mensen in het dorp kennen elkaar wel. Vroeger, in de tijd van onze ouders, zochten ze elkaar ook op, maar nu zijn de families verspreid over het land. Als ik oma Davies tegenkom, van een van de Indische families hier, dan heeft ze het altijd over mijn oma. We halen dan samen herinneringen op, een feest van herkenning.'

Wat is voor jou Indisch?
'Voor mij is ‘Indisch’ een tijdsperiode die te maken heeft met de koloniale- en oorlogsperiode. Ik voel me daarom vanuit historisch perspectief Indisch. Ik hou van geschiedenis; hoe meer ik weet over de geschiedenis, hoe meer ik kan begrijpen van de keuzes die mijn opa heeft gemaakt of waarom mijn vader niet goed over gevoelens kan praten. Mijn zoektocht naar onze familiegeschiedenis begon al toen opa nog leefde. We zaten vaak aan tafel met daarover een batikkleed, met chips en koek en dan vertelde hij over Nederlands-Indië. Oma zei altijd: ‘Niet over praten, dat is nooit gebeurd.’ Het ging weinig over Nederland, terwijl hij in verhouding langer hier was. Toen ik klein was klonken die verhalen heel romantisch; hij vertelde dat hij een tijger had gezien onderweg naar de fabriek. Ik dacht aan Jungle Book-achtige taferelen. Ik hoefde maar iets te noemen, een trein bijvoorbeeld, en dan begon hij meteen over treinen in Nederlands-Indië. Zo herinner ik me een verhaal over een spookhuis aan het spoor, mijn opa vertelde dat daar een geest op de rails zat.

'Mijn eindexamen op de middelbare school ging over Nederlands-Indië en de Koude Oorlog. In plaats van aantekeningen te leren zat ik naar de verhalen van mijn opa te luisteren. Over het KNIL en Soekarno, de eerste president sinds de onafhankelijkheid van Indonesië. Opa zei dat hij hem nog gezien had. Na de middelbare school had ik een goed idee over de koloniale periode en tot een paar jaar geleden ben ik opa concreter vragen gaan stellen. Na zijn hersenbloeding, in zijn laatste jaren, is hij steeds meer over deze dingen gaan praten. Op zijn sterfbed zijn we op papier gaan zetten waar hij woonde. Alle verhalen zaten in zijn hoofd, maar chronologisch was het moeilijk te plaatsen. De meest traumatische dingen heeft hij volgens mij niet verteld. Pas na het overlijden van mijn oma, die later stierf dan opa, vonden we op zolder de twee metalen kisten en werd er meer duidelijk.'


Wat weet je inmiddels over jullie familiegeschiedenis in Nederlands-Indië?
'Opa en zijn moeder zijn vlak voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak naar zijn oma in Magelang gegaan. Tijdens de oorlog zijn opa en zijn moeder veel verhuisd om oom Jung, een halfbroer van mijn overgrootmoeder, te zoeken. De vader van mijn opa had zijn gezin al voor de oorlog in de steek gelaten, nadat hij was vreemdgegaan. Hij scheidde van mijn overgrootmoeder en ging met zijn nieuwe vrouw in Jakarta wonen. In de oorlog is hij opgepakt en naar Birma gedeporteerd om daar aan de spoorlijn te werken. Vanuit Birma is hij naar Nederland gekomen. Opa bleef na de scheiding van zijn ouders bij zijn moeder die in een tehuis woonde. Hij was verantwoordelijk voor haar. Zijn zussen werden ondergebracht bij hun vader en stiefmoeder. Tijdens de oorlog zaten ze in een jappenkamp. Ook mijn opa werd in 1944 in een jappenkamp in Solo, dat toen Surakarta heette, gevangengenomen. Hij was toen een jaar of tien. Vervolgens werd hij overgeplaatst naar een republikeins kamp in Semarang. Daar bleef hij tot juni 1946. Hij zat dus twee jaar onafgebroken gevangen, zonder vader, en met een depressieve moeder.

'Opa zat voor het kamp in Surakarta ook een tijd gevangen in Rowoseneng, een bergdorpje waar landbouw werd bedreven. Op google vind je een plaatsje met een aantal huisjes en een kerkje, precies zoals opa het beschreef. Daar wil ik nog graag een keer heen, vragen wat de bewoners nog weten van die rottijd. Mijn opa moest daar in de zon staan en stijfsel eten, een soort wasmiddel om kleding te verstevigen. Hij was ook verplicht een broek van juten te dragen en omdat dat heel erg jeukte, had zijn moeder een broek gemaakt van oude gordijnen. En het Japanse volkslied werd er daar letterlijk ingeslagen, hij kon het nog steeds hardop meezingen. Als opa daarover vertelde sloeg hij met een vuist op tafel.

De oorlog is een gegeven en heeft gezorgd voor trauma’s in mijn familie

'In de revolutietijd, de periode na de Tweede Wereldoorlog waarin de Indonesiërs de onafhankelijkheid uitriepen, zat opa gevangen in het republikeinse kamp. Wat zich daar afspeelde was volgens hem nog heftiger. Daarover heeft hij nóg minder verteld. Nadat de Japanners zich hadden overgegeven, hebben de Indonesiërs in die kampen Indo’s gevangengehouden. Mijn opa zat in een voormalige school gevangen, omheind met prikkeldraad. Hij moest verplicht een rood-wit speldje dragen, zoals de vlag van Indonesië. Mensen werden onthoofd en hun hoofden werden op bamboestokken gezet en op trucks geplaatst.'

Welke rol spelen de oorlogen in Nederlands-Indië in jouw familie?
'De oorlog is een gegeven en heeft gezorgd voor trauma’s in mijn familie. Op mijn opa had ook de band tussen hem en zijn ouders veel invloed. Met zijn moeder had hij moeilijk contact en zijn vader had hem in de steek gelaten. Zelf zei mijn opa dat hij maar vier onbezorgde jaren heeft gehad, tot zijn ouders van elkaar scheidden. De rest was, voorzichtig gezegd, rot. Hij zag zijn moeder in Nederland weleens, maar ik hoorde pas van haar bestaan toen ze al was overleden. Dat zegt wel iets. In 1958 is het gezin van mijn opa in Nederland herenigd. Daarvoor hadden ze nog briefcontact: mijn opa en zijn oudste zus schreven elkaar. Zij stuurde een keer: ‘Je hebt nu een vriendin, ik hoop haar in de toekomst te ontmoeten. Neem ook eens contact op met je vader. Het is een moeilijke man, maar hij mist jou wel.’ Eenmaal in Nederland zijn deze wensen vervuld, tot op zekere hoogte hadden ze weer contact, maar de verhoudingen waren niet altijd even goed. De zussen van opa zochten elkaar geregeld op. En opa en zijn vader kwamen weleens bij elkaar over de vloer.'


Hoe is jouw familie hier in Etten-Leur terechtgekomen?
'Met drie kinderen zijn opa en oma van Surabaya, waar ze elkaar leerden kennen, naar Nederland gekomen. Mijn oma was zwanger toen ze naar Nederland kwam. In 1960 kwamen mijn opa, oma en hun vier kinderen, onder wie mijn vader, naar Etten-Leur. Daarvoor waren ze, in 1958, opgevangen in Budel en daarna in Oud-Valkenburg. De opvang in Budel was in barak-achtige woningen op een militair terrein. In de metalen kisten van mijn opa en oma hebben we van die tijd allerlei instructies gevonden. Onder andere een gedragscode en registratie van inentingen. In Oud-Valkenburg woonde mijn familie in een zogenoemd contractpension, pensions waarvan de eigenaar een contract had gesloten met de overheid om Indische families op te vangen. Om daar te wonen moest mijn opa geld van de overheid lenen. We hebben briefjes gevonden met de bedragen die opa moest terugbetalen. Het ging om duizenden guldens. Mijn vader en twee van zijn broers zijn in Indonesië geboren, mijn jongste oom in Oud-Valkenburg. Daarmee wordt hij weleens gepest. Dan zeggen ze: ‘Jij bent gewoon een Limburger, geen Indo.’
'In Indonesië werkte opa in een spiritusfabriek. Hier in Nederland kon hij kiezen tussen werk in een oliefabriek in Zwijndrecht en de Bonzo, een hondenbrokkenfabriek in Etten-Leur. Het werd de laatste.'

Voelde je familie zich thuis in Nederland?
'Eenmaal in Nederland waren mijn opa en oma niet helemaal open tegen elkaar over hun verleden. Ze hadden ieder hun eigen dingen te verwerken. Mijn oma was ook erg jaloers, waardoor opa nergens naartoe mocht. Hij verzamelde postzegels en munten en ging graag vissen, maar oma beeldde zich overal andere vrouwen in. Zo belandde opa in een stoel, met een zak chips. Op zijn ‘hoogtijdagen’ woog hij misschien wel 200 kilo. Voor ons is duidelijk geworden dat opa zich eenzaam voelde in de oorlog en dat hij vond dat hij er in Nederland weinig van had gemaakt. Opa heeft zichzelf in Nederland weggecijferd, hij deed alles voor het gezin. Vaak kwam hij pas laat thuis van de Bonzo en was dan de hele avond druk zijn zonen op hun sodemieter te geven. En dan kon hij naar bed. Mijn vader is het leger ingegaan om niet meer thuis te zijn.

Onze opa’s en oma’s hebben hard moeten vechten voor een nieuw bestaan. Niet-Indo’s zouden meer kunnen denken aan de koloniale tijd

'Ik ben de oudste van de kleinkinderen en degene die het meeste in de familiegeschiedenis is geïnteresseerd. Als ik alles zwart-op-wit heb en alle foto’s zijn gescand, dan maak ik er een boek van dat iedereen mag hebben. Maar als ik er nu over vertel, komen er nauwelijks reacties vanuit de familie. Het uitzoeken van de metalen kisten is wel goed voor onze vader-zoonrelatie; mijn vader begrijpt zijn vader beter en ik mijn vader en opa. Op zijn sterfbed zei mijn opa over de reizen die ik maak: ‘Die kans heb ik vroeger nooit gehad. Als ik je één tip mag geven: trouw nooit.’ Ik leerde daarvan dat je er wat van moet maken in het leven, moet genieten. Mijn opa kwam hier en moest alles opnieuw opbouwen, heeft zichzelf weggecijferd. Hij is nooit meer terug geweest.'

Heb jij een Indische opvoeding gehad?
'Ik ben niet echt Indisch opgevoed. Je zou kunnen stellen dat een Indische opvoeding gewoon een Nederlandse opvoeding is met wat Indische gebruiken, zoals een fles water op de wc om jezelf te reinigen. Mijn oma deed dat, zij gebruikte op de wc de botol tjebok, maar heeft dat gebruik niet doorgegeven aan haar kinderen. Ik heb dat dus ook niet meegekregen. Culinair zijn er invloeden. Neem spekkoek, een product dat in iets andere vorm al bestond in Nederland, en waar speculaaskruiden uit Nederlands-Indië aan toe zijn gevoegd. En het uitgebreide tafelen, dat is ook de invloed van daar. Bij ons thuis nemen we de tijd om te eten en na afloop drinken we koffie met een chocolaatje.'


Wanneer besloot je zelf naar Indonesië te gaan?
'Na alle verhalen dacht ik in 2008: ik wil het een keer in het echt zien. Ik heb toen een georganiseerde reis geboekt. Dat zette mijn vader aan het denken: het drong ook tot hem door dat het een mogelijkheid is om erheen te gaan. Vervolgens hebben we in 2011 een reis samengesteld. Met mijn ouders, zus en zwager zijn we naar Java en Bali geweest. Het doel was om met een chauffeur langs het geboortehuis van mijn vader te gaan. We begonnen in Jakarta en bezochten daar de oude haven, Sunda Kelapa. Daarna bezochten we Bogor en Yogjakarta, vanwege opa’s kant. De moeder van mijn opa kwam uit een huwelijk tussen een Belgische soldaat die de sultan van Yogjakarta bewaakte, en één van de bediendes van die sultan. We gingen ook naar de omgeving van Malang omdat mijn oma daarvandaan komt. Het was heel bijzonder om dat allemaal samen te doen, het maakte veel los. Toen we voor het geboortehuis van mijn vader stonden maakte dat op iedereen een diepe indruk.

Ik denk dat mijn vader zich na onze reis meer Indisch is gaan voelen

'Opa had ook een tijdje bij zijn vader in Yogjakarta gewoond. Toen hij op de fiets naar de Borobudur ging, moest hij over een spoorbrug. Altijd as hij daarover vertelde, zag ik dat beeld voor me. Toen ik voor de tweede keer op Java was wilde ik die brug graag vinden. Ik weet nog dat ik in de verte een verroeste brug zag. Ik vond het een gek idee dat mijn opa, om een short cut te nemen naar de tempel, daaroverheen gefietst had. Maar het was precies zoals hij het had verteld. Ik denk dat mijn vader zich na die reis meer Indisch is gaan voelen. Hij had als kind alleen maar gehoord: ‘We zijn in Nederland en zo moet je je ook gedragen'.'

Wat zitten er allemaal voor documenten in die metalen kisten?
'Opa en oma hebben echt van alles bewaard, van rapporten tot kalenders. Hier heb ik een bewijs dat opa naar de MULO ging, met zijn geboortedatum erop: 21-09-’31. Ook de geboorteaktes, die had hij in zesvoud gekopieerd, voor al zijn kinderen. Verder nog wat tekeningen en aantekeningen van zijn school. Maar het meest interessant vind ik de twee kampkaarten van het republikeinse kamp. Eentje van opa en een van zijn moeder. Aan één zijde geeft het een idyllisch Indonesisch landschap weer, met Japanse beschrijving. Terwijl het een kaart is van een republikeins kamp.

'Mijn oma was echt een romanticus, ze bewaarde foto’s van filmsterren. Ze vond Valentijnsdag ook echt geweldig. In de kist vonden we een kalender waarop we lazen dat opa en oma elkaar op Valentijnsdag trouw hadden beloofd. Niet veel later stond er ‘uitgestelde menstr…’ Oma was dus zwanger, en de baby was misschien wel op Valentijnsdag verwekt. We vonden ook allerlei uitgeschreven tempo-doeloeliedjes, zoals ‘Nina Bobo’, ‘Bengawan Solo’ en ‘Soerabaja’, terwijl dat echt niet werd gezongen bij hun thuis. Toch is alles bewaard. Voor later, niet voor nu. Nu mocht er niet over gepraat worden.


'Tussen wat tijdschriften vond ik ook een brochure van de boot van de overtocht en de menukaart en een routekaart - opa en oma en de kinderen gingen eerst met de boot naar Singapore en vanuit daar met het vliegtuig naar Nederland. Er stond in wat mensen mee mochten nemen, waaronder tweehonderd sigaretten. Ik vond ook de krant van 20 januari 1958, met op de voorpagina: ‘Boot vertrekt van Soerabaja’.

'We vonden ook veel briefverkeer tussen opa en zijn zussen, dat ging vaak over familieperikelen. De uitwisseling begon al in Nederlands-Indië. We kwamen er via de brieven achter hoe de relatie tussen mijn opa en zijn moeder en zussen was. We lazen op welke plekken ze hebben gewoond, hoe de bootreis was, hoe ze hier werden opgevangen en waarom ze in Etten-Leur kwamen wonen. Het is een grote puzzel, waarbij je steeds meer kleine stukjes vindt. Sommige stukken zitten in de kist, sommige stukjes worden door research duidelijker, en sommige vind je waarschijnlijk nooit. We hebben nu iets meer van opa’s kant uitgezocht dan van oma’s kant, want oma praatte al helemaal niet. Als haar broer op bezoek was, die dan wat verhalen wilde delen, zei ze: ‘Dat was toen en niet meer nu.’ Je voelde dat er oud zeer zat, volgens mij heel heftig, maar het werd niet uitgesproken.'

Wat heb je geleerd door je familiegeschiedenis op deze manier te bestuderen?
'De belangrijkste les is dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Onze opa’s en oma’s hebben hard moeten vechten om een nieuw bestaan op te bouwen. Niet-Indo’s zouden meer aan de koloniale tijd kunnen denken, want daar kun je lering uit trekken.

'Na de Tweede Wereldoorlog moest ook in Nederland de hele boel worden opgebouwd. Het leek te veel gevraagd om ook nog aandacht te besteden aan mensen van de Molukken en Nederlands-Indië. Als gevolg daarvan konden mensen hun verhaal niet kwijt en kregen ze niet de psychische hulp die ze nodig hadden. Als mijn opa meer begrip had gekregen voor zijn achtergrond, dan had hij een ander leven gehad. Ik had het hem gegund om hier nog iets moois te hebben. Veel mensen hebben zich hier niet welkom gevoeld, terwijl het toch Nederlanders waren. Om de rust te bewaren is er voor een andere weg gekozen. De Indo’s werden verspreid over de buurt, bewust niet bij elkaar gezet, en kregen een cursus aardappels schillen! Terwijl ze in Nederlands-Indië eerder met bestek aten dan hier. De rijke Belandas [Indonesisch voor Nederlanders, red.] zaten daar in Nederlands-Indië natuurlijk!'


Vind je dat er genoeg erkenning is voor wat zich heeft afgespeeld in Nederlands-Indië?
'Ik vind het jammer dat Nederlanders weinig belangstelling hebben voor de geschiedenis van mensen uit Nederlands-Indië, maar ook voor de Nederlandse soldaten die daar moesten vechten tijdens de ‘politionele acties’. Na jaren van strijd voor het behoud van Nederlands-Indië, moesten zij toen Nederland de kolonie opgaf, zich terugtrekken en huiswaarts keren. Die mensen voelen zich ook niet gehoord.

De politiek in Nederlands-Indië had met economische belangen te maken. Het eerste wat Nederland na de onafhankelijkheid van Indonesië voor elkaar probeerde te krijgen, was het in stand houden van haar bedrijven, zodat ze daar nog steeds flink geld mee konden verdienen. Het heeft ook te maken met de rol van het koningshuis. Ik ben dan ook absoluut niet koningsgezind. Bij Stichting Arjati, waar ik vrijwilligerswerk doe, organiseren we Indische salons en we hadden daarvoor een keer Hans Goedkoop, de presentator van Andere Tijden, uitgenodigd. Die vertelde over de rol van Raymond Westerling, kapitein-commandant van de Speciale Troepen in de strijd tegen onafhankelijkheid. Volgens onderzoek van Goedkoop had Westerling in opdracht van prins Bernhard Soekarno omver moeten werpen en zou er een nieuwe, meer Nederlandsgezinde, Indonesische regering komen met prins Bernard als onderkoning.

Het geweld dat bij de ‘politionele acties’ is ingezet, is in de doofpot gestopt

Er wordt te weinig gepraat over alles wat zich daar na de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Dat heeft ook met schaamte te maken, over hoe Nederland is omgegaan met de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs. Nadat de Indonesiërs de onafhankelijkheid uitriepen, brak de gewelddadige Bersiap-periode aan. Voor veel Nederlanders en Indische Nederlanders een moeilijke periode, waarbij ze familie verloren. De Nederlandse autoriteiten reageerde met de ‘politionele acties’! En het geweld dat daarbij is ingezet, is in de doofpot gestopt.'


Wat moeten we doen om hier beter mee om te gaan?
'Als je elkaar beter wilt begrijpen moet je op de hoogte zijn van wat zich heeft afgespeeld in het Nederlandse koninkrijk over zee. De mensen in Nederlands-Indië volgden wat er in Nederland gebeurde, maar andersom niet. Sommige mensen zijn zich nauwelijks bewust van hun eigen achtergrond, ik vind het leuk om dat aan te wakkeren. Het wemelt van de Indo’s bij ons in de Haagse Beemden, de wijk waar de school staat waar ik werk. Met leerlingen heb ik het over hun opa’s, ik zeg dan: ‘Vraag maar eens wat hij heeft meegemaakt.’

Het is belangrijk dat mensen weten wat onze voorouders in Indonesië hebben uitgespookt

'Twee jaar geleden hield een leerling samen met zijn vader een spreekbeurt over Iran, fantastisch. Ik probeer cultuuroverdracht in de klas te stimuleren, maar mijn werkgever legt zoiets niet op. Sterker, binnen het onderwijs heeft het geen aandacht. Wij geven niet eens aardrijkskunde, geschiedenis en biologie als aparte vakken. Daardoor is het allemaal heel oppervlakkig geworden.

'Het is belangrijk dat mensen weten waarvoor de Nederlanders in Nederlands-Indië kwamen en wat onze voorouders daar hebben uitgespookt. Dat men weet wat er in de oorlogsperiodes is gebeurd en waarom de Nederlanders weer naar huis zijn gekomen. En hoe verschillende culturen zich daar vermengd hebben. Het leed mag van twee kanten worden belicht. Deze generatie moet de verhalen vastleggen, voordat zij er niet meer is. Anders weet ik niet wat er uiteindelijk nog overblijft. Waarschijnlijk sterft het dan uit. Dat zou zonde zijn.'

Mail

Jason Keizer is op zoek naar de sporen van het koloniale verleden in de moderne maatschappij en het dagelijks leven. Zijn zoektocht is persoonlijk gemotiveerd door zijn Indische achtergrond.

Amber Toorop is documentairefotografe. In haar werk onderzoekt ze op wat voor manieren mensen zich verbonden voelen met een thuis, een plek en een land.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

'Als je je psycholoog écht een brevet van onkunde wil geven, moet je haar uitnodigen voor je euthanasiefeest.' Lees meer

Neoliberaal Lang Covid 2

Neoliberaal Lang Covid

Voor ons 'Aaah'-magazine, schreef Harriët Bergman een essay over hoe long covid-patiënten vallen tussen pech en onrecht. "Er is iets grondig mis met hoe we in Nederland omgaan met mensen met een beperking en chronisch zieke mensen." Lees meer

Zo het begon 1

Zo het begon

Nele Peeters schreef een ontroerend verhaal, vol treffende zinnen en beelden. Het is dromerig verhaal, over eenzaamheid, hoop, zorgzaamheid en zwaarte. Lees meer

Ik ook op jou

Ik ook op jou

Op een avond zegt iemand tegen Eva dat hij verliefd op haar is. Terwijl hij wacht op een antwoord, denkt Eva na over wat verliefd zijn eigenlijk is. Lees meer

 1

Het model

De hoofdpersoon in dit verhaal van Feico Sobel poseert op een doordeweekse avond naakt voor een schilderklasje in Spijkenisse. De sessie ontaardt in een bizarre erotische nachtmerrie waarin onze verteller zich totaal verliest. Lees meer

Waarom het over mij gaat als het over trans literatuur gaat

Waarom het over mij gaat als het over trans literatuur gaat

In dit persoonlijke essay reflecteert Tom Kniesmeijer op queer activisme en literatuur, oftewel: de reden dat we strijden en schrijven. Lees meer

:Oproep: nieuwe Chef Illustratie en Beeldredacteur online

Oproep: nieuwe Chef Illustratie en Beeldredacteur online

Hard//hoofd zoekt twee getalenteerde, assertieve, breed onderlegde beelddenker (x/v/m) die de beeldredactie willen komen versterken! Lees meer

Herhaalrecept

Herhaalrecept

Op een ochtend wordt Aisha Mansaray wakker in een parelmoeren bubbel. Ze onderzoekt hoe ze met haar depressie op de randen van de realiteit kan leven, zonder de grip erop te verliezen. ‘Mijn aandoening was een zuigend ding geweest dat zich om mij heen had gewikkeld, lelijk, en meer levend dan ik.’ Lees meer

Stop met het onderschatten van de gevolgen van het slavernijverleden

Stop met het onderschatten van de gevolgen van het slavernijverleden

Zelfs 150 jaar na de afschaffing van de slavernij, zijn de gevolgen daarvan nog steeds voelbaar. Veel Nederlanders zien helaas niet in hoe de koloniale geschiedenis het heden heeft vormgegeven. Pas als je de bloedrode draad door de Nederlandse geschiedenis begrijpt, kun je de huidige ontwikkelingen echt begrijpen stelt Jazz Komproe. ‘Een onzichtbare wond laat zich immers moeilijk genezen.’ Lees meer

:Het voorleesuur heeft geslagen: een essay over morele paniek

Het voorleesuur heeft geslagen: een essay over morele paniek

In april 2023 werd een onschuldige dragqueen-voorleesmiddag plots het middelpunt van ophef. Opgefokt door radicaal-rechtse groeperingen, werd er die middag luid geprotesteerd tegen het initiatief. Op het verkeerde tijdstip, maar toch: de morele paniek was niet te overzien. Reden genoeg voor Rijk Kistemaker om na te gaan: die paniek, waar komt die vandaan? En wat zit er eigenlijk achter? Lees meer

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Marthe van Bronkhorst maakt de balans op tussen S en M, die beide alles kwijt zijn: de een is ingebed in het zorgsysteem, de ander moet niks hebben van de verzorgingsstaat. Lees meer

Navelstaren als rebellie

Navelstaren als rebellie

Voor ons vorige magazine, schreef Lena Plantinga een essay over waarom het revolutionair is als vrouwen schrijven over emoties, liefde, alledaagse dingen en seks. ‘Ik schrijf omdat ik boos ben terwijl iedereen me altijd lief noemt.’ Lees meer

Weke delen

Weke delen

Op de laatste dag van de zomervakantie bedenken vier vrienden een ultieme streek om ‘de Pedofiel’ in het dorp te leveren. Maar tussen Reinout en Jordan is iets anders aan de hand. Een coming of age- verhaal van Nelson Morus over vriendschap, angst, en schaamte. Lees meer

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

Grootgebracht met het idee dat 'natuurlijke' oplossingen de voorkeur hebben boven synthetische medicatie stond Eva niet te springen om angstremmers te gaan gebruiken. Maar wat als het nou gewoon werkt? Lees meer

De kieuwbogen kleuren zalmroze

De kieuwbogen kleuren zalmroze

In de zomer van 2022 voltrok zich een milieuramp in de rivier de Oder. Honderdduizenden dode vissen dreven toen naar het oppervlak van de rivier. Emma Zuiderveen schreef een gedichtenreeks waarin ze de oorzaken en gevolgen van deze ramp op zowel individuele als collectieve schaal onderzoekt. Lees meer

Wie blijft? De kennisvlucht in Suriname

Het Sranantongo leeft

Het Sranantongo wordt steeds meer gesproken in Suriname om de massa aan te spreken. Toch is het Nederlands nog steeds de enige officiële taal van het land. Voor het drieluik dat Kevin Headley schrijft over hoe het koloniale verleden nog voortleeft in Suriname, gaat hij in dit derde en laatste deel in op de geschiedenis... Lees meer

De vrouw met de rode haren (ILY)

De vrouw met de rode haren (ILY)

Een verhaal van Ida Blom over de beklemming van verlies en herinnering en het zoeken naar het verleden in het heden. Lees meer

Wie blijft? De kennisvlucht in Suriname 1

Wie blijft er over na de kennisvlucht in Suriname?

Hoogopgeleiden trekken steeds vaker weg uit Suriname. In dit tweede deel van een drieluik over hoe het koloniale verleden doorleeft in Suriname, gaat Kevin Headley in op hoe de kennisvlucht zich verhoudt tot de economische staat van het land. Lees meer

Eenzaamheid trekt me niet, maar ik heb er behoefte aan

Eenzaamheid trekt me niet, maar ik heb er behoefte aan

Eva van den Boogaard schreef een brief aan Roland Barthes, die in zijn dagboeken over eenzaamheid en vrijheid schreef wat zij zelf niet kon verwoorden. ‘Je hebt me lang gerustgesteld, maar waar ik de herkenning eerst geruststellend vond, vind ik haar de laatste tijd steeds verontrustender.’ Lees meer

Suriname is één groot slavernijmuseum

Suriname is één groot slavernijmuseum

Een slavernijmuseum is niet genoeg. Kevin Headley stelt de vraag hoe Nederland Suriname tegemoet kan komen op gebied van cultureel erfgoed rondom het koloniale verleden. ‘Ik denk dat de belangrijkste vraag die Nederland aan Suriname moet stellen is: “Wat heb je nodig?”’ Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer