Asset 14

Nodeloze verdenkingen

De Latijns-Amerikaanse Diego tolkt voor de Duitse politie. Terwijl de verdenkingen jegens een Dominicaanse man wiens vrouw is vermoord afnemen, wordt Diego's nieuwsgierigheid groter.

Toen Diego een briefje vond op zijn kamerdeur, nummer 428 in een studentenflat, haalde hij het er voorzichtig af om te kijken wat er op stond. Eenmaal in zijn kamer herkende hij het telefoonnummer van Marcel Bruning, de directeur van het tolkenbureau waarvoor hij werkte.

Hij was het beu om tijdens zijn werk steeds maar weer geconfronteerd te worden met zijn eigen ras, zijn eigen bloed. Meestal waren de verdachten of arrestanten Latijns-Amerikanen of Spanjaarden die geen Duits spraken. Hij moest politieverhoren en rechtszittingen bijwonen om situaties toe te lichten die niet zouden misstaan in het misdaadkatern van de krant: overvallen, knokpartijen, bedreigingen met vuurwapens, strafzaken, aanklachten tegen vrouwenhandelaren en uitzettingen van illegalen. Maar dit keer had Diego het gevoel gehad dat het om een zaak ging die anders was, nieuw, misschien zelfs een verrijkende ervaring voor hem als tolk Duits-Spaans. Hij belde meneer Bruning, die meteen opnam.

"Hallo."

"Goedemiddag, meneer Bruning. Ik zag dat u had gebeld", zei Diego.

Marcel Bruning had hem direct meegedeeld dat het om de zaak met de Dominicaan ging. Hij had een afspraak met Diego gemaakt voor de volgende dag met de waarschuwing beslagen ten ijs te komen, aangezien het om een confrontatie van de verdachte met de politie ging.

Die nacht had Diego de slaap niet kunnen vatten, hij dacht aan andere zaken waarvoor hij als tolk had gewerkt en voelde gewetenswroeging als hij dat vak uitoefende, want zijn functie leek weliswaar neutraal maar werkte eigenlijk in het voordeel van de politie. Op aanwijzing van Marcel Bruning moest Diego de verdachten in twee zinnen overtuigen: als tolk was hij onpartijdig en zette hij simpelweg informatie van de ene in de andere taal om. Dat riep verschillende reacties op, voor of tegen hem, maar meestal kreeg hij een blik vol wantrouwen toegeworpen. Diego was inmiddels zo door de wol geverfd dat hij veel aankon, hij wist dat hij strak voor zich uit moest blijven kijken en door moest gaan met zijn werk. Alleen wanneer de stress hem te veel werd, zei hij noodgedwongen tegen de politiefunctionaris dat hij moe was. Dan werd de sessie onderbroken en na een pauze hervat. De volgende dag was Diego bij het kantoor van Bruning langsgegaan om het proces-verbaal van de zaak op te halen en zijn declaratie in te vullen.

Illustratie: Niek Pronk

"Ik moet er wel bij zeggen dat het hier om moord gaat", zei Bruning.

Het bloed stolde Diego in de aderen, hij stond als aan de grond genageld en begreep nu eindelijk waarom hij de avond ervoor niet had kunnen slapen.

"Moord?" herhaalde Diego, omdat hij dacht dat Bruning zich had vergist en hoopte dat het toch om een diefstal of vechtpartij ging.

"Ja", vervolgde Bruning, en hij zette zijn bril af. "Er zijn twee verdachten, de ex-man van de vrouw en haar huidige partner. Je moet de ondervraging van de ex-man tolken, een Dominicaan."

Diego liet zijn blik rusten op de rand van een bureau in het kantoor, niet omdat hij afgeleid was maar omdat de moed hem in de schoenen zakte. Uit het antwoord van zijn baas maakte hij op dat hij inderdaad een lange werkdag tegemoet ging en dat hij geconfronteerd zou worden met een onderwerp waar hij tot dan toe nooit mee in aanraking was geweest: moord. Hij zei er verder weinig over en probeerde zich te concentreren op het werk van die dag. Een paar minuten later kwam hij aan bij het hoofdbureau van de politie van Hannover en nam plaats in de wachtruimte.

"Hallo Diego", zei een hoge politiefunctionaris.

"Goedemorgen, meneer Schmidt", antwoordde hij.

"We hebben vandaag een ingewikkelde zaak", ging Schmidt verder. "Ik hoop dat je met ons meewerkt."

Diego vulde het bezoekersformulier in en kreeg een proces-verbaal met een algemene beschrijving van de zaak, dat hij wegens tijdgebrek niet helemaal kon uitlezen voor de zitting.

"Verhoorkamer 114", zei Schmidt.

Voor de kamer was een kleine wachtruimte waar hoofdrolspelers uit andere zaken, die bij de naastgelegen vertrekken naar binnen zouden gaan, bij elkaar stonden. Soms bood dat een nogal onprettige aanblik. Diego zag dan geen bedelaars, dronkaards of gelegenheidsdieven, maar delinquenten met een strafblad, die jaren hadden vastgezeten en van wie het dossier een volledige archiefkast bij de politie in beslag kon nemen. Om oogcontact met de andere aanwezigen te vermijden nam Diego het rapport door dat Schmidt hem had gegeven. Er was een vrouw vermoord, haar partner en ex-man waren de verdachten, maar Diego kreeg er geen hoogte van waarom de Dominicaan uit Berlijn was gehaald. Aangezien er geen tijd was om vragen te stellen, bleef hij doorlezen tot er voetstappen dichterbij kwamen.

"De heer Diego Rodríguez?" vroeg een agent in uniform die werd vergezeld door een man.

"Dat ben ik."

Op dat moment zag hij dat de man die naar hem glimlachte Latijns-Amerikaanse trekken vertoonde.

"Dit is de heer Juan Valderrama", stelde de agent hem voor, en hij bleef wachten op de politiefunctionaris die het verhoor zou leiden.

"Goedemiddag, meneer Rodríguez", groette Juan Valderrama hem. "Er is me verteld dat u de tolk bent."

Diego zag een goudkleurige schittering door de ruimte tussen hen beiden flitsen, precies op het moment van lichte aarzeling wanneer twee mensen elkaar net leren kennen. Toen hij beter keek, zag hij aan de hand van Juan Valderrama een gouden ring, een trouwring.

"Dat klopt", bevestigde Diego.

Hij gaf hem een hand en het leek hem een gewone man in wie je niet direct een moordenaar zou herkennen. Toen hij het dossier weer beetpakte, zag hij dat de politieagent naar hen keek, dergelijke details merkte hij wel vaker op. Juan stond er een beetje zenuwachtig bij. Op dat moment richtte Diego zich tot hem met de protocollaire zinnen die Marcel Bruning hem had opgedragen, zodat de gedetineerde zijn kalmte zou bewaren, en de overige deelnemers aan het verhoor hun werk konden doen.

"Als tolk ben ik volkomen onpartijdig, en ik dien alleen als schakel om informatie tussen de autoriteiten en jou over te brengen", sprak Diego Rodríguez.

Valderrama zweeg berustend, het leek erop dat hij had begrepen hoe hachelijk zijn situatie was, omdat zijn bijna bewezen onschuld in twijfel werd getrokken. Die dag werkte Diego tien afmattende uren lang, en na een dusdanig lange ondervraging was hij minstens twintig uur doodmoe. Het enige positieve aan dit beroep waren de verdiensten, Marcel Bruning betaalde veertig Duitse mark per uur. Dit was een erg aantrekkelijke vergoeding voor Diego, die veel moeite had om de universiteit te bekostigen en in zijn levensonderhoud te voorzien: huur, eten, etc. Eenmaal terug op zijn kamer probeerde hij met een inmiddels nog dikker dossier dan het oorspronkelijke de moord op Silke te reconstrueren, Juan Valderrama’s wettige echtgenote, aangezien ze nog niet gescheiden waren.

Gretig had Diego die avond alle details gelezen van deze in ambtelijke taal en politiejargon beschreven liefdesgeschiedenis, die een fatale afloop had gekend. Silke was vijf jaar geleden naar de Dominicaanse Republiek geweest en had daar Juan leren kennen. In het rapport werd hij opgevoerd als iemand die werkzaam was in het toerisme. Diego stelde zich een romance aan de Caribische kust voor te midden van palmbomen en zandstranden. Omdat hij wist wanneer Juan Valderrama naar Duitsland was gekomen, vijf jaar geleden, begreep hij waarom hij geen Duits sprak. Het was liefde op het eerste gezicht geweest, die geen rekening had gehouden met autoriteiten en evenmin was voorbereid op taalcursussen. Waarschijnlijk was Silke zo verliefd dat ze nog op het eiland met hem was getrouwd om meteen samen af te kunnen reizen. Dat bleek het begin te zijn van een avontuur waarvan Juan Valderrama niet het minste idee had. Eenmaal in Hamburg, de eerste woonplaats van het stel, had Juan ontdekt dat zijn vrouw als prostituee in de hoerenbuurt Sankt Pauli werkte. Dat moest een schok zijn geweest die hij nooit meer te boven was gekomen. De politieagenten hadden ’s ochtends zijn versie van het verhaal niettemin rustig aangehoord en Diego kon uit het verloop van het verhoor opmaken dat de autoriteiten weinig verdenkingen tegen Juan Valderrama koesterden. Hij begreep alleen niet waarom de Dominicaan zo krampachtig had vastgehouden aan zijn relatie, een vernederende situatie voor wie dan ook. De politie vermoedde dat het hem om de verblijfsvergunning te doen was. Als buitenlander verbleef Juan door zijn huwelijk legaal in het land. Dat was echter niet het hele verhaal, want tijdens het verhoor realiseerde Diego zich dat er een paar losse eindjes waren.

Illustratie: Niek Pronk

Door de uitputtende dag voelden Diego’s oogleden loodzwaar aan. Hij sloeg het dossier dicht en ging slapen. De volgende morgen hoorde hij heel vroeg de telefoon in de gang gaan. Hij nam op en het was Bruning weer, die hem doorgaf dat voor die dag weer een ondervraging gepland stond. Twee weken lang was er bijna elke dag een verhoor. Diego had nog nooit zoveel geld verdiend als student, zelfs niet in de Volkswagenfabriek. Als hij zolang had gewerkt, voelde hij zich onprettig bij zijn positie als tolk, want hij moest altijd alle vragen, antwoorden, opmerkingen en wedervragen in de eerste persoon vertalen en overbrengen. Deze voortdurende perspectiefwisseling was zo’n aanslag op Diego’s eigen persoonlijkheid dat hij na enkele uren in een existentiële crisis belandde.

Maar te midden van deze chaos voelde Diego dat hij zijn stad een dienst bewees, evenals het land dat hem omarmde, de familieleden van de slachtoffers en misschien zelfs de verdachten wanneer die onschuldig bleken te zijn.

In de loop van de dagen kwam Diego steeds meer over het onderwerp te weten, en de agenten wezen hem voor elk verhoor op een of ander detail waarmee hij rekening moest houden. Vaststond dat Juan Valderrama het op een gegeven moment niet langer uithield en het huis verliet, want hij leefde met een vrouw die overdag sliep en ’s nachts verdween. De verdachte verklaarde dat Silke haar vrije dagen en vakanties liefdevol met hem doorbracht. Diego veronderstelde dat dit wellicht het verbindende element in hun relatie was. Uit elk woord, elke zin, elk gebaar en elke beweging bleek duidelijk dat Valderrama openhartig sprak, zonder ook maar iets te verbergen; soms gaf hij zelfs aanvullende informatie. Nadat hij Silke had verlaten werd Juan veel rustiger, hij vond een baan en kon kort erna via connecties naar Berlijn verhuizen om daar een betere toekomst op te bouwen. Zij raakte daarentegen in een diepe depressie waarvan ze nooit meer helemaal zou herstellen, aldus het verslag van een arts die de vrouwen in de Hamburgse bordelen behandelde. Bijna een jaar later leerde Silke een Spaanse handelaar kennen met wie ze een relatie kreeg. Hij kreeg haar zover om in Hannover te komen wonen, waar hij zijn activiteiten als vertegenwoordiger van verschillende ondernemingen ontplooide. In deze opeenstapeling van feiten ontdekte Diego een leemte, een aspect dat niet nader werd verklaard en dat sterk zijn aandacht trok. Waar had de Spanjaard Silke leren kennen? De politieagenten stelden deze vraag niet en Diego veronderstelde dat het in een of ander bordeel in Hamburg geweest moest zijn of op de Reeperbahn, waar Silke weleens danste.

De setting veranderde dus: Juan Valderrama in Berlijn en Silke met haar nieuwe partner in Hannover. Pas hierna doet het geweld blijkbaar zijn intrede in het leven van Silke. Ze had haar beroep altijd ongedwongen en tegelijkertijd met discretie uitgeoefend, maar haar nieuwe vriend probeerde haar over te halen om met het werk te stoppen. De politie beschikte over meerdere aangiften van Silke tegen haar vriend. Ruzies midden in de nacht en verscheidene gevallen van mishandeling. Intussen maakte Juan Valderrama zich in Berlijn zorgen om zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, die nog maar acht jaar was. Hij was een paar maanden ervoor vanuit Santo Domingo naar Madrid gestuurd waar een tante van de familie woonde. Toen Juan op het punt stond om naar Spanje af te reizen, kwam de politie bij hem aan huis om te vertellen wat er was gebeurd: zijn vrouw, van wie hij gescheiden leefde, was vermoord in het appartement dat ze met haar partner deelde.

Juan Valderrama kon niet langer in Berlijn blijven, hij wist dat het afgelopen was, dat hij niet meer in dit land wilde wonen, dat hij zou verhuizen om zich in Spanje met zijn zoon te herenigen, hij had geen energie meer om het leven in Duitsland te verdragen, en hij wilde van omgeving veranderen om Silke voor altijd te kunnen vergeten. Juan werd erg goed behandeld door de recherche; ze brachten hem vanuit zijn huis naar een tijdelijke gevangenis, waar hij contact mocht opnemen met zijn advocaat. Diego vond geen uitgebreide informatie over dit kortstondige verblijf in een Berlijnse cel, in slechts twee of drie zinnen stond de eerste tussenkomst van de Duitse politie opgetekend.

Gedurende de tweede week merkte Diego dat de verdenkingen tegen Juan Valderrama afnamen en dat de verhoren minder intens werden. Toen de politie het door wurging om het leven gebrachte lichaam van Silke in haar appartement had aangetroffen, nam ze daar aanwezig DNA-materiaal mee. Er werden haren en bezittingen van de Spaanse zakenman gevonden, een bewijs dat ze samenwoonden.

Diego kende de verklaringen van de belangrijkste verdachte niet. Als tolk voor de Duitse politie mocht hij namelijk niet bij meerdere verdachten in dezelfde zaak werken. Om die reden twijfelde Diego aan de onschuld van Valderrama, ondanks alle feiten die voor hem pleitten: dat hij niet aanwezig was in de stad op het moment van het misdrijf, dat ze meer dan een jaar uit elkaar waren en bovenal dat hij elk detail uit zijn leven uitgebreid toelichtte, het waarom van elke beslissing, de problemen met Silke. Een dermate ingewikkelde situatie, met een verliefde man en een vriendin die hem in zijn eer aantast, deed Diego vermoeden dat Silke haar werk niet deed uit financiële noodzaak, maar uit een menselijke behoefte. Hij vermoedde dat ze aan een hormonaal ziektebeeld leed of simpelweg contact zocht met mannen om een gebrek aan genegenheid in haar kindertijd of jeugd te compenseren.

Toen de verhoren op het politiebureau waren afgelopen, was Diego zo afgepeigerd dat hij twee dagen achter elkaar sliep en een dag aan de universiteit miste. Het was een heel ondankbaar beroep om tolk te zijn, want je mocht de uitkomst van het proces niet weten, dat waren bureaucratische veiligheidsmaatregelen die in de hele Bondsrepubliek werden toegepast. Dit was veruit zijn interessantste ervaring geweest, maar liet Diego wel in het ongewisse of hij met een onschuldige of dader van doen had gehad.

Het weekend erop gaf Chichí een feestje bij haar thuis. Diego had een leuke vriendenkring waar niet alleen Latijns-Amerikanen bij hoorden, maar ook Duitsers die van salsa en de Zuid-Amerikaanse cultuur hielden. Toen hij bij het appartement van Chichí aankwam, was het er zo druk dat iedereen moest staan. Midden in de huiskamer deed een piepklein plekje dienst als dansvloer voor Michael die met een Cubaanse de merengue oefende. Diego ging de keuken binnen en trof daar Toni aan. Ze pakten een biertje uit de koelkast en gingen in de gang staan. De omgeving begon inmiddels enigszins vertrouwd aan te voelen. In een mum van tijd leek de huiskamer meer mensen te tellen dan er daadwerkelijk waren, er liepen vrienden voorbij, kennissen, maar ook nieuwkomers die zich wilden aansluiten bij de vriendenkring.

Illustratie: Niek Pronk

Net toen Diego die nieuwe gezichten op zich in liet werken, zag hij een man die erg op Juan Valderrama leek, maar dat moest puur toeval zijn. Op de een of andere manier kon het Amerikaans-Indiaanse ras je op het verkeerde been zetten, ook al waren de verschillen tussen de landen op het continent groot. De ander keek hem echter ook aan, herkende hem en kwam direct op hem af.

"Hallo Diego."

Diego kon er niet over uit, en zonder ook maar iets te zeggen nam hij de man die voor hem stond nogmaals op.

"Juan Valderrama?"

"Jazeker, we hebben elkaar een paar dagen geleden nog gezien." Hij hief zijn flesje, stak zijn hand uit en wilde met Diego proosten.

Diego kon de aanwezigheid van Juan Valderrama totaal niet rijmen met het feestje van zijn vrienden en was helemaal van zijn stuk gebracht.

"Ja, dat weet ik nog wel", bracht hij ten slotte uit, "maar ik wist niet dat je hier woonde."

"Nee, ik logeer een paar dagen bij Toni", antwoordde Juan.

Voordat hij verder sprak, bedacht Diego ineens dat zijn belangrijkste ervaring als tolk gepaard ging met de gelukkige omstandigheid dat hij wellicht achter de uitkomst kon komen van de roerige zaak die hem de afgelopen weken zoveel energie had gekost.

"Wat een toeval dat ik je weer zie."

"Ik ben hier alleen de komende twee dagen nog", probeerde Juan boven alle stemmen en het geschreeuw uit te komen. "Ik verhuis naar Spanje."

"Voor je zoon natuurlijk." Diego had alle informatie over de vermeende moordenaar paraat.

"Precies, ik mag vertrekken, ze hebben mijn onschuld bewezen", zei Juan trots.

"Gefeliciteerd." Diego gaf hem een hand, waarop Juan zijn hand vriendschappelijk op Diego’s schouder legde.

"Het was een ingewikkelde zaak", probeerde Diego hem meer informatie te ontfutselen. "Ik kwam elke keer na tien uur aan één stuk door tolken doodmoe thuis."

"Ik kan het me goed voorstellen", glimlachte Juan, "de nieuwe vriend van mijn ex-vrouw is de dader. Dat is me twee dagen geleden verteld."

"Ah, oké." Diego onthield zich van verder commentaar. Hij merkte dat Juan Valderrama’s gezicht betrok, waarna er een gevoel van weemoed in de lucht leek te hangen.

"Ik zal haar voor altijd bij me dragen." Juan liet de trouwring om zijn ringvinger zien. "Ze blijft mijn vrouw, voorgoed."

Het laatste woord dat Juan uitsprak intrigeerde Diego mateloos. Hij kon niet thuisbrengen wat voor soort gevoel een man en een prostituee samenbracht in een liefdesrelatie, in een huwelijk. Wel voelde hij aan dat de liefde zich op vele manieren vermomt en ons vaak onverwachts overvalt. Of die genegenheid nou oprechtheid, hartstocht, grootmoedigheid, loyaliteit of een warrig samenspel van dat alles omvatte, naar zijn idee oversteeg ze hoe dan ook de grenzen van het menselijk bewustzijn.

-

Dit verhaal werd geschreven door César Rosales-Miranda. Hij woont en werkt sinds twintig jaar in Duitsland. Naast de verhalenbundel Migrafiti Deutschland (Ediciones Altazor, Lima, 2010) verschenen van zijn hand de vier romans Del vientre del gallinazo (2006), Hannópoli (2008), Operación cuatro Suyos (2011) en Liturgias con sangre (2013). Met deze vertaling van het verhaal Sospechas superfluas, uit Magrifiti Deutschland, verschijnt zijn werk voor het eerst in het Nederlands. De vertaling is van de hand van Margo van der Valk. Zij ontving voor haar werk een subsidie van het Nederlands Letterenfonds in het kader van het pilot-programma ‘beginnende vertalers in literaire tijdschriften’.

Mail

Niek Pronk is muzikant en illustrator. Wonend en werkend in Utrecht.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer