Asset 14

Merguez

Kort verhaal: Merguez

I

Toen twee studenten, Willard en Stancy, de islamitische slagerij tegenover de Ap op de Molukkenstraat binnenliepen, konden ze niet bevroeden dat ze op het punt stonden een onlangs ontloken liefdesrelatie ten diepste te ontwrichten. Willard en Stancy waren jongens die sowieso weinig doorhadden. Ze waren maar wat trots dat ze dagelijks ten minste driehonderd gram vlees de man aten en zeiden, wanneer iemand hen op deze gewoonte aansprak, dat het milieu wat hen betreft kon opkankeren, omdat ze laatst nog Method en Ecover in de bonus hadden gekocht.

‘Ik heb kipmerguez!’ zei de slager met de trots van een aimabel vakman. De studenten wisselden blije blikken uit.
Sick! Doe maar zeshonderd gram, alsjeblieft!’ zeiden ze in koor.
En zo geschiedde.

De slager verkocht de lekkerste merguezworst van Amsterdam, een mix van lams- en kalfsvlees. Soms, hoogstens viermaal per jaar, maakte hij ook kipmerguezworstjes. Voor vaste klanten Willard en Stancy was dat een hoogtepunt in hun culinaire bestaan: zodra een van de twee wist dat de slager kipmerguez had, werd de ander op de hoogte gesteld.

Dit relaas draait echter niet om Willard en Stancy, de goedgemutste studenten die met hun witte plastic tasje vol kipmerguezworstjes de slagerij uitliepen. Ik wilde het hebben over één specifieke merguezworst, die ontredderd achterbleef in de slagerij. Voor het gemak noem ik hem nu ‘Merguez’, want worsten dragen doorgaans geen naam. Daarbij is Merguez feitelijk geen hij, en Kipmerguez, het kipmerguezworstje waarop Merguez smoorverliefd is en dat zojuist door Willard en Stancy werd gekocht, is ook geen zij.

Merguezworsten zijn geslachtsloze en genderneutrale wezens.
Ik projecteer dus ook maar mijn mensenblik op de worstenwereld.

II

Merguez lag stokstijf een centimeter of vijf verwijderd van de andere worsten. ‘Hoe kan ik mijzelf van kant maken?’ vroeg hij zijn worstenfamilie met feilloos gevoel voor drama.
‘Ga hangen bij de lamskoteletten, maak ze uit voor varkens!’ opperde de dikste worst laconiek.
‘Kipmerguez is weg,’ snotterde Merguez, als ware het zonneklaar dat de dood nu onvermijdelijk was.
‘Boeiend, verkocht is verkocht,’ zei de dikste worst. ‘Waarom neem je niet een van ons? En als het per se moet versier je toch zo’n ander kipsletje, een kind kan de was doen.’
True that,’ kreunde een minuscuul merguezworstje. Hoongelach rees uit de worstenbak.
‘Kipworsten hebben gewoon een vrijere seksuele moraal, doe niet zo judgemental,’pareerde Merguez, opgejut door zoveel minachting. ‘Plus: Kipmerguez is niet zo zedeloos als de rest. Ze is me dierbaarder dan al het halalvlees van de Indische Buurt.’
‘Zeur dan niet zo over zelfmoord en hol je ho achterna!’ smaalde de dikste worst.

‘Fuck die shit,’ dacht Merguez. Hij trok zich op aan de rand van de worstenbak en klauterde eroverheen. Vervolgens sprong hij op de vaalwitte tegelvloer en sprintte, volledig intact, om de toonbank heen de slagerij uit.

De verzengende zomerhitte omklemde Merguez’ lijf en kneep het samen, maar de dolle worst prakkeseerde er niet over de aftocht te blazen. Hoewel Merguez kinderwagenwieltjes en mensenvoeten behendig ontweek, raakte hij op de Javastraat verstrikt tussen de teenslipper en hiel van een jongedame. Omdat ze net terug was van een lange reis, was ze zich o.a. bewust van het bestaan van uit de kluiten gewassen insecten. Het meisje dacht dat een reuzenmade in het voetbed van haar slipper krioelde. Ze zette het op een gillen en schopte woest met haar been.

Met een boog vloog Merguez door de lucht.
Met een smak daalde hij neer op de straat.
Merguez maakte zich uit de voeten, de Eerste Van Swindenstraat in. Hij kroop afgepeigerd onder een marktkraam en verloor z’n bewustzijn.

III

Een klodder knoflooksaus druppelde in Merguez’ gezicht. Hij ontsloot zijn ogen en schrok zich het apelazarus.
‘Alles oké?’ informeerde het broodje döner dat over Merguez heen gebogen zat en hem zo had laten schrikken.
‘Jezus, ja gaat wel, sorry,’ antwoordde Merguez.
‘Ik ben Grote Lams Met Alles,’ stelde het broodje döner zich voor.
‘Ik zie het,’ zei Merguez. ‘Ik ben Merguez. Is het cool als ik je gewoon Broodje noem? Bekt wat lekkerder.’
‘Mij best, ik weet toch niet wie ik ben. Wil je misschien die vork uit me trekken? Het doet pijn en ik durf het niet.’ Broodje wees op het plastic vorkje dat midden in zijn döner prikte.

Broodje vertelde dat zijn roots lagen in de dönerkraam aan het begin van de Dappermarkt. Hij was gekocht door een beschonken toerist, die net bij de populaire brouwerij met de molen aan de overkant vandaan kwam en dacht dat hij twee döners op kon. Het tegendeel bleek waar, Broodje koos eieren voor zijn geld en ging ervandoor. Broodjes döner worden gemaakt op bestelling, ze loungen dus niet ellenlang met zijn allen in een bak en ontwikkelen geen cultuur, zoals merguezworsten. Ook bestaan ze, in tegenstelling tot een worstje, niet uit een homogene massa. Als gevolg van dit alles hebben broodjes döner meestal geen flauw benul wie ze zijn.

Rond 17.00 werd de Dappermarkt afgebroken en verlieten Merguez en Broodje hun schuilplaats.
De kersverse vrienden begaven zich richting de Mauritskade, zodat Broodje kon kijken of er niet een andere döner was die hem kon helpen met zijn zoektocht naar zichzelf.

Voor de reisgenoten er erg in hadden, kwamen een stuk of twintig meeuwen schijtend en krijsend vanuit de Singelgracht aanvliegen. Merguez en Broodje konden geen kant op.
‘Aha,’ zei de lelijkste meeuw rochelend, ‘wat doen een merguezworst en een grote lams met alles in deze hun zo vijandig gezinde buitenlucht?’
‘Ik zoek mijn vriendin,’ antwoordde Merguez, die de bui zag hangen, sip.
‘Ik zoek mezelf, flapdrol,’ blaaskaakte Broodje.

De meeuw fronste, zei vals ‘sta me toe je een handje te helpen’ en marcheerde zo stoer als hij kon op Broodje af. Het beest stak zijn scherpe snavel in het arme broodje döner en rukte een flink stuk vlees uit zijn binnenste. Merguez, die het plan vatte de vijand te wurgen, sprong roekeloos op de meeuwennek. Maar een worstje is geen anaconda: het beest schudde Merguez achteloos van zich af en nam hem in zijn snavel. ‘Het ziet ernaar uit dat we flink kunnen schransen, heren,’ schetterde het meeuwenopperhoofd. Net voor Merguez door de meeuw aan flarden zou worden gescheurd, klonk er luid gekwaak.

Een vrouwtjeseend dook als een Spitfire op de meeuwenhals, en scheidde die met een ongelofelijke kracht van de romp. Meeuwenbloed gutste over de Dapperstraat, de rest van het tuig koos het hazenpad.

‘Later!’ schreeuwde Eend de vluchtende meeuwen na. Ze keek bezorgd naar Merguez en Broodje.
‘Zijn jullie in orde?’
Broodje was vol ongeloof. ‘Waar heb je die kalifaatshit geleerd?’
‘Het leven van een vrouwtjeseend in de grote stad is niet gemakkelijk. Laat ik zeggen dat je voor jezelf moet opkomen,’ zei Eend droevig, duidelijk makend dat ze er niet over wilde uitweiden.
‘Wil je ons misschien naar de Indische Buurt brengen?’ vroeg Merguez, ‘ik mis Kipmerguez.’
Broodje trok Merguez naar zich toe. ‘Hoe weet je dat zij ons niet opvreet?’ fluisterde hij.

Gelukkig was van gevaar geen sprake, want Eend was vegan.
Merguez en Broodje klommen op Eend en ze stegen op, hoog boven de Dapperbuurt.
Door barbecuerook en het gegil van vlees op de grill vlogen ze over Amsterdam Oost.

Eend was pienterder en minder wereldvreemd dan Merguez en Broodje. Ze vroeg Merguez waar hij dacht dat Kipmerguez was – een vraag die hij zichzelf na zijn vlucht nog niet had gesteld. Merguez herinnerde zich dat Kipmerguez was verkocht aan twee simpele studenten en gaf een profielschets.
‘Willard en Stancy! Die twee asociale studenten die wonen bij het Ambonplein!’ riep Eend, die de jongens vaak kibbeling, friet en döner had zien kopen.

IV

‘Wat een kankerzooi!’ zei Willard tegen Stancy toen ze de volgende ochtend in hun keuken kwamen. De koelkastdeur stond wagenwijd open en de vloer lag vol eendenpoep.
‘Kanker op...,’ mompelde Stancy terwijl hij de koelkast inspecteerde, ‘we missen één kipmerguez!’
‘En we hebben er een broodje döner bijgekregen,’ zei Willard nadat ook hij zijn hoofd in de koelkast had gestoken.
Sick.’ Stancy schudde zijn hoofd.
‘Heel sick,’ zei Willard.

V
Aan een vijver in het Flevopark lagen twee worsten in de zomerzon.
‘Merguez?
Merguez?
Merguez, we rotten weg,’ zei Kipmerguez.

Dit verhaal is ook te lezen in het Hard//hoofd Zomerboek, waar nog veel meer lees-, puzzel- en kijkvoer te vinden is.

Mail

Wiard van der Kooij dankt je voor het lezen. // wiard@hardhoofd.com

Joost Dekkers

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Asrest 1

Nieuwe materialen voor de huid

Voor de Klimaatweek schreef Pieter Van de Walle een gedicht bij het element water, waarin een onheilspellende stilte voor de storm weerklinkt. Lees meer

Asrest

Asrest

Voor de Klimaatweek schreef Meliza De Vries een gedicht bij het element vuur, vol vlammen die telkens weer vergeten worden. Lees meer

onder ons vergeten

onder ons vergeten

Voor de Klimaatweek schreef Johannes Lievens een gedicht bij het element aarde, over vallen en loslaten. Lees meer

De hitte is zwaar als ze op je valt

Voor de Klimaatweek schreef Anke Verschueren een gedicht bij het element lucht, waarin iemand bijzondere souvenirs van omzwervingen verzamelt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

 1

Waarom ik geen danser kon worden

In het Hoofd//stuk doen schrijvers een poging om de weg naar het verhaal vast te leggen. Welke tips hadden zij willen krijgen toen ze begonnen? Welk advies zullen ze nooit en dan ook nooit meer opvolgen? Wat is hun advies? Lees het in het Hoofd//stuk. Annelies van Wijk trapt af met de vraag hoe je (g)een alwetende verteller wordt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Dit. Is. Goddelijk. Alternatief kerstverhaal Annemieke Dannenberg Dymphie Huijsen

Dit. Is. Goddelijk.

Joost is op vakantie in Spanje met zijn zwangere vriendin. Maar is de baby van hem, of van Marina’s open relatiescharrel HG? Begint Joost ongelovig te worden, of moet hij zijn liefdesbaby maar gewoon omarmen?
Een tragikomisch kerstverhaal door Annemieke Dannenberg. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Roodborstjes

Roodborstjes

Een kort verhaal over sterren en waxinelichtjes, over dromenvangers en warhoofdvragen. En over menselijke roodborstjes. Lees meer

Prooidier

Prooidier

In haar afstudeerbundel Prooidier, waarmee ze de Nieuwe Types Afstudeerprijs won, onderzoekt Tessa van Rooijen het onderdeel zijn van de natuur en (niet) zijn als alle andere vrouwen. Lees meer

Ik eindig steeds een stukje kleiner

Ik eindig steeds een stukje kleiner

Eline van Wieren dicht over jezelf opeten, een mintgroene jumpsuit en het hebben van een moeilijke relatie met je lichaam. Lees meer

Of gewoon een boom

Of gewoon een boom

''We kunnen met schuim een nieuwe dampkring spuiten 
en van oceanen spiegels maken
alle fietshelmen, alle daken 
bedekken met restjes zilverpapier'' Lees meer

Pictionary voor beginners

Pictionary voor beginners

"Ik wil je zeggen dat dit het moment is
het moment om mijn mond als een schelp aan je oren te leggen
en de hele wereld die nu zee is daar te horen ruisen." Lees meer

Tabak en rooksignalen

Tabak en rooksignalen

De verteller van dit verhaal leeft al meer dan twee jaar teruggetrokken in een blokhut in het bos, tot op een dag zijn voorraad tabak op is. Er zit niks anders op dan terug te keren naar de bewoonde wereld. Lees meer

Zilt

Zilt

''wij zeggen dat het niet erg is van de barsten
die we met onze vingertoppen volgen
als autowegen naar het zuiden''
Ellis Meeusen is één van de 160 klimaatdichters die samen de bundel Zwemlessen voor later maakten. Zij hebben één gedeelde zorg: de toestand van de aarde. Geïllustreerd door Lisette van der Maten. Lees meer

Is dit nu wat ze bedoelen met tot stof wederkeren

Is dit nu wat ze bedoelen met tot stof wederkeren

''In de winter vermijd ik de hoofdstad. Er slapen meer mensen op straat dan ik aan het kind in mij kan uitleggen.'' Lies Jo Vandenhende is één van de 160 klimaatdichters die samen de bundel Zwemlessen voor later maakten. Zij hebben één gedeelde zorg: de toestand van de aarde. Geïllustreerd door Jamie Nee. Lees meer

Het Waait 5

Het Waait

'Een groot gedeelte van ouder zijn is voor mij niet begrijpen waarom iedereen hetzelfde klinkt.' Daniëlle Zawadi onderzoekt in deze poëtische monoloog de eenzaamheid van in het midden staan, het begrip Sonder en hoe je moet praten met een zielenknijper. Lees meer

Kind zonder uitknop

Kind zonder uitknop

Frederike Luijten schreef een experimentele reeks gedichten over ADHD, waarin mensen in bomen veranderen en lucky paper stars vouwen als oplossing voor hun angsten. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers een vrije ruimte kunnen blijven bieden en hen optimaal kunnen ondersteunen. Sluit je nu aan en ontvang kunst van talentvolle kunstenaars.

Sluit je aan