Asset 14

Kerstbezoek voor Gavin Marley

 1

Gavin en Susan lopen elkaar jaren na hun middelbareschooltijd weer tegen het lijf. Gavin, die inmiddels steenrijk is, nodigt de dakloze Susan bij hem thuis uit. Maar welke spoken uit zijn verleden komen daar tevoorschijn?

“‘You will be haunted, resumed the Ghost, ‘by Three Spirits.’
Scrooge’s countenance fell almost as low as the Ghost’s had done.
‘Is that the chance and the hope you mentioned, Jacob?’ He demanded in a faltering voice.
‘It is.’
‘I - I think I’d rather not,’ said Scrooge.”

- Charles Dickens, A Christmas Carol

*

Ik zat op de gewone plek op de stoep voor de Primark toen hij me kwam halen. Het was een goede plek, druk: mensen met winkeltassen ritselden langs de etalages en stopten af en toe een munt of een croissant in mijn handen. Duiven scharrelden rond mijn voeten op zoek naar de kruimels. Boven onze hoofden hingen sterren en de jeneverbes-kaneelgeur van zuurkool en glühwein. De man in het grijs zag ik niet, tot hij voor me bleef staan en mijn naam zei: ‘Susan.’

De man droeg een lange wollen jas en de neuzen van zijn schoenen glommen. Hij lachte naar me. Zijn tanden waren wit en sterk. De mijne niet. Een van mijn kiezen wiebelde steeds wanneer ik er met mijn tong tegenaan duwde. Onder de kies proefde ik een holte en in de holte iets dat vlezig en rot was, als de wortel van een dode boom. Toch kon ik het duwen-proeven niet laten.

‘Herken je me niet?’ zei de man.

Jawel: het was Gavin Marley, de grootste pestkop van Holmes Grove Comprehensive, nu met grijs in zijn baard en het begin van een buikje. Hij was vast bankier of advocaat geworden – succesvol, ondanks ons middelmatige staatsonderwijs en zijn verdorven karakter. De laatste keer dat ik hem had gezien was ik zestien. Ik droeg een nieuwe jurk en hij vertelde me – hand onder mijn rok, appelcider op zijn adem – dat ik lelijk was.

‘Gavin, wat een verrassing,’ zei ik.

Ik probeerde te bedenken wat ik zou zeggen, als ik Gavin ontmoet had met een nieuwe winterjas aan en papieren tassen van Primark in mijn handen. Niet met een stuk bordkarton onder mijn billen, bedoel ik.

Maar Gavin sprak eerst. Hij zei niet: Jezus, Sue, wat is er met jou gebeurd. Of: het wordt koud vannacht, heb je geld voor een bed?

Hij zei: ‘Het is kerstavond, Sue. Waarom kom je niet bij ons logeren?’

*

Misschien had ik op mijn hoede moeten zijn bij zoveel vriendelijkheid. Gavin had een ongezonde blik in zijn ogen die middag, de blik van iemand met een brandende jeuk die niet ophoudt, hoe hard hij ook krabt. Het was een blik die ik van de straat kende, van de alcoholisten en van de mensen die op zondag flyers uitdelen over het aanstaande einde van de wereld. Maar ik dacht aan de kou, en aan de kerstmaaltijd bij de opvang – altijd koude aardappelpuree – en zei ja tegen hem.

Pas de volgende ochtend begreep ik wat mijn oude klasgenoot mankeerde, toen ik wakker werd in het bed in de logeerkamer met de geur van waspoeder in mijn neus en boven mijn hoofd de gestalte van een meisje of een kleine vrouw in een jurk. Haar voeten raakten het dekbed niet en ze zag er wazig uit, alsof ik haar door een beslagen ruit zag met aan de andere kant een regenachtige ochtend. Ik twijfelde aan haar leeftijd omdat ze geen gezicht leek te hebben. Haar halflange haar dreef rond een uitdrukkingsloze globe, als de planten in een aquarium.

Zo waar als ik hier zit heb ik een geest gezien, ’s nachts in de hal toen ik naar de wc ging.

Nu moet je weten dat dit soort dingen mij wel vaker overkomt. Het is een van de redenen waarom mensen zeggen dat ik niet helemaal normaal ben – kortom, ik was niet erg verbaasd om haar daar zo te zien hangen. Ik stond op, liep naar de badkamer en poetste mijn tanden met de borstel die ik van Gavin gekregen had, voorzichtig om de verrotte kies niet uit mijn mond te stoten. De hele tijd bleef zij naast me zweven. Ze leek geïnteresseerd in de felle lichten boven de spiegel die ik voor haar aan en uit knipte, maar ik wist het niet zeker want ze had dus geen gezicht.

We liepen de trap af – of ik liep en zij gleed – en troffen het gezin in de woonkamer rond de kerstboom. Het was een bijzonder mooie boom, een echte die rook naar bosgrond en vorst, en er hingen glimmende gouden ballen in en honderden lichtjes; en het huis rook naar kalkoen en ik was even afgeleid door al deze rijkdom, zodat ik niet meteen in de gaten had dat er iets mis was. Gavins twee kinderen zaten op de vloer en huilden. Hun vader was wit weggetrokken, zijn blik gefixeerd op een punt boven mijn schouder, waar de gestalte boven de trapleuning was blijven drijven. Hij keek als iemand die ‘s ochtend uitstel van executie had ontvangen en nu te horen had gekregen dat het slechts een gemene grap was geweest. Over zijn pyjama droeg hij een trui met Rudolf erop. De neus knipperde als een alarmlicht.

‘Vrolijk kerstfeest,’ zei ik, al keken ze niet bepaald vrolijk. Ik had gedacht dat de kinderen huilden omdat ze haar zagen, net als Gavin en ik, maar nu viel het me op dat er onder de boom een leegte gaapte waar de avond tevoren nog stapels pakjes waren geweest. ‘Waar zijn jullie cadeaus?’

‘Weg,’ snikte het oudste kind, een meisje – Jess of Emma of zoiets. ‘Gestolen!'

Hun moeder – Samantha, een slanke vrouw met een schort voor haar feestjurk – verscheen in de deuropening naar de keuken. ‘Wat is hier aan de hand,’ zei ze, en ze keek naar mij.

‘Jij –' begon ze, maar Gavin zei: ‘Nee, ik.’

Hij deed zijn best om te glimlachen, als iemand die alles onder controle heeft. Het lukte maar half. ‘Andere kinderen hebben geen geld voor cadeaus,’ zei hij. ‘Hebben jullie daar weleens aan gedacht? Sue hier heeft zelfs geen huis.’

De kinderen staarden alleen maar. Er droop snot uit de neus van de kleinste.

Samantha zei: ‘Heb je hun cadeaus weggegeven? Ben je nu helemaal gek geworden?’

*

‘Dit is de mooiste kerst ooit,’ zei ik tegen Rachel.

De Marleys zeiden niet veel tijdens het diner. Samantha en de kinderen prikten wat in hun groenten en af en toe zag ik hoe ze naar mij keken en dan snel hun blik weer naar het bord lieten zakken. Ik begreep hun zwijgen niet, want het was de beste maaltijd die ik ooit had gegeten: er was een enorme kalkoen en cranberrysaus en rode kool en een zilveren kannetje met jus voor de aardappels. Zij – het meisje – zweefde boven de tafel. Af en toe liet ik heimelijk een spruit over de vloer rollen en keek ik hoe ze er achteraan dreef, als een hond met een bal. Ik besloot dat ze een naam moest hebben. Rachel.

‘En, gaan we het er nog over hebben?’ zei Samantha uiteindelijk.

‘Waarover, schat?’ Gavin keek haar niet aan; hij leek zijn blik niet los te kunnen rukken van Rachel en de rollende spruit.

‘Nou, over waar de cadeaus voor de kinderen gebleven zijn, of wie die vrouw is – met alle respect.’ Dit laatste zij ze tegen mij, maar ik zag Gavin met een ruk opkijken.

‘Ik heb nagedacht,’ zei Gavin. Zijn ogen schitterde weer, met dezelfde intensiteit als de dag ervoor. ‘Al die jaren ben ik een egoïst geweest, Sam. Altijd maar werken en geld verdienen. En waarom? Zodat we meer spullen konden kopen. Maar het is allemaal troep, begrijp je? We gaan alles anders doen. Delen wat we hebben, om te beginnen. En misschien kan ik minder gaan werken. We kunnen het huis verkopen, en dan kan ik meer tijd met de kinderen doorbrengen. Zouden ze dat niet liever hebben dan die cadeaus?’

‘Troep!’ zei Samantha, met overslaande stem. ‘Hoe kom je daar nou weer bij?’

Gavin leunde over de tafel. ‘Wil je dat echt weten?’ Hij leek te zijn vergeten dat wij er ook nog waren; de twee kinderen met grote ogen en ketchup op hun lippen, en ik met een geleende blouse van Samantha aan.

‘Het was de geest,’ zei Gavin. ‘Ik weet dat je het nooit zult geloven, maar zo waar als ik hier zit heb ik een geest gezien, ’s nachts in de hal toen ik naar de wc ging. Ze wist mijn naam, en zei tegen me – ’

‘Een spook?’ piepte het jongste kind.

‘Gavin! Hou op met die onzin. Geesten bestaan niet,’ zei Samantha. Haar glas wijn kwam met een klap op tafel neer zodat de druppels over het tafelkleed vlogen.

‘Jawel,’ zei ik. ‘Ik heb haar ook gezien. Ze heet Rachel.’

*

Na het eten bleef ik in mijn eentje aan tafel zitten, in de hoop dat er nog een toetje zou volgen. Ik dronk wijn en keek naar een film over een trein op tv. Gavin en Sam waren boven; ik hoorde haar hakken heen en weer tikken en het lage brommen van zijn stem, en toen het slaan van een deur. Samantha en de kinderen kwamen de trap af, zochten naar jassen en mutsen. ‘Wacht nou even,’ riep Gavin, en volgde hen de oprit op. Buiten klonk het ronken van een startende motor.

Rachel ging niet weg; ze wiebelde boven de bank op en neer en ik bedacht dat Gavin het vast niet erg zou vinden als ik daar ook ging zitten, in plaats van op de harde eettafelstoelen. Rachel leek rustig te worden van mijn aanwezigheid; ze nam plaats net boven de leuning, met haar benen onder haar gekruist als een Boeddhabeeldje. Ik denk dat ze ook naar de film keek, want de kant van haar hoofd zonder haar stond in elk geval die kant op. Het was fijn om iemand te hebben om samen een film mee te kijken, en op een grote televisie ook nog, dacht ik met een warm gevoel in mijn buik. Ik schonk nog een glas wijn in. ‘Dit is de mooiste kerst ooit,’ zei ik tegen Rachel. Het leek alsof ze van ja knikte.

Beeld: Takashi Tooyoka via Flickr

Mail

Ellyn van Valkengoed (1992) is schrijver, amateur-kok en vogelaar. Ze won de voorronde van WriteNow! 2017 in Rotterdam en haar teksten verschenen bij OneWorld, Are We Europe en de Correspondent.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
Lees meer
test
het laatste
Kür op muziek

Kür op muziek

”Onlangs las ik over wezentjes die alleen bestaan in de droom van een slapende vrouw.” Nelson Morus schreef een kort verhaal over geforceerde gezelligheid, chatbotgesprekken over lievelingsgerechten, hectiek en de alledaagse sleur. Lees meer

Zo het begon 1

Zo het begon

Nele Peeters schreef een ontroerend verhaal, vol treffende zinnen en beelden. Het is dromerig verhaal, over eenzaamheid, hoop, zorgzaamheid en zwaarte. Lees meer

 1

Het model

De hoofdpersoon in dit verhaal van Feico Sobel poseert op een doordeweekse avond naakt voor een schilderklasje in Spijkenisse. De sessie ontaardt in een bizarre erotische nachtmerrie waarin onze verteller zich totaal verliest. Lees meer

Weke delen

Weke delen

Op de laatste dag van de zomervakantie bedenken vier vrienden een ultieme streek om ‘de Pedofiel’ in het dorp te leveren. Maar tussen Reinout en Jordan is iets anders aan de hand. Een coming of age- verhaal van Nelson Morus over vriendschap, angst, en schaamte. Lees meer

De kieuwbogen kleuren zalmroze

De kieuwbogen kleuren zalmroze

In de zomer van 2022 voltrok zich een milieuramp in de rivier de Oder. Honderdduizenden dode vissen dreven toen naar het oppervlak van de rivier. Emma Zuiderveen schreef een gedichtenreeks waarin ze de oorzaken en gevolgen van deze ramp op zowel individuele als collectieve schaal onderzoekt. Lees meer

De vrouw met de rode haren (ILY)

De vrouw met de rode haren (ILY)

Een verhaal van Ida Blom over de beklemming van verlies en herinnering en het zoeken naar het verleden in het heden. Lees meer

Roku City/heterotopie/spiegels

Roku City / heterotopie / spiegels

Mel Kikkert schreef een multimedia verhaal over Roku een streamingdienst die in de VS ontstaan is. In 2017 bracht Roku een screen saver uit, die je zag als je niets aan het kijken was op hun service. Lees meer

De sofaconstante

De sofaconstante

Uschi Cop schreef een claustrofobische verhalenbundel over zes levens die getekend zijn door een verlangen naar zingeving. De sofaconstante is een voorpublicatie van een van die verhalen uit haar bundel 'Zwaktebod'. Lees meer

Voesten

Voesten

"Misschien is dat man zijn hier: hetzelfde bewegen als de anderen." Voesten van Werner de Valk is een kort verhaal over een eiland met een duistere traditie en over het moeten bewijzen van mannelijkheid. Lees meer

Muze

Muze

Loren Snel schreef een roman over hoe samen te zijn met een ander en intussen trouw te blijven aan jezelf. Haar debuut verschijnt 25 oktober bij uitgeverij Prometheus. Hier lees je een voorpublicatie. Lees meer

Jari

Jari

Dave Boomkens schreef een verhaal over troosteloosheid, onmacht en opgroeien. Over hoe je in een treurig flatgebouw, tussen de nieuwsprogrammering en sportwedstrijden door, een vriend kunt vinden en verliezen. Lees meer

Geef de dag een naam

Geef de dag een naam

Op een hete zomerdag wordt Felipe zwetend wakker. Deze dag, die heet en broeierig is, brengt hem uit evenwicht, tot hij uiteindelijk doet wat hij gezworen had nooit te doen: hij begint te drinken. Een fragment uit de afstudeernovelle van Tiemen Hageman over het verleden proberen los te laten, het leven ruimte geven en adolescent worden. Lees meer

Tussen de randen van een aquarium

Tussen de randen van een aquarium

Wie ben je als je alles kunt zijn? In het fragmentarische afstudeerwerk van Ettie Edens veranderen mensen onder andere in een hoopje, een steen, een natuurkundedocent, water, iemand die limonade drinkt en een lantaarnpaal. Lees meer

Mycelium

Mycelium

Wat als schimmelsporen zich met iedere adem dieper in je longen graven? Met ‘Mycelium’ won Olga Ponjee de juryprijs van Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

Bösendorfer 1

Bösendorfer

Bij Snelders blinkt de piano van het poetsen en de handen van de vijftigjarige eigenaar zijn door ouderdom stram geworden. Wat gebeurt er als een twintiger op bezoek komt om de Bösendorfer te bezichtigen? Met ‘Bösendorfer’ won Nick De Weerdt Het Rode Oor 2023, de erotische schrijfwedstrijd van Vlaams-Nederlands huis deBuren. Lees meer

In mijn droom besta ik uit pixels

In mijn droom besta ik uit pixels

Terra van Dorst keek maandenlang naar livestreams van pleinen en stranden. Dit vertaalde ze naar gedichten over een straat waarin ze haar ouders vindt, een man die haar een sjaal wil verkopen waar je in kan wonen en de zee. Het resultaat is de bundel 'in mijn droom besta ik uit pixels' waarmee ze deze zomer afstudeerde bij de opleiding Creative Writing aan ArtEZ. Lees meer

Pulpa

Pulpa

Ileen Rook schreef een afstudeernovelle over autoriteit, de supermarkt en een teveel aan tanden. Wie is Aline, waar komen al die tanden vandaan en hoe kan ze grip krijgen op een realiteit die steeds verder van haar verwijderd raakt? Lees meer

:Voorpublicatie Magazine Aaah: Mijn vader de eendenmosseljager

🎧 Mijn vader de eendenmosseljager

‘Dat zijn de zenuwen, die horen erbij. Een goede percebeiro is altijd bang.’ Een voorpublicatie uit Aaah!, het nieuwe magazine van Hard//hoofd. Lees meer

Ik kan u nergens vinden

Ik kan u nergens vinden

In dit verhaal van Werner de Valk, praten twee huisgenoten onder het genot van een glas wijn over het bestaan van God. Nooit een goed idee als je je ergert aan elkaar. Lees meer

Biecht

Biecht

‘Ik ben buschauffeur en ik rijd altijd expres de halte een paar meter voorbij zodat alle wachtende mensen een drafje moeten inzetten om de bus toch te halen.’ Een verhaal van Hanne Craye dat je leidt langs zonden, intieme geheimen en de juridische voorwaarden van een biecht. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer