Asset 14

Je plaats op de weg 

Je plaats op de weg 

‘Het belangrijkste is; wanneer ik lach, dan lach jij ook,’ had ze gezegd toen ze me belde, nadat een vriend mijn nummer aan haar had gegeven. Ik had niet begrepen wat ze bedoelde en misschien juist daarom gelachen.
      De flats van Kraaiennest hebben een gouden gloed door de avondzon. Ze opent het dashboardkastje en haalt er een kuipje appelmoes uit. Nu eens ligt er een pak sinas, dan weer Fruittella of koeken met ananasringen en gesuikerde kersen.
      ‘Je houdt het stuur weer te strak vast. Zo kan ik niet corrigeren. Denk maar dat het stuur je vriend is, die wil je toch ook niet wurgen?’ Ik verslap mijn armen. Nadat ik haar had gezegd dat ik geen vriendin maar een vriend heb, had ze me in de pauze ook een kuipje appelmoes aangeboden, vergezeld met de woorden: ‘Je bent er net zo een als mijn zus.’
      Ze draait aan de volumeknop, de melancholische stem van Alpha Blondy rolt uit de speakers. Ik weet niet hoe ik het zou omschrijven, misschien als ‘doorgaan-tegen-beter-weten-in-of-juist- stoppen-maar-desondanks-spijt-voelen’. 

       We rijden over de S112 naar de stoplichten van de ring. Het wordt groen, ik verplaats mijn handen om met de bocht mee te draaien, geef gas, schakel in een keer op naar de derde, geef meer gas, te veel gas, de auto loeit, door naar de vierde. De ring wordt zichtbaar, honderden auto’s schieten voorbij.
       ‘Zo, al naar de vijfde. Maak je plannetje,’ zegt ze. Met een krampachtige beweging schakel ik naar de vijfde en ik kijk in de zijspiegel. Een Audi scheurt voorbij en een moment laat ik het gas los.
        ‘Laat je niet bangmaken, die heeft verkeerde koffie op,’ zegt ze. Mijn ogen schieten op en neer tussen zijspiegel, achteruitkijkspiegel, voorruit en snelheidsmeter. Alpha Blondy’s woorden: ‘Yes I love you rainbow, and I love you rainbow ray,’ lijken van steeds verder weg te komen. Tussen een zwarte Fiat Panda en een bestelbus van PostNL lijkt iets van ruimte te zitten. Ik geeft richting aan. Mijn longen wringen, ze maken geen plaats, het gat lijkt alleen maar kleiner te worden, voor me buigt de vangrail naar ons toe.

Traag rijd ik een uitgestorven parkeerplaats op.

     ‘Invoegen,’ zegt ze en met haar linkerhand grijpt ze de bovenkant van het stuur vast en zegt: ‘Loslaten, alles loslaten.’ Ik laat alles los en ze stuurt de auto de rijbaan op.
      ‘Richting aangeven voor de afrit, pak het stuur weer vast,’ zegt ze. Ik geef richting aan en samen sturen we de auto de eerstvolgende afrit op. Pas zodra we vaart minderen voor de stoplichten aan het einde van de afrit laat ze het stuur los en zakt met een zucht terug in haar stoel. In mijn ooghoek zie ik dat ze haar hoofd meewarig schudt . Ik bedenk me hoe vaak ze deze spanning tijdens het lesgeven moet ervaren en voel de knoop in mijn maag verder aanspannen. Traag rijd ik een uitgestorven parkeerplaats op. Bij de ingang staat een kapotte trailer van een vrachtwagen. Twee jongens zitten aan het einde van de parkeerplaats in een grote BMW. Rattenkoppen – zo noemt ze jonge gasten die in te grote bakken rijden. Ik parkeer aan de linkerkant met de neus naar voren, richting een klein stuk verwaarloosd bos, schakel naar vrij, doe de handrem omhoog, draai het licht en de motor uit.

      ‘Kom, we gaan naar buiten,’ zegt ze. Ik geef haar de sleutel en we stappen uit. Ze opent de achterbak en gaat op de rand zitten. Uit een zak van haar wollen vest haalt ze een pakje zware shag en begint te rollen. Met een vlugge streek van haar tong likt ze hem dicht en ontsteekt ’m met een benzineaansteker.
      ‘Zo, vertel me eens, wat was dat? Zo ken ik je niet.’ Ik weet niet waar ik mijn handen moet laten en probeer ze in mijn jeanszakken te stoppen, maar die zijn te klein. Ik vouw ze over elkaar en zeg: ‘Ik dacht echt dat ze geen plek zouden maken.’ Met haar shagje tussen haar wijs- en middelvinger wijst Jeanne naar mij en zegt: Er was gewoon plek, maar die moest je wel op het juiste moment durven opeisen.' Ze neemt een diepe trek en kijkt me aan.
       Ik voel dat ze een verklaring wil maar die heb ik niet paraat. Ze haalt haar knokige schouders op. Ze staat op van de achterbak, gooit haar shagje op de grond en trapt hem uit met haar hak. Ik volg haar met mijn blik terwijl ze naar een lindeboom loopt. Voorzichtig legt ze haar handen op de bast en zegt een paar woorden in het Sranantongo. Daarna is ze stil en raakt de boom kort met haar voorhoofd aan.
      Ik ga naast haar bij de boom staan en kijk omhoog. Een bries trekt langs de bladeren. Vanaf de kroon glijd ik met mijn blik over de stam omlaag. In de bast staan enkele namen en hartjes gekerfd.
     ‘Hij heeft veel gezien,’ zegt ze, en knikt bemoedigend naar me. Ik leg mijn handen op de stam en doe mijn ogen dicht. Alleen het ruisen van de bladeren en het geraas van de ringweg zijn nog te horen. 

Ik zou het haar willen vragen of de bomen op de drie continenten waar ze haar wortels heeft op een verschillende manier met haar spreken.

      Ik denk aan de verhalen over haar wereldreizen naar de forten in Ghana waarvandaan tot slaafgemaakten naar Amerika werden vervoerd; aan hoe ze op haar zestiende uit Suriname kwam; in een kraakpand met heroïneverslaafden woonde; meedeed aan straatraces en won; een studie psychologie volgde; voor heks werd uitgemaakt vanwege haar gekrulde pinknagel; aan hoe ze kinderen en kleinkinderen kreeg en op de vuist ging met de racistische volkstuineigenaar in Nieuw-West, die ineens geen tuintje meer beschikbaar had toen hij zag dat de geïnteresseerde een Zwarte vrouw was; en ik denk aan haar liefde voor schrijven en dat ze aan een verhalenbundel voor kinderen werkt.
       Ik zou het haar willen vragen of de bomen op de drie continenten waar ze haar wortels heeft op een verschillende manier met haar spreken, maar ik zwijg en beeld me het kruipende water in de stam in. Zodra ik mijn ogen open is ze al teruggelopen naar de auto.

      ‘Ik ga plassen,’ roep ik, en loop de bosjes in. Overal liggen stukken wc-papier, tampons, bierblikjes en chipsverpakkingen. De zomerhitte heeft de pis en stront in de humuslaag opgewarmd – ik ga bijna over mijn nek. Ik loop iets verder, maak mijn broek open, hurk en kijk hoe mijn plas in de grond verdwijnt.
       Voorzichtig duw ik de takken opzij en loop de parkeerplaats op. Ik zie Jeanne en profil. Ze kijkt in de verte, terwijl ze met haar hand haar kin ondersteunt. Even beeld ik me haar in als een eeuwenoud standbeeld, dat het komen en gaan van vele mensen heeft aanschouwd en af en toe haar wijsheid loslaat aan hen die via via bij haar rijschool terecht zijn gekomen. Achter haar pulseert de ring van Amsterdam, als een slang met felgekleurde schubben van autodaken die zijn eigen staart probeert op te schrokken.

     ‘Was je handen,’ zegt Jeanne zodra ze me opmerkt. Uit de achterbak haalt ze een waterfles die is gevuld met een roze vloeistof waarin bladeren drijven. Ik houd mijn handen op en Jeanne giet het water eroverheen. Het ruikt naar groene zeep, en misschien is het dat ook wel. Ik droog mijn handen met een theedoek. Jeanne reikt me de autosleutel aan, knipoogt en zegt: ‘Kom, m’n schat, we gaan. Laten we kijken hoe het nu gaat.’

Mail

Jori(k) Amit Galama is filmmaker en schrijver. Hen deed de opleiding Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie en de master Artistic Research in and through Cinema aan de Nederlandse Filmacademie. Hun verhalen en teksten over kunst verschenen onder andere in Tirade, Metropolis M, Tubelight, Kluger Hans en De Revisor.

Caro D’hooge is een illustrator en designer uit Oostende. In 2019 startte ze als freelancer illustrator onder de naam Gorgeous Georges Studio. Haar werk weerspiegelt een Mid-Century esthetiek, waarbij zij haar eigentijdse stijl combineert met een zeer persoonlijke interpretatie die neigt naar een figuratief magisch realisme.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Tot morgen

Tot morgen

Na bijna vier jaar als columnist voor Hard//hoofd is het voor Eva tijd voor iets nieuws, maar afscheid nemen is niet haar ding. 'Dus lieve lezers: voor jullie nu een kus op de wang, en tot morgen!' Lees meer

Wat je niet zult zien op het nieuws

Wat je niet zult zien op het nieuws

Marthe van Bronkhorst beschrijft dat wat ongezien blijft op het nieuws over de demonstaties bij de UvA. 'Maar het is wel gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.' Lees meer

Mooi weer spelen

Mooi weer spelen

Als Aisha’s eerste therapiesessie niet voelt als de warme deken waar ze op hoopte, mist ze groepsgenoot S., die haar een spiegel voorhield. Lees meer

Verdomme, ik heb wel geleefd

Maar verdomme, we hebben wel gelééfd

Marthe van Bronkhorst schreef in 2019 een toneelstuk dat bijna volledig werkelijkheid is geworden. Kan ze de slotscène nog weren uit de realiteit? Lees meer

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Alles wat ik wil en absoluut niet nodig heb

Wanneer Eva op bezoek is bij haar zus, vraagt die of Eva haar eicellen al in heeft laten vriezen. Het laat Eva nadenken over hoe ze de vraag 'Wil ik een kind?' überhaupt kan beantwoorden. 'De vraag omtrent het ouderschap is bij uitstek een gevoelskwestie, en mijn gevoel volgen is nooit mijn sterkste punt geweest.' Lees meer

Niet

Niet

'Naarmate die vakantie vorderde, begon ik die ‘niet’ te bezien in het licht van een oude angst die soms omhoogkomt. Wanneer namelijk mijn vriendin zei: ‘dat is een lantaarnpaal’ en ik zei ‘niet’, begon ik me af te vragen of we inderdaad wel dezelfde lantaarnpaal zagen.' In deze column schrijft Anne Schepers over het woord 'niet' en de gevolgen die het kan hebben voor een discussie. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Mijn week met morele ambitie: wat ik leerde ondanks Rutger Bregman

Marthe van Bronkhorst probeerde morele ambitie een week uit en leerde ervan - ondanks Rutger Bregman. Lees meer

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva heeft u toegevoegd aan een nieuwe groepschat

Eva nodigt twee vrienden uit om bij haar te komen eten. Ze hoopt dat dit het begin zal zijn van een nieuwe vriendengroep. Lees meer

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn 1

Links, wees niet zo bang om hypocriet te zijn

Marthe van Bronkhorst bekijkt hypocrisie als spectrum: hoe hypocriet ben jij op een schaal van Frans Bauer tot Johan Derksen? Lees meer

In je eentje achterblijven

In je eentje achterblijven

Als vriendin K. op een date gaat, denkt Eva van den Boogaard na over hun onuitgesproken pact. Zo lang ze beiden ongelukkig in de liefde zijn, hebben ze elkaar. Maar wat als er iemand dat pact uitstapt? Lees meer

Geld lenen

Geld lenen

‘Het spijt me,’ zeg ik. ‘Voor dit alles.’ Ik gebaar om me heen. ‘Voor Nederland.’ In deze column van Anne Schepers ontmoeten twee vrouwen, die uitkijken naar hun avond in een wijnbar, een man die een treinkaartje naar Ter Apel bij elkaar probeert te sprokkelen. Lees meer

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

Als je wordt uitgenodigd voor een euthanasiefeest, dan ga je

'Als je je psycholoog écht een brevet van onkunde wil geven, moet je haar uitnodigen voor je euthanasiefeest.' Lees meer

Ik ook op jou

Ik ook op jou

Op een avond zegt iemand tegen Eva dat hij verliefd op haar is. Terwijl hij wacht op een antwoord, denkt Eva na over wat verliefd zijn eigenlijk is. Lees meer

Herhaalrecept

Herhaalrecept

Op een ochtend wordt Aisha Mansaray wakker in een parelmoeren bubbel. Ze onderzoekt hoe ze met haar depressie op de randen van de realiteit kan leven, zonder de grip erop te verliezen. ‘Mijn aandoening was een zuigend ding geweest dat zich om mij heen had gewikkeld, lelijk, en meer levend dan ik.’ Lees meer

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Geen geld maakt ook niet gelukkig

Marthe van Bronkhorst maakt de balans op tussen S en M, die beide alles kwijt zijn: de een is ingebed in het zorgsysteem, de ander moet niks hebben van de verzorgingsstaat. Lees meer

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

‘Stel je voor dat het gewoon wérkt’

Grootgebracht met het idee dat 'natuurlijke' oplossingen de voorkeur hebben boven synthetische medicatie stond Eva niet te springen om angstremmers te gaan gebruiken. Maar wat als het nou gewoon werkt? Lees meer

Column: Keihard chillen 2

Keihard chillen

Eva zet haar vraagtekens bij het fenomeen chillen. 'Eerlijk gezegd denk ik dat een wereld als deze, waarin fascisme oprukt, waarin genocide nog steeds bestaat, waarin het onrecht en de pijn en het verdriet van mijn schermen afspat, weinig reden geeft tot chillen.' Lees meer

We zijn tenminste allemaal nog mensen

We zijn tenminste allemaal nog mensen

In een overvolle trein ontwaart Aisha de eerste tekenen van het nieuwe verhaal waar ze - of iedereen? - naar op zoek is. Lees meer

Column: Dat heet ‘een gesprek voeren met elkaar’

Dat heet ‘een gesprek voeren met elkaar’

Als een vriendin van Eva op date gaat met een man waarmee Eva zelf al eerder afsprak, is ze erg benieuwd naar haar bevindingen. Lees meer

Column: Het glas wijn waar ik zin in heb bestaat niet

Het glas wijn waar ik zin in heb bestaat niet

Twee jaar geleden vroeg Eva nog aan een collega waarom ze niet dronk. Inmiddels laat ook zij de alcohol links liggen en is ze zelf degene die wordt bevraagd. Lees meer

Word trouwe lezer van Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Meld je aan als abonnee voor slechts €2,50 per maand en ontvang ons papieren magazine twee keer per jaar in de bus. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer