Illustratie: Joost Dekkers

Een gesprek met de grappige schrijver David Sedaris: "Als je anderen belachelijk wilt maken, moet je jezelf twee keer zo hard aanpakken."" />

Illustratie: Joost Dekkers

Een gesprek met de grappige schrijver David Sedaris: "Als je anderen belachelijk wilt maken, moet je jezelf twee keer zo hard aanpakken."" />
Asset 14

David Sedaris

Op 35-jarige leeftijd las David Sedaris op de radio een verhaal voor over zijn bijbaantje als kerst-elf in een groot warenhuis in New York. Het wordt nog altijd geroemd als een van de grappigste verhalen die ooit in de Engelse taal is geschreven. Vanaf dat moment rees zijn ster snel; al zijn verhalenbundels werden bestsellers. Wat maakt Sedaris zo onweerstaanbaar? Hij vertelt over dingen die hij meemaakt, met name in de omgang met zijn familie. De manier waarop hij zijn wereld met een combinatie van genadeloze spot en grote tederheid beschrijft, doet de lezer letterlijk schaterlachen. Sedaris is zelf de spil: een ijdel, onhandig en een beetje truttig persoon die een niet te stillen nieuwsgierigheid kent. Wie schrijft deze verhalen? Een gesprek met een lieve en grappige man: “Als je een goed verhaal vertelt tijdens een etentje, dan lachen er negen mensen en eentje zegt er: dat kan nooit. Ik haat die persoon.”

Hoe Sedaris werkt

Is jouw leven bijzonder of heb je een bijzonder oog voor komisch detail?
In veel opzichten is mijn leven zelfs nog minder bijzonder dan dat van anderen. Ik zit heel veel op mijn kamer te schrijven, dat is doodsaai. Maar ik denk dat ik een goede observator ben. Mijn uiterlijk speelt daarin mee. Ik ben klein en val niet zo erg op, ook niet nu ik wat bekender ben. Mensen vertrouwen me graag dingen toe, maar ik ben ook oprecht geïnteresseerd in andere mensen en stel altijd veel vragen. Hoe vaak gebeurt het je nou dat iemand alleen naar jou vraagt? Mensen willen altijd over zichzelf praten en ik luister daar graag naar. Laatst ontmoette ik een fotograaf met een glazen oog en een bril. Hij vertelde me dat de bril duurder was dan het oog. Daar kon ik niet over uit. Hoe kan een oog nou goedkoop zijn? Daar begint het mee. Het is vooral een verschil in ervaring en verwerking. Mijn zus Lisa komt thuis en denkt: wat zal ik eten? Ik kom thuis en denk: wat zal ik schrijven? Als iemand onaardig tegen mij doet, vind ik dat vaak fantastisch.

Bestaat het gevaar dat je te zelfbewust wordt, een soort overfocus?
Dat zou zo zijn als ik mijn dagboek elke keer rechtstreeks zou publiceren, maar het is alleen voor mij. Later kan ik er uit selecteren. Mijn angst is wel dat ik over het leven van gisteren schrijf, in plaats dat ik het leven van vandaag leef. Als ik in een nieuwe stad ben, zit ik binnen te schrijven, terwijl ik op dat moment ook allerlei avonturen zou kunnen beleven. Op een rare manier leef je altijd in het verleden. Daar maak ik me wel zorgen over.
Je kunt het ook niet afdwingen, dingen moeten per ongeluk gebeuren. Esquire gaf me een keer een vrije schrijfopdracht. Toen wilde ik per se in een mortuarium werken, omdat ik altijd al veel doden heb willen zien. Het was fantastisch, maar achteraf wilde ik er eigenlijk niet over schrijven omdat ik die mensen zo was gaan waarderen en het meer een ervaring voor mezelf geworden was. Dat voelde niet goed. Ik ben niet naar Japan gegaan om When You Are Engulfed In Flames te schrijven, maar dat gebeurde wel. En als je eenmaal bezig bent, probeer je dat bewustzijn uit te schakelen om de flow te behouden, net zoals je soms net de juiste vraag aan mensen stelt en ze aan een fantastisch verhaal beginnen. Als je dan een vraag te veel stelt, zeggen ze meteen: ben je een journalist of zo? Dan heb je het verpest.

Zou je jouw nieuwsgierigheid kinderlijk kunnen noemen?
Ja, absoluut. Ik wil altijd alles weten, zonder dat ik dat meteen als materiaal zie. Zoals het verhaal ‘Zes tot acht zwarte mannen’, dat over jullie Sinterklaasverhaal gaat. Ik raakte in Amsterdam met iemand aan de praat en die vertelde me doodonschuldig over Zwarte Piet, pakjesavond en de roe. Daar smulde ik van en ik heb thuis nog nooit zo’n succes gehad met een verhaal. Mensen vielen letterlijk van hun stoel toen ik het voorlas. Wat overigens meer over het chauvinisme van Amerika zegt, dan over de absurditeit van jullie feest.

“Je ogen zijn maar een korte tijd open, daar wil ik optimaal gebruik van maken.”

Hier komt ook je reislust uit voort.
De verandering bevalt me, ik vind het leuk om een buitenlander te zijn. Je ogen zijn maar een korte tijd open en daar wil ik gebruik van maken. In Tokyo stak ik een sigaret op en opeens besefte ik me dat niemand rookte. Je bent je hyperbewust omdat je je moet aanpassen. Je kijkt heel goed naar hoe alles gaat, hoe je mee kunt doen. Dat is een mooie tijd, wanneer je van die brandende ogen heb. Na een tijdje stopt het. Maar ik blijf nieuwsgierig. In Duitsland vroeg ik aan mensen: wanneer heb je een van je ouders voor het laatst naakt gezien? Dan dachten ze even na en zeiden ze: welke dag is het? Dat vind ik geweldig, dan ontdek je een klein cultureel feit. Duitsers zijn heel exhibitionistisch, in de VS zie je je ouders nooit naakt.

Illustratie: Joost Dekkers

Waargebeurde verhalen?

Wat vind jij grappig?
[denkt lang na] Belachelijke momenten, waardoor pretenties blootgelegd worden. Mijn zus reist nu met me mee en gisteren pakte ze in de trein opeens een nepmobieltje en begon daar ontzettend luid mee te bellen. “Yes? WHAT? Yeah, I have the chicken. I HAVE THE CHICKEN MARCY! No, I don’t want to talk to Freddy…” Iedereen keek naar ons en ik schaamde me kapot. Maar het was ook heel grappig omdat het mijn pretenties – de broer die in Europa woont en niet wil opvallen [Sedaris woont in Parijs, -red.] – genadeloos blootlegde. Daar hou ik van. Zelfspot is essentieel. Als je anderen belachelijk wilt maken, moet je jezelf twee keer zo hard aanpakken.

Jonathan Safran Foer zei ooit dat hij geen dagboek bijhield omdat hij zichzelf niet herkende in die stem, terwijl hij in zijn fictie wel zichzelf terugzag. Bij jou werkt dat anders.
Dat is juist hoe ik mijn stem vond, via mijn dagboeken. Maar als ik nu dagboeken van dertig jaar terug lees, herken ik me daar ook niet in. De laatste tijd vind ik de persoon in mijn dagboeken echt verschrikkelijk. Er staat niets in over politiek, maar wel eindeloze beschrijvingen van dingen die ik gekocht heb [lacht].

Is het een eerlijkere versie van jezelf?
Ja, en dat is een verschrikkelijk persoon. Ik zou doodgaan als iemand mijn dagboek las, of ik zou diegene moeten vermoorden. Daarom zijn mijn verhalen nooit letterlijke transcripties uit mijn dagboeken.

“Ik moet dingen opschrijven om ze te kunnen verwerken.”

Je zei ooit: “Niets van dit alles bestaat, totdat ik het opschrijf.”
Ik moet dingen opschrijven om ze te kunnen verwerken. Gisteren was ik naar Makkum, een klein plaatsje in Friesland. Ik was nog nooit in een Nederlands dorp geweest, alleen in de steden. Ik vond het geweldig. [pakt notitieblok en bladert er doorheen] We zijn naar het strand geweest, op de weg terug stopten we bij een supermarkt en daar zat een man in zo’n elektrisch rijwagentje en die had achteruitkijkspiegels, dat vond ik grappig… Maar er gebeurde niets bijzonders. Toch stond ik vanochtend op om dat allemaal in mijn dagboek op te schrijven. Als ik dat niet had gedaan, was ik nu heel onrustig geweest en zou ik alleen maar kunnen denken: “Ik moet nu naar mijn kamer om al die details op te schrijven.” Wie kan het uiteindelijk wat schelen? Niemand. Maar het is compulsief, ik kan niet anders.

Hoe dun is de lijn tussen fictie en persoonlijke non-fictie?
Die lijn is sowieso heel erg dun. Maar ik denk dat het verschil hem zit in het interessant maken van het verhaal. Als ik nu aan jou vertel wat ik vandaag gedaan heb, dan val je halverwege in slaap. Maar als ik met een goede timing en een mooie opbouw bepaalde details voor je uitspel en je enigszins verras, dan zit je op het puntje van je stoel. Dus schrijf ik fictie of non-fictie? Ik heb geen idee en het kan me ook niets schelen. Laatst verscheen er een artikel in de New Republic waarin een journalist me van leugens betichtte. Maar er stond niet dat ik geen vier zussen en een broertje heb, dat ik heb verzonnen dat mijn moeder aan kanker doodging of dat mijn achternaam Sedaris is. Er stond: Sedaris schrijft dat hij in een gesticht heeft gewerkt waarvan hij de bouw als ‘gotisch’ omschrijft. Maar het is meer in de Toscaanse stijl gebouwd! Ja, is dat het dan?

Maar is het sowieso niet heel raar dat ze dat überhaupt onderzoeken? Jouw verhalen zijn toch gewoon wat ze zijn?
Ik snap het ook niet. Als ik voor The New Yorker schrijf, zetten ze ook fact checkers aan het werk. Die zeggen dan: in dit verhaal heeft u het over een klok in uw ouderlijk huis die van mahoniehout zou zijn, maar we hebben uw vader gebeld en die zegt dat hij van kersenhout is. Dat verander ik dan, want ik wil dat soort dingen wel correct opschrijven. Maar soms is het wel irritant. Als je een goed verhaal vertelt tijdens een etentje, dan lachen er negen mensen en eentje zegt er: dat kan nooit. Ik haat die persoon. Als die vervolgens zelf een verhaal vertelt, sterf je van verveling. Ik vind dat er een groot verschil is tussen een krantenartikel over Afghanistan en een anekdote over iets wat je op de basisschool is overkomen. Dat eerste moet kloppen, dat tweede moet gewoon een goed verhaal zijn.

'Six to eight black men', het verhaal over Sinterklaas

IJdelheid

Je bent uiteindelijk via de radio doorgebroken. Nu zijn je audioboeken enorm populair. Je stem is een belangrijk onderdeel van je succes.
Dat vind ik heel vreemd, omdat ik mijn stem haat. Toen ik voor de radio gevraagd werd, verbaasde me dat ook enorm. Het was alsof iemand me vroeg om onderbroekenmodel te worden [lacht]. Waarom ik? Ik kan het ook nooit terugluisteren, dat vind ik echt de hel.

Toch doe je graag lezingen.
Oh ja, daar ben ik gek op! Ik vind het fantastisch om een directe reactie van mijn publiek te krijgen, om mensen te zien lachen. Het is ook confronterend, maar als ik iemand zie weggaan denk ik altijd: dat is een dokter die naar een spoedgeval moet. En als er nog iemand vertrekt denk ik: wat gek, nog een dokter. Zo houd ik mijn onzekerheid een beetje onder controle. Maar meestal waarderen mensen wat ik doe.

Heb je nog steeds dezelfde ijdelheid die je als kind had?
[in zichzelf:] Ja… Ja, dat is waarschijnlijk wel zo. Dat is moeilijk om toe te geven. Soms zeg ik tegen mezelf: je bent 53, is dit nog nodig? [lacht] Maar als je ouder wordt, kun je het wel vermommen. Je staat niet meer schaamteloos te springen om aandacht, terwijl die behoefte niet veranderd is. Nu verpak ik het als onzekerheid, of verlegenheid. Maar natuurlijk is dat onzin. Ik ben ijdel. Dat is waarom ik niet wil dat mensen foto’s van me maken; ik vind niet dat ik er goed uitzie. Ik wil er niet zo uitzien [gebaart naar zijn lichaam], het is niet wat ik voor mezelf gepland had. Maar dat zeg ik niet. Ik zeg: er zijn al genoeg foto’s van me, ik haat het stil staan, blablabla. Als ik vond dat ik er goed uitzag, zou ik de hele dag fotoshoots doen.

De behoefte aan aandacht blijft?
Ik vind al het succes fantastisch. Maar ik ben er wel dankbaar voor. Ik denk dat zoiets maar een korte tijd kan duren, dus geniet ik er met volle teugen van. Op de dertigste avond van een tour sta ik nog steeds in de coulissen te trappelen om het podium op te gaan. Ik vind het nog steeds leuk om signeersessies te doen en dat meen ik. Dit is alles wat ik wilde, dus dan ga ik nu niet opeens blasé lopen doen. Dat zou echt treurig zijn.

“Ik wil op tijd stoppen met schrijven.”

Zou je nog steeds schrijven als niemand er interesse in had?
Vroeger vertelde ik verhalen aan de eettafel en nu schrijf ik ze op. Ik zal altijd blijven schrijven, maar ik weet niet of ik zal blijven publiceren. Ik wil op tijd stoppen, voordat de interesse weer verdwijnt, want dat gaat zeker gebeuren. Als je eenmaal voor 3000 man hebt voorgelezen, kun je het niet meer voor 17 mensen doen. Ik denk heel vaak: wat als dit de laatste keer is? Ik zal echt huilen, maar het accepteren. Dus ik hoop dat ik op tijd doorheb wanneer ik niet meer gewenst ben. Dan is het: no hard feelings, en ben ik weg.

De Nederlandse schrijver Simon Carmiggelt kende een vergelijkbare schrijfstijl. Hij was altijd extreem bescheiden en noemde zijn werk ‘een stoet van dwergen’.
[lacht] Zo zie ik dat ook op een bepaalde manier. Ik kijk enorm op tegen schrijvers die grote onderwerpen aanpakken, zoals Jonathan Franzen. Mijn vriend is schilder en als hij naar het museum gaat, komt hij depressief thuis omdat hij vindt dat hij er niks van kan. Dat heb ik als ik Franzen lees. Maar ik denk ook steeds vaker: ach ja. Als je jong bent, wil je steeds anderen zijn. Ik heb mijn stem gevonden. Soms fantaseer ik er wel eens over om mijn nieuwe boek onder een valse naam naar een uitgever te sturen, zodat het niet op mijn naam beoordeeld wordt. Daar maak ik me veel zorgen over, of mensen me niet gebruiken omdat ik nu eenmaal goed verkoop. Maar daarvoor heb ik mijn vriend Hugh, die zal altijd eerlijk zijn. Mijn zelfvertrouwen is best laag, en dat is goed. Als je zelf in de hype gaat geloven, dan heb je pas een probleem.

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Joost Dekkers

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer