Foto: Julie Hrudova

Een schrijver en popicoon die vele rollen aanneemt. Onbetrouwbaar, maar daardoor niet minder interessant. "Ik sta ergens in de coulissen te gniffelen."" />

Foto: Julie Hrudova

Een schrijver en popicoon die vele rollen aanneemt. Onbetrouwbaar, maar daardoor niet minder interessant. "Ik sta ergens in de coulissen te gniffelen."" />
Asset 14

Bret Easton Ellis

Bret Easton Ellis, schrijver van American Psycho, deed ons land aan. De media doken gretig op hem, maar Ellis leek een spel te spelen met zijn merknaam en imago. Een gesprek met een schrijver die zich graag verschuilt, maar altijd op een charmante manier.

In 1985 schreef de toen 21-jarige Bret Ellis een roman die eigenlijk een vrij letterlijke beschrijving van het leven van zijn vrienden in Los Angeles was. Het resultaat, Less Than Zero, sloeg in als een bom. Mensen spraken schande van de immorele jongeren die verkrachtend en drugs gebruikend door het leven trokken, maar voor zijn eigen generatie was Ellis een held. In een paar maanden tijd werd hij een icoon en de toegevoegde achternaam ‘Easton’ werd een vanzelfsprekendheid. Hij schreef nog drie boeken die knipoogden naar de uitwassen van de moderne tijd en er niet voor terugdeinsden om keihard te shockeren. Het meest sprekende voorbeeld was American Psycho, de roman over een moordende Wall Street-zakenman die Ellis definitief als een superster lanceerde.

Ellis worstelde echter met zijn rol van ‘stem van een generatie’ en de talloze critici die hem om meningen over onze tijd vroegen. In het begin probeerde hij hier nog in mee te gaan en schreef een aantal essays over zijn generatie, waar hij zich nu kapot voor schaamt. Dus begon hij aan een spel. Hij deed nog steeds veel interviews, maar hij verzon de antwoorden gewoon. Als weer een journalist hem vroeg naar de betekenis van American Psycho in relatie tot de consumptiemaatschappij, begon hij een semifilosofisch verhaal zonder eind dat de man tegenover hem nog gretig opschreef ook. Dit doet sterk denken aan de houding van Bob Dylan tijdens de beroemde persconferentie in San Francisco in 1965, toen de aanwezige pers de nieuwe superster in hun eigen termen probeerden te vatten en overal betekenis in zochten. Hevig rokend ontweek Dylan alle Grote Vragen met vage antwoorden. Toen hij hierop aangesproken werd, zei hij: “You know, we all have different ideas of the words we’re using. That’s why I really can’t take this too seriously… When I say the word ‘house’, we’re both gonna see a different house.”

Ook met mij wil Ellis wel spelen, zoals blijkt nadat we elkaar de hand hebben geschud en de brede man met zijn spottende ogen (jas nog aan, iPhone constant paraat) achterover zakt.

Zo. Hoe lang heb je al interviews gedaan?
“Pfff. Ik weet niet, hoe laat is het?”
Twee uur.
“Oh in dat geval doe ik dit al VIJFENTWINTIG JAAR!”
Maar dit is een fijn hotel.
“Ja toch? Iedereen klaagt er altijd over dat Nederlanders zo onbeleefd zijn, maar hier is iedereen heel aardig.”
Ik denk dat dat een Amsterdams ding is. We zijn heel arrogant en haten toeristen die op het fietspad lopen.
“Dat kan ik me voorstellen, dat is ook heel irritant.”
Ik heb ooit bijna een Amerikaanse toerist gedood.
[stilte]
“Echt?”
Met mijn fiets! Figuurlijk gesproken! Ik reed tegen haar aan.
“Hé, als je iets wilt opbiechten, dan kan dat…”

Net als Dylan neemt Ellis de media niet serieus, maar doet hij dit met een onweerstaanbare charme. Op een gegeven moment zegt hij: “Kijk, dit is een zakentransactie. Ik wil geld krijgen om van te kunnen leven, mijn uitgever wil mijn boek verkopen in Nederland en jij jaagt ook weet ik veel wat voor carrière na. Dus zitten we hier. Maar het heeft niets met het schrijven zelf te maken.” Even later maakt hij me juist tot bondgenoot: “Kijk nou, ik zit al de hele dag in dit kamertje! Het voelt als een gevangenis. Ik zou je een briefje met ‘help me’ moeten meegeven als je zo weggaat. Zeg het niet tegen mijn PR-dame, alsjeblieft, maar vertel de wereld mijn verhaal!” Voortdurend verandert hij van rol, afhankelijk van zijn bui, de persoon tegenover hem of de loop van het gesprek. Zijn seksuele geaardheid is een goed voorbeeld: de ene keer verklaart hij volledig hetero te zijn, dan is hij weer homo en soms hij toch gewoon bi. Dit maakt hem totaal onbetrouwbaar, maar niet minder interessant.

Geniet je stiekem van de gedachte dat je mensen in verwarring brengt?
“Ik heb helemaal niet de intentie om mensen te verwarren. Ik schrijf wat ik wil schrijven en heb daar helemaal geen bedoeling mee. Ik denk nooit aan de lezer als ik schrijf. Ik bén de lezer, ik schrijf een boek dat ik zou willen lezen. Het gaat erom dat ik in een bepaalde periode pijn voel en dat naar een boek wil vertalen. Natuurlijk begrijp ik de vraag wel, want ik zie ook wel dat het mensen verwart. Maar dat is niet mijn intentie en ik voel er dus ook geen voorpret over.”
Maar waar denk je dat die behoefte vandaan komt om altijd aan jou te vragen wat er waar is aan je boeken?
“Dat is de mens eigen. Maar het wordt nog eens versterkt door het feit dat mijn boeken altijd extreem onbetrouwbare vertellers hebben. Aan het eind van het boek voel je een frustratie omdat je het gevoel hebt dat ze je niet alles verteld hebben. Die frustratie botvieren mensen dan op mij, haha. Dat is misschien wel het verwarrende element aan mijn boeken. Maar romans zijn niet logisch, dat is nooit de bedoeling geweest.”
Best vermakelijk, al die frustratie.
“Ik sta ergens in de coulissen te gniffelen. Het is heel interessant om patronen in de vragen van journalisten over de hele wereld te ontdekken. In Australië willen ze heel andere dingen weten dan in Zwitserland. Het hoort erbij. Ik ben geen fulltime schrijver, ik kom eens in de vijf jaar eens uit mijn grot. En ik ben oprecht geïnteresseerd in die meningen, maar wel op een afstandelijke manier. Kijk, voor lezers is het boek zo [gebaart een boekvorm], terwijl het voor mij zo is [maakt veel grotere gebaren].”


Foto: Julie Hrudova

Met de roman Lunar Park (2005) voegde Ellis nog een dimensie aan dit spel toe. Deze Stephen King-achtige thriller over de schrijver Bret Easton Ellis die opgejaagd wordt door spoken uit zijn verleden (zijn vader en Patrick Bateman, de hoofdpersoon uit American Psycho) en daardoor zijn leven en carriere moet overdenken, gaf een soort Droste-effect: Ellis die over Ellis schrijft die over Ellis nadenkt. Met zijn laatste boek zet Ellis dit door. Imperial Bedrooms is een ‘vervolg’ op Less Than Zero, met dezelfde personages die 25 jaar later op nieuwe manieren naar de klote gaan. Weer verwijst hij speels naar zijn eigen oeuvre, waar hij in het dagelijks leven zo mee worstelde.

Voel je een afstand tot je werk?
“Ik zou die boeken nu nooit meer kunnen schrijven, alleen in die specifieke periodes. Het ging erom dat ik toen iets voelde en ging schrijven om er mee om te gaan. Ik kijk dan ook niet graag terug. Het zijn nu woorden op papier voor me, ik heb ze al zo vaak gelezen in de voorbereiding dat ze nu niets meer betekenen. Ik haat voorlezingen dan ook echt intens. Ik práát liever met mijn lezers.”
Dan is het ironisch dat juist het teruglezen van je werk tot ‘Imperial Bedrooms’ heeft geleid.
“Haha, daar heb je me! Voor Lunar Park moest ik mijn oude boeken teruglezen, om onderzoek naar het karakter van de schrijver Bret Easton Ellis te doen. Dat ging wel, het viel me mee. Vanaf dat moment zat Less Than Zero weer in mijn hoofd. Ik dacht: wat zou Clay nu aan het doen zijn? Daar begon het mee, het werd opeens belangrijk voor me om daar achter te komen.”

In recente interviews maakt Ellis een relaxte indruk en verklaart hij dat ‘het project Bret Easton Ellis afgerond is’. Hij antwoordt steeds vaker: “Sorry, dat weet ik niet” op de vergezochte vragen. Maar tijdens een lezing in de Singelkerk in Amsterdam, een dag na mijn interview met hem, blijkt dat hij het rollenspel nog niet verleerd is als de literaire NRC-criticus Pieter Steinz allerlei pretentieuze vragen op hem afvuurt. Hij negeert de interviewer zo nu en dan volledig, terwijl hij grapjes tegen zijn publiek maakt. Als Steinz literaire vergelijkingen probeert te maken, haalt Ellis alleen zijn schouders op of begint over The Hills en Jersey Shore, wat hij ‘briljante televisie’ vindt. Het jongere deel van de zaal smult van zijn frivole provocaties, Steinz zit er steeds ongemakkelijker bij. Ellis, toch al 46, lijkt stilletjes te genieten van deze anarchie in het Huis van de Heer.

Het is nu 25 jaar geleden dat je debuteerde. Schrik je van dat getal?
“Ach, leeftijd. Het is wat het is. Net als het weer. Je moet er maar gewoon van houden, want je hebt er toch geen controle over. Ik klaag eigenlijk nooit meer ergens over, niemand heeft daar behoefte aan. Ik ben echt veel optimistischer geworden. Natuurlijk is het leven verschrikkelijk, iedereen heeft zoveel pijn en er gaat zoveel naar de klote. Dat erken ik. Maar ik ga er niet meer over zeuren, dat maakt het alleen maar erger.”
Voor Imperial Bedrooms werd een heuse filmtrailer gemaakt. Vind je dat de boekenwereld meer uit de marketing van populaire cultuur over moet nemen?
[veert op] “Hoe cool was die trailer? Daar ben ik echt heel blij mee. En waarom niet? De uitgeverswereld kent echt allerlei belachelijke regels. Mensen klagen over iPads. Waarom? Ze zijn te gek! Veranderingen zijn goed. Wie zijn zij om te bepalen wat een boek is en hoe je het moet marketen? Moet het altijd op stoffige pagina’s staan? Ik ben in Amerika nooit serieus genomen door de critici en de rest van de poortbewakers, omdat ik naar nachtclubs ging en coke snoof. Ik heb me nooit aangepast om een schrijver te kunnen zijn. Ik vond het gewoon leuk om te doen, dus fuck de hele entourage die eromheen hangt.”

Ellis verliest zijn streken niet zo snel en past zijn rol razendsnel aan de situatie aan. Tegenover de gerenommeerde krant The Guardian zette hij wél allerlei maatschappijtheorieën uiteen en zei hij dat de huidige generatie twintigers ‘een cultus van narcisme creëert’. Als ik hem echter naar zijn mening hierover vraag, lacht hij ongemakkelijk en zegt: “Dit is zo’n strikvraag! Fuck, ok… Ik vind ze interessant. Ach, leeftijden, generaties… Dat is toch eigenlijk ook onzin? Ik ben nog steeds dezelfde chagrijnige oude man die ik was toen ik 20 was. Mensen zijn mensen. Dat is alles.”

Ellis claimt nu dat dit zijn laatste roman is, dat hij klaar is met schrijven. Is dit echt zo, of weer een typische truc? Hier lijkt geen antwoord op te bestaan, omdat hij een improvisator is en de media smullen van uitspraken als ‘ik heb geen roman meer in me’. Is dit de echte Ellis of staat hij hierna weer in de coulissen te gniffelen?

Kun je mijn boek signeren?
“Natuurlijk. Hoe spel je ‘Rutger’? Als ‘Rutger Hauer’?”
Ja. Maar ik ben niet naar hem vernoemd.
“Naar wie dan wel?”
Naar niemand. Ik weet alleen dat het ‘dappere strijder met de speer’ betekent.
[kijkt op] “En, ben je een dappere strijder met de speer?”
Ik weet niet, in sommige opzichten wel.
[kijkt interviewer lang bedachtzaam aan, glimlacht dan] “Je hebt veel zelfvertrouwen. Dat bevalt me wel.”

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer