Asset 14

Ik wacht hier

Ik wacht hier 2

De zeventienjarige Erin verhuist met haar moeder van Rotterdam naar een stacaravan op de Veluwe. Na weer een gestrande relatie snakt haar moeder naar een nieuw begin, terwijl Erin zich lusteloos voelt. Maar dan ontmoet ze Alice. Alice is mooi, onafhankelijk en ze heeft alles waar Erin van droomt. Vanaf het moment dat ze elkaar ontmoeten, zijn Erin en Alice onafscheidelijk. Dankzij Alice wordt alles beter. Niets lijkt een intense vriendschap in de weg te staan. Of toch niet? Lees het in een voorpublicatie van Ik wacht hier, het debuut van Else Boer.

 

Aan de bosrijke weggetjes leek geen einde te komen. Sinds we van de snelweg afreden bestond mijn uitzicht uit groen.

‘Prachtig hè?’ vroeg Jeanne.

Ik haalde mijn schouders op en liet mijn hoofd tegen het autoraam rusten. Een boom was een boom, of die nou op de Kop van Zuid stond of op de Veluwe.

‘De lucht is hier zoveel beter,’ zei mijn moeder. ‘Je zult het zien, we gaan ons hier heel fijn voelen.’

Haar stem klonk hoog, alsof iemand al haar adem uit haar perste. Zo praatte ze al een paar dagen. De verhuizing was iets positiefs: een nieuw begin, in een nieuwe, schonere omgeving. Zo moest ik het vooral zien. Niet dat we wegliepen van Rick.

Op mijn moeders wangen zat rouge, haar wimpers waren gekruld. Ze had zich opgedoft voor de gelegenheid. ‘Je kan maar één keer een eerste indruk maken,’ zei ze, toen ik ernaar vroeg.

Aan het einde van het bosweggetje dook ineens een woonwijk op. Grote huizen, die ver uit elkaar geplaatst waren, met tuinen vol barbecues en vijvers.

Jeanne draaide een inrit in en stond stil voor een hek. ‘Hier moet het zijn.’

‘Zal ik aanbellen?’

Ze knikte en ik stapte uit de auto. Mijn benen waren stijf, al hadden we maar een paar uur gereden. Ik drukte op een bel. Nog voor ik iets gezegd had, ging het hek open. Ik gebaarde naar Jeanne en ze reed naar binnen, terwijl ik achter de aanhanger aanliep. We hadden hem afgedekt met oranje zeil, dat flapperde tijdens het rijden en steeds losser was gaan zitten.

Ze parkeerde de auto voor een groot huis. Nog voor ze was uitgestapt kwam de eigenaar al naar buiten. Het was een oudere man met grijze bakkebaarden. Jeanne zat even aan haar haar.

‘Jullie moeten Jeanne en Erin zijn,’ zei hij. ‘Loop maar mee.’

We volgden hem de tuin in. Hij stelde zich voor als meneer Kuiper. Mevrouw Kuiper lag op bed, vanwege haar zwakke rug, dus als we iets nodig hadden konden we bij hem terecht.

‘Het huisje heeft een eigen oprit, voor de privacy. Dat is ook wat makkelijker met de spullen.’ Hij gebaarde naar de aanhanger.

Tussen de bomen, ver van het huis, stond een stacaravan. De caravan was donkerbruin met groene luikjes. Er stonden bloembakken bij de ramen, ervoor houten tuinmeubilair met een parasol. Iets verderop stond een kleine schommel.

‘Kijk nou, wat idyllisch,’ zei Jeanne en ze klapte in haar handen. Pas toen ze haar wenkbrauwen nadrukkelijk optrok, kon ik het opbrengen om te glimlachen. Het huis in Rotterdam was ook niet gigantisch, maar ik had er een eigen kamer en een bushalte voor de deur. Hier zouden we samen zijn, Jeanne en ik, op veertig vierkante meter.

‘Ik hoor de vógels hier gewoon,’ zei mijn moeder. ‘Die hoorde ik in de stad nou nooit.’

Vanbinnen leek de caravan nog het meeste op een Duits vakantiehuisje - een bankje rond een houten eettafel, geblokte gordijnen bij de ramen en donkerrode kussentjes op een leren bank. Maar het had wel twee slaapkamers, al waren de kamers niet groot.

De man gaf ons de sleutels en instructies: niets verven zonder toestemming, de eigen oprit gebruiken, vuilnis werd op maandag opgehaald. Toen hij wegliep, stapte Jeanne naar de slaapkamerdeuren, die allebei in de woonkamer uitkwamen.

‘Welke wil jij?’ Ze omhelsde me. ‘Uitzicht op bos of op bos?’ Ze lachte, en even leek ze echt gelukkig.

‘Doe mij de kleinste kamer maar,’ zei ik.

‘Doe niet zo gek,’ zei ze,’ je bent een puber, je hebt ruimte nodig. Je eigen plek.’

Ik lachte nu ook.

‘Goed, misschien niet veel ruimte,’ zei Jeanne. ‘We hebben wel veel buitenruimte. Dat is ook goed voor kinderen, buitenspelen. Dat is beter voor je ogen.’

‘Mam, ik ben zeventien.’

Ze drukte een kus op mijn voorhoofd. ‘Zullen we de spullen pakken?’

De dagen daarna waren we bezig met het uitpakken van de aanhanger. Het was een taak die we in een middag hadden kunnen doen, maar we wisten het uit te smeren over drie dagen. De eerste dagen van mijn zomervakantie bestonden uit kartonnen dozen naar binnen sjouwen, de inhoud uitgebreid bespreken en dan zo goed mogelijk wegzetten in de krappe kastjes van de caravan. Na elke doos dronken we koffie in de tuin, terwijl Jeanne zich bleef verbazen over de vogels, de insecten, al het groen.

Het was niet ongezellig. Jeanne had gelijk. Het wás een idyllisch huisje, helemaal nu de zon scheen en we een bos als tuin bleken te hebben. Misschien had ze ook wel gelijk over de rest: misschien was dit inderdaad een nieuw begin, een uitstekende beslissing. Ze was zo vrolijk dat ik er ook in begon te geloven. Het enige wat het sprookje verstoorde waren de kappen van de huizen die we over de bomen konden zien. Normale huizen, waar normale gezinnen woonden. Op goede dagen vond ik ze allemaal kleinburgerlijk en bekrompen. Op slechte dagen was ik jaloers.

Toen de aanhanger leeg was kwam Rick hem ophalen. Hij wilde me nog even spreken, zei hij, en we sleepten de tuinstoelen een klein stukje van de caravan af, zodat mijn moeder ons niet kon horen. Het was een bewolkte dag, maar ik liep nog steeds in het T-shirt en de korte broek waarin ik was verhuisd. Ik vroeg me af of dat hem was opgevallen.

‘Leuk hutje, hoor,’ zei Rick, terwijl hij naar de caravan knikte.

‘Het is maar tijdelijk.’

‘Natuurlijk.’

Daarna zwegen we allebei.

‘Luister, meid,’ zei Rick, en hij wreef over zijn kin. ‘Je moeder is een topwijf. Ik vind het echt jammer dat het tussen ons niet werkte.’

Ik knikte. Rick was een grove man, een bouwvakker, en toen mijn moeder met hem begon te daten vond ik dat ze beter kon krijgen. Maar Rick was aardig en grappig. En hij was echt dol op haar, en om een of andere reden ook op mij.

Veel mannen vonden mijn moeder aantrekkelijk. Ik merkte het als we samen door de stad liepen: hun blikken waren meestal niet voor mij. Ze was pas achtendertig, en ze had nog steeds iets meisjesachtigs. Ze had haar haar nooit afgeknipt, en liet het in een zonnig blond verven. Mensen waren vaak verbaasd dat we moeder en dochter waren. Soms leek ze er zelf ook verbaasd over, dat ik écht haar dochter was, bijna volwassen.

‘Ik ben blij dat ze jou heeft, dat kan ik je wel vertellen.’ Rick kneep even in mijn hand. ‘Let een beetje op haar, wil je?’

‘Natuurlijk.’

Rick schraapte zijn keel. ‘En als je ooit iets nodig hebt, dan staat de deur open.’

Hij stond op en gaf me een knuffel. Hij kneep mijn bovenlijf bijna fijn. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen. Over zijn schouder zag ik Jeanne naar ons kijken.

Rick volgde mijn blik. ‘Er zijn van die mensen, daar moet je een beetje voor zorgen.’

Hij aaide over mijn hoofd, alsof ik een klein meisje was, en liep daarna naar zijn auto toe. Jeanne ging naar binnen, ik zwaaide terwijl hij het paadje naar de weg afreed.

Nadat de aanhanger was verdwenen, sloeg het weer om. Ik lag op de bank en keek diepzeedocumentaires op Discovery Channel. Wanneer ik naar buiten keek, kreeg ik het idee dat ik zelf in een diepzeedocumentaire was beland. Een plek waar mensen niet kunnen ademen.

Mijn moeder was aangenomen als doktersassistent bij een praktijk in een dorp verderop, de enige reden dat we hier naartoe waren verhuisd. Ze liet op haar eerste werkdag een lijstje achter met boodschappen en in hoofdletters: GA NAAR BUITEN. Tussen de buien door deed ik dat.

Het centrum van het dorp bestond uit één lange winkelstraat. Ik zag er alleen oude mensen lopen. Er was een supermarkt, een bakker en een groentewinkel, allemaal duur. In het dorp verderop was er een Aldi, daar had mijn moeder tot nu toe boodschappen gedaan.

Er was een videotheek en een bibliotheek. De straat had ook een kledingwinkel, waar in grote rode letters ’Sale’ over de ruiten was geplakt. Voor de etalage bleef ik staan. Er hingen lange witte jurken en gebloemde gewaden. Geen spijkerbroek te bekennen.

Het begon weer te druppelen. Ik schuilde onder de overkapping van het postkantoor. Er werd tabak verkocht, kaarten en een aantal boeken, vooral Donald Duck-pockets. Het begon steeds harder te regenen, mijn teenslippers werden er glibberig van. Ik duwde de deur open.

Er klonk een belletje. Tegen de wanden van de winkel stonden rekken met kaarten en tijdschriften. Ik deed alsof ik iets zocht, al wist ik niet voor wie. De winkel was compleet verlaten.

Na een paar minuten kwam er iemand uit het magazijn gelopen. Het was een meisje van mijn leeftijd - de enige jongere die ik hier tot nu toe had gezien. Ze glimlachte naar me en schreef daarna iets op een notitieblok. Misschien moest ze opletten dat ik niets jatte.

Terwijl ik door de winkel liep, hield ik haar in de gaten. Ze had lang, donker haar, dat bijna tot haar middel viel. Ze droeg een spijkerbroek en een shirt met een naamplaatje. Ik pakte een kaart en legde hem weer terug. Iets dichterbij kon ik haar naam lezen: Alice.

Na vijf minuten was het nog niet opgehouden met regenen. Alice leunde over de toonbank, terwijl ze een lok haar rond haar wijsvinger draaide. Ze leek niet per se verveeld, maar het moest oersaai zijn om daar in de winkel te staan terwijl er niks gebeurde.

‘Ben je misschien naar iets op zoek?’ vroeg ze, terwijl ik met mijn vinger langs de stapel Donald Duckpockets ging. Haar stem was lager dan ik had verwacht.

Ik schudde mijn hoofd. ‘Niet echt.’

Ze gebaarde naar buiten. ‘Het is kloteweer.’

‘Ja,’ zei ik.

‘Vooral als je op de camping staat.’ Alice glimlachte. Ik moest even nadenken wat ze daarmee bedoelde. Zou ze weten dat ik in een stacaravan woonde?

‘Kloteweer voor een vakantie,’ zei ze, toen ze me moeilijk zag kijken.

‘Ik ben net verhuisd.’

‘Echt?’ Alice leunde over de toonbank. ‘Waar woon je dan?’

Ik had de straatnaam niet onthouden en haalde mijn schouders op. ‘Iets verderop.’

‘Nou, welkom,’ zei Alice. Ze grijnsde en maakte een wijds gebaar, alsof ze het dorp aan me voorstelde.

‘Bedankt.’

Ze vroeg waar ik vandaan kwam, ik zei ‘Rotterdam’, en ze zei ‘leuk’ op een manier die niet sarcastisch klonk. Ik glimlachte naar haar voor ik de winkel uit liep.

 

Dit fragment is afkomstig uit Ik wacht hier, het debuut van Else Boer. Ik wacht hier verschijnt op 7 januari 2020 bij Uitgeverij Prometheus. Benieuwd naar meer? Bestel dan jouw exemplaar bij je lokale boekhandel of via het donkere web!

Ik wacht hier

 

Mail

Else Boer schrijft korte verhalen, artikelen en essays. Haar debuutroman Ik wacht hier verschijnt in 2021.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
het laatste
Nieuws in beeld: In de klauwen van de blauwe leeuw

In de klauwen van de blauwe leeuw

Gedupeerden in de toeslagenaffaire moeten de 30.000 euro, die zij ter compensatie krijgen, grotendeels weer terugbetalen. Lees meer

Koop online bij je favoriete boekhandel 1

Koop online bij je favoriete boekhandel

Max Beijneveld ziet met lede ogen aan hoe de boekhandels uit het straatbeeld verdwijnen door de coronacrisis, ondanks het feit dat we het afgelopen jaar gezamenlijk meer boeken hebben gekocht. Steun juist nu je favoriete boekhandels door direct op hun site onze aankopen te doen. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

 1

Waarom ik geen danser kon worden

In het Hoofd//stuk doen schrijvers een poging om de weg naar het verhaal vast te leggen. Welke tips hadden zij willen krijgen toen ze begonnen? Welk advies zullen ze nooit en dan ook nooit meer opvolgen? Wat is hun advies? Lees het in het Hoofd//stuk. Annelies van Wijk trapt af met de vraag hoe je (g)een alwetende verteller wordt. Lees meer

Succes is geen keuze

Succes is geen keuze

Krijgen we in onze samenleving altijd wat ons toekomt? Bas van Weegberg ziet meritocratie als een optimistisch rookgordijn waarachter sociale ongelijkheid makkelijker in stand wordt gehouden. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Het populisme van de VVD, gekraakt

Het populisme van de VVD, gekraakt

De #DanielKoerhuisChallenge begon als een ludieke hashtag, maar bleek gaandeweg om veel meer te gaan, schrijft Sander van der Kraan. Lees meer

Hard//talk: De goede kant van de geschiedenis is solidair, ook als het even niet uitkomt

Het beste van 2020

Tien hoogtepunten van een jaar discussies, ruzies en gepassioneerde betogen die de revue passeerden. Lees meer

Column: In de kruipruimte

In de kruipruimte

In het huis dat Eva van den Boogaard bewoont, bevindt zich een kruipruimte dat de nodige vragen oproept. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

AVS: 1

Kerstrituelen

Deze week geven onze redacteurs tips om de kerst mee door te komen. Lees meer

Dit. Is. Goddelijk. Alternatief kerstverhaal Annemieke Dannenberg Dymphie Huijsen

Dit. Is. Goddelijk.

Joost is op vakantie in Spanje met zijn zwangere vriendin. Maar is de baby van hem, of van Marina’s open relatiescharrel HG? Begint Joost ongelovig te worden, of moet hij zijn liefdesbaby maar gewoon omarmen?
Een tragikomisch kerstverhaal door Annemieke Dannenberg. Lees meer

Alain Bachellier

Te vaccineren of niet te vaccineren, dat is de kwestie

De keuze om je wel te vaccineren is vaak net zo irrationeel als de keuze om je niet te vaccineren. Uiteindelijk is niet kennis, maar vertrouwen de doorslaggevende factor. Jihane Chaara heeft vertrouwen. Lees meer

Column: Veelzeggende kiepau

Veelzeggende kiepauto

In haar laatste column op Hard//hoofd deelt Iduna Paalman een mistroostig inzicht: hoe beter we kunnen praten, hoe minder we kunnen zeggen. Toch brengt het haar tot een hartverwarmende conclusie. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Het Vertrek (7) - De Beweging

Het Vertrek (7) - De Beweging

Klankkunstenaar Marieke van de Ven wekt met audio bestaande en imaginaire plekken tot leven. Ze maakte een podcastserie over vertrekken: betekent vertrekken weggaan, of juist ruimtes om je in thuis te voelen? Vandaag de zevende en laatste aflevering. Lees meer

 Staat er een doctor voor de zaal?

Staat er een doctor voor de zaal?

Epsteins gastbijdrage was tekenend voor het seksisme en de neerbuigendheid waarmee vrouwelijke academici te maken krijgen. Lees meer

Gaat het Renzo Martens lukken de kapitaalstroom in de kunstwereld eerlijker te verdelen? 1

Gaat het Renzo Martens lukken de kapitaalstroom in de kunstwereld eerlijker te verdelen?

In de docu White Cube, die onlangs op het IDFA in première ging, zien we dat Renzo Martens zich naast documentairemaker en kunstenaar ook opstelt als hulpverlener en bedrijfsleider in de Democratische Republiek Congo. Hij wil iets terugdoen voor voormalige plantagearbeiders. Iris van der Werff vraagt zich af hoe houdbaar dat is. Lees meer

Vergeet het lichaam van de ander niet 1

Vergeet het lichaam van de ander niet

Juist in een tijd waarin gezondheid als een individuele verplichting wordt gezien, dwingt een pandemie ons om over onze lichamelijkheid na te denken, merkt Rijk Kistemaker. En over die van de ander. Lees meer

Schuldig

Schuldig

Marthe van Bronkhorst maakt een innerlijke reis om haar overleden grootvader te gedenken, die met andere bedoelingen naar Indonesië reisde dan zij lange tijd dacht. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers een vrije ruimte kunnen blijven bieden en hen optimaal kunnen ondersteunen. Sluit je nu aan en ontvang kunst van talentvolle kunstenaars.

Sluit je aan