Asset 14

Ik heb honger als een paard

Een verhaal over een man, op zoek naar een meisje.

Ik heb honger als een paard. Zeggen ze hier. In Amerika is het: I could eat a horse. Dat is wat een oceaan doet met de mensen. Hij scheidt ze van elkaar en schopt gezegdes in de war.

Een hongerig paard is een paard dat hard heeft moeten werken. Het heeft moeten ploegen, een kar met oud ijzer over de grachten moeten trekken, sporen in de sneeuw. De man op de bok met de opgezette kraag en de pegels in zijn snor drinkt, roept, zingt.

Vriend met haver, peen en poepschep. Vader voedt. Vader voedt. Een dag hard werken. Een dag hard werken. Voor de bek en de buik. Voor vuur en water. Water en vuur.

"Drie hoeraatjes." De man op de bok stampt met zijn voeten, zwaait met een kruikje.

Hoe ouder het peerd, hoe beter de biefstuk. Het wordt gezegd. Sir, excuse me, where is your dignity? Uw waardigheid? Het paard is een edel dier. Aan het paard kom je niet. Je kijkt hem niet in de bek. Nobel beest. Je haalt hem niet neer in de strijd. Dat zijn regels. Het paard is heilig. Je vreet hem niet op en je verbrandt hem niet om energie op te wekken. Het paard dient, wanneer het is uitgeblust, de laatste dagen van zijn leven in een weelderig weiland te slijten. Mocht het laatste uur geslagen hebben, en het beest met de flank in het gras ter ziele gaan, dan moet het geprepareerd worden. Een veldmuisje, een kat, een rat, een sperwer, een das opzetten is leuk. Een paard opzetten is fantastisch. Fier staat het in de huiskamer voor de wand met schilderijen. Een uitgelezen locatie voor de familiefoto. Vader op de rug van het beest. Moeder op wijlen pony Desire. De kindekes er omheen. Dat is waardigheid. Een beest eren. Het is nobel en verontschuldigt ons gedrag tegenover de andere dieren die wij iets minder aardig behandelen. Plofkippen, kistkalveren.
I could eat a horse. Sir, yes sir!

Een Nederlandse Amerikaan, die zie je al van verre staan.Daar in het land met een droom zijn ze erg van paarden gaan houden. Zijn buik lijkt wel een luchtballon.Een man met een droom, een paard en een slachthuis. Ik wou dat ik er in prikken kon.

Het Plafond

Hoor hem denken. Zie hem liggen. In dat bed. Half twee 's middags. Een rammelende maag. Tranende ogen van het tergend langzaam wakker worden. Hij blijft mij maar aanstaren. Soms glimlacht hij. Soms fronst hij zijn voorhoofd.

Het plafond schraapt zijn keel, krabt zich in zijn gekalkte nek. "Richard. Ik vind het toch wel vervelend dat je zo lang in bed ligt. Niet om het een of ander. Je bent een aardige kerel. Maar. Ja. Hoe zal ik het zeggen. Je stinkt. Hoe langer je blijft liggen, hoe meer je begint te stinken. De slijm in je mond ligt stil. Je weet wat er met stilstaand water gebeurt? Nee? Ruik maar aan het afvoerputje in de badkamer. Schroef het zwanenhalsje onder het aanrecht maar los. Dat bedoel ik. Sta op, ga je wassen, poets je tanden en zoek een vrouw of zoiets, een maatje, een liefje. Iemand met wie je je leven kan delen."

Richard slaat de dekens van zich af. Het ruikt in dit huis naar chocola en gebakken aardappels. De badkamer ruikt naar oude vaatdoekjes. Richard draait de kraan open. De hete straal van de douche stroomt over zijn hoofd, zijn rug en als hij zich omdraait zijn borst en buik. Hij wast zich de haren met blauwe shampoo uit een blauwe supermarkt, de oksels met groene badzeep van de markt en met het sop dat daar vanaf komt zijn bilnaad, zijn bovenbenen en achter het randje van zijn geslacht. Hij is geen onaantrekkelijke vent. Hij heeft een vriendelijk en bloedgevoelig gezicht, dat wil zeggen; hij bloost snel. Niet van schaamte maar van opwinding. En hij weet dat er hordes meisjes met tere, witte, bloedgevoelige huidjes bestaan die zich aangetrokken voelen tot de rode vlekken in zijn nek, op zijn kaken en zijn borst. Hij weet dat die meisjes bestaan en vandaag, althans, van wat er over is van de dag, zal hij zijn best doen om zo een meisje te vinden. Hij zal het gesprek met de slager ongemakkelijk laten verlopen, in zijn nadeel, en in zijn nek, achter zijn oren verschijnen de vlekken. Het meisje dat naast hem aan de toonbank ziet het. Ze gluurt. Er ploft iets open in haar maag. Miljoenen mieren krioelen in haar onderbuik, bewegen als een lome klont honing. Hij heeft het opgemerkt. Hij wil zijn vinger in de honing steken en proeven.

Illustratie: Merlijn van Bijsterveld

Voor de slagerij staat een bankje dat uitzicht geeft op de gevel. Slagerij Bruisma. Een oud heertje wordt geholpen. Twee stukken kipfilet gaan in een papier. Het oude heertje betaalt, steekt het pakje in zijn tas en komt naar buiten. Het belletje boven de deur rinkelt. Een moeder met kind gaat naar binnen. Ze tikt op het vitrineraam. De slager wijst met zijn mes biefstukken aan. Ze knikt. De slager zegt iets. Ze moet lachen. De slager moet ook lachen. Zijn bolle buik schudt ervan. De biefstukken worden in een papiertje gedaan. Het kind krijgt een plakje worst. De slager zegt weer iets en de vrouw lacht weer. Het kind niet. Het omklemt het been van de moeder met een arm en eet van de worst, verlegen.

Er lopen hier veel mensen. Veel vrouwen, veel mannen. Niemand is bijzonder. Allemaal oud. Ze kruipen en duwen en trekken. Rollators, boodschappen, grijze jassen, grijze schoenen, wandelstokken, rolstoelen, kleine vieze hondjes in gebreide dekjes, sigaren, hoesten, spuwen. "Wat? Wa-at? Wat zegt-ie?" "Zijn balkon wordt door de duiven ondergescheten." "Je moet ze niet voeren Joop." "Wat? Wa-at? Wat zegt-ie?" Achter de ruggen van de keuvelende bejaarden duikt een meisje op. Ze is bijzonder. Ze heeft eenzelfde bloedgevoelige huid als hij. Ze is mooi. Ze draagt een gebreide muts en gebreide sokken. Ze loopt langzaam. Ze is met haar telefoon bezig. Even staat ze stil. Lacht om iets wat ze in haar scherm ziet, steekt de telefoon in haar tas en loopt verder, sneller nu en ze passeert de slagerij. Oef! Ga naar binnen mens. Ik zal vlees voor je kopen. We eten waar je van houdt. Biefstukjes met kruidenboter. Ga die winkel binnen. Ze loopt nu langs de wasserette en ze wordt steeds kleiner. Ze is bezig te verdwijnen.

Richard staat op, volgt haar. Ook van de achterkant ziet ze er mooi uit. Volle billen in een strakke spijkerbroek. Een korte bruine leren jas. Een donkerblonde jas. Ze houdt van donker bier. Ze likt schuim van haar bovenlip. Haar ogen glinsteren. Ze krabt kaarsvet van het tafelblad, speelt met de kaars. Volg die vrouw. Ze loopt langs de rokerij, staat weer stil, haalt haar telefoon uit haar tas, kijkt, steekt hem terug en wandelt verder. Bij de snackbar gaat ze naar binnen. Nee. Niet doen. Laat mij voor je koken. Ik kook alles wat je wil en daarna douche ik je. Ik was je. Ik gebruik lavendelzeep, groen badschuim van de markt, blauwe shampoo uit een blauwe supermarkt. Je mag in mijn satijnen avondkleed.

Hij bekijkt haar door het raam. Ze koopt een pakje kauwgom, zoekt haar portemonnee in haar tas. Als ze weer naar buiten komt drukt ze twee kauwgompjes uit de strip, klemt ze tussen haar voortanden en likt ze naar binnen. Ze kauwt snel, onrustig, blaast een bel. Drie gevels verder is een kroeg. Ze gaat er binnen. Richard wacht tot ze aan een tafeltje is gaan zitten en iets heeft besteld. Dan gaat hij er ook naar binnen. Hij kijkt niet naar haar maar loopt in een rechte lijn naar de bar, trekt zijn jas uit en spreidt hem uit over de barkruk en gaat er op zitten.
"Wat zal het zijn?"
"Koffie graag."
De barman slaat de koffiehouder leeg, vult hem en draait hem in de machine. Kopje eronder, knopje om. De koffie die al klaar staat brengt hij naar het meisje. Als hij terug is achter de bar gaat het knopje weer om. Precies goed afgemeten ligt de koffie in het kopje.
Ze drinkt haar koffie. Hij drinkt zijn koffie. Ze kijkt telkens op het scherm van haar telefoon. Hij bekijkt de flessen achter de bar en de oude man aan het eind van de bar. Gele nagels. Grijze haren op zijn vingers. Een winkelhaakje in de mouw van zijn jas. Een wollen trui met een kruisjesmotief. Roodwit. Vaal in het gele lamplicht. Het meisje staat op en loopt naar buiten. Haar jas hangt nog over de stoelleuning. Buiten, voor het raam, voert ze een gesprek over de telefoon. Ze zwaait met haar armen, maakt kleine sprongen, verstart. De lijn is verbroken. Ze komt weer binnen, haalt haar portemonnee uit haar tas, betaalt. Richard lepelt druppeltjes koffie uit het kopje, likt aan de rand en trekt zijn jas aan op het moment dat ze de kroeg verlaat. Hij betaalt. Volgt. Ze gaat naar links.

Ongeveer twintig meter loopt ze voor hem uit, steekt de straat over naar de brug. Hij versnelt zijn pas om bij haar te komen. Als hij de straat over is, ziet hij haar niet meer. Ze is niet over de brug gewandeld. Ze staat niet bij het kruispunt. Ze is ook niet aan de andere zijde van de brug. Hij steekt het water twee keer over, helt over de reling, tuurt in het kanaal. Eenden. Twee ganzen. Een duif op een meerpaal. Hij steekt nog een keer de brug over en besluit vervolgens onder de brug te kijken. Het gaat stijl naar beneden. Op kont en hakken glijdt hij naar beneden, vindt grip en weet zich te herpakken. Als hij opkijkt ziet hij haar aan de overkant. Ze heeft haar jas uitgetrokken, haar broek en onderbroek -ze heeft echt mooie billen- en is bezig haar blouse los te knopen. Nu ze een schouder ontbloot schieten onder de blouse zo'n vijf gekleurde veren vandaan. Ze staan fier in de lucht. Ook vanuit de andere schouder schieten de veren op.
"Zo zijn we weer thuis?" Roept het plafond als hij de voordeur hoort opengaan.
"Ja hoor, we zijn er weer."
"Wat? Is het gelukt?"
"Nou, ... ja."
Langzaam gaat de slaapkamerdeur open. Het plafond spert zijn ogen en houdt zijn adem in. Eerst verschijnt Richard. Hij poseert zich naast de deur, maakt een uitnodigend gebaar. Dan verschijnt ze. Pootje voor pootje. De lange nek. Ze gaat naast Richard staan en waaiert haar schitterende vleugels uit, klappert er drie keer mee en vouwt ze weer in.

--

Dit is een gastbijdrage van Martijn den Ouden. Martijn is dichter en beeldend kunstenaar. Zijn tweede dichtbundel De beloofde dinsdag, verschijnt in het najaar van 2013 bij Querido.

Mail

Merlijn van Bijsterveld is illustrator. Zijn illustraties zijn vaak humoristisch van aard waarbij hij een andere draai aan de context geeft.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer