Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'
Hangbuikzwijn neemt voorrang

Hangbuikzwijn neemt voorrang

Tekst Iduna Paalman &
Beeld Daphne Prochowski

Ik zit met vriendin en collega F. in de auto. Zij rijdt, soepeltjes draait ze een rotonde op, tik-tak-tik-tak doet de richtingaanwijzer, gracieus slaat ze af. Ondertussen vertelt ze een verhaal: haar dochter van twee is gisteren bijna opgegeten door het hangbuikzwijn van de kinderboerderij. ‘Dat beest duwt zijn bek zo door het hek,’ zegt ze. ‘Die snorharen zijn net spijkers joh. De schrammen staan op haar voorhoofd!’
Ze schakelt naar een volgende versnelling, ik kijk haar vol ontzag aan. Niet vanwege het hangbuikzwijn, maar om wat ze aan het doen is. Het autorijden.

Zelf veroorzaak ik wekelijks verkeersongelukken. Ik rijd in mijn auto over een provinciale weg, zie een bocht te laat en dreun tegen een boom. Of ik snap een verkeersbord niet, verleen geen voorrang en bots met een fonkelnieuwe Audi R8. Of ik rem te laat en schamp een knappe wielrenner. Ik zeg altijd sorry, ik neem me altijd voor voorzichtiger te doen, maar het helpt niet. De mensen zijn woedend, de schade is gemaakt, de botten gebroken, en ik stap de volgende dag gewoon weer in mijn auto.

Het mag duidelijk zijn dat het bovenstaande niet waar is. A. ik heb geen auto, B. ik kan niet autorijden en C. ik trek het slecht als mensen woedend op mij zijn. Toch zit ik regelmatig achter het stuur, ’s nachts, als ik slaap. Hoe langer ik mijn rijbewijs niet heb, hoe vaker ik droom dat ik autorijd en brokken maak. Soms word ik door tirannieke politieagenten achtervolgd – inmiddels is de kans dat ik me ooit nog inschrijf bij een rijschool tot onder het nulpunt gedaald. Men hoeft, kortom, niet veel te doen om mijn eerbied te winnen. Een rijbewijs hebben is voldoende.

‘Ik vind het zo waanzinnig knap, hoe jij dit doet,’ zeg ik tegen F. Zij denkt dat ik het heb over haar pogingen een drukke baan te combineren met het moederschap en bezoeken aan de kinderboerderij, en zegt: ‘Ja, het is soms heftig. Vooral als zo’n dier ineens agressief wordt. Dan schrik je echt.’
‘Nee,’ zeg ik. ‘Ik bedoel het autorijden. Kijk nou hoe vloeiend dit gaat. Hoe vanzelfsprekend! Kijk hoe loepzuiver jij links van rechts weet te onderscheiden, hoe je aanvoelt wie voorrang krijgt, welke versnelling je moet hebben. Jij kunt dit, jij bent in control. En ondertussen geef je ook nog een conversatie vorm. De autorijdende mens – wat een feest van souplesse en schoonheid!’

‘Ik schaam me juist als ik autorijd,’ zegt F. ontstemd.
‘Schamen?’ bulder ik voort. ‘Jij weet je, al schakelend en optrekkend, fantástisch te verhouden tot deze overvolle wereld, en jij schaamt je?’
‘Ja, ik schaam me, ja,’ zegt F. Ze kijkt me nu recht aan. ‘Elke dag zit ik in mijn eentje in deze vervuilende kutauto, die uitstoot en uitstoot en uitstoot, en ik doe er niets aan. Ik rijd maar door. En de snelwegen slibben dicht en de lucht kleurt zwart en vorig jaar schreef NRC nog dat het aantal verkeersdoden daalde maar deze week las ik dat het weer stijgt. Dood en file en vervuiling. Alles waar onze leerlingen afgelopen week tegen hebben geprotesteerd. Ik schaam me, ja. Diep.’

We zwijgen allebei. Oh ja, denk ik. Dat hele autorijden was helemaal niet zo tof. Waar komt die kinderachtige bewondering eigenlijk vandaan? Is het omdat ik het niet kan, dat het zo’n aantrekkingskracht op me uitoefent? Vind ik het daarom zo’n opwindend, onontbeerlijk sluitstuk op de adolescentie? Moet ik het niet andersom zien? Is mijn rijbewijsloosheid in deze tijd van klimaatontkenners, klimaatsceptici en klimaatspijbelaars niet juist iets om trots op te zijn? Zouden al die autorijders niet met ontzag naar mij moeten kijken? Ik staar naar de voorbijschietende weilanden. Het is gaan regenen, druppels waaien over de voorruit, F. klikt routinematig de ruitenwissers aan. Ik probeer er niet van onder de indruk te zijn.


We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Iduna Paalman (1991) is Hard//hoofdcolumnist. Haar poëzie en korte verhalen verschenen o.a. in De Gids, Revisor, Het Liegend Konijn en NRC Handelsblad. Ook schrijft ze voor het toneel en werkt ze als docent. In 2016 won ze de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd. Bij uitgeverij Querido werkt ze aan haar poëziedebuut. // iduna@hardhoofd.com
Daphne Prochowski is een illustrator uit Groningen. Haar werk is te omschrijven als kleurrijk en verhalend.
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd