Asset 14

Haatliefde

Een vriend kun je ontvrienden maar Geschwister zitten hun hele leven aan elkaar vast. Maartje vertelt over de tijd dat ze haar zusje hartgrondig haatte. Haar zusje reageert in audio.

Er waren dagen dat ik haar dood wenste, en ik wist zeker dat mijn zusje ook zo over mij dacht... Tot ik haar de laatste versie van dit artikel liet lezen.

Elk gezin heeft zo zijn ruzies; vooral pubers kunnen elkaar het leven zuur maken. De rivaliteit die je als kind voelt ten opzichte van je broers en zussen is waarschijnlijk doodnormaal. Iedereen wil zoveel mogelijk aandacht van zijn ouders. Daar hebben we alle reden toe. Ook jonge vogeltjes sperren hun bekjes wijd open wanneer moeders komt aanvliegen. Het kleinste vogeltje wordt weggeduwd, krijgt daarom het minste eten en kukelt uiteindelijk uit het nest, te zwak om zijn vleugeltjes uit te slaan. Middels de existentiële strijd met je Geschwistern bereid je je voor op de harde wereld buiten het ouderlijk huis waar je niet alleen om de aandacht van je ouders zal moeten vechten. Al schermend en sparrend met je broers of zussen word je volwassen.

Wat zich in de jaren negentig en nul tussen mijn zusje en mij afspeelde, had echter weinig te maken met volwassen worden, en nog minder met kind zijn. Onze spanning kwam niet voort uit irritatie of zusterlijke jaloezie. Het was alsof wij met die wederzijdse afschuw waren geboren, als Kaïn en Abel. Wij haatten elkaar alsof we in een Griekse tragedie of een toneelstuk van Shakespeare speelden: hartgrondig en zonder genade. Het was de dagelijkse haat jegens mijn twee jaar jongere zusje waarmee ik wakker werd en ging slapen; een mengeling van onbegrip, afgunst en walging om haar bestaan in de kamer naast de mijne. Er was een najaar dat zij enorm verkouden was en ’s nachts uren achtereen haar neus snoot, toen haatte ik haar nog meer. Met gebalde vuisten lag ik in bed haar te verwensen.

Behalve enkele obsessieve trekjes waar ons hele gezin mee gezegend is, valt er niets onaangenaams in mijn zusjes karakter te ontdekken. Wanneer ik oudere zussen of ouders van haar vriendinnen sprak, zeiden die steevast dat mijn zusje zo’n vriendelijk en beleefd meisje was. Iedereen was dol op haar. Zelf sta ik ook niet als bijzonder haatdragend bekend, en van jongs af aan doe ik overdreven mijn best om de lieve vrede te bewaren. Maar tegen mijn zusje was ik echt gemeen. Wanneer zij de kamer binnenkwam, begon mijn hart hoog in mijn borst te kloppen, in mijn hoofd vormden zich onmiddellijk talloze plannen om haar het leven zuur te maken. Zo heb ik een keer haar school gebeld met de mededeling dat haar afspraak met de logopediste (die zij niet had) was afgezegd, omdat ik wist dat de conciërge dit in de klas zou vertellen. We zijn thuis met vier meisjes en dat is sowieso niet eenvoudig, maar alleen tussen ons, de twee oudsten, ontstond er iets wat zo giftig was dat wij niet eens naast elkaar in de auto konden zitten.

Illustratie: Kwennie Cheng

Met ons gezin gaat het nu goed. Dat is best bijzonder, zeker als je bedenkt dat de jaren meestal geen wijsheid maar wrok brengen. Eenmaal volwassen mag er met volle overgave geruzied worden over geld en verjaardagen. Niemand eist dat ruzies worden bijgelegd. Het gezin valt uiteen omdat gesproken woorden niet meer teruggenomen worden en gezinsleden te koppig zijn om sorry te zeggen of een verontschuldiging te aanvaarden. Kijk één aflevering van het geweldige programma ‘Het Familiediner’ en huiver. Als kind moet je echter nog je best doen. Er lijkt een taboe op te rusten: een slechte relatie met je broer of zus. Je leeft onder hetzelfde dak dus zal je het met elkaar moeten doen. Maar wat als je diegene gewoon niets te zeggen hebt? Moet je dan koste wat het kost met elkaar aan tafel zitten? Wanneer je alleen je ouders met elkaar gemeen hebt, raak je snel uitgepraat.

Als peuter en kleuter waren we al niet bijzonder close, maar rond mijn tiende en haar achtste levensjaar dreven mijn zusje en ik echt uit elkaar. Daarna ging het van kwaad tot erger. Het zou te simpel zijn te stellen dat dit werd veroorzaakt door de puberteit, hoewel dat zeker invloed moet hebben gehad. Langzaam veranderden we in onszelf en meer dan ooit waren we elkaars tegenpolen. We wisten precies waar we de ander konden raken en haalden het slechtste in elkaar naar boven.

Ik begreep mijn zusje niet. Haar prioriteiten, haar manier van leven, het feit dat ze altijd ruzie had met mijn ouders. Voor mij bewees dit dat zij een slecht persoon was. Maar eigenlijk was ik jaloers op haar populariteit, haar mooie, dure kleren, het gegeven dat er altijd wel een jongen als een kwispelende puppy achter haar aanliep. Het is best frustrerend als je jongere zusje in zoveel opzichten verder is dan jij. Ik had op mijn zestiende nog nooit met iemand gezoend, zij datete op dat moment een jongen met een Audi.

Hoewel we elkaar als adolescenten nog maar weinig tegenkwamen - zij vloog als stewardess de wereld over en ik studeerde aan de kunstacademie - liep de spanning tussen mijn zus en mij alleen maar op. Ik denk dat we elkaar nu niet meer zouden spreken als mijn zus vijf jaar geleden niet zo eerlijk tegen me was geweest. We zaten tegenover elkaar en zij vertelde me, schijnbaar zonder enige emotie, dat we nooit vriendinnen zouden worden.
“Als ik jou ergens in de stad zou tegenkomen, dan zou ik je niet eens zien staan. Je bent zo anders, je bent gewoon niet mijn soort mens.”
Hoewel ik dat zelf nooit had durven zeggen, wist ik dat ze gelijk had. We zijn gewoon te verschillend. Als we geen zusjes waren, hadden we nooit aan dezelfde tafel gezeten. Juist omdat we als zussen zo geforceerd aan elkaar vastzaten, ging het mis. Vanaf het moment dat wij uitspraken dat we een hekel aan elkaar hadden (en natuurlijk kwamen na die eerste bekentenis ook andere ergernissen op tafel) klaarde het op. We werden geen vriendinnen, en zullen dat ook nooit worden. Maar omdat dat niet meer hoeft, kunnen we accepteren dat we verschillend zijn, en eens in de zoveel tijd als zussen samen dronken worden.

Volgens Elie Wiesel is niet haat maar onverschilligheid het tegendeel van liefde. De twee schijnbare uitersten liggen in werkelijkheid dichtbij elkaar. Haat kun je alleen voelen voor iemand die je kent, iemand die dicht genoeg bij je staat om onder je huid te kruipen. Wanneer dat gevoel je eenmaal in zijn macht heeft, overstemt haat alles. Het wordt alleen maar groter. Daarom kost het ook zoveel energie om iemand te haten. Maar - zo leerde mijn zusje me en ik heb dit nadien nog een paar keer in praktijk gebracht - haat lost bijna altijd op wanneer je het uitspreekt. En dan blijft er zeker niet alleen maar liefde over, maar de ergerlijke eigenschappen van de ander kun je in ieder geval met enige onverschilligheid bekijken.

--

Toen ik afgelopen week met mijn zus over dit artikel sprak, was ik even bang dat ik ons broze bestand met mijn openhartigheid kapot had getrapt. Gelukkig wilde ze er nog steeds over praten. Dat de tekst nu hier in deze vorm te lezen is, is grotendeels te danken aan mijn dappere, eerlijke zusje.

Mail

Maartje Smits Maartje Smits is schrijvend detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent bij uitgeverij De Harmonie.

Kwennie Cheng

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Batik Karas

Batik Karas

In dit verhaal van Ariane Waitz gaat de hoofdpersoon op een vervreemdende reis door Indonesië. Via de eeuwenoude Javaanse kunstvorm batik probeert zij zich te verbinden met het land van haar grootouders. Lees meer

Wat je niet zult zien op tv

Wat je niet zult zien op tv

Hoe links is linkse televisie? Marthe van Bronkhorst kwam achter de schermen en kon haar ogen eigenlijk niet geloven. Lees meer

Hoeveel romcoms tot ik het voel? 1

Hoeveel romcoms tot ik het voel?

De liefde is een onuitputtelijke bron van inspiratie. In films, boeken en muziek blijven mensen proberen haar te vangen, en al die creatieve expressie wordt gretig geconsumeerd – ook door Nouhaila el Khannoussi, die ondanks haar fascinatie voor fictieve liefdes zelf nog nooit verliefd is geweest. In dit persoonlijke essay vraagt ze zich af wat verliefdheid eigenlijk is. Lees meer

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer