Asset 14

Kalm zijn, dat is bijna gelukkig zijn

Gustave Flaubert, die kennen we natuurlijk van Madame Bovary. Rutger leest na jaren eindelijk een bundeltje met brieven van de Franse schrijver en is diep onder indruk.

Toen ik een paar maanden geleden lid werd van de lees-site goodreads.com, had ik niet door dat mijn profiel met Facebook verbonden was, waardoor alle literaire informatie die ik daar invulde, ook direct in de news feed van mijn vrienden terechtkwam. Het stond toch wat protserig: “Rutger leest Haat is een deugd van Gustave Flaubert”. Eigenlijk was ik het boek helemaal niet aan het lezen, maar lag het al jaren op mijn nachtkastje, nadat een kennis het tijdens een dronken avond tegen mijn borst had gedrukt met de woorden: “Leen… Dit.” Ik staarde naar de onvrijwillige Facebook-mededeling. “Ja, en? Wat kan mij het schelen wat jij leest?” hoorde ik de mensen denken. Maar al snel was daar de eerste like, van een oudere, belezen kennis. Even later tikte hij netjes op mijn wall: “Dat is grandioos, dat je dat leest! Die brieven blijven je je hele leven bij. Niet alleen vanwege de stijl, maar ook vanwege de levenshouding die eruit spreekt.” Het stimuleerde me om er toch maar eens in te beginnen en hij had natuurlijk gelijk; de fascinerende correspondentie van Flaubert (1821-1880) maakt je een beter mens.

Een depressieve neuroot die de wereld haat

Als beroemdheden in interviews terugblikken op hun leven, hebben ze de neiging om het te zien als een lineair verhaal, met hun succes als logisch eindpunt. Het verleden wordt altijd geïdealiseerd, omdat het overzichtelijker is dan het rommelige heden of de onzekere toekomst. Zelfs de oorlogen van toen lijken in onze moderne ogen op een deftig toneelspel. Wij kennen Gustave Flaubert vooral als de grote schrijver van Madame Bovary (1856), een boek dat we op de middelbare school hebben gelezen. In zijn romans hanteerde Flaubert ook een feilloze, bijna klinische stijl – hij werkte soms dagen aan een alinea, op zoek naar le mot juste (het juiste woord). Maar in zijn brieven zien we een imperfecte man die overloopt van de passie, het cynisme en de twijfel, een depressieve neuroot die de wereld haat. Dat is troostend voor mensen die weleens hetzelfde soort gevoelens hebben.

Illustratie: Ludwig Volbeda

Flaubert begint op vroege leeftijd met het schrijven van brieven. De stijl is echter al zo volwassen en vol zelfvertrouwen, dat je jezelf er af en toe aan moet herinneren dat hier een jongen van veertien aan het woord is: “De volksvertegenwoordigers zijn niet meer dan een weerzinwekkend stel verraders, hun filosofie heet eigenbelang, hun voorkeur laaghartigheid, hun eergevoel is niets dan stompzinnige trots, hun ziel slechts een hoop modder.” In zijn jonge jaren is Flaubert een echte romanticus, die hunkert naar de tijden van Homerus en Shakespeare, en die de Kunst boven alles stelt: “Voor de ware kunstenaar is de wereld slechts een klavecimbel. Aan hem er klanken aan te ontlokken die verrukken of de rillingen over je rug doen lopen. Goed en slecht gezelschap dient bestudeerd te worden. De waarheid is overal. Laten we alles begrijpen en niets afkeuren, dat is de manier om veel te weten te komen en kalm te zijn, en dat is al heel wat, kalm zijn, dat is bijna gelukkig zijn.”

Drie voorwaarden voor geluk: domheid, egoïsme en goede gezondheid - maar vooral domheid

Kalm zijn, dat is Flauberts grootste streven, want hij wist al van vroeg af aan dat ‘geluk’ niet voor hem bestemd was. Zo schrijft hij in 1845 aan een vriend: “Het gaat redelijk goed sinds ik me erin heb berust dat het altijd slecht met mij zal gaan.” Volgens hem zijn er drie voorwaarden voor geluk: domheid, egoïsme en goede gezondheid - maar vooral domheid. Flaubert is te vaak teleurgesteld in het leven, en besluit zich als een kluizenaar terug te trekken, volledig in dienst van zijn werk. “Breek met de buitenwereld, leef als een beer – een ijsbeer – laat alles stikken, alles en jezelf inbegrepen, behalve je intelligentie.” Hij streeft ernaar zijn grote gevoelsleven (uit zelfbescherming?) in te perken: “Syfilis valt minder te vrezen dan hartstocht. De zweren aan je jongeheer kunnen nog uitgebrand worden, die aan je hart niet.” Flaubert heeft als zoon van een overleden arts een klein fortuin tot zijn beschikking, en zal zijn hele leven met zijn moeder in een kasteeltje in de buurt van Rouen wonen. Hij leest en schrijft soms acht tot tien uur per dag, maar vindt alles wat hij produceert slecht en vraagt zich af of hij ooit iets zal publiceren. In 1846 wordt hij toch verliefd, op de jonge dichteres Louise Colet (1810-1876).

In zijn brieven aan Colet is Flaubert opvallend openhartig (zij refereert aan zijn ‘cynische oprechtheid’), hoewel hij in fysieke zin zijn afstand houdt: ze ontmoeten elkaar soms in een stadje tussen Rouen en Parijs, maar Flaubert weigert herhaaldelijk haar verzoeken om langs te mogen komen of samen te wonen, tot grote frustratie van Colet. Hij vertelt haar over zijn zelfspot: “Wat me verhindert mezelf serieus te nemen, hoewel ik tamelijk ernstig van aard ben, is dat ik mezelf enorm belachelijk vind, niet van dat belachelijke van bepaalde situaties, wat het komische op het toneel uitmaakt, maar het belachelijke dat inherent is aan het menselijk leven zelf en dat zich bij de simpelste handeling, het gewoonste gebaar, manifesteert. Ik kan mij bijvoorbeeld nooit scheren zonder in lachen uit te barsten, zo idioot vind ik dat.” IJdelheid is wat de mens drijft, maar tegelijk het grootste gevaar: “Succes is een gevolg en mag geen doel zijn.”

"zij zijn op zoek naar het doel van het leven en de afmetingen van het oneindige. Hoe wilt u de spaken van een draaiend wiel tellen?"

Toch breekt Colet met hem, en Flaubert volhardt in zijn eenzaamheid. “Het is een degeneratieverschijnsel, niet aan jezelf genoeg hebben. De ziel moet in zichzelf volledig zijn.” Hij voltooit op 35-jarige leeftijd Madame Bovary, en blijft koel onder het succes, dat hem veel nieuwe vrienden oplevert. Flaubert ergert zich intussen aan de opkomende socialisten en hun roep om gelijkheid: “Er is een permanente samenzwering tegen alles wat origineel is. Hoe meer kleur, hoe meer reliëf je hebt, des te meer aanstoot zul je geven.” Zij streven naar een utopie, iets waarvan Flaubert walgt. Naarmate hij ouder wordt, groeit de overtuiging om in het nu te leven, ‘alles te accepteren’: “Lichtzinnige, bekrompen lieden en verwaande, bevlogen geesten willen overal een conclusie in vinden; zij zijn op zoek naar het doel van het leven en de afmetingen van het oneindige. Hoe wilt u de spaken van een draaiend wiel tellen?”

Flaubert wordt vaak gek van het schrijven, dat moeizaam gaat. “Ik begin te geloven dat ik in mijn leven de verkeerde weg ben ingeslagen, maar was ik vrij in mijn keuze? De burgerman is gelukkig! En toch zou ik er geen willen zijn.” Hij ziet de kunst als iets heiligs, dat dan ook nooit met geld geassocieerd dient te worden. In het licht van de Nederlandse kunstbezuinigingen zijn deze zinnen interessant: “Kunst scheppen om geld te verdienen (…) is de verfoeilijkste aller prostituties.” En: “Wij zijn luxearbeiders; niemand is rijk genoeg om ons te betalen. (…) Het verband tussen een vijffrancstuk en een idee zie ik niet. We moeten de Kunst om de Kunst zelve beminnen, en anders verdient het laagste baantje de voorkeur.”

cynisch en romantisch, chagrijnig en lief, wanhopig en vrolijk.

Het mooiste aan Flaubert is zijn hypocrisie. Omdat hij zo ontzettend eerlijk is, spreekt hij zichzelf vaak tegen, zoals met zijn verliefdheid op Colet. Hij is net zo dubbelzinnig als het leven zelf. In zijn brieven verkondigt hij regelmatig dat een schrijver geen mening mag hebben, dat de toekomst en politiek hem niet interesseren, om zich dan drie maanden later weer op te winden over de wereld om hem heen: “Over tien jaar kunnen de mensen misschien niet eens meer een schoen maken, zo afgrijselijk stompzinnig worden ze!” Hij erkent: “Zodra ik mij nergens meer kwaad over maak, zal ik als een pop waar men de stok uit heeft gehaald, in elkaar zakken.” De grote schrijver is cynisch en romantisch, chagrijnig en lief, wanhopig en vrolijk.

Op de ochtend van 8 mei 1880 neemt Flaubert een bad en overlijdt onverwachts, zonder duidelijke oorzaak. Het is hem niet gelukt zijn laatste roman te voltooien, maar hij heeft nooit geleefd als een burgerman, en heeft zichzelf goed leren kennen. Mensen om hem heen maakten zich druk om kleine, betrekkelijke dingen. “Het lijkt me mooier om te proberen het hart van generaties van een paar eeuwen later sneller te laten kloppen en het met zuivere vreugde te vullen.” Goede Gustave, dat is gelukt.

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Ludwig Volbeda is tekenaar. Hij houdt van landschappen bekijken, boeken lezen, brieven schrijven, machines niet begrijpen en werken in schetsboekjes.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

De uitgevers geven het stokje door

De uitgevers geven het stokje door

Lisanne Brouwer vertrekt naar theatergezelschap PS Vertelt en geeft na jaren toewijding het stokje als uitgever door aan Josje Kerkhoven: lees hier het gesprek waarin ze terugblikken op Lisannes tijd en vooruitkijken naar Josjes plannen. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

:Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

In haar column onderzoekt Loïs Blank hoe smart glasses, AI-assistenten en marketingcampagnes laten zien dat technologische vooruitgang vaak leunt op de lichamen, stemmen en veiligheid van vrouwen. Waarom blijven juist mannen het meeste verdienen aan een systeem dat zo afhankelijk is van vrouwen? Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer