Asset 14

De zachtaardige nihilist I

Thijs Kleinpaste geeft met enige regelmaat gastcollege over een bewonderde auteur. Omdat het zomer is en je in de zomer kunt doen wat je wil, dit keer een dubbele editie over het leven en werk van één van de weinige Russische schrijvers die geniaal was zonder ook gek te zijn: Ivan Toergenjev, ironische beschouwer van zijn tijd.

1.

In zijn roman De taal der liefde schrijft Gerard Reve: “Ik lees wat er behouden is gebleven van de briefwisseling Tolstoj - Toergenjev. (En ik herlees het hele werk van Toergenjev.) Je merkt wel, wat een afschuwelijk domme bruut en barbaar Tolstoj, en welk een (tot nu toe vrijwel onbekend gebleven) genie Toergenjev was.”

Die briefwisseling tussen Toergenjev en Tolstoj was een paar jaar eerder door Gerards broer Karel bezorgd als De holbewoner en de literator. De broers Van het Reve waren één in hun bewondering voor Toergenjev. Van de grote drie is er maar één de grootste, en dat is niet Tolstoj of Dostojevski. Dat oordeel is volkomen juist, en het daarom ergerlijk dat uitgerekend Karel van het Reve, als zijn vertaler, Toergenjev voor het Nederlandse publiek zo heeft platgeslagen. Van het Reve heeft geen ongelijk als hij Toergenjev opvoert als gematigd politiek mens – hij doet alleen zijn gelaagdheid onrecht. In zijn essays gaat Van het Reve op zijn best oppervlakkig in op de politieke betekenis van Toergenjevs werk. Hij reduceert in Geschiedenis van de Russische literatuur zijn opvattingen tot die van het soort liberaal dat uit goeiigheid, instinctief, de redelijkheid aanhangt, maar door een aangeboren frivoliteit niet goed heeft nagedacht over de vraag waarom.

Toergenjev benadrukt dat zijn romanpersonages reflecties waren van types die hij tijdens zijn leven tegen het lijf liep.

Van het Reve maakt opzichtig een punt van zijn stelling dat de karakters in Toergenjevs romans geen "typische vertegenwoordigers" van hun tijd genoemd mogen worden, omdat levende evenbeelden van zijn personages nergens opduiken in beschrijvingen van tijdgenoten. Die interpretatie is zwak en een beetje beledigend, zo zwak zelfs dat het moeilijk is te begrijpen wat die bewondering die Van het Reve voor Toergenjev had eigenlijk waard was. Toergenjev zelf benadrukt in zijn brieven en memoires dat zijn romanpersonages reflecties waren van types die hij tijdens zijn leven tegen het lijf liep. Die figuren zijn misschien niet ‘typisch’ – dat was ook niet het belangrijkste: ze moesten de ideeën die hij probeerde te doorgronden verbeelden. Zijn personages zijn geboetseerd uit de eigenschappen die Toergenjev zag in zijn vrienden of bij zichzelf.

Illustratie: Joost Stokhof.

Toergenjev mag zich praktisch nooit direct geëngageerd hebben met politieke vraagstukken – niet zoals zijn vrienden Vissarion Belinski of Alexander Herzen in ieder geval – hij nam actief deel aan de ideeënstrijd die zulk engagement omkleedt. Toergenjev volgde de politiek en onderhield contacten met verschillende generaties radicalen en revolutionairen. Achter de schrijver die altijd zorgvuldig zijn ironische afstand hield, schuilt één van de briljantste beschouwers van de negentiende eeuw.

2.

Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren in de herfst van 1818 in Orjol, ongeveer halverwege Moskou en Kiev. Zijn moeder was een wrede, tirannieke vrouw die het huishouden in een ijzeren greep hield en haar lijfeigenen liet afranselen. Zijn vader een knappe, jongere man uit een familie van naam die met haar getrouwd was om haar vermogen. Met zijn moeder kan Toergenjev niet door een deur, zijn vader speelt geen grote rol in zijn leven.

Op zijn zestiende begint hij zijn universitaire opleiding in Moskou. De jonge Toergenjev is rusteloos, beneveld door filosofie en verliefd op iedere mooie vrouw die hij ziet, voortdurend bang iets van het leven te missen. In 1838 studeert hij samen met Michael Bakoenin in Berlijn, en hij reist tussendoor half Europa rond. Bakoenins talent voor lange monologen was ongeëvenaard, en door diens toedoen raakt Toergenjev in de ban van de Duitse idealistische filosofie. De twee vrienden voeren eindeloze nachtelijke discussies en schuimen samen door het nachtleven van Berlijn. Na een verblijf van drie jaar in Europa keert hij terug naar St. Petersburg. Daar sluit hij vriendschap met Vissarion Belinski, de literatuurcriticus. Belinski oefent, ondanks zijn vroege dood, een levenslange invloed op hem uit.

"We hebben het bestaan van God nog niet opgelost, en u wilt gaan eten!"

Toergenjev bewonderde Belinksi niet alleen om zijn legendarische kwaliteiten als criticus, maar ook om zijn onwankelbare karakter, zijn instinctieve gevoel voor goed en kwaad, en zijn onvermoeibare toewijding aan zijn idealen. Belinski twijfelde voortdurend en aan alles, maar die twijfel bracht hem er alleen maar toe nog harder te zoeken naar de waarheid. Toergenjev beschrijft een gesprek dat hij had met Belinski. Na een lange discussie verslapt de aandacht van Toergenjev, en hij stelt voor een wandeling te maken, of even iets te eten. Belinksi antwoordt bitter: "We hebben het bestaan van God nog niet opgelost, en u wilt gaan eten!" Toergenjev bezweert dat Belinski dit niet als grap bedoelde.

Halverwege de jaren veertig ontvlucht hij de tsaristische repressie en emigreert naar Europa. Daar schrijft hij, onder Belinski’s invloed, toneelstukken gedichten en korte verhalen. De beroemdste daarvan verschijnen vanaf 1847 als feuilleton, en worden in 1852 gebundeld als de Jagersverhalen.

In de zomer van 1850 keert hij wegens het overlijden van zijn moeder terug naar Rusland en blijft er voor langere tijd. Hij komt in de problemen met de censors als hij Nikolaj Gogol na zijn overlijden in een kort essay prijst en wordt verbannen naar zijn landgoed Spasskoje, waar hij anderhalf jaar blijft. Na 1861 vestigt Toergenjev zich permanent in Europa en reist alleen nog voor relatief korte bezoeken naar Rusland. Een flink deel van zijn leven reist hij achter zijn grote liefde Pauline Viardot aan, met wie hij een wat merkwaardige verhouding heeft. Ze sturen elkaar intieme brieven, maar Toergenjev is ook bevriend met haar echtgenoot, en woont soms zelfs bij ze in.

Zijn leven lang heeft hij pijnen en kwalen. Sommigen zijn ingebeeld, andere reëel. Toergenjev heeft bulten en cystes, gewrichtspijn en rugklachten, en overlijdt in 1883 als 64-jarige aan een tumor in zijn ruggengraat. Bij hem zijn Pauline Viardot en enkele vrienden.

Na zijn vijftigste wisselt hij sombere brieven uit met Gustave Flaubert, waarin hij schrijft dat alles wat menselijk is hem enorm de keel uit begint te hangen.

Zijn laatste levensjaren worden afwisselend gekenmerkt door zwaarmoedigheid en opgewekt cynisme. Na zijn vijftigste wisselt hij sombere brieven uit met Gustave Flaubert, waarin hij schrijft dat alles wat menselijk is hem enorm de keel uit begint te hangen. Leven met de doodsverachting van Flaubert kon hij echter niet. Toergenjev is klaar met het leven maar bang voor de dood. Hij maskeert het met zelf-relativerende spot. Als hij door Oxford wordt benoemd tot hoogleraar (in het recht, waar hij niets van begrijpt), schrijft hij geanimeerd aan Pauline dat de rode mantel die hij daarbij kreeg goed van pas komt bij hun wekelijkse spelletje hints. Toch is Toergenjev trots op de erkenning die hij krijgt, en erg gevleid door de wijze waarop hij in Engeland in de watten wordt gelegd. Altijd blijft echter het ijzige niets op zijn bewustzijn drukken. Op kerstavond 1859 stuurt hij een brief aan Jelizaveta Lambert, waarin hij zucht over de zinloosheid van het leven. De toon is larmoyant en typerend voor zijn karakter:

“…en ook is de gedachte voortdurend in mij aanwezig aan de ijdelheid van al het aardse, aan de nabijheid van iets dat ik niet kan aanduiden. Het woord ‘dood’ alleen drukt dat iets niet geheel uit, vandaar een wending tot God, gepaard aan een drang om weg te gaan naar ongerepte, groene weiden. […] Ik weet nog dat ik, toen ik nog jong was, wilde dat elk ogenblik van mijn leven betekenisvol zou zijn… Wat een vermetele en welhaast zondige wens! Laat het beekje maar voortkabbelen totdat het uitstroomt in de zee!”

Toergenjev staarde in de afgrond, en de afgrond staarde terug.

Toergenjev staarde in de afgrond, en de afgrond staarde terug. De constatering dat alles ijdelheid is, terwijl hij tegelijkertijd verlangt naar een soort verlossing daarvan, kenmerkt zijn karakter en wereldbeeld, zichtbaar in zijn werk. Zijn beste personages realiseren zich uiteindelijk dat de wereld zich niets van hen aantrekt. Ze spiegelen daarin een eigenschap van Toergenjev zelf: hij verlangde er naar een geloof te hebben en zijn eigen bestaan betekenis toe te kennen buiten het banale en het alledaagse – maar hij is er niet toe in staat.

3.

Eén van de mooiste essays die ideeënhistoricus Isaiah Berlin schreef, gaat over Toergenjev en zijn (politieke) overtuigingen. Toergenjev had, volgens Berlin, het ‘bezeten genie’ van Dostojevski noch Tolstoj. Bezeten schrijvers maken vuistdikke boeken; Toergenjev schreef korte verhalen, novelles en romans van bescheiden omvang. Toergenjev is een beschouwer, niet iemand die grote ideeën verkondigt. Met Tolstoj onderhield hij een moeizame relatie die zo nu en dan een tijd stillag door een breuk. Hun temperament en karakter verschilden sterk. Tolstoj zag zijn Oorlog en vrede als een grootse studie naar de relatie tussen het individu en de geschiedenis, Toergenjev verzuchtte dat hij hoopte dat Tolstoj, als er weer een volgend deel van de roman zou verschijnen, het gefilosofeer achterwege zou laten.

Als Tolstoj hem vraagt te schrijven voor een zuiver kunstzinnig en literair tijdschrift bedankt Toergenjev beleefd, omdat de tijd niet vraagt om ‘lyrisch getsjilp’.

Dat betekent niet dat Toergenjev niet geïnteresseerd was in zulke vragen. Hij benaderde ze alleen anders. Toergenjev merkte vroeg dat het schrijven van filosofie en non-fictie hem niet lag, en staakte dus zijn pogingen daartoe. In de laatste brief die hij aan zijn vriend (en toen ook redacteur) Belinski stuurt, kort voordat die overlijdt, schrijft Toergenjev dat hij werkt aan een stuk met de titel ‘De slavofielen en het realisme’. Het stuk verschijnt niet, maar hij publiceert dan wel de verhalen die later gebundeld worden als Jagersverhalen. Aan zijn vriendschap met Belinski houdt hij het idee over dat literatuur in sommige perioden niet alleen maar kunstzinnig kan of zelfs mag zijn. Als Tolstoj hem vraagt te schrijven voor een zuiver kunstzinnig en literair tijdschrift bedankt Toergenjev beleefd, omdat de tijd niet vraagt om ‘lyrisch getsjilp’.

Toergenjev kon echter niet uit de voeten met hoog-geëngageerde polemiek. In zijn memoires verdedigt hij zich tegen de kritiek dat hij de Jagersverhalen schreef toen hij in Europa was, ver van de politieke worstelingen in zijn thuisland. In Rusland hield hij het juist niet uit. Hij kon en wilde niet dezelfde lucht ademen als zijn tegenstanders. Alleen vanaf een zekere afstand was hij effectief.

Die afstand die Toergenjev nodig heeft is niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Hij moet zichzelf losmaken uit de grilligheid van de werkelijkheid om, in fictie, twee keer zo hard uit te kunnen halen. In Eerste liefde laat hij de jonge vrouw op wie de anderen verliefd zijn op een zeker moment een literatuuropvatting formuleren die dicht bij zijn eigen ideeën staat: “Dat is het mooie van poëzie: zij zegt ons dingen die niet bestaan, en die niet alleen beter zijn dan het bestaande, maar zelfs meer op de waarheid lijken.” Het had gemakkelijk zijn motto kunnen zijn. Onderzoeken van wat mensen beweegt, wat ze drijft, en het doorprikken van de illusies die daarbij horen vormt de rode draad van zijn werk, maar het echte leven moet worden omgezet in fictie, omdat dan pas de betekenis ervan zichtbaar wordt. Zijn engagement bestaat niet uit stellingname, maar uit het zo eerlijk mogelijk doorgronden van mensen en hun ideeën. Goede schrijvers, schrijft Toergenjev in een voorwoord bij zijn verzamelde werk, zijn net zo min in staat een loflied als een smaadschrift te schrijven. Goede schrijvers laten zich niet lenen voor propaganda, maar streven ernaar ‘de geconcentreerde afspiegeling’ van het leven om hem heen te zijn. Toergenjev kiest geen partij, maar vlucht ook niet in esthetiek. Hij gebruikte zijn romans om de ideeën die in zwang raakten tijdens zijn leven te analyseren, te doorgronden en te verwerken. Zijn goede vriend Pavel Annenkov schetste hem als volgt:

“Toergenjev had niets anders voor ogen dan van de fenomenen waarmee hij in aanraking kwam door ervaring en observatie te analyseren, en ze om te zetten in zijn geestelijk kapitaal—en in dit analytische werk liet hij kwaliteiten zien als denker, dichter en psycholoog die zijn premature biografen overdonderde.”

Toergenjev stemde in met die karaktertekening, en schreef terug: “Ik was erg vertederd en ietwat verbaasd: daar spreekt een vriend, en wat diep grijpt hij met zijn vingers in mijn ziel… Maar eigenlijk deed het geen pijn.”

De grondstemming van Toergenjev is, uitgezonderd zijn studententijd, altijd die van een ironicus die zich niet laat inpakken door de mystificatie van het leven. In een brief aan Pauline wordt goed zichtbaar dat Toergenjev niets zonder meer geloofde, en alles wilde doorgronden. Hij is negenentwintig jaar oud, en net zoals veel van zijn vrienden toeschouwer van de revolutie van februari 1848 in Parijs. Maar in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, Alexander Herzen, blijft hij immuun voor de revolutionaire beneveling. Minder dan drie maanden na de grote revolutie stromen de straten van Parijs opnieuw vol, in protest tegen de assemblee die, na het eerste optimisme over de omwenteling, geen veranderingen brengt. Toergenjev ziet scherper dan iedereen om hem heen de gapende kloof tussen de werkelijkheid en de ideeën die diezelfde werkelijkheid zouden moeten verklaren. Anderen proberen de oploop in hun ideologische schema te duwen, maar Toergenjev noteert dat hij nog het meest verwonderd was over hoe het drama voor sommigen niets meer dan gewoon een goede dag voor zaken is:

“Wat mij ook trof was de manier waarop de limonade- en sigarenverkopers tussen de menigte door laveerden, tuk op winst, tevreden en onverschillig; ze deden denken aan vissers die een welgevuld net binnenhaalden.”

Toergenjev schrijft dat hij verbaasd is over zijn eigen onvermogen zich rekenschap te geven van wat de mensen op straat op zo’n moment ervaren:

“Ik kon niet gissen wat die mensen wilden, waar ze beducht voor waren, of ze revolutionairen of reactionairen waren of gewoon ordelievende burgers. Ze maakten de indruk of ze het eind van een onweersbui afwachtten. Toch richtte ik me vaak tot arbeiders in hun werkhemden... Ze wachtten, ze wachtten af...! Wat is de geschiedenis dus...? Voorzienigheid, toeval, ironie of noodlot?”

De onmogelijkheid een vlugge verklaring te formuleren voor wat de geschiedenis beweegt heeft niet zozeer te maken met een gebrek aan scherpzinnigheid, eerder met een groot vermogen daartoe.

Toergenjev kon niet overweg met gezwollen idealistische formules die iedere oploop van mensen uitlegden met een verwijzing naar de 'spontane volksgeest' of de 'laatste veldslag in de klassenstrijd'. De gebeurtenissen van zijn tijd kon hij geen hoogdravende betekenis toekennen, gewoon omdat hij niet in die dingen geloofde – Alexander Herzen verloor zijn illusies toen hij zich realiseerde dat de revolutie van 1848 niet de revolutie was die hij wenste; Toergenjev verloor ze niet omdat hij ze nooit had. In een hoog-ideologische eeuw, waar om hem heen dichters en denkers in de ban raken van nationalisme, van revolutie, van het materialisme, het positivisme, van de historische Geist en van de schitterende nieuwe tijd die lonkt als eenmaal met het rotte hier en nu kan worden afgerekend, blijft hij overeind als grote ontmaskeraar van ijdele dromen. Niet zoals Dostojevski, die weliswaar ontmaskerde maar in één adem door beschuldigde, dat deed, Toergenjev ontmaskert zonder agressie en zonder te geloven in iets anders.

-

Dit is het eerste deel van een groot essay over het Toergenjev. Het tweede deel, over onder meer Toergenjevs belangrijkste werken, volgt snel.

Mail

Thijs Kleinpaste

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Gatool Katawazi
    Gatool KatawaziRedacteur
het laatste
Alles Vijf Sterren: Beter laat dan nooit

Beter laat dan nooit

Deze week worden we blij van bijdehante teksten en goede interviews, en stil van een website over Srebrenica. Lees meer

Wat heeft een mens aan een miljard?

Wat heeft een mens aan een miljard?

Wie de vermogensongelijkheid in Nederland aan de kaak stelt, hoort regelmatig: ‘Gelukkig zijn we geen Amerika. Daar is de rijkdom pas oneerlijk verdeeld!’ Dat klopt. Maar we staan wel op de tweede plek. Zo egalitair is ons land niet. Lees meer

Aantekeningen uit Aalten

Aantekeningen uit Aalten

Willemijn Kranendonk reflecteert in deze gedichtenreeks over koolmeesjes en eenzaamheid op haar verhuizing naar de Achterhoek. Lees meer

Sinds Corona zijn we op retraite zonder rust

Sinds Corona zijn we op retraite zonder rust

In de interviewserie ‘Tijdsvensters’ laten De Bedachtzamen steeds een creatieve denker reflecteren op het begrip ‘tijd’. Op Hard//hoofd reageren collega’s in stijl. Vandaag: filosoof Aldo Kempen reageert op de reflecties van filosoof Miriam Rasch. Lees meer

Tip: Blijf even kijken

Welkom in mijn raamkozijn

Terwijl de anderhalvemetersamenleving op gang komt, kruipt Iris Blaak nog even achter haar spreekwoordelijke geraniums. Ze ontdekt: het lijntje tussen voyeurisme en nieuwsgierige interesse is flinterdun. Een tip om in het voorbijgaan niet te snel weg te kijken. Lees meer

Alles vijf sterren: 29

Verhalen voor aan de keukentafel

Deze week worden we blij van een documentaire over een Braziliaanse fotograaf, een bundel met spookverhalen en een heuse keukentafelpodcastquiz. Lees meer

 Corona-afval brengt meerkoet in de nesten

Corona-afval brengt meerkoet in de nesten

Meerkoeten blijken hun nesten maar wat graag te bouwen met ons corona-afval. Dat heeft voor-, maar vooral veel nadelen. Lees meer

Pleinvrees

Pleinvrees

Ezra Hakze onderzoekt in deze actuele gedichtenreeks verschillende ervaringen die te maken hebben met thuis zijn. Lees meer

Rueben Millenaar

“Excuses voor de slavernij? Moet ik me schuldig voelen?”

Overheidsexcuses zijn hét moment voor Nederland om het koloniale verleden eens recht in het gezicht aan te kijken, schrijft Lennart Bolwijn. Lees meer

 1

'Ik gebruik de toekomst, het verleden en het tijdloze'

In de interviewserie ‘Tijdsvensters’ laten De Bedachtzamen steeds een creatieve denker reflecteren op het begrip ‘tijd’. Op Hard//hoofd reageren collega’s in stijl. Vandaag: illustrator Mans Weghorst reageert op de reflectie van animator Michael Dudok de Wit. Lees meer

TIP: Verander je perspectief

Verander je perspectief

De geschiedenis maar ook het heden lijken vaak een ver-van-ons-bed-show. Else Boer onderzoekt hoe je belangrijke gebeurtenissen pijnlijk dicht naar je toe haalt. Een tip om op zoek te gaan naar verhalen die je wereld- en zelfbeeld doen kantelen. Lees meer

 Vijftig jaar parade op de barricade

Vijftig jaar parade op de barricade

Vandaag precies vijftig jaar geleden liepen duizenden Amerikanen mee in de eerste Gay Pride Parade. Lees meer

 1

Met een liefdevolle blik

Deze week worden we blij van een documentaire over een Japanse oudtante, een datingshow op Netflix en een podcast over misdaad en alcohol. Lees meer

Vrije val

Vrije val

Een bekend gevoel voor velen: vastzitten op een feestje waar je niet wilt zijn. De vrouw in dit verhaal zoekt naar manieren om zichzelf en haar gebroken hart staande te houden in het nachtelijk gewoel. Lees meer

Hoe de zwarte dichteres May Ayim een slavenfort veroverde

Hoe de zwarte dichteres May Ayim een slavenfort veroverde

Een promenade die oorspronkelijk naar de oprichter van het fort was vernoemd, kreeg niet lang geleden een nieuwe naam. Lees meer

De videokunst van Maaike Fransen als droomwereld (deel 3)

De videokunst van Maaike Fransen als droomwereld (deel 3)

De tent die in 'A Show Off' hoog richting de hemel reikt, wankelt door overmoed. Als een stomme film waarbij de pianist in de zaal letterlijk de toon zette bij het filmbeeld, zo vallen beeld en geluid hier ook samen. Lees meer

Juist nu kan het straatbeeld anders 3

Juist nu kan het straatbeeld anders

In veertig tramhaltes verspreid over Den Haag is in plaats van reclame een kunstproject te zien van collectief Topp & Dubio. Lees meer

Homo? Ik zeg liever dat ik op jongens val

Homo? Ik zeg liever dat ik op jongens val

Als iedereen zo graag met ‘homo’ wil schelden, laten we het dan ook als scheldwoord behandelen. Laten we voetbalwedstrijden stilleggen bij homofobe uitlatingen. Laten we druk uitoefenen op kranten die homofobe artikelen publiceren, schrijft Sebastiaan van der Lubbe. Lees meer

Wen niet aan het leven in de quarantaineshuttle

Wen niet aan het leven in de quarantaineshuttle

Alex Philippa moet niks hebben van zij die het quarantaine-leven willen optimaliseren. Zelfisolatie is niet optimaal, maar onnatuurlijk en eenzaam. Lees Alex' tip over zelfbehoud in lockdown. Lees meer

Nieuws in Beeld: Hoe het bedrijfsleven demonstraties mogelijk maakt 10

Hoe het bedrijfsleven demonstraties mogelijk maakt

Fotograaf Ka-Tjun Hau bracht de 'achterkant' van de antiracismedemonstraties in beeld. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers een vrije ruimte kunnen blijven bieden en hen optimaal kunnen ondersteunen. Sluit je nu aan en ontvang kunst van talentvolle kunstenaars.

Sluit je aan