Asset 14

Mag ik even de aandacht?

Mag ik even de aandacht

Het jaar is bijna voorbij en daarom zet Hard//hoofd de beste stukken van 2018 nog één keer in de schijnwerpers.

 

Hoe kunnen we in een tijd waarin onze minuten en aandacht tot verhandelbare artikelen zijn verworden, nog echte toewijding vinden? Marte Hoogenboom onderzoekt hoe we onze vrije tijd en productiviteit kunnen heroveren.

‘Mag ik even de aandacht?’

Wie was de laatste persoon die jou die vraag stelde? Zat je nog in de schoolbanken, was het een kennis op een bruiloft? Of was het die bezwete acteur tijdens dat moordspel van laatst, met zijn overdreven Poirot-accent?
Het echte antwoord is natuurlijk dat de vraag ons dagelijks ontelbare keren wordt gesteld, zij het niet met woorden, maar met push notifications, vibraties en ringtones. De gemiddelde smartphonegebruiker schijnt hun telefoon zo’n tachtig keer per dag te ontgrendelen omdat er ergens op de wereld iets gebeurt wat om een reactie vraagt, of wat alleen maar even wil worden opgemerkt. De digitale wereld is overal.
Een depressing fun fact: het schijnt dat het zo’n vijfentwintig minuten duurt om je concentratie terug te winnen nadat je een bericht hebt beantwoord. Zie dan nog maar eens efficiënt met je tijd om te gaan.
Want daar draait het uiteindelijk allemaal om: tijd. En tijd is geld. We zeggen het al eeuwen, maar ik durf te stellen dat de betekenis van dat gezegde inmiddels 180 graden is gedraaid. Mediagiganten azen op onze gestolen momenten, waarin we niets aan het doen zijn wat een zichtbaar rendement oplevert in de vorm van ad revenues en clicks. We kunnen inmiddels stellen dat het in het bekende gezegde niet langer draait om efficiëntie – om het sluiten van zo veel mogelijk keiharde business deals in zo min mogelijk tijd –, maar om het zo lang mogelijk vasthouden van aandacht. ‘Traag zakendoen’ zou je het kunnen noemen.

Méér nog dan gebruiksvriendelijk moeten de besturingssystemen van nieuwe smartphones vooral verslavend zijn

Onze tijd én aandacht zijn tot verhandelbare artikelen gemaakt en worden door mediagiganten dagelijks in- en doorverkocht. In de milliseconde die het duurt om een filmpje te laden op YouTube, bieden honderden AI’s tegen elkaar op om jou hun advertentie te laten zien. Als gevolg van die commodificatie van aandacht zijn hele afdelingen Research & Development opgericht met de specifieke taak om ons vaker, langer en grondiger af te leiden.
Want zoals gezegd: tijd is geld, en wie meer geld wil verdienen zal meer van onze tijd moeten delven, meer van onze aandacht moeten zien te bemachtigen. Misschien nog wel méér dan gebruiksvriendelijk, moeten de besturingssystemen van nieuwe smartphones dan ook vooral verslavend zijn. Zo is het geen toeval dat de beweging waarmee je op je telefoon een pagina ververst dezelfde is waarmee je in het casino een gokautomaat bedient. Wie dat weet, begrijpt waarom eens in de zo veel tijd de (let wel: onjuiste) bewering opduikt dat sociale media dezelfde uitwerking op ons brein hebben als, zeg, cocaïne.

Confronterende succesverhalen

Toen ik een jaar of twaalf was, kocht ik van mijn eigen geld een schriftje en legde dat naast de huiscomputer die bij ons op zolder stond. (Eén computer voor het hele huishouden – zouden onze kinderen zich daar ook maar énige voorstelling bij kunnen maken, nu we al sinds 2014 in aantal overtroffen worden door mobiele apparaten?) Ik had mezelf het gebod opgelegd dat ik nog maar één uur computertijd zou krijgen per dag, wat ik in het schriftje zou bijhouden. Aan mijn ouders de vraag het zo nu en dan door te bladeren. Blijkbaar had zelfs mijn jonge puberbrein door dat al die computertijd, hoe leuk ook, geen goede uitwerking op me kon hebben.
Hoelang ik mijn digitale dieet heb volgehouden weet ik niet, wel hoe anders het nu met me gesteld is en hoe braaf mijn beeldschermgebruik destijds in vergelijking was. Ik kan niet meer lunchen zonder vergezeld te worden door een serie op Netflix; ik durf de deur niet uit met een telefoon met minder dan 40 procent accu; op momenten dat de inkt in mijn pen stroperig is, vlucht ik naar een tabblad dat me kan uitleggen hoe ik inspiratie tevoorschijn tover, of naar één dat geen sporen achterlaat in mijn browsergeschiedenis.

Over tijd en tijdverspilling gesproken: het is wellicht ook de hoogste tijd om met zijn allen wat bewuster te gaan nadenken over de term ‘vrije tijd’. Hoogleraar Daniel Mügge schreef vorig jaar nog over de beklemmende uitwerking van het haast eindeloze aanbod aan mogelijkheden waar we tegenwoordig mee worden geconfronteerd; op het internet werd hij voortdurend bestookt met must haves, must reads, must do’s… De onmogelijkheid om álles te doen wat hem zo leuk leek, bezorgde hem een slecht geweten. Ik denk dat het woord ‘FOMO’ allang bij je is opgekomen, en wie geen idee heeft wat dat betekent, ervaart momenteel een soortgelijk gevoel. Mügge droomde van een wereld waarin we erin slagen ons niets aan te trekken van al die prikkels, ze gewoon aan ons voorbij konden laten gaan en konden genieten van heerlijk nietsdoen, van echte vrije tijd. Passief escapisme, zo je wilt.

Essay: Mag ik even de aandacht 1

Mügges betoog schetst in mijn hoofd het beeld van de moderne mens als een chronisch te laat, chronisch buiten adem en chronisch onbevredigd wezen, dat angstig op zoek is naar wat het nu weer dreigt te missen. En ik ben bang dat dat beeld klopt: onze natuurlijke, hedonistische associatie met vrijheid – kunnen doen wat we willen doen – is in de digitale tijd compleet op hol geslagen door een voortdurende stroom van prikkels waar we onszelf op korte termijn mee kunnen afleiden, en notificaties van opkomende bezienswaardigheden die we vooral niet mogen missen.
Die bekende Fear Of Missing Out gaat trouwens nog veel verder en heeft een ronduit verlammende werking. Veel mensen zullen me wel begrijpen als ik zeg dat ik het gevoel heb altijd acht stappen op mezelf achter te lopen als ik weer een paar uur lang door mijn Facebook-tijdlijn heb gescrold, langs classical art memes, langs gifjes van huisdieren die ofwel briljant, ofwel zwakzinnig, maar waarschijnlijk iets van beide zijn, en langs opiniestukken waarvan ik er maar vijf per maand mag lezen. Want tussen al die berichten duikt er zo nu en dan een op waar ik stiekem naar op zoek was, maar waarvan ik niet weet of ik hem écht had willen zien: de successful post. Publicaties, optredens, debuten van leeftijdsgenoten van wie ik tot dat moment dacht dat ik ongeveer gelijk met ze optrok. Direct vraag ik me af waarom ik hier ook alweer uithang, waarom ik de pagina niet gewoon wegklik, maar dan geef ik het bericht een brave like en scroll verder, om mijn eigen luiheid te vergeten, op zoek naar het volgende deprimerende succesverhaal.

Wees je (foutloze) zelf

Toen ik op de middelbare school zat, had ik de puberale gewoonte om me op te sluiten op mijn slaapkamer en me een flink potje kut te zitten voelen. Een leeftijdsdingetje, denk ik, maar het gevolg was meestal wel dat ik mijn gemok uiteindelijk zo beu werd dat ik maar begon te schrijven. Heel productieve jaren waren dat. Tegenwoordig heb ik de gewoonte om me op het toilet op te sluiten met mijn telefoon en hoewel dat een minstens zo pathetisch gegeven is, levert het me bij lange na niet zo veel inspiratie op. Twintig minuten scrollen en drie succesvollere vrienden later kom ik miserabel en literair inert uit mijn secrete zithoekje, en begrijp ik goed waarom Facebook die tijdlijn ‘de Muur’ noemt.

Waarom blijven we naar een plek vluchten die ons berooft van onze innerlijke rust en onze eigenwaarde en die dodelijk is voor onze productiviteit?

Het is een bizarre, omgekeerde wereld: media die bedoeld zijn om ons af te leiden, om ons te vermaken en ons onze dagelijkse beslommeringen te doen vergeten zijn veranderd in de number one source of anxiety onder jonge mensen. Hoe scoor ik ten opzichte van de rest? Hoe kom ik over, kan ik mee met mijn leeftijdsgenoten? Waarom blijven we eigenlijk naar een plek vluchten die ons berooft van onze innerlijke rust en onze eigenwaarde en die dodelijk is voor onze productiviteit? Het antwoord op de laatste vraag is even simpel als onbevredigend: zo zit de mens nu eenmaal in elkaar. We zeggen ons abonnement op de krant ook niet op als het nieuws ons droevig stemt. (Figuurlijk dan, want wie heeft er tegenwoordig nog een abonnement op een krant?) We hebben nu eenmaal weinig oog voor onze eigen prestaties en onze goede karaktertrekken, en des te meer voor onze misstappen en onze tekortkomingen. Die kranten staan er dan wel vol mee, maar wees eerlijk: is het écht zo verwonderlijk dat we steeds meer en op steeds jongere leeftijd tegen burn-outs en concentratieproblemen aan lopen, als we zelfs als we alleen zijn nog worden verleid door een digitale lorelei, die ons eerst urenlang onze verplichtingen doet vergeten en ons daarna een schuldgevoel aanpraat omdat we onze tijd niet hebben besteed aan het worden van een beter mens?

Essay: Mag ik even de aandacht 4

Essay: Mag ik even de aandacht 3

Essay: Mag ik even de aandacht 2

En dan is er nog het beeld dat we online van onszélf schetsen; de zwaarste kogel om de nek van onze eigenwaarde en motivatie. In een kamer waarin iedereen ‘iemand’ is, zit nu eenmaal niemand op niemand te wachten. Dus we doen mee, en presenteren onszelf niet als de persoon die we zijn maar als de persoon die we graag zien schitteren in de ogen van de ander. Mijn generatie is opgegroeid met woorden als ‘profileren’, ‘opvallen’, ‘ontplooiing’ en – je voelt hem al aankomen: ‘netwerken’. Termen die klinken als aansporingen en aanmoedigingen als ze uit de mond van je ouders komen, maar die veel kwaads kunnen aanrichten als ze doelen op zich worden. Vage motto’s als ‘Wees jezelf, er zijn al genoeg anderen’ doen een moedige poging tot het wegnemen van onze aan paranoia grenzende onzekerheid, maar zijn verwarrende mantra’s in een maatschappij die voortdurend bezig is om jou en jouw prestaties af te zetten tegen die van anderen.

Als mijn foutloze alter ego ’s avonds uitlogt kijk ik in de badkamerspiegel in de ogen van een lelijk en feilbaar mens

Op sociale media geldt een soort N-term zoals we ons die herinneren van de eindexamens op school: hoe beter iedereen om je heen presteert, des te strenger elke fout van jou wordt aangerekend. We houden onze kinderen voor hoe belangrijk het is om af en toe eens lekker hard op je bek te gaan, maar zodra zij op bed liggen, vluchten wij massaal weg naar een omgeving waarin geen enkele misstap getolereerd wordt, waarin elk slippertje een slipper is en waarin we enkel vrij zijn om elkáárs mening te verkondigen. Een omgeving die nauwkeurig ontworpen is om ons naar zich toe te lokken en die er daarna alles aan doet om onze aandacht vast te houden, terwijl we ons met de minuut miserabeler voelen worden.
En natuurlijk voel ik me miserabel, als mijn foutloze alter ego ’s avonds uitlogt en ik in de badkamerspiegel in de ogen kijk van een lelijk en feilbaar mens, dat zich niet kan herinneren wanneer het voor het laatst een boek uitlas, een verhaal schreef of voor zichzelf kookte. (Voorspelling: badkamerspiegels met Instagram-filters, die dingen worden een hit, let maar op.) Ik klik het licht uit, val in slaap met het voornemen te gaan werken aan mezelf in de echte wereld en word de volgende ochtend wakker met mijn telefoon in mijn hand en veertien opwindende notificaties die om mijn aandacht schreeuwen.

Schrijfontwijkend gedrag

Een uitvlucht uit het dagelijkse leven, zo bood de jonge virtuele wereld zich aan ons aan. Een plek waar je jezelf kon zijn of liever gezegd: een plek waar je een betere versie van jezelf kon zijn. Een tweede leven, wie wilde dat niet? Tegenwoordig is die beschrijving veel te veel eer voor een parallelle wereld die niets anders doet dan ons beroven van onze motivatie om onze dromen na te jagen, door ons er voortdurend op te wijzen dat anderen op ons voorlopen, en die ons tegelijkertijd troost biedt in de vorm van makkelijk te consumeren dopaminepiekjes.

Ach, ik vertel niets nieuws. We weten allemaal wat de uitwerking van een 24/7 beauty pageant is op onze eigenwaarde en productiviteit. Vlak voor mijn drieëntwintigste verjaardag was ik mijn eigen nietsnuttige levenshouding zo zat dat ik voor mezelf een lijst opstelde met zeven literaire voornemens voor het komende levensjaar. Dat idee had ik een beetje gejat van Ronald Gipharts ‘Decreet’ uit 1990: een handgeschreven lijst van regels waar hij zich tot ten minste 1 januari 1991 aan zou gaan houden en die zijn literaire succes moesten garanderen. Op zijn lijst nam Giphart bijvoorbeeld op dat er geen ‘gedoe’ meer zou zijn met vrouwen tenzij hij echt verliefd was en dat hij niet meer aan zelfbevrediging zou doen (‘Geeft toch alleen maar vlekken’), maar hij schreef ook dat hij zijn tv-tijd drastisch zou inperken en dat hij minder zou gaan telefoneren.

De eindscore: Marte nul, schrijfontwijkend gedrag zeven

Ronald Giphart ervoer bijna dertig jaar geleden al dezelfde noodzaak tot het reguleren van zijn ‘virtuele’ vrijetijdsbesteding als wij vandaag, maar híj werd nog niet achtervolgd door zelflerende algoritmes en interfaces die rechtstreeks uit het handboek Verslavende mechanieken komen. De technologie achter de media die ons van oudsher hooguit een paar uur per week moesten vermaken is geëvolueerd; ons brein is dat ondertussen níet. Gipharts televisie was niet ‘smart’ en interactief en ontving een handvol analoge zenders, en de telefoon die hij zo verachtte ging niet mee naar het toilet en zijn slaapkamer. De strijd die Giphart aan het begin van de jaren negentig met zijn tijdrovende ontsnappinkjes voerde is dus nauwelijks vergelijkbaar met die van jonge generaties vandaag de dag.
In 1992 verscheen Gipharts debuutroman Ik ook van jou, misschien wel mede dankzij zijn Spartaanse voornemens. En ik kan intussen ook vertellen hoe het is afgelopen met mijn eigen bescheiden zeven literaire voornemens. Een paar maanden geleden werd ik 24 en was er dus een jaar verstreken waarin ik kleine grootse dingen had willen bereiken. De eindscore: Marte nul, schrijfontwijkend gedrag zeven. Maar om eerlijk te zijn maalde ik er niet zo om; het voelde niet als een verlies omdat ik nooit heb geloofd die strijd met mezelf te kunnen winnen.

Essay: Mag ik even de aandacht

We weten donders goed dat we de tijd die we liever zouden invullen met de dingen die er voor ons toe doen – onze persoonlijke ontwikkeling, onze intieme contacten, onze kleine heldendaden waar we later aan zullen terugdenken – verdoen met het bevredigen van onze verslaving aan virtuele zelfkastijding. Als we dat tegen willen gaan, als we onze gestolen momenten willen terugeisen, zullen we allereerst moeten erkennen dat de huidige digitale middelen onze vrijheid niet vergroten, maar inperken.
Ouders en scholen die kinderen beeldschermrestricties opleggen of mensen die hun eigen smartphonegebruik in de gaten houden met behulp van apps – het zijn aandoenlijke pogingen, maar ze volstaan niet. Niets doet een mens zo watertanden als een verboden vrucht, en monitorapps dienen (ik spreek uit ervaring) vooral als zoethoudertje en geven ons enkel de illusie dat we onszelf in toom aan het houden zijn.
Die bewustwording – dat onze strijd met ons uitstelgedrag en onze drang naar digitale afleiding niet met kleine maatregelen valt te winnen – zou kunnen dienen als een eerste stap richting het heroveren van onze vrije tijd en productiviteit. Dus misschien dat we elkaar, bij de volgende keer dat we afscheid nemen, eens kunnen aankijken zoals we lang geen ander écht in de ogen hebben gekeken, en kunnen zeggen: ‘Wel thuis, en tot ooit. Ik weet niet wanneer we elkaar weer spreken. Ik ga een tijdje offline.’

Mail

Marte Hoogenboom (1994) is Hard//hoofdredacteur en schrijft proza op momenten dat ze daar eigenlijk geen zin in heeft. // marte@hardhoofd.com

Chloé Pérès-Labourdette (1995) is een Franse illustrator met een voorliefde voor Tomos-scooters, Marmite en 8-hoekig servies. Haar beeldarchief bestaat uit visitekaartjes van Duitse garages en sci-fi-films uit het vorige millennium.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnChef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Zomergast Roxane van Iperen was hard aan het werk

Zomergast Roxane van Iperen was hard aan het werk

De schrijver en jurist ging radicaal op zoek naar het grijze gebied. Lees meer

Nieuws in beeld: Jeff Bezos zet het ons betaald

Jeff Bezos zet het ons betaald

Na zijn korte bezoekje aan de rand van de ruimte, eerder deze week, bedankte oud-Amazon-baas Jeff Bezos de werknemers en klanten van zijn bedrijf. 'Want jullie hebben hiervoor betaald'. Een perverse grap, vonden critici. Lees meer

Wat een week

Wat een week

Zie het nieuws maar eens in beeld te brengen in een week waarin drama zich op drama stapelde. Illustrator Rueben Millenaar liet zich niet uit het veld slaan: hij maakte maar liefst 6 illustraties. Een rampweek in beeld. Lees meer

Nieuws in beeld: En nu met z'n allen

En nu met z'n allen

Sinds vorige week zondag schrijven 155 democratisch verkozen volksvertegenwoordigers een nieuwe grondwet voor Chili. Ze hebben negen maanden de tijd om een grondwet te schrijven waarin iederéén wordt gerepresenteerd. Lees meer

Kunnen we de wandaden van een kunstenaar vergeten?

Kunnen we de wandaden van een kunstenaar vergeten?

Critici en liefhebbers zitten in hun maag met de wandaden van hun culturele helden. Moeten ze worden vergeven of ‘gecanceld’? Stefanie is vooral blij met de democratisering van de kunstwereld. Lees meer

Vergeet de lelijke kanten van dementie niet

Vivian Mac Gillavry begon op haar 19de haar vader te verliezen aan dementie. Ze schrikt van hoe mediamakers met dementie omgaan: het is goed om te laten zien hoe ermee valt te leven, maar wat als we zóveel focus leggen op de kwaliteit van leven, dat we vergeten te praten over hoe moeilijk dementie kan zijn? Lees meer

Ook automobilist moet aan de bak

Ook automobilist moet aan (of uit) de bak

Illustrator Veerle van der Veer brengt het nieuws in beeld. Dat de rechter Shell opdraagt zijn CO2-uitstoot drastisch terug te dringen, leverde vooral instemming en leedvermaak op, zagen opiniemakers in de Volkskrant. En de klánten van Shell dan, vroegen zij zich af. Lees meer

Speech: Waarom activisten de ‘zomer van trans woede’ uitroepen

Waarom activisten de ‘zomer van trans woede’ uitroepen

Honderden demonstranten protesteerden tegen de vernederende en dehumaniserende zorg voor transgender personen. Ze eisen hervorming van het zorgsysteem en riepen een ‘zomer van trans woede’ uit. Non-binaire trans vrouw Nilin gaf een openhartige toespraak. Lees meer

Filmtrialoog: Gunda

Gunda

Onze redacteuren Eva van den Boogaard, Nora van Arkel en Jozien Wijkhuijs bekeken de documentaire Gunda. Ze zijn onder de indruk van de unieke vorm van de film, maar er bleken ook wat dingen die iedereen anders interpreteerde. Lees meer

De ketenen zijn gebroken, maar de wonden zijn niet geheeld

De ketenen zijn gebroken, maar de wonden zijn niet geheeld

Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij af in Suriname en op Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. Althans, zo staat het in de geschiedenisboeken. Lees meer

Essay: Verslag van een mislukking

Verslag van een mislukking

In de essayreeks Boys don't cry onderzoekt Jonathan van der Horst mannelijkheid aan de hand van kunstwerken die hem ontroerden. Vandaag deel 2 met werk van de slam poet IN-Q. Lees meer

Maling aan de paling

Maling aan de paling

Met 60 duizend stuwen, gemalen en sluizen is ons land voor trekkende palingen de grootste hindernisbaan van Europa. Lees meer

Ik bekritiseer Israël omdat ik om haar geef

Ik bekritiseer Israël omdat ik om haar geef

In gesprekken over Israël-Palestina bevindt Max Beijneveld zich afwisselend aan beide kanten. Voor hem is het bekritiseren van Israël juist een teken van hoop en vriendschap: hij uit kritiek omdat hij gelooft dat Israël kan verbeteren. Lees meer

Automatische concepten 56

Een Afrikaanse kritiek op het Antropoceen

In het Antropoceen zou 'de mens' een bepalende factor zijn in het verstoren van het klimaat en de biodiversiteit. Maar wie kan zich eigenlijk tot mens rekenen? En wie wordt als object behandeld? Grâce Ndjako verwerpt het Antropoceen als een eurocentrisch idee. Lees meer

Je partner slaan is nog geen doodvonnis voor je carrière

Je partner slaan is (nog) geen doodvonnis voor je carrière

Het onderscheid tussen de publieke en de privésfeer is soms vaag, maar geweld achter de voordeur zouden we nóóit door de vingers moeten zien, meent Jihane Chaara. Waarom komen zoveel publieke figuren ermee weg? Lees meer

Kunst is werk

Kunst is werk

Brood noemen we essentieel, theater niet. Maar wat als je in het theater je brood verdient? Lees meer

 Klop, klop, wie is waar?

Klop, klop, wie is waar?

De klopjacht op de voortvluchtige militair Jürgen Conings doet de in België woonachtige Amerikaanse illustrator Sebastian Eisenberg denken aan iets wat in zijn thuisland zou gebeuren; niet in Europa. Lees meer

Flaneur versus voyeur

Flaneur versus voyeur

Sarah Vergaerde onderzoekt het doelloos ronddwalen én het al dan niet onopgemerkt gluren naar de ander aan de hand van boeken, films, podcasts en documentaires, waaronder My Amsterdam van Ed van der Elsken. Lees meer

Filmtrialoog: Ruben Brandt: Collector

Ruben Brandt: Collector

Onze redacteuren Jorne Vriens en Oscar Spaans en illustrator Friso Blankevoort bekeken de animatiefilm Ruben Brandt: Collector en zagen een verhaal dat niet in een andere vorm had kunnen worden verteld. Lees meer

Nieuws in beeld: Is het kunst of geeft het winst?

Is het kunst of geeft het winst?

Illustrator Loes van Gils kijkt met afgrijzen naar de afwegingen die het kabinet maakt. Dierentuinen, sportscholen en binnenzwembaden werden geopend, culturele instellingen moesten de deuren gesloten houden. Lees meer