Asset 14

Er gaat telkens van alles mis


Tussen mij en een geliefde ging van alles mis. Bij de vierde date dacht hij dat we inmiddels in het kus-op-de-mond-stadium waren aanbeland (waar hij natuurlijk gewoon gelijk in had), maar zat ik op onbegrijpelijke wijze nog in de drie-kussen-op-de-wang-fase. Een ongemakkelijk mondhoek-gebeuren werd ons deel. En omdat ik de awkwardness van zoiets heel moeilijk van me af kan schudden, zei ik later die avond – het was op de stoep voor het restaurant, we hadden net de was-ich-noch-zu-sagen-hätte-dauert-eine-Sigarette gerookt, de eerste échte kus van de avond was uitgewisseld en we stonden op het punt te besluiten weer met elkaar mee naar huis te gaan – ‘Haha, nou, nu zijn we het wangkustijdperk wel écht voorbij, haha!’ Alsof er na de verkeerd ingeschatte begroeting nog iets vereffend, nog iets gladgestreken moest worden. Alsof ik wilde zeggen: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven, en ondanks alles ben ik een heel sociaal en empathisch wezen, echt, als je dat maar weet.

Bij het leren kennen van nieuwe mensen zijn we natuurlijk voortdurend in de weer met voorspellen en peilen en aftasten. Zijn we vertrouwd genoeg voor een kus? Hoe laat zou hij naar huis willen? Waarom neemt ze een kopje thee in plaats van nog een biertje? Valt deze persoonlijke vraag goed of is-ie te direct? Cruciaal in sociaal passend gedrag is volgens mij: de ander goed aanvoelen. De ander goed proberen aan te voelen betekent: het risico accepteren op onverwachte verrassingen (ook wel: verkeerd ingeschatte aannames). En die onverwachte verrassingen betekenen op hun beurt heel geregeld: ongemak. Is dat de reden dat ik me de ochtend na die date nog steeds rot voelde over die wangkussen? Zag ik het als falen omdat het voor mij inhield dat ik iemand dus niet goed had aangevoeld?

Ik moet denken aan een concert waar ik laatst met een vriendin heenging. De zanger van de band – hij zag er een beetje uit als een wasbeer, dezelfde snuit – signeerde na afloop cd’s en platen en tasjes en armen. ‘Dat wil ik,’ zei mijn vriendin en ze trok me mee de rij in. In mijn hoofd toeterde het ONGEMAK! ONGEMAK! want mijn vriendin is heel erg fan van de wasbeer en ze is ook het type dat dat op allerlei manieren wil uiten.
‘It was a really good show,’ zei ze hard en gloedvol toen ze aan de beurt was. Ze leek niet na te denken, leunde voorover en gaf de jongen een knuffel.
‘Wow, thanks!’ zei hij.
‘Your music is so great,’ zei ze.
‘Thanks!’ zei hij.
‘I listen to it almost every day, it really marked my life.’
‘Wow, that’s an honour. Thanks!’
Toen werd het stil. Mijn vriendin glimlachte vol verwachting. De wasbeer stond daar maar, ja, wat moest-ie ook anders.
‘Your music is really wonderful,’ zei ze toen nog maar eens. Na lang zwijgen en grijnzen stelde hij voor om maar iets voor haar te signeren. Ik was ondertussen uit de rij gesneakt en stond aan de kant te doen alsof ik niet bestond.

Wáárom vind ik dit zo erg, dacht ik later. Waarom vind ik zulke momenten vervelend? Voor die jongen is het alleen maar leuk dat er iemand zo fan is van zijn werk. Mijn vriendin heeft hem kunnen vertellen dat haar leven zonder zijn muziek een schrale zaak was geweest en kan nu zielsgelukkig sterven. Mijn date en ik wisten na het wangkusdebacle dat we elkaar bij de volgende afspraak écht een kus konden geven op de mond. Ongemak hoeft geen falen te betekenen, van ongemak léér je, van ongemak kom je Nader Tot Elkaar. Waarom vinden we het dan zo afschuwelijk?

Soms, om mijn aangespannen bilspieren en gekromde tenen te ontspannen, lees ik het gedicht De eerste keer van Hagar Peeters. Ze schrijft over de rompslomp van een ontmoeting, over ‘De kus die nooit een mond vond,/de arm zonder omhelzing,/de onbeantwoorde brief/voor die eeuwig onwederkerige.’ Over ‘De openingszin die werd onderbroken,/de uitgestoken hand die genegeerd werd,/de lach die te vroeg kwam, verkeerd of te laat./De vraag die nooit gesteld werd,/de grap die nooit begrepen,/de val die nooit in armen brak.’ Over ‘Het zwijgen dat maar niet tot spreken kwam.’ En dan, aan het einde, lijkt toch alles goed te komen:
‘Uit een onwrikbaar toeval ben jij me toegevallen
toen de puzzelstukjes van chemie en mysterie
zich vermengden met een onherhaalbaar ogenblik.
Daar stonden we, omringd door de parafernalia
van onze ontmoeting.’

Het is een tip voor iedereen die zichzelf voor sociale gebrekkigheid te vaak en te zwaar bestraft: lees dit gedicht eenmaal daags. Ontspan. Heb genade. Je doet je best. Er gaat telkens van alles mis, maar dat is niet erg. Ongemak is prachtig. Het betekent dat je de ander in ieder geval belangrijk genoeg vindt om onverwachte verrassingen voor te riskeren.

Mail

Iduna Paalman (1991) is al bijna vier jaar columnist voor Hard//hoofd. Haar poëziedebuut ‘De grom uit de hond halen’ verscheen in het najaar van 2019 bij Querido. Ze won er de Poëziedebuutprijs 2020 mee. Ze publiceerde onder meer in De Gids, De Revisor, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad.

Daphne Prochowski is een illustrator uit Groningen. Haar werk is te omschrijven als kleurrijk en verhalend.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Column: Ik wens je alle goeds

Ik wens je alle goeds

Een afwijzing komt Eva koud op haar dak vallen. ‘Ik vond hem leuk, hij vond mij ook leuk, hij vond mij dus niet leuk, ik ben gewoon niet leuk genoeg.’ Lees meer

Koop de roze bril

Koop de roze bril

Lang geloofde Shulamit Löwensteyn dat een ingebouwd stapelbed de oplossing zou zijn voor al haar moeilijkheden. Had ze daar gelijk in? Een tip over tulpen, taart en het kopen van troost. Lees meer

Column: Het enige woord dat het omschrijft

Het enige woord dat het omschrijft

Het voorlopig laatste uitstapje naar de bios met haar vader krijgt voor Eva een duistere lading. Lees meer

Kon je maar aanbeden worden

Kon je maar aanbeden worden

Hologrammen, goud licht en een religieus lam laten Marthe van Bronkhorst zich klein voelen tijdens een kerkbezoek. Lees meer

Wees talentloos

Wees talentloos

Tijdens een date raakt Wolter de Boer verwikkeld in een socratisch vraaggesprek rond talent. Een tip over het afschaffen van aanleg. Lees meer

'Het kán dus wel.'

'Het kán dus wel'

Eva is dolblij voor (en stikjaloers op) haar smoorverliefde vriendin. Lees meer

Column

In een te specifieke vorm geslepen

Op ieder potje past een dekseltje, toch? Marthe van Bronkhorst vraagt zich af of ze daarvoor niet té veel eigenaardigheden heeft: "Als ik nog groter groei, dan moet een bosbrand mij snoeien. En wat voor allesverzengende liefde moet dat zijn waardoor het specifieke houtsnijwerkje dat je bent geworden af fikt, helemaal ombuigt, en opnieuw wortel schiet?" Lees meer

Column: Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Eva's nichtje van twee geeft tijdens een bezoek aan de speeltuin blijk van een opvallende afkeer van hokjesdenken. Lees meer

Breek het brutalisme

Breek het brutalisme

In een distrack over het brutalisme maakt Marthe van Bronkhorst duidelijk dat ze helemaal klaar is met de betonnen architectuurstijl: "Wat is de deal met al die bouw freaking putten, nog minder fundament voor kunst dan vier keer Rutte?" Lees meer

Column: Zullen we vrienden worden?

Zullen we vrienden worden?

Corona of geen corona, Eva blijft haar sociale cirkel onderhouden en zo nodig verversen met aanwas. Lees meer

Column: Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Over de dood van haar grootouders dacht Eva van den Boogaard vroeger wel na, maar over die van een goede vriend? Lees meer

Achtbaantester 1

Achtbaantester

Marthe van Bronkhorst hangt op de kop in een looping en weet één ding zeker: achtbanen worden alleen spannend als ze een goed verhaal hebben. Lees meer

Column: Weten of je ooit moeder wil worden

Weten of je ooit moeder wil worden

Eva wordt geconfronteerd met de beruchte wel-of-geen-kinderen-vraag en zet de voor- en nadelen tegenover elkaar. Lees meer

Vrees de cocon niet: ze is nog warm

Vrees de cocon niet

Nu de feestjes voorzichtig weer op gang komen, beseft Rijk Kistemaker hoeveel hij níet heeft gemist. Gestrand tussen veganistische sneakers en gesprekken over Jeff Bezos verzint hij voor zichzelf een stiller leven. Een tip over verlangen naar lauwe thee en warme cocons. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Steek die maar in je zak!

Steek die maar in je zak!

Deze week worden onze redacteurs blij van enthousiaste opstekers (op gepast volume), kunst in je broekzak en een wisselaccount op Twitter. Lees meer

De maakbare mens

De maakbare mens

Zijn mensen net als machines? Het bezoek van een monteur laat Marthe van Bronkhorst nadenken over haar eigen bedrading. Lees meer

Column: Tot op het bot

Tot op het bot

Een oude brief van een vriendin voert Eva terug naar een periode waarin het wat minder lekker met haar ging. Lees meer

Framer geframed

Framer geframed

Marthe van Bronkhorst ziet haar angst onder ogen en besluit haar ervaring als psycholoog te verrijken door zelf de patiënt te worden. De belangrijkste les? Ook therapeuten weten niet alles. Lees meer

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Hoe goedgelovig mag een mens eigenlijk zijn? Waar Eva van den Boogaard soms dwangmatig eerlijk is, blijkt haar neef F. regelmatig informatie aan haar te verstrekken die niet klopt. Lees meer

 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer