Asset 14

Jaren vijftig-diner

De kunst van goed huishouden is te vergelijken met staatsmanskunst. Sanne neemt de proef op de som.

In tegenstelling tot ongeveer iedereen in mijn omgeving ben ik geen foodie. Ik hou van lekker eten, maar bij voorkeur klaargemaakt door een professional. Koken heeft me nooit geïnteresseerd; toen ik op kamers ging wonen heb ik een behoorlijke tijd geleefd op potten Chicken Tonight en tomatensoep uit blik van de Aldi, en het heeft jaren geduurd voordat ik wat culinaire vaardigheden ontwikkelde. 
Zoals bij veel gezinnen in de jaren tachtig hing er bij ons thuis een poster van de Schijf van Vijf op de deur van de ijskast, en ik herinner me ook typische seventies-gerechten als gevulde paprika en ovenschotels met witlof en ham – waar ik overigens een levenslange afkeer van witlof aan heb overgehouden. Wel bakte mijn moeder altijd geweldige taarten, heb ik een oma die in staat is om enorme rijsttafels te produceren en draait mijn zusje haar hand niet om voor de meest complexe gerechten uit de mediterrane keuken.

Waar mijn fascinatie met kookboeken vandaan komt, kan ik dus niet verklaren. Ik weet dat de amateurkoks onder ons niets liever doen dan met de nieuwste Yotam Ottolenghi onder de wol kruipen, fantaserend over dinertjes waarvoor per gang een halve kruidentoko moet worden leeggekocht, maar mijn vrienden weten dat ze bij mij thuis vrijwel altijd één van mijn twee specialiteiten op hun bord krijgen: Tom kha Kai (oftewel Thaise kippensoep) of couscoussalade met Turks brood. Als ik iets ingewikkelds moet maken terwijl er mensen in de eetkamer zitten te wachten krijg ik acute paniekaanvallen die er meestal mee eindigen dat het bezoek zelf maar in de keuken gaat staan terwijl ik ergens een fles wijn leeg zit te drinken (een deel van deze angst is waarschijnlijk te wijten aan het fruits de mer-incident van 2012 waarbij twee vriendinnen een lichte voedselvergiftiging opliepen).

Beeld: Kookboek voor Dordrecht Gasfornuizen

Dordrecht Gasfornuizen

De kookboeken in mijn keuken zijn dan ook niet van Yotam, Jamie, Nigella en consorten; ze stammen uit een tijd dat het hele concept celebrity chef nog niet was uitgevonden. De ruggen zijn vergeeld en hangen veelal aan elkaar met plakband, en tussen de bladzijden zitten papiertjes uit lang vervlogen tijden. Foto’s van de gerechten, tegenwoordig zo belangrijk dat foodstylist een heus beroep is geworden, zijn schaars en doen me over het algemeen denken aan beelden die ik wel eens heb gezien van een lijkschouwing. 
Wat me fascineert is de allang verdwenen maatschappij waarvan deze boeken de stukgelezen overblijfsels zijn; een technicolor wereld vol Betty Draper-achtige huisvrouwen die gracieus een perfecte rollade uit de glimmende oven halen, terwijl de echtgenoot, nippend aan zijn cocktail, goedkeurend toekijkt. Een wereld die natuurlijk nooit echt bestaan heeft – daarvoor hoef je alleen maar een paar afleveringen van Mad Men te kijken – en al helemaal niet in Nederland. 
Mijn minicollectie kookboeken stamt uit de jaren vijftig en zestig: de tijd van de wederopbouw, en ook een tijd waarin de arbeidsparticipatie onder getrouwde vrouwen vrijwel nihil was. De kaft van het Kookboek voor Dordrecht Gasfornuizen (ca. 1963) toont dé archetypische huisvrouw: een soort Marilyn Monroe met een schortje voor, die lachend in een pan roert terwijl haar echtgenoot op het knopje van de oven mag drukken.

"De kunst van goed huishouden is te vergelijken met staatsmanskunst," schrijft Mevrouw D. Holdert in de inleiding van Elseviers Encyclopedie voor de Huisvrouw (1961). Het is een echo van de Britse Isabella Beeton, die in 1861 het eerste ‘echte’ kookboek publiceerde onder de titel Mrs. Beeton’s Book of Household Management: "As with the commander of an army, or the leader of any enterprise, so it is with the mistress of a house." 
Mijn eigen huishouden inspecterend realiseerde ik me dat ik nou niet echt een Napoleon ben op dat gebied. Niet eens een Balkenende, eerlijk gezegd. Inplaats van een gezin bezit ik slechts twee poezen die niet naar me luisteren, in vier jaar tijd heb ik niet één keer mijn ramen gelapt en mijn oven, die ik toch alleen maar gebruikte om croissantjes op te warmen, is al tijden kapot. 
Daarom besloot ik een poging te doen voor één avond een Perfecte Huisvrouw te zijn, inclusief schort, en mezelf te wagen aan de ultieme huisvrouwentest: het diner.

Een huiselijk dinertje


Na vijf goede vrienden te hebben uitgenodigd voor wat Recepten van de Huishoudschool (1946) een ‘huiselijk dinertje’ noemt – moest ik gaan verzinnen wat ik ze zou voorzetten. Het Margrietkookboek (1960) opent het hoofdstuk over etentjes pinnig met: "Het goed en verantwoord samenstellen van een menu is een kunst, die lang niet elke huisvrouw machtig is." Gelukkig worden daarna diverse suggesties geboden, bijvoorbeeld voor een kerstdiner, Pasen of een bruiloft, en wordt de huisvrouw eraan herinnerd dat: "Méér nog dan bij de dagelijkse maaltijd, (...) op afwisseling van kleur, smaak en samenstelling [moet] worden gelet, daar het slagen van een feestmaaltijd hiermee staat of valt."


Vriendin S. belooft het dessert te verzorgen, mij resten de hors d’oeuvres, de soep en het hoofdgerecht. Dan is er nog het dekken van de tafel, mijn eigen verschijning als gastvrouw en het bedienen van de gasten. Ik begin opeens te begrijpen waarom mensen vroeger personeel hadden. 
Hoewel ik het etentje heb gepland op een dag dat ik vrij ben en het menu al heb samengesteld krijg ik het toch voor elkaar om rond zeven uur, wanneer de eerste gast arriveert, compleet in paniek door mijn huis te rennen en nog niets aan het eten te hebben gedaan. Het dekken van de tafel (met damast, zilver en porselein) heeft me meer tijd gekost dan gedacht, vooral vanwege de geschifte bloemsierkunst-adviezen die ik tegenkwam ("Hebt ge een mooie, artistieke schaal? Leg er eens een banaan, een paar tomaten, wat prei, een aubergine en wat eikebladeren op en zet er wat bloemen tussen.")


Illustratie: Elise van Iterson

S. en vriend F. verzorgen de borrelhapjes, terwijl ik me eindelijk omkleed en het hoofd probeer te bieden aan de dinerpaniek. Tot nu toe breng ik het er niet goed af als Perfecte Huisvrouw. De resterende gasten druppelen binnen, en het lukt me om niet nog gestresster te worden van de bossen bloemen die ze meebrengen ("Beschouw een bloemetje dat u gekregen heeft als een gast en niet als een last!") hoewel mijn smaakvolle arrangement nu wel enigszins verstoord is. Ik serveer gin-tonics en een klassiek Hollandse borrelhapje: oude kaas, augurk en zilveruitjes op een prikkertje. Ze gaan erin als koek.

Totaal jaren zeventig

Het wordt tijd voor de voorgerechtjes, en ik trek me weer terug in de keuken. Het maken van garnalencocktails is in principe vrij simpel, maar bij het opkloppen van de room raakt mijn keurig opgestoken kapsel overdekt met kleine witte spettertjes en ben ik oprecht blij met mijn huisvrouwenschort. Ook heb ik mijn hakken inmiddels uitgeschopt, iets wat de perfecte gastvrouw natuurlijk nooit zou doen. De garnalencocktails, compleet met toefje peterselie, vallen gelukkig erg in de smaak. Vriendin J. (56) beweert dat de garnalencocktail ‘totaal jaren zeventig’ was, maar aangezien ik het recept toch echt in mijn boeken ben tegengekomen denk ik niet dat ik me schuldig heb gemaakt aan een anachronisme op mijn menukaart. Het tweede voorgerechtje blijkt wat problematischer. Wanneer ik de oesters aan tafel presenteer oogt het spectaculair, maar ik had ze eigenlijk vlak voor het serveren al moeten openen om mijn gasten moeizaam gewrik met een oestermes te besparen, iets wat dankzij de diverse gin-tonics niet erg soepel verloopt. M. staart twijfelachtig naar de eindelijk geopende schelp op haar bord: "Ik durf dit geloof ik niet."

Met tegenzin trek ik me weer terug in de keuken, waar de etensresten al tegen de muur zitten, ieder oppervlak volstaat met gebruikt servies en de vloer behoorlijk plakt nadat mijn zusje de cocktailshaker niet goed dicht had gedraaid. 
Het blijkt onmogelijk om een normaal gesprek te voeren of te ontspannen, en onze grootmoeders moeten een astronomische hoeveelheid servies hebben gehad. Ik probeer een begin te maken met de aspergesoep en geef eigenlijk direct de moed op. Terwijl S. en F. afwassen meld ik de andere gasten dat de soep is komen te vervallen.

Beeld: Sanne Rispens

Het hoofdgerecht, Wienerschnitzels met aardappeltjes en gekookte groente, blijkt eigenlijk verrassend simpel. De kalfslapjes dienen van tevoren te worden platgeslagen met een vleeshamer die ik natuurlijk niet heb, maar een lege wijnfles blijkt ook te voldoen. Na het paneren gaan ze de braadpan in – één exemplaar verbrandt een beetje – en aangezien er vroeger niet moeilijk werd gedaan over ingeblikte groente komen de doperwtjes en worteltjes gewoon uit een pot van Hak. Voor de garnering suggereerde het recept "een uitgetand schijfje citroen en een rolletje van een gehalveerde, ontgrate en gedeeltelijk ontwante ansjovis, waarop een kappertje en een hardgekookt ei wordt gelegd", maar dat wil ik mijn gasten niet aandoen dus houd ik het bij een schijfje citroen en peterselie. Ik heb de indruk dat je sowieso overal peterselie overheen kon flikkeren in dit culinaire tijdperk, dus dat scheelt.


De schnitzels zijn een enorm succes, verschillende gasten zeggen het zelf ook eens te gaan maken. F.: "Ik kan hier werkelijk niets cynisch over zeggen." 
Officieel zou ik nu koffie moeten aanbieden, maar aangezien het al tegen middernacht loopt is daar weinig behoefte aan. In de keuken wijd ik me aan het pièce de résistance: het nagerecht. S.’ griesmeelpudding met bessensaus komt perfect uit de vorm en oogst veel bewondering onder mijn inmiddels zwaar aangeschoten gasten – de gin-tonics, witte en rode wijn zijn opgevolgd door een enorme fles cava die door F. was meegebracht. Ik kan eindelijk rustig gaan zitten, al zie ik er niet meer uit als de keurige gastvrouw die ik hoor te zijn met mijn blote voeten en uitgelopen make-up. Het diner wordt als zeer geslaagd beschouwd. Als mijn gasten één voor één afscheid nemen en de nacht in strompelen roep ik ze na dat we "volgende keer de jaren zeventig gaan doen". (Hoewel ik inmiddels niet meer weet of ik dat geestelijk aankan is het wel een stuk makkelijker om gewoon een fonduepan op tafel te kwakken.)

Perfecte Huisvrouw

Als Perfecte Huisvrouw heb ik jammerlijk gefaald; mijn gasten hebben geen soep gekregen, ze hebben een slagaderlijke bloeding geriskeerd toen ze zelf hun oesters moesten openen en diverse malen heb ik hun hulp nodig gehad in de keuken. Bovendien heb ik regel 1 van het tafeldienen diverse malen overtreden: "Zorg voor passende kleding, een verzorgd uiterlijk en een rustig optreden, waarbij alle gerinkel met vaat– en glaswerk zoveel mogelijk vermeden wordt." 
Ik begrijp nog steeds niet hoe vrouwen dit soort diners organiseerden zonder hulp, maar wellicht heeft het feit dat we niet meer worden opgevoed om niets anders te doen dan zorgen er iets mee te maken. In ieder geval weet ik dankzij de Encyclopedie voor de Huisvrouw nu hoe ik bessensaus uit een tafelkleed moet krijgen, en was het hilarisch om mijn vrienden in jaren vijftig-outfit aan tafel te hebben. Ik kan voorlopig alleen geen peterselie meer zien.

---
Met dank aan Ellen, Elise en Floris voor de geleende kookboeken, en mijn dinergasten voor hun aanwezigheid (en eerste hulp in de keuken).

Mail

Sanne Rispens

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer