Asset 14

‘Een zeer stellige manier van tegenspreken’: Een interview met Ester Naomi Perquin

:‘Een zeer stellige manier van tegenspreken’ : Een interview met Ester Naomi Perquin

Op 9, 10 en 11 juni vindt Poetry International plaats in Rotterdam. Ter gelegenheid van dit festival sprak Julia de Dreu met de optredende dichter Ester Naomi Perquin over haar nieuwste bundel Ongevraagd advies, geloven, chagrijnige kippen en porseleinkastjes. ‘Er is een reden waarom de meeste dichters niet kunnen autorijden.’

In Ongevraagd advies heb je als motto een citaat opgenomen van de Baskische dichter Harkaitz Cano: ‘Je zegt dat jouw geloof beperkt en breekbaar is. Maar welk geloof is niet beperkt en breekbaar? Aan geloof dat niet beperkt en breekbaar is zouden we een andere naam moeten geven: openhartigheid, illusie, discipline.’ (vertaling Luk Van Mensel) Waarom heb je voor dit citaat gekozen?

Nadat de bundel min of meer een samenhangend geheel leek te zijn geworden, ging ik op zoek naar de gemene deler. De bundel gaat over geloof in de religieuze zin, maar ook over persoonlijke overtuigingen in de niet-religieuze zin: hoezeer we opgesloten zitten in relatieve waarheden, verlangen naar zekerheid, vergeten of willen vergeten te twijfelen. Al die zaken hebben te maken met geloof. Daarnaast is het ook gewoon een citaat dat je eindeloos kunt openvouwen, daar houd ik erg van.

Zoek je pas achteraf naar een lijn in je werk?

Ja, ik heb het weleens anders geprobeerd, maar zo werkt mijn hoofd helaas niet. Ik ben bang dat wanneer ik vanuit een idee of thema ga werken, de bundel een keurig zangkoor wordt. Mijn werk is al vrij afgehecht en evenwichtig, als ik tegenstrijdigheden en oneffenheden voorkom, dan vrees ik dat ik tot een soort ordelijkheid kom die geen recht doet aan de realiteit en poëzie.

Op wat voor manier speelt dit breekbare en beperkte geloof een rol in je dichterschap?

Het is een thema in mijn werk, en ook erg in lijn met mijn persoonlijkheid. Die is opgebouwd uit een zeer stellige manier van tegenspreken. Zodra ik ergens een opvatting over heb, verblijf ik daar vaak maar heel kort in, om met dezelfde overtuiging het tegenovergestelde te kunnen beweren. Mijn bundels zijn bij uitstek geschikt om dat hele koor van niet-met-elkaar-eens-zijnde stemmen neer te zetten.

Geef me nou eens een waarheid waar ik wel in kan geloven en die ik vol kan houden

Naast het geloof, in religieuze of niet-religieuze zin, heb ik in Ongevraagd advies ook een verlangen naar stilte gelezen.

Ja, en ook dat is tweeledig. Enerzijds heeft het te maken met mijn eigen koor aan tegenstrijdigheden. Ik probeer al mijn hele leven orde en rust te creëren. Geef me nou eens een waarheid waar ik wel in kan geloven en die ik vol kan houden. Maar die krijg ik niet. Dat is natuurlijk allemaal diep humanistisch en enorm charmant van mij, dat ik zo begaan ben met de opties, mogelijkheden, nuances en twijfel, maar het is uiteindelijk vooral een enorm vermoeiende eigenschap.

Daarnaast denk ik dat het een algemeen geldende wens is dat iedereen even zijn bek houdt. Wat wij dagelijks aan opvattingen, meningen en standpunten te verwerken krijgen is feitelijk ondraaglijk. Je zou kunnen zeggen dat we in een nationale, of misschien wel mondiale burn-out zijn beland. Je ziet dat mensen moe zijn, economisch en fysiek, en daardoor geneigd zijn te berusten in één enkele waarheid. Dat levert een verharding op, maar het is ook volkomen logisch, vind ik. Omdat je jezelf dat kleine beetje comfort of troost zo gunt. En hoe lastiger het leven is, hoe meer risico je loopt om je primaire levensbehoeften kwijt te raken, hoe meer het van je vraagt om na te blijven denken.

Kan poëzie van betekenis zijn in deze collectieve moeheid?

In praktisch opzicht is de impact van poëzie in Nederland nihil. Toch ontkomen veel mensen er niet aan, want op je begrafenis krijg je alsnog een gedicht voorgelezen. Als mensen menen niet zoveel met poëzie te hebben, dan denk ik: wacht maar tot je doodgaat. Dat vind ik een prettig idee. Maar het is natuurlijk een niche. De impact zou enorm kunnen zijn als mensen er kennis van zouden nemen. Wat poëzie nu wel meeheeft, is dat het een enorm efficiënt middel is om heel veel te zeggen in de korte tijd waarin mensen hun aandacht er nog bij hebben. De aandachtsspanne loopt terug. Met een gedicht kun je een maand doen, of een jaar als het meezit.

Kan poëzie een remedie zijn?

Ik heb vroeger weleens gezegd dat een goed gedicht levens kan redden, en theoretisch gezien klopt dat, maar dat kan je natuurlijk over alles zeggen. Een schoen op het juiste moment, een spijkertje, een haring, een stuk brood, werkelijk alles. Ik vind ook niet dat poëzie troost biedt. Wel kan het iets wat volstrekt chaotisch of intens eenzaam voelt uitvergroten of opheffen. Dan heb ik het niet alleen over de verhalende poëzie zoals ik schrijf, maar ook radicale poëtische taalexperimenten kunnen tijdelijk iets opheffen, al is het maar je behoefte om troost of herkenning te vinden. Taal is ook inzetbaar om de boel onder je vandaan te trekken.

Ik vind poëzie het meest rijke genre in de literatuur omdat het steeds weer opnieuw een blik kan bieden op wat er allemaal dagelijks gemist wordt. Poëzie kan in ieder geval een selectie presenteren van de onopgemerkte gebeurtenissen, waardoor je eraan herinnerd wordt dat de wereld groter, genereuzer en schitterender is dan je zelf kunt waarnemen.


Normale mensen komen niet met observaties als ‘er stonden twee koeien bij een sloot weemoedig te zijn’

Het vermogen de lens te verschuiven naar wat normaliter aan ons voorbij gaat, vind ik typerend voor poëzie.

Er is een reden waarom de meeste dichters niet kunnen autorijden. Het heeft te maken met het selecteren van informatie op relevantie. En ook binnen die relevantie zit een hiërarchie, want bijvoorbeeld een rood kruis behoeft direct een reactie, maar een bord ‘over honderd meter nadert u Amersfoort’ is minder belangrijk. Wat met dichters vaak mis is - los van alle andere afschuwelijke eigenschappen die ze bezitten - is dat ze de informatie niet goed kunnen selecteren. In feite hebben dichters een informatieverwerkingsstoornis.

Zoals waar we het eerder over hadden, het ordenen van de veelheid?

Dichters kunnen die veelheid niet negeren. Ze hebben er last van. Normale mensen komen aan het einde van de autorit niet met observaties als ‘er lag een kinderschoentje in de berm, ik zag een meeuw laag overvliegen, ik zag een kip die chagrijnig keek, er stonden twee koeien bij een sloot weemoedig te zijn’.

Zeker als het gaat om grote thema’s, zoals oorlog, wereldleed en het streven naar gelijkwaardigheid, zijn dichters heel goed in staat om kleine dingen enorm uit te vergroten en grote dingen enorm klein te maken.

Het gedicht ‘Bijdrage’ uit je bundel Ongevraagd advies opent met de zin ‘Geef een dichter een oorlog en hij maakt van de verduisterde stad / een diepzwarte zee’. Dat lijkt hierover te gaan. Het eindigt met dat je enkel een gedicht kunt schrijven ‘omwille van elke vis die nog te redden valt’.

Dichters roepen natuurlijk vaak: had ik maak een nuttig vak geleerd, had ik maar wapens leren smeden. In plaats daarvan zitten ze in notitieboekjes te pielen, krijgen ze pennen cadeau van familieleden.

Over alle grote thema’s kun je je als dichter afvragen: wat is nou eigenlijk mijn bijdrage? Wat zijn precies mijn beweegredenen, wat wil ik opbrengen? Niemand in Oekraïne heeft er iets aan dat ik een gedicht zit te schrijven. Je kunt het niet goed doen, ook in de poëzie niet. Maar het is ook goed dat we onszelf die vragen blijven stellen, want we weten dat er mensen zijn die wél geloven in de betekenis van hun daden en hoe risicovol dat is. Wat blijft er dan over? Ik denk een poging het minst cynische te zeggen over waar je doorheen meandert.

Een tekst kan persoonlijk zijn, maar als je er niet met anderen over kunt praten is het geen tekst. Dan is het jouw verhaal

Omdat je bundel nu eenmaal Ongevraagd advies heet: heb je advies aan jonge dichters?

O, zeker. In de poëzielessen die ik geef valt het me op dat twintigers een totaal andere beleving van tekst hebben. Ze gedragen zich allemaal als porseleinkastjes. Ik denk dat je ergens doorheen moet kunnen denderen als je het over een tekst wil hebben. Deze nieuwe generatie is ongelooflijk behoedzaam. Ze hebben de neiging om elke tekst in beginsel als een persoonlijke tekst te beschouwen, en hebben daardoor veel ontzag voor de maker.

Zouden de behoedzame twintigers, om vrijheid te kunnen vinden in hun werk, er meer afstand van moeten doen?

We zitten ook gewoon in een fase in de poëzie waarin het persoonlijke tot onderwerp wordt gemaakt, dus die band met eigen werk is niet onlogisch. Het gaat veel over de eigen identiteit, want jonge dichters voelen zich geroepen zich hierover uit te spreken. Een tekst kan persoonlijk zijn, maar op het moment dat je er niet met anderen over kunt praten is het geen tekst. Dan is het jouw verhaal. Een gedicht valt niet uit elkaar als je erin prikt, een gedicht loopt geen schade op. Poëzie is een ontmoeting tussen mens en gedicht, niet tussen mens en mens.

Het gedicht is op de eerste plaats waarschijnlijk van zichzelf, en daarna van de lezer, en als dichter sta je op de derde plek.

Een nederige derde plek.

Ik houd ervan als mensen een stapje terug nemen.

chris bosch

Het beeld bij dit artikel komt van Chris Bosch, een van de achttien illustratie-studenten van de Willem de Kooning Academie die zich lieten inspireren door het werk van de dichters van het 53ste Poetry International Festival (9 – 11 juni Rotterdam). Dat leverde een verrassende verzameling nieuwe beelden op. Een dialoog tussen woord en beeld waarbij iedere tekenaar zijn eigen afslag nam. Deze gedichten en illustraties verschenen eerder ook al op onze website.

Mail

Julia de Dreu (1996) schrijft proza, essays en theaterteksten. Ze studeerde Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In 2019 stond ze in de finale van WriteNow! en in 2022 werd ze geselecteerd voor deelname aan het Slow Writing Lab. Julia schreef onder meer voor De Revisor, De Optimist, Domein voor Kunstkritiek, Hard//hoofd en Theaterboek.

Chris Bosch is een illustrator gevestigd in Rotterdam. Hij bevindt zich het liefst op het snijvlak van graphic design en illustratie. Naast dat hij graag bezig is met letters, maakt hij graag illustraties met een grafische twist. Momenteel studeert hij illustratie aan de Willem de Kooning Academie. Je kunt zijn werk volgen op zijn insta @chrisboschh

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!