Asset 14

Een huis vol water

Een huis vol water

'Hoe leg je aan iemand die de wereld al kent uit dat hij zo kwaad niet is?' Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar in dit verhaal over verdriet en troost.

Zonder nadenken legt ze haar wang op mijn borst. Dunne blonde haren vleien zich langs haar gezicht naar beneden, vormen een helm die haar tegen de buitenwereld probeert te beschermen. Ik hoor haar niet snikken, maar voel hoe de tranen mijn shirt doorweken. Voorzichtig kruipen mijn vingers naar de blote huid van haar bovenarm, op zoek naar de beste plek voor troost. Kippenvel trekt langs haar nek naar beneden, over haar armen en lichaam. Ze lijkt het niet te merken, blijft onbewogen liggen. In de rode fauteuil aan de overkant van de kamer strekt een van de katten zich uit in zijn slaap, klauwt met zijn scherpe nagels in de ribstof. Hij gaapt tot zijn mond niet verder open kan en krult zich op. Je hebt niet veel nodig om vredig te zijn, lijkt hij te willen zeggen. Ik wil zeggen dat hij van niks weet en zijn bek moet houden, maar wat kan een kat eraan doen dat hij gelukkig is? In plaats daarvan trek ik het warme lichaam dichter tegen me aan; haar neus maakt pruttelende geluiden. Koortsachtig zoek ik naar woorden, mijn lippen blijven op elkaar geplakt. Hoe leg je aan iemand die de wereld al kent uit dat hij zo kwaad niet is?

Ik stel me een huis gevuld met water voor. De katten zwemmen met gestrekte staarten rondjes tussen de meubels. Ze krijsen, alsof zij degenen zijn die gered moeten worden. Een van hen probeert in paniek op een drijvend schilderij te kruipen. Zijn nagels schrapen over het doek. In smalle reepjes verliest de vrouw van verf haar huid. Onder het gespetter van de katten, op de bodem, ligt mijn moeder als zeemeermin tussen de kussens van de bank. Met haar hoofd op mijn schoot, voor zich uit starend, vult ze het huis met tranen tot zelfs de zolder overloopt en het dak begint te drijven.

Aan onze handen bungelen anderen als marionetten die we onbewust bespelen. Tegelijkertijd hangen ook wij aan touwtjes, gebonden aan andermans vingers.

‘Laten we wandelen.’

Met haar winterjas tot aan haar kin dichtgeritst en haar wandelschoenen dubbel gestrikt, stond ze in de gang. We dwaalden tussen de bomen door, soms onze armen en dan weer alleen onze pinken in elkaar gehaakt. Onze jassen dik, de zon al warm. Boven onze hoofden dansten de takken in de wind, een poppenspel zonder einde. Ik voelde de wind aan mijn haren trekken en bedacht me dat we als mens eigenlijk hetzelfde doen. Aan onze handen bungelen anderen als marionetten die we onbewust bespelen. Tegelijkertijd hangen ook wij aan touwtjes, gebonden aan andermans vingers.

‘We nemen een omweg,’ fluisterde ze.

Tranen ontsnapten tussen de zonnestralen door, vielen op het met takken bedekte pad. Ik stelde geen vragen en keek zwijgend om me heen. De bomen aan deze kant van het bos kende ik nog niet. In kaarsrechte lijnen stonden ze naast elkaar. Zouden ze weten dat ze door mensenhanden in het leven waren geroepen en niet naast hun eigen moeder staan?

Ik zei niets. Niet dat ik allang niet meer geloofde. Niet dat mensen voor mij al jaren bijzaak waren.

‘Ik hoop toch dat je ondanks dit alles in mensen blijft geloven.’ Ze praatte eerder tegen de grond en de mieren dan tegen mij. ‘In iedereen zou toch een beetje goed moeten zitten?’

Ik hield mijn adem in tot het pijn deed, wenste dat mijn lichaam zo groot werd dat ik haar tegen de hele wereld kon beschermen. Ik zei niets. Niet dat ik allang niet meer geloofde. Niet dat mensen voor mij al jaren bijzaak waren. Dat ik liever naar vogels keek of hoe mijn planten langzaam groeiden op de vensterbank. We zwegen en liepen verder. Pinken in elkaar.

Het water kruipt langs het venster naar buiten. Op een tak van de rozenstruik in de voortuin landt een kleine vogel. Zijn rode kop houdt hij schuin. Hij kijkt van de druppels die op de grond vallen naar binnen. De katten hebben het zwemmen opgegeven en drijven als boeien in een meer. De vogel doet zijn snavel open en kwettert naar het lichaam op de bodem van de kamer.

Ik zou willen dat mijn moeder opkijkt, wijst en het kind in mij vertelt welke vogel daarbuiten zit. Iets zeggen als: ‘Hé puttertje, ben je daar weer?’

In plaats daarvan reik ik naar het vogelboek in de kast, blader ik tot ik in een van de tekeningen zijn rode kop herken. De pagina’s plakken aan elkaar. Tussen de vinken vind ik hem; een distelvink. Hij kwettert harder, scheller. Geen reactie. Hij lijkt te smeken of mijn moeder naar buiten wil komen, maar behalve haar haren, die meedeinen met het water, is er geen beweging in de volgelopen kamer.

Als het kon zou ik iedereen die haar pijn heeft gedaan op hun knieën naast de vink voor het raam willen zetten. Ze toesissen. Bespugen. ‘Kijk dan wat je hebt gedaan!’ Ze met opengetrokken ogen het bloedbad laten zien dat mijn moeder nu is, terwijl het sneeuwt en hagelt en ze niet mogen bewegen. Ze net zolang laten zitten tot ze uitgemergeld zijn. Tot de schuld van hun daden in hun merg doordringt. Tot het rammelen van hun botten erkent wat ze fout hebben gedaan. Het gerinkel van de geraamtes muziek wordt die weer leven in mijn moeder brengt.

Haar hoofd is van mijn borst naar mijn schoot gezakt, er zit geen gevoel meer in mijn rechtervoet. Onder de verwarming ligt een kerstbal. Hij moet afgelopen winter aan het opruimen zijn ontsnapt. Het blauw glinstert voorzichtig, alsof hij niet gevonden maar wel gezien wil worden.

Ik probeer niet naar beneden te kijken, naar de zwarte vlekken die nu op mijn shirt zullen zitten.

'Laten we opnieuw beginnen.' Ik zeg het in een poging de stilte te vullen.

Mijn moeder tilt haar hoofd op, alsof ze wakker wordt uit een diepe slaap. Ogen ver in hun kassen teruggedrongen, wangen gevouwen. Haar gezicht heeft een grauwe gloed van de uitgelopen mascara. Ik probeer niet naar beneden te kijken, naar de zwarte vlekken die nu op mijn shirt zullen zitten. Voorzichtig glimlach ik. Een uitgestoken hand. Een klein zuchtend lachje op een gebroken gezicht als antwoord. Ze slikt en staat op. Ze doet zelfs geen poging meer om de met tranen vermengde make-up van haar gezicht te vegen.

Op blote voeten loopt ze de woonkamer door. Ze schommelt om plassen water heen die nog niet in het doordrenkte hout zijn opgenomen. Ik blijf zitten en wacht. Waarop ben ook ik vergeten. Zout water druipt naar beneden. Een kat springt van de stoel op mijn schoot. Draait zijn lichaam tot hij past en slaat zijn staart om mijn pols. Aan alle kanten van de kamer krult het behang in reepjes naar beneden, kruipt het zout in kristallen naar buiten.

 

Mail

Loïs Luca is altijd op zoek naar verhalen die op straat liggen. In die zoektocht vervlecht ze het liefst fictie met documentair. Waar eindigt de werkelijkheid, waar begint het verhaal en waar ontmoeten ze elkaar?

Boris Lyppens (1994) is illustrator en docent. Met zijn rauwe inkttekeningen probeert hij een poëtische thematiek te definiëren.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
Lees meer
test
het laatste
Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!