Asset 14

Op zoek naar mijn favoriete schrijver

Aan de Normandische kust besluit Willem om eindelijk op bezoek te gaan bij zijn lievelingsschrijver. Die blijkt pas te zijn overleden.

Op vakantie moet ik steeds denken aan een van mijn favoriete schrijvers, Dermot Healy. Ik kampeer hoog op een krijtrots in Normandië. Als ik mijn tent openrits, heb ik uitzicht op de Noordzee. Op de achterflap van een van zijn boeken oogt Healy als een oude visser, met een grote baard en een door het leven getekend gezicht. Indringend kijkt hij de camera in. Healy woont aan de Ierse westkust, vanuit zijn huis heeft hij zicht op de Atlantische Oceaan, zo heb ik eerder ergens gelezen. Misschien kijken we wel tegelijkertijd naar een zee. Die van hem woest en oneindig groot, die van mij rustig en zo smal dat er een tunnel onderdoor kan.

In de elf jaar dat ik zijn werk ken, heb ik verschillende keren overwogen om Healy op te zoeken. Ik stelde me een kluizenaar voor in een klein, eenvoudig hutje. Iemand die het misschien wel kan waarderen als een Nederlandse jongen voor zijn deur staat en zegt hem te bewonderen. Toch heb ik er steeds van afgezien. Mijn Engels is niet al te best, maar dat is niet de reden. Ik was bang dat hij zou tegenvallen, dat ik na de ontmoeting nooit meer op dezelfde manier van zijn boeken zou kunnen genieten. Misschien is hij wel een heel norse kluizenaar, die de deur niet eens opendoet. Maar op die krijtrots in Normandië besluit ik dat ik het gewoon moet doen. Ik moet naar de man aan wie ik zoveel heb gehad bij mijn eigen schrijven. Het wordt sowieso weer eens tijd om terug te keren naar Ierland.

De bocht naar huis

De vorige keer dat ik een vliegticket naar Ierland kocht, was ik eenentwintig. In de bibliotheek zocht ik een boek dat zich daar afspeelde. Lezen over een land terwijl je daar vakantie viert, ik had dat nog nooit gedaan maar het leek me wel wat. Zo stuitte ik op Dermot Healy. Een mooi omslag, de achterflap sprak me aan. Tijdens mijn vakantie – een stuk zuidelijker dan de plek waar Healy woont, maar dat wist ik toen nog niet – merkte ik hoeveel geluk ik had dat ik voor deze roman had gekozen. In cafés, hostels, op stranden en in de bermen langs de weg las ik De bocht naar huis, de vertaling van The bend from home, uitgegeven bij De Geus. Een autobiografie die veel weg heeft van een roman. Als zijn bejaarde moeder aftakelt, zoekt Healy haar op en komen er talloze herinneringen uit zijn jeugd naar boven. Over zijn vader die agent was en jong overleed, over de verhuizing van een dorp naar een stad, over het internaat, over rotzooi trappen, over de meisjes. Verhalen over opgroeien tussen eenvoudige mensen, over het bewegen tussen verschillende plekken en je nergens thuis voelen. Grappig en ontroerend, maar bovenal: levendig. Alsof je tussen de personages staat.

Illustratie: Ludwig Volbeda

In Ierland kwam ik tijd te kort. Ik las en herlas, maakte aantekeningen en schreef passages over. Healy is in stijl en sfeer een voorbeeld voor me. Ik had al heel wat gelezen, van Reve tot Tolstoj en van Marquez tot Foer, maar het was nu alsof ik thuiskwam. Zo wilde ik, nee, zo hóórde ik te schrijven. Eenmaal terug van vakantie las ik mijn moeder passages voor uit De bocht naar huis, bestelde zes exemplaren om uit te delen aan mensen die me dierbaar zijn en kocht een andere roman van Healy, A Goat’s Song. Maar het Engels, doorspekt met Ierse termen, was te pittig voor me. Ik had het idee dat ik wat miste. Gelukkig was een andere roman van hem vertaald: Ongewisse tijden (Sudden Times). In het volgende fragment krijgt hoofdpersoon Ollie, die samen met zijn vriendin in een hotel slaapt, zijn vader op bezoek. Ze hebben een moeilijke relatie. Ollie’s jongere broer is vermoord en Ollie wordt deels verantwoordelijk gehouden, hij had beter op zijn broer moeten letten.

We gingen op de twee krap bemeten bedden zitten en mijn vader nam plaats in de enige leunstoel.
Hij hief zijn port, wij onze gin en we proostten met de glazen. Veel geluk, Mr. Ewing, zei Liz.
Eamon, zei hij, en hij werd helemaal verlegen. En waar kom jij vandaan?
Uit Westport, zei Liz.
Aha, zei hij veelbetekenend. Ik had daar een tante wonen die vanaf het altaar werd veroordeeld omdat ze met een protestant trouwde.
Nee.
Ja.
Ja, dat krijg je.
Zeg dat wel.
Tjongejonge, zei hij, maar jij bent een prachtwijf.
Hij keek me aan.
Ollie.
Ja?
Niets.
Ik zei alleen je naam. Ik probeerde hoe het klonk.
Je ziet hem haast nooit, legde hij Liz uit.
Hij gaf haar een klopje op de knie en keek de kamer rond.

Bij Ongewisse tijden was ik opnieuw verkocht. Steeds legde ik het boek opzij om zelf even te gaan schrijven en dan snel verder te lezen. Healy werd een van mijn favoriete schrijvers, misschien wel de favorietste. Ik begon te pronken met een Ier waar niemand van had gehoord. Dat lijkt misschien op goedkoop intellectueel doen, maar ik vond echt dat meer mensen hem moesten lezen. Helaas kwam het in de elf jaren die volgden niet tot een grote internationale doorbraak. Er werd niets meer van hem naar het Nederlands vertaald.

Op zoek

Het eerste wat ik doe als ik thuiskom uit Normandië, is ‘Dermot Healy’ googelen. Ik wil weten waar hij nu precies woont en of er misschien iets nieuws van hem is verschenen. Er is nieuws, maar het is geen boek. Hij blijkt te zijn overleden. Drie weken voor mijn vakantie. Onverwacht, 66 jaar. Ik zit achter mijn laptop en leun achterover. Ik ben er stil van. Dat ik dit nu pas lees komt omdat geen enkel Nederlands nieuwsmedium over zijn overlijden heeft bericht, in tegenstelling tot de media in de rest van de wereld. Healy schreef geen bestsellers, maar hij was wel iemand. Hij heeft verschillende prijzen gewonnen, werd de ‘Celtic Hemingway’ genoemd en Roddy Doyle en Nobelprijswinnaar Seamus Heany prezen hem als een van de grootste Ierse schrijvers van deze tijd.

De dood doet dingen op internet. Opeens is er tien keer zoveel informatie over Healy te vinden. Ik struin door de nieuwsberichten en de necrologieën van onder meer The Irish Times en The Guardian en typ zijn woonplaats in bij Googlemaps. Ik zweef boven wat mogelijk zijn huis is. De adrenaline jaagt door mijn lichaam, maar dichterbij kom ik niet, deze uithoek van Ierland heeft geen Streetview. Dan lees ik ergens dat er een documentaire over hem is gemaakt. Na wat speurwerk vind ik een deel van de film. Ik ga er goed voor zitten, klik op ‘play’ en daar is hij. Witte baard, ruw gezicht. Hij ligt op bed, zijn ogen gesloten. Langzaam ontwaakt hij. ‘This is me, Dermot Healy,’ zegt een stem. Het is alsof hij uit de dood herrijst. Even later zie ik hem op het dak van zijn schuur staan terwijl er een vlucht ganzen overvliegt. Ik zie hem in zijn stamcafé zitten, in gesprek met een bevriend schrijfster, optreden op een festival waarna hij bier drinkt uit een plastic beker. Healy woonde zeer afgelegen, zo blijkt uit de documentaire, maar hij was geen kluizenaar.

Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan, maar Healy deed lang over zijn romans. Zo’n tien jaar ongeveer. Er zijn ook maar vier romans, een verhalenbundel, een autobiografie en enkele dichtbundels van hem verschenen. Hij nam de tijd. Zijn laatste roman heette toepasselijk Long time, no see. Pas wanneer het echt af was, bracht hij zijn werk naar buiten. Hij spreekt daarover in de documentaire. Ik luister naar hem en bedenk me dat ik dat ook moet doen, de tijd nemen met het schrijven. Ik ben maar een gehaast mannetje. Ik ben bang dat ik niet genoeg heb geschreven voor ik doodga. De woorden van Healy ontspannen me. Maar dan bedenk ik me dat hij tamelijk jong is overleden en dat hij misschien ook meer had willen schrijven.

Healy op mijn laptopscherm. Hij leest voor, maakt grapjes, lacht, aait zijn hond Tiny. Hij is kalm en levendig tegelijkertijd. Een zachtaardige man die midden in de wereld staat. Hij loopt samen met zijn vrouw door zijn ouderlijk huis en hij wandelt langs de zee, turend naar de golven. Ik denk: Fuck, wat heb ik een spijt dat ik hem niet heb opgezocht. Dan komt die scène. Healy zit op een rots, een heel andere rots dan die in Normandië. Een enorme golf komt aanrollen en lijkt hem te gaan raken. Healy kijkt onbewogen in een andere richting naar het water. Met veel geweld slaat de golf stuk op de rots, vlak naast de schrijver. Hij blijft droog, geen druppel in zijn gezicht.

Deel 1 en 2 van The Writing in the Sky, de documentaire over Dermot Healy van Garry Keane

Mail

Willem Claassen

Ludwig Volbeda is tekenaar. Hij houdt van landschappen bekijken, boeken lezen, brieven schrijven, machines niet begrijpen en werken in schetsboekjes.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer