Asset 14

De maaswaal-graver ​​(en zijn irritante geluk)

De maaswaal-graver ​​(en zijn irritante geluk)


Ik lees dat er in Schotland enorme voetafdrukken zijn gevonden van dinosaurussen en ik tag gelijk Marius in het bericht.
‘Daar moet jij heen,’ schrijf ik. Ik twijfel of ik Caps-Lock zal gebruiken.
‘Zou leuk zijn,’ antwoordt Marius met een knipogende smiley.
Natuurlijk gaat Marius niet naar Schotland om de afdrukken te bekijken. Dat zou natuurlijk wat al te spontaan zijn, en misschien ook een beetje doelloos, en niet in de laatste plaats: zijn vriendin is zwanger en bevalt binnen enkele weken.

Marius was, naast goede vriend van mijn oudste broer, een hele goede graver. In onze achtertuin groef hij eens een oud mes op, nam dat de volgende dag mee naar school en vertelde meester Gert dat het een vijftiende-eeuws steekmes was. Meester Gert deed alsof hij het geloofde en liet Marius een spreekbeurt houden over messen uit de vijftiende eeuw. Eerder had Marius al, zoals hij zelf beweerde, het complete skelet van een eend, een scherf uit het pleistoceen, meerdere vroeg-Florijnse munten en een walkman opgegraven waar nog een bandje in zat. Het Land van Maas en Waal, stond daar op, van Boudewijn de Groot, en hoewel die rivieren uren rijden van ons vandaan lagen, noemde Marius zich vanaf toen de maaswaalgraver.

Als maaswaalgraver deed hij prachtige vondsten, uit braakballen van uilen reconstrueerde hij hele muizen, ieder steentje deelde hij in op tijdperk en herkomst. Alleen niemand werd er warm of koud van. Het Maaswaalmuseum, onderdeel van zijn slaapkamer, huisvestte meerdere vitrines met zijn archeologische schatten, maar had nauwelijks bezoekers. Mijn broer werd aangesteld als administratief medewerker van de inventaris, maar verloor toen hij van de Sint een kilo K’nex kreeg al snel zijn interesse.
‘Ik kap ermee,’ zei Marius op een dag bij ons aan de keukentafel. ‘Niemand schat het op waarde en mijn ouders vinden het troep.’
‘Aan alle tijdperken komt een eind,’ zei mijn moeder en ze zette een glas te waterige diksap voor hem neer. Marius zuchtte diep en in de weken daarna groef hij niets meer op.

Het was een paar maanden later, iedereen dacht dat Marius zijn graaf-fase succesvol achter zich gelaten had, toen hij aankwam met een botje.
‘Dit is iets heel bijzonders,’ zei hij, ‘dit komt van de kaak van een dino.’
Mijn broer rolde met zijn ogen, maar Marius schreef een brief aan Naturalis, werd uitgenodigd en het stuk bot werd onderzocht. Van een dino was het niet, maar hij kreeg complimenten, want het was afkomstig van een hagedis die al lange tijd geleden uit Nederland was verdwenen.
‘Hier hebben we wat aan,’ zei de vrouw van Naturalis.

Daarna was het hek los. Marius wilde detectoren, masterclasses, encyclopedieën. Hij zat inmiddels op de middelbare school en tekende in zijn wiskundeschrift de skeletten van Ceratopsen en Hypsilophodonten. Jaren later schreef hij zijn profielwerkstuk over dino’s in Nederland en meldde zich aan voor een studie archeologie. Daar had hij het naar zijn zin, maar over dino’s ging het vrijwel nooit. ‘Ik ga nog eens naar Argentinië,’ vertelde hij mijn broer, ‘daar zijn de mooiste resten te vinden.’

Naar Argentinië ging hij niet, meteen na zijn afstuderen kreeg hij een baan aangeboden bij ProRail. Daar doet hij nu bodemonderzoek, wat met botresten van prehistorische dieren weinig te maken heeft maar waarmee hij het erg naar zijn zin heeft, dus in feite is er niets zorgwekkends aan de hand. Marius is een lieve, leuke vent met een interessante, goedbetaalde baan en een slimme, mooie vriendin. En toch denk ik, terwijl ik Marius’ naam onder het nieuwsbericht zet: er is iets mis gegaan. Hoe komt het dat je vroeger zo beslist weet wat je wilt doen, en dat vijfentwintig jaar later maar zo zelden ten uitvoer brengt? Jean Pierre Rawie dichtte: ‘Je schoof het leven op de lange baan,/want wat er was, zou er ook morgen wezen,/je werd alleen maar ziek om te genezen,/je had de tijd, er kwam geen einde aan.’ En aan het einde van het gedicht de bekende zinnen: ‘Je nam geboden kansen slecht te baat/en hebt tot slot het minste deel verkoren,/het geluk komt karig en te laat.’ Maar wat nou als het geluk helemaal niet karig en te laat komt, juist overvloedig en precies op tijd is, en er tóch iets ontbreekt?

Ik kijk naar het scherm met het dino-nieuwsbericht, dan naar buiten, waar de lentezon krachtiger begint te worden en de mensen naar de terrassen stuurt, en zachtjes neurie ik het melodietje van Het Land van Maas en Waal. Ik kan me niet inhouden en typ onder het bericht als antwoord op Marius: ‘Doe het, boek een ticket!’ En daar weer onder: ‘Dat ben je de maaswaalgraver verplicht! Hij heeft je nodig!!’
‘Haha ja, komt wel een keertje,’ typt Marius terug. Weer met knipoog.

Mail

Iduna Paalman (1991) is al bijna vier jaar columnist voor Hard//hoofd. Haar poëziedebuut ‘De grom uit de hond halen’ verscheen in het najaar van 2019 bij Querido. Ze won er de Poëziedebuutprijs 2020 mee. Ze publiceerde onder meer in De Gids, De Revisor, De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad.

Daphne Prochowski is een illustrator uit Groningen. Haar werk is te omschrijven als kleurrijk en verhalend.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Column: Ik wens je alle goeds

Ik wens je alle goeds

Een afwijzing komt Eva koud op haar dak vallen. ‘Ik vond hem leuk, hij vond mij ook leuk, hij vond mij dus niet leuk, ik ben gewoon niet leuk genoeg.’ Lees meer

Koop de roze bril

Koop de roze bril

Lang geloofde Shulamit Löwensteyn dat een ingebouwd stapelbed de oplossing zou zijn voor al haar moeilijkheden. Had ze daar gelijk in? Een tip over tulpen, taart en het kopen van troost. Lees meer

Column: Het enige woord dat het omschrijft

Het enige woord dat het omschrijft

Het voorlopig laatste uitstapje naar de bios met haar vader krijgt voor Eva een duistere lading. Lees meer

Kon je maar aanbeden worden

Kon je maar aanbeden worden

Hologrammen, goud licht en een religieus lam laten Marthe van Bronkhorst zich klein voelen tijdens een kerkbezoek. Lees meer

Wees talentloos

Wees talentloos

Tijdens een date raakt Wolter de Boer verwikkeld in een socratisch vraaggesprek rond talent. Een tip over het afschaffen van aanleg. Lees meer

'Het kán dus wel.'

'Het kán dus wel'

Eva is dolblij voor (en stikjaloers op) haar smoorverliefde vriendin. Lees meer

Column

In een te specifieke vorm geslepen

Op ieder potje past een dekseltje, toch? Marthe van Bronkhorst vraagt zich af of ze daarvoor niet té veel eigenaardigheden heeft: "Als ik nog groter groei, dan moet een bosbrand mij snoeien. En wat voor allesverzengende liefde moet dat zijn waardoor het specifieke houtsnijwerkje dat je bent geworden af fikt, helemaal ombuigt, en opnieuw wortel schiet?" Lees meer

Column: Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Eva's nichtje van twee geeft tijdens een bezoek aan de speeltuin blijk van een opvallende afkeer van hokjesdenken. Lees meer

Breek het brutalisme

Breek het brutalisme

In een distrack over het brutalisme maakt Marthe van Bronkhorst duidelijk dat ze helemaal klaar is met de betonnen architectuurstijl: "Wat is de deal met al die bouw freaking putten, nog minder fundament voor kunst dan vier keer Rutte?" Lees meer

Column: Zullen we vrienden worden?

Zullen we vrienden worden?

Corona of geen corona, Eva blijft haar sociale cirkel onderhouden en zo nodig verversen met aanwas. Lees meer

Column: Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Over de dood van haar grootouders dacht Eva van den Boogaard vroeger wel na, maar over die van een goede vriend? Lees meer

Achtbaantester 1

Achtbaantester

Marthe van Bronkhorst hangt op de kop in een looping en weet één ding zeker: achtbanen worden alleen spannend als ze een goed verhaal hebben. Lees meer

Column: Weten of je ooit moeder wil worden

Weten of je ooit moeder wil worden

Eva wordt geconfronteerd met de beruchte wel-of-geen-kinderen-vraag en zet de voor- en nadelen tegenover elkaar. Lees meer

Vrees de cocon niet: ze is nog warm

Vrees de cocon niet

Nu de feestjes voorzichtig weer op gang komen, beseft Rijk Kistemaker hoeveel hij níet heeft gemist. Gestrand tussen veganistische sneakers en gesprekken over Jeff Bezos verzint hij voor zichzelf een stiller leven. Een tip over verlangen naar lauwe thee en warme cocons. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Steek die maar in je zak!

Steek die maar in je zak!

Deze week worden onze redacteurs blij van enthousiaste opstekers (op gepast volume), kunst in je broekzak en een wisselaccount op Twitter. Lees meer

De maakbare mens

De maakbare mens

Zijn mensen net als machines? Het bezoek van een monteur laat Marthe van Bronkhorst nadenken over haar eigen bedrading. Lees meer

Column: Tot op het bot

Tot op het bot

Een oude brief van een vriendin voert Eva terug naar een periode waarin het wat minder lekker met haar ging. Lees meer

Framer geframed

Framer geframed

Marthe van Bronkhorst ziet haar angst onder ogen en besluit haar ervaring als psycholoog te verrijken door zelf de patiënt te worden. De belangrijkste les? Ook therapeuten weten niet alles. Lees meer

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Hoe goedgelovig mag een mens eigenlijk zijn? Waar Eva van den Boogaard soms dwangmatig eerlijk is, blijkt haar neef F. regelmatig informatie aan haar te verstrekken die niet klopt. Lees meer

 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer