Asset 14

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’

Ze is intelligent, creatief en slaat graag bruggen: geen wonder dat Maria Rey-Lamslag (32) een graag geziene gast is in de culturele sector. Ze cureerde een expositie in MAMA, werkt als inhoudelijk programmamaker in het Wereldmuseum en is als researcher en co-curator werkzaam voor het Amsterdam Museum.

Dit gesprek is het tweede uit een reeks interviews die schrijvers Jason Keizer en Sarah van Binsbergen samen met fotograaf Amber Toorop afnamen tussen 2018 en 2020, met Nederlanders met Indische roots. De interviews kwamen tot stand met financiering van Stichting Democratie en Media en verschijnen in mei en juni 2021 op Hard//hoofd.

 

Ons eerste gesprek is tijdens een winterdag in januari 2018. Maria vertelt over haar band met Indonesië. Buiten is het donker en koud, maar met haar warme uitstraling en krachtige manier van vertellen neemt ze je moeiteloos mee naar het land waar haar roots liggen. Toch voelt ze er niet heel comfortabel bij om zichzelf alleen als ‘Indisch’ te karakteriseren. Als het om labels gaat, is ze misschien wel meer ‘kosmopoliet’. In augustus 2020 spreken we nog eens over hoe Maria zich verbonden voelt met Indisch-zijn.

Vertel, wie ben je en hoe kijk je naar jouw eigen identiteit?
'Ik ben me bewust van de migratiegeschiedenis van mijn familie van vaderskant en zeg vaak dat ik een dubbele culturele achtergrond heb. Niet dat ik mezelf heel bewust zo profileer, maar voor anderen lijkt mijn achtergrond vaak wel belangrijk. De eerste vraag die mensen me stellen is meestal: ‘Wat is je afkomst?’. Identiteit is voor mij een fluïde begrip. Het staat niet vast, want je definieert het vaak in verhouding tot ‘de ander’. In Indonesië voel ik me bijvoorbeeld westers en in Nederland staat mijn “Indo-zijn” aan. Het maakt dus veel uit met wie en waar ik me bevind. Niet dat er sprake is van een interne identiteitscrisis hoor! Het is meer iets waar ik me bewust van ben. Net zoals de blik van een ander. Zo word ik geregeld als Zuid-Europese of Latina aangezien vanwege mijn uiterlijk in combinatie met mijn naam. Helemaal nu ik mijn getrouwde naam Rey draag. De Indische genen uiten zich bij mij in donker haar en bruine ogen, maar bijvoorbeeld minder in Aziatische gelaatstrekken zoals mijn zus heeft.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 1

Ik ben in mijn creatieve werk veel bezig met de doorwerking van het koloniaal verleden in het nu, en dus ook met mijn ‘Indisch’ zijn. Maar ik ben veel meer dan alleen Indisch. Inmiddels voel ik me wel comfortabeler dan vroeger in kumpulans of andere bijeenkomsten van Indische mensen. Maar toen ik me als twintiger net verdiepte in de geschiedenis, voelde ik me niet per se onderdeel van een groep. Ik was nog veel meer bezig met het verhaal van mijn familie. Dat is nu anders. Het oud zeer van bijvoorbeeld de eerste en tweede generatie kan ik nu goed begrijpen. Waar ik eerst zelf de miskenning niet ervaarde, kan ik me dat nu goed invoelen.'

Wat betekent Indisch-zijn voor jou?
'Het wordt deels door DNA overgedragen, zoals je aan mijn uiterlijk ziet. Daarnaast - misschien het grootste deel – wordt het cultureel overgedragen, in de opvoeding. Dat uit zich ook in kleine details die je misschien niet eens bewust registreert, zoals het herkennen van geuren en klanken of een typische tongval. Van sommige aspecten vind ik het moeilijk te bepalen of ik het door opvoeding ergens in mijn onderbewuste heb opgeslagen of dat het is aangeboren. Soms ervaar je iets dat je niet kan verklaren. Mijn Indische voorouders komen bijvoorbeeld uit Yogyakarta en hebben generaties lang in een huis gewoond dichtbij het paleis van de sultan, de kraton. Toen ik daar in 2006 voor het eerst was en de traditionele gamelanmuziek hoorde, raakte dat me diep. Alsof ik het kende. Mijn vader had dat ook.

Ik was achttien tijdens die reis. Samen met mijn ouders, broer en zus, twee oudtantes en alle neven en nichten gingen we voor het eerst ‘terug’ naar Indonesië. Een groep van bijna twintig personen. Het was een soort eerbetoon aan mijn oom die een jaar eerder was overleden en deze reis wilde maken. Eerder waren mijn opa en andere ooms van de oudere generatie die in Indië was geboren, al overleden. De veel jongere zusjes van mijn opa die tot 1963 in Yogyakarta en omgeving hebben gewoond, mijn oudtantes, konden gelukkig de reis nog wel meemaken. Zij waren toen achter in de zeventig. Tijdens onze reis van Jakarta naar Yogyakarta en Bali, leidden zij ons als het ware rond, omdat zij de Maleisische en Javaanse taal een beetje spraken. In Yogyakarta konden zij hun oude woonhuis nog aanwijzen en ontmoetten we een oude vrouw met wie zij vroeger als kleine meisjes gespeeld hadden. De reis was een cultuurshock - want zo anders dan ik me voorstelde - en tegelijkertijd een herkenning. Iedereen op straat zag eruit alsof ze familie konden zijn. Dan besef je dat je dat in Nederland niet hebt. Ook geuren, kleuren, de Indische tongval - maar dan met de Indonesische taal! Het was een magische reis, uniek ook omdat mijn ouders erbij waren, terwijl zij nooit op verre vakanties gaan. Mijn vader heeft zelfs vliegangst.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’

Na die reis ben ik me gaan verdiepen in wat ik grappend ‘Indotiteit’ noem. Eerst via mijn eigen familiegeschiedenis. Dat was best lastig, want de oudere generatie was in mijn tienerjaren overleden. En mijn oudtantes deelden fijne jeugdherinneringen, maar naar heel wat onderwerpen durfde ik niet te vragen. Mijn vader, geboren in Nederland, is een nakomeling binnen zijn gezin en heeft uiteraard de Indische cultuur en verhalen van vroeger meegekregen, maar hij is nooit actief op zoek geweest naar zijn familiegeschiedenis. Misschien was het voor hem te vanzelfsprekend. Hij heeft twee Indische ouders en groeide op in een straat met Indische gezinnen. Ik, als derde generatie en met een Nederlandse moeder, voel me meer tussen twee werelden in. En daarnaast komt mijn interesse ook voort uit mijn voorliefde voor geschiedenis. Ik ben de nerd in mijn familie: ik houd van lezen, was vanwege mijn studies Kunstgeschiedenis bekend met archiefonderzoek en dat maakte dat ik ook onze familiegeschiedenis vanuit historische bronnen probeerde te onderzoeken. Toen ik voor een studieopdracht in het Nationaal Archief was, typte ik mijn achternaam in op de computer, om te zien wat eruit zou komen. Dat was het begin. Later speurde ik in archieven in Jakarta en Yogyakarta. Het is leuk te merken dat mijn vader, broers, zus en andere familieleden ook nieuwsgierig zijn geworden naar wat ik gevonden heb over onze voorouders en de samenleving van toen.

Mijn werk als researcher, curator en creatief maker is ook sterk Indisch georiënteerd. Alsof het er in die vorm uit moet komen: dit zijn de verhalen die ik wil vertellen. Toch is het niet mijn bedoeling om een vertegenwoordiger te zijn van ‘dé Indische cultuur’. Ik wil graag verhalen van kruisbestuiving vertellen. Dat kan gaan over Indisch zijn, maar eigenlijk vertel ik verhalen van verbanden en verbonden zijn.'

Welke rol speelde de Indische identiteit in je opvoeding?
'In ons gezin werd het Indisch-zijn niet nadrukkelijk benoemd. Mijn vader zei dat ik een halfbloed ben of half-Indonesisch. Misschien voor het gemak; misschien omdat hij het zo voelde. Maar het onderscheid tussen Indisch (als Indo-Europees) en Indonesisch kende ik toen niet. We hoorden soms Maleise koosnaampjes en woorden - meestal gerelateerd aan eten. En mijn ouders voedden me op met beleefdheidsnormen, zoals nooit met lege handen bij iemand op bezoek gaan, jezelf altijd persoonlijk voorstellen bij binnenkomst. Oud en nieuw was ook heel groot in onze familie. We kwamen altijd met iedereen bij elkaar en staken dan het meeste vuurwerk af van de hele buurt. Mijn indruk was dat dit typisch Indisch was. Helaas is dat na het overlijden van mijn ooms een beetje uit elkaar gevallen. Mijn neven zoeken elkaar nog steeds op, maar ik ben er met oud en nieuw niet vaak meer bij.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 3
Ik was wel altijd nieuwsgierig naar mijn Indische afkomst. Ik wist wie er bij mij op de basisschool ‘ook Indo was’. En op de middelbare school in Harderwijk maakte ik vrienden die Indisch waren, of een ouder hadden uit Indonesië. Ik vond het toen vooral interessant wat Bahasa Indonesia te leren, de nationale taal van het huidige Indonesië. Die taal sprak mijn familie niet. Zij waren opgevoed in het Nederlands, zoals andere Indo-Europeanen in de koloniale tijd. Ik hoorde tijdens de aardrijkskundeles ook de definities van allochtoon en autochtoon. Volgens de uitleg in het boek was mijn vader een allochtoon. Zo had ik nog nooit naar hem gekeken, als ‘niet van hier’. Hij was in Harderwijk geboren! Dit moment herinner ik me omdat ik me toen bewuster werd van mijn afkomst. Een ander moment in die bewustwording is de vreemde confrontatie tussen hoe ik mezelf inmiddels als echt Indisch voelde, verbonden ook met andere migranten in Nederland, maar anderen dit niet per se zagen. Toen ik Kunstgeschiedenis studeerde, stond ik bijvoorbeeld eens bij Nederlandse studenten die opmerkingen maakten over ‘buitenlanders’. Ik voelde me ook aangesproken, terwijl zij mij niet zo zagen.'

Welke Indische culturele gebruiken heb je verder meegekregen vanuit je familie?
'Mijn tante, de enige zus van mijn vader, noem ik wel eens mijn spirituele moeder. Omdat ze voelt als mijn tweede moeder, maar ook omdat ze mij bekend heeft gemaakt met ideeën over het bovennatuurlijke. Iets dat voor mijn gevoel sterk verbonden is aan Indische cultuur. Ze woonde ook in Harderwijk en vroeger logeerden alle neven en nichten om beurten bij haar. Bij wijze van bijbaantje ging ik in mijn pubertijd bij haar schoonmaken. Zij was in Nederlands-Indië geboren en veel ouder dan mijn vader. We voerden veel gesprekken en zo ontstond een bijzondere band. Door haar maakte ik kennis met goena-goena, verhalen over zwarte magie of het onverklaarbare en onzichtbare. Toen ik eens bij haar was, zei ze dat mijn overleden oma ook in huis was. Of dat ik net als zij een voorspellende gave heb, een zesde zintuig. Destijds vond ik dat onzin en nog steeds sta er nuchter in, maar ik sta er wel meer voor open. Bijvoorbeeld bij voorspellende dromen of alle keren dat ik het geslacht van de ongeboren kinderen van mijn broer en zus goed raadde. Ergens wantrouw ik mezelf als ik hierin geloof, maar ik wil het spirituele ook graag toelaten.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 4

De oosterse filosofie interesseert me heel erg. Het leert me dat ik op veel dingen geen grip kan krijgen. Het is gericht op harmonie in een groter geheel, in verbanden en relaties. Daar herken ik me wel in, vrienden en familie zijn superbelangrijk voor mij. Ik besta in verhouding tot iets of iemand anders, niet op mezelf. Al voel ik me ook thuis in de traditie van westers denken waar individuele ontplooiing centraal staat.”

Wat weet je over je familiegeschiedenis?
'Mijn familie kwam in Harderwijk terecht omdat mijn opa, als voormalig KNIL-militair na de opheffing van het KNIL in 1950, overging naar de Nederlandse Koninklijke Landmacht en vanuit Indonesië dus naar Nederland werd ‘gerepatrieerd’. In Harderwijk kreeg hij een betrekking bij de Landmacht en een woning. In Harderwijk woonden om dezelfde reden meer Indische families.

Mijn opa heeft als KNIL-militair voor Nederland tegen Japan gevochten. Als Japanse krijgsgevangene heeft hij aan de Birma-spoorlijn moeten werken. Zijn ouders en voorouders waren Indo’s, dus van gemengde Inheemse (meestal Javaans) en Europese komaf. Hij is bij een kinderloze tante opgevoed, maar ik denk dat hij als Indo-Europeaan is opgegroeid. Dat was in de koloniale samenleving in Nederlands-Indië anders dan bij de Europeanen, en ook anders dan bij de inheemse bevolking. Zij moesten hun best doen zo Europees mogelijk te zijn. Dat stond in hoger aanzien in de kolonie.

Mijn opa was net als ik al bezig met een stamboomonderzoek en het documenteren van de familiegeschiedenis, kwam ik later achter. Na zijn overlijden vond ik aantekeningen van hem, zoals een getekende stamboom en een lijstje met data en namen van de interneringskampen waarin hij als gevangene in Thailand en Birma aan de spoorlijn moest werken. Ook een kleine notitie viel me op. Een lijstje waar hij de definities van albino, halfbloed, Indo-Europeaan, mulat en grikwa had geschreven. Waar zou hij dit gelezen hebben, waarom had hij dit opgeschreven? Ik ben benieuwd hoe hij zich zag als Indo. Aan wie hij zich loyaal voelde.
Mijn oudtantes, de twee jongere zussen van mijn opa, die in 2006 met de hele familie mee op reis waren, zijn afgelopen jaar overleden. Ze waren 9 en 14 toen de Tweede Wereldoorlog begon. Tijdens de oorlog hebben ze met hun moeder in een Jappenkamp gezeten. Net zoals mijn oma en de oudste kinderen van haar gezin, mijn ooms en tantes. Ik ken maar enkele verhalen uit die tijd, ik vond het moeilijk om ernaar te vragen. Niet gepast. Wat er precies is gebeurd weet ik dus niet, maar ze zijn in ieder geval getuigen geweest van zware mishandelingen. Ze hebben ook wel losgelaten dat ze zich altijd onder de bedden verstopten als Japanse soldaten de slaapzaal binnenkwamen. Niet gek dat je na zulke ervaringen zenuwachtig in het leven staan. Na de oorlog hebben mijn oudtantes altijd samengewoond, eerst bij hun moeder, daarna jarenlang samen in Roosendaal. Ze zijn nooit getrouwd geweest.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 5

Zij hebben langer dan mijn opa en oma in Indonesië gewoond. Hun vader had namelijk de Indonesische nationaliteit aangevraagd voor zijn gezin. In de jaren vijftig werd het in Indonesië echter zo gevaarlijk voor mensen van Indo-Europese afkomst, dat het leven van mijn tantes erg moeilijk werd. Veel Indo-Europese mensen werden bedreigd. In de ogen van veel Indonesiërs waren zij simpelweg Nederlanders. Toen hun vader overleed, zijn ze dankzij hulp van het Rode Kruis samen met hun moeder naar Nederland gegaan. Als treiterij vanwege hun ‘Nederlanderschap’ werden ze zelfs op het laatst nog tegengewerkt. Ze kregen niet de benodigde papieren voor het vliegtuig. De piloot van het Rode Kruis-vliegtuig heeft ze gelukkig toch meegenomen. In Nederland werden mijn tantes en andere Indische mensen die de Indonesische nationaliteit hadden aangevraagd maar later toch naar Nederland wilden, bestempeld als spijtoptant. Maar volgens mij is dat een verkeerde term. Want was er echt sprake van spijt? Mijn oudtantes hadden zelf hun nationaliteit al niet gekozen en bovendien was de situatie zo bedreigend dat ze nauwelijks de keuze hadden te blijven.'

En wat weet je over je opa’s familie via archiefonderzoek?
'De meest bijzondere herinnering is van mijn speurtocht op Java. Op een warme middag in februari 2014 zat ik achterop de brommer bij een ambtenaar, die speciaal voor mij het vrijdaggebed oversloeg. Hij bracht me van het regionaal archief in Yogyakarta, waar ik hem tegenkwam, naar de Burgerlijke Stand van Yogyakarta. Ik vond daar allerlei officiële akten. Eerder was ik in het nationaal archief in Jakarta geweest, maar daar kwam ik snel op een dood spoor, omdat uitgerekend het microfiche met achternamen beginnend met de letter ‘L’ verloren was gegaan. Via mijn Nederlandse en Indonesische bronnenonderzoek kwam ik erachter dat de eerste Lamslag in Nederlands-Indië een Haarlemse jongen was, die zich in 1816 aanmeldde bij het koloniaal werfdepot - in Harderwijk! - en zich daarna in Batavia vestigde, het huidige Jakarta. Hij huwde een ‘Inlandse’, een Javaanse vrouw genaamd – geloof het of niet - Maria. Hun zoon trouwde ook een Javaanse, Kasiah, en werd ambtenaar in Yogyakarta. Zíjn zoon werd ook ambtenaar en huwde een Indo-Europese vrouw, ook van gemengde afkomst dus – dat herken je aan haar Nederlandse naam en vermelding van de achternaam. In Java kent met van oudsher geen achternaamgebruik, dus mijn voormoeders staan enkel met voornaam in de documenten. De volgende zoon in de opvolging, mijn overgrootvader, trouwde een Indo-Europese vrouw met Franse voorouders. Uit dit huwelijk werd mijn opa geboren.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 6

Aan mijn opa’s voorouders zie ik dus wat ik in de boeken heb gelezen: dat de eerste Europese mannen kinderen verwekten bij inlandse vrouwen, maar dat Indo-Europeanen daarna geacht werden te trouwen met Indo-Europeanen en niet met een Europese of inlandse partner. Ook dat kwam voor, maar liever bleef je ‘binnen je sociale hokje’. Als ik foto’s van mijn overgrootouders bekijk zie ik de Europese vermenging overigens niet. En ook als ik Indonesiërs foto’s van mijn grootouders laat zien, hoor ik dat zij volbloed Javanen lijken. Aan hun kleding, gebruiken, taal en achternaam was het natuurlijk wel af te lezen.

Ik ben na het onderzoek ook met vragen achtergebleven. Bijvoorbeeld over de sociaal-maatschappelijke positie van mijn familie in de koloniale tijd. Die positie bepaalde de mogelijkheden die je in het leven werden geboden. Wat ik me verder afvraag: kom ik uit een familie van enkel liefdesrelaties of waren er ook tot slaaf gemaakte vrouwen of andere onvrijwillige relaties? Grote kans van wel. Was mijn opa vrijwillig militair of was het noodzaak om bij het KNIL een baan aan te nemen vanwege de verslechterde arbeidsmarkt voor Indo’s in die tijd? Hoewel ik nieuwsgierig ben naar de antwoorden wil ik er mijn identiteit niet aan ontlenen. De vragen zijn namelijk erg zwart-wit en ik weet dat de waarheid genuanceerder zal zijn.

Over mijn familiegeschiedenis zou ik graag ooit een boek schrijven. Helemaal geweldig was het geweest om voor dat boek met mijn opa in gesprek te gaan. Jammer genoeg heb ik dat niet kunnen doen. Hij overleed toen hij 84 was en ik 9.

‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 7
Ook over mijn Nederlandse familie is overigens veel bekend, met name door historisch onderzoek van mijn moeders nichten. Mijn moeders ouders komen van boerenfamilies uit Friesland en Drenthe. Van mijn opa en oma ken ik veel verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Bijzonder vind ik altijd het moment dat deze geschiedenis nét niet mijn Indische familiegeschiedenis raakte. Mijn Nederlandse opa had zich namelijk opgegeven om in Indonesië te vechten, tegen de Japanse bezetter. Maar hij heeft ervan afgezien. Wie weet had hij anders wel in Indonesië moeten vechten, net als mijn Indische opa.'

Hoe zie jij ‘de Indo’ binnen de discussies over racisme en het koloniale verleden in Nederland?
'Toen we elkaar spraken in 2018, vroeg ik me af: ‘Waar zíjn Indo’s in dit debat?’ We waren toen nog niet zichtbaar in het publieke discours. Indo-Europeanen identificeren zich vaak sterk als Nederlanders omdat dat er generaties-lang is ingeprent in die koloniale standenmaatschappij. En in Nederland lijken Indische migranten geaccepteerd. Tijdens ons eerste gesprek zei ik: ‘Indo’s mogen vaker de witte bril afzetten en zich bewuster zijn van het feit dat ze twee kanten van het verhaal belichamen.’ En ik vond nog steeds dat er een taak ligt bij Indo’s om zichzelf te verdiepen in de Indonesische geschiedenis en de huidige doorwerking van de koloniale tijd. Maar ook in de Tweede Wereldoorlog, de periode erna vol geweldexcessen en de Onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië. Daarbij wil ik niet vergeten dat goed en slecht betrekkelijk zijn. Ik ben ook niet op zoek naar een oordeel. Oorlog is voor iedereen verschrikkelijk. En je hebt niet altijd je eigen lot in handen.
‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 8
Maar nu, in 2020, ben ik blij te zien dat er een veel grotere bewustwording is, met name bij mijn generatie en de generatie erna. Ze laten vaker van zich horen of gaan het gesprek aan binnen hun familie, met de oudere generaties. Ik verwijt de oudere generaties niet dat ze dat minder hebben gedaan - zij hadden in veel gevallen persoonlijke trauma’s te verwerken en hebben gewoon een heel andere relatie met voormalig Nederlands-Indië, het huidige Indonesië én het hier en nu. Bovendien zijn er genoeg die zich wél hebben uitgesproken over de oorlogstijd of thema’s als racisme en discriminatie. Het Indisch zwijgen is deels dan ook mythevorming.

De derde en vierde generatie kijkt vanuit een bredere blik naar dekolonisatie. Zij zien het in een mondiaal verband. Ze zoeken verbanden tussen Indisch, Peranakan-Chinees, Moluks, Indonesisch en Javaans-Surinaams. Ze bevragen en bekritiseren de Indonesische houding ten opzichte van Papua. Zien de vergelijkingen tussen de Indonesische geschiedenis en die van andere gekoloniseerde landen en gebieden die zelfbeschikking willen. Ze begrijpen hoe en waarom Black Lives Matter en institutioneel racisme henzelf ook raken. Dat voelt heel anders dan twee jaar geleden. Een goede verandering.'
‘De derde generatie kijkt met een bredere blik naar dekolonisatie, ziet die in een mondiaal verband’ 9
Zie jij jezelf ook als onderdeel van deze verandering?
'Ik hoop dat ik een bijdrage lever, al beslaat mijn bereik maar een kleine cirkel. Ik spreek me graag uit over onderwerpen die me bezighouden, over ideeën waar ik in geloof. Ik vind feiten over migratie- en koloniale geschiedenis bijvoorbeeld heel belangrijk om te delen. Het is namelijk geen verleden, de krachten werken door in het nu. Dat probeer ik op verschillende manieren in mijn persoonlijk en professioneel leven te benoemen. Door het delen van feitelijke informatie, maar het liefst via persoonlijke verhalen. En in creatieve of aansprekende vorm, zoals een tentoonstelling of een documentaire. Ik hoop mensen te inspireren om alles in verband te zien en genuanceerd over elkaar te denken.'

Dit gesprek komt uit een reeks interviews die schrijvers Jason Keizer en Sarah van Binsbergen samen met fotograaf Amber Toorop afnamen tussen 2018 en 2020 met Nederlanders met Indische roots. De gesprekken kwamen tot stand met financiering van Stichting Democratie en Media.

Mail

Jason Keizer is op zoek naar de sporen van het koloniale verleden in de moderne maatschappij en het dagelijks leven. Zijn zoektocht is persoonlijk gemotiveerd door zijn Indische achtergrond.

Amber Toorop is documentairefotografe. In haar werk onderzoekt ze op wat voor manieren mensen zich verbonden voelen met een thuis, een plek en een land.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer