Asset 14

Komen spelen

Dat Elsje zou komen spelen was ik even vergeten. Maar als ik het meisje met de vlechtjes naast mijn dochter op de rand van de zandbak zie zitten herinner ik het me weer. Omdat Annika onlangs tussen de middag bij haar mocht eten, had ik gezegd dat Elsje een keer na school bij ons kon spelen. Elsjes moeder vond het een fantastisch plan. Ze had gezegd dat de dinsdag waarschijnlijk goed uitkwam. Een paar dagen later vroeg ik of het nog door zou gaan, maar de moeder sprak bits dat ze van niks wist en dat Doukje bovendien op dinsdag naar balletles moet. De moeders van Elsje en Doukje lijken waarschijnlijk helemaal niet op elkaar, maar in de spanning die het contact met mede-ouders bij mij oproept wil ik blijkbaar nog wel eens gezichten door elkaar halen.

Kennelijk heb ik het verkeerd begrepen en was het toch een definitieve afspraak; de kinderen lijken daar vanuit te gaan.
‘Ik kom bij jullie spelen,’ bevestigt Elsje mijn vermoeden.
‘Hartstikke leuk,’ zeg ik, ‘dat is de eerste keer dat iemand uit jullie klas naar ons komt. Dan wachten we even op jouw moeder.’
‘Maar ze komt toch bij mij spelen?’ vraagt Annika.
‘Mijn mama mag niet mee hoor,’ zegt Elsje een beetje bozig.
‘Nee, natuurlijk niet, maar ik moet toch even weten of het goed is.’
‘Doe niet zo gek papa,’ lacht Annika beschaamd, ‘natuurlijk is het goed.’
‘Ja, doet niet zo gek,’ zegt Elsje.
In een discussie met twee kleuters heb ik vandaag geen zin, dus we lopen naar mijn fiets. We bestuderen het voertuig en zien dat er maar één zitje op zit.
‘We gaan gewoon lopen,’ zeg ik, ‘zo ver is het niet.’
‘Maar wij zijn moe,’ jammert Elsje.
‘Ja,’ zegt Annika, ‘we hebben de hele dag hard gewerkt.’ Ze gaat pas anderhalve maand naar school, maar lijkt nu al de sleur van het leven in te zien.
Na enig nadenken zet ik Elsje in het zitje en Annika op het zadel. Met de fiets aan de hand begin ik te lopen.

Na klachten over oneerlijkheid besluit ik de meisjes om de paar meter te verwisselen. Het is nog best lastig om de fiets hierbij recht te houden. De vijfde keer gaat het mis. Elsje kiepert van het zadel en knalt met haar gezicht op de stoep. Even is het stil.
‘Je hebt mijn vriendin doodgemaakt!’ Annika kijkt me met grote ogen aan.
Dan begint het gekrijs. Ik til Elsje op en zie dat er donkerrood vocht uit haar neusgaten stroomt. Als ik met mijn vrije hand in mijn broekzakken graai op zoek naar iets om het bloed te stelpen, hoor ik Annika gillen. Ik zie dat de fiets kantelt. Ik wil hem vastpakken, maar dan glijdt Elsje uit mijn handen.
‘Lekker bezig jongen,’ bromt een passant vanuit zijn scootmobiel.

Ruim een uur later zijn we thuis. Gelukkig lijken de kinderen weer vrolijk. Uit Elsjes neusgaten steken stukjes van een servet waarmee ik vanmorgen mosterd van mijn gezicht heb geveegd, maar verder ziet ze er gezond uit. Als we de kamer binnenlopen, wil Annika enthousiast alles in het huis laten zien.
‘Dat is onze tafel,’ zegt ze, ‘en dat zijn onze stoelen. Dat is Muis, die is heel lief.’
‘Dat is helemaal geen muis,’ zegt Elsje met nasale stem, ‘dat is een poes’.
‘Ja, daar heb je helemaal gelijk in,’ prijs ik haar, ‘maar de naam van deze poes is Muis.’
‘Wat stom,’ zucht Elsje minachtend.
‘Ja, wat stom eigenlijk,’ valt Annika haar vriendin peinzend bij.
‘Nu ga ik het boven laten zien,’ pakt ze vervolgens met hernieuwd enthousiasme de draad weer op. ‘Daar wonen mijn bed en mijn knuffels.’
‘Zouden jullie niet eerst je jas uit doen?’ onderbreek ik de rondleiding.
‘En moeten jullie niet ook wat drinken?’
‘Wij willen wat lekkers,’ zegt Annika kordaat.
‘Ja,’ zegt Elsje, ‘dat willen wij.’
‘Dat hebben we niet,’ mompel ik schuldbewust.
‘Jawel, jawel, jawel,’ zegt Annika. Ze pakt Elsjes hand en de mijne en leidt ons naar de kast. Gedrieën staren we in het schaaltje dat ik vanmiddag heb leeg gevreten. Op de bodem ligt nog een korreltje chocola.

‘Ik kan toch een lekkere boterham met pindakaas voor jullie smeren,’ zeg ik tegen de kinderen die nepwenend over de grond rollen. Ze hebben nog steeds hun jassen aan.
‘Dat mag ik niet,’ snikt Elsje.
‘Wat een onzin,’ lach ik smalend, ‘waarom zou je geen pindakaas mogen?’
‘Mijn mama zegt dat het niet goed voor mij is.’
‘Ach, die bizarre gezondheidscultuur van tegenwoordig ook. Calvé, wie is er nou niet groot mee geworden?’
Ik smeer twee extra dikke boterhammen. Smakkend eten de meisjes het op. Vooral Elsje laat het zich goed smaken.

Dan gaat mijn telefoon. Het is mijn zus. Ik vertel trots dat er voor het eerst een klasgenootje van Annika bij ons speelt.
‘Wat leuk,’ zegt mijn zus, die graag van alle ontwikkelingen van haar nichtje op de hoogte blijft, ‘blijft ze ook eten?’
‘Oh, dat weet ik eigenlijk niet.’
‘Hoe bedoel je? Heb je niet afgesproken hoe laat ze wordt opgehaald?’
Opeens bedenk ik dat Elsjes ouders helemaal niet weten waar ik woon.

‘Papa!’ schreeuwt Annika.
‘Stil lieverd, ik ben even aan het bellen.’
‘Maar papa,’ zegt Annika met trillende stem, ‘kijk nou naar Elsje.’
Met de telefoon in mijn hand staar ik naar Elsje. Haar gezicht is bruin van de pindakaas en rood van de bulten. Er komt een piepend geluid uit haar keel.
‘Kas, ben je daar nog?’ hoor ik de stem van mijn zus in de verte.
Ik verbreek de verbinding en plof neer op een stoel. Het is tijd om na te denken.

Illustratie: Joost Dekkers

Na enkele minuten bedenk ik dat ik natuurlijk het nummer van Elsjes moeder heb. Die heeft ze mij immers gegeven op de dag dat Annika met hen meeging. Stom dat ik daar niet eerder aan heb gedacht.
‘Met Fiona,’ zegt de vrouw aan de andere kant van de lijn.
‘Ja, het zit dus zo,’ begin ik gehaast, ‘ik heb Elsje een boterham gegeven...’
‘Wie is Elsje?’
‘Uw dochter?’
‘Je bedoelt Sterre? Die zit nu in bad.’

De moeders van Sterre en Elsje lijken waarschijnlijk helemaal niet op elkaar, maar in de spanning die het contact met mede-ouders bij mij oproept wil ik blijkbaar nog wel eens gezichten door elkaar halen. Daar moet ik toch echt op gaan oefenen, want de komende jaren komen er vast nog vaak kindjes spelen. Al zou Elsje ook best de laatste kunnen zijn.

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Joost Dekkers

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer