Asset 14

Het hek

Het burenoverleg vond plaats aan de andere kant van de stad. Natuurlijk was ik verdwaald geraakt en kwam ik te laat. Dat ik ook met mijn buren mee had kunnen fietsen, aangezien wij toch allemaal bij elkaar in de buurt wonen, bedacht ik pas toen ik voor de achtste keer het kaartje op mijn telefoon bestudeerde.

Een gezette vrouw met opgestoken blond haar deed de deur voor mij open. Ze stelde zich voor als Ankie. ‘‘En dat is Trudy,’’ zei ze, wijzend naar een vrouw die koffie aan het inschenken was. Het had haar oudere zus kunnen zijn. Rond de tafel zaten verder nog vier mensen. Mijn onderbuurman herkende ik, evenals de achterbuurvrouw. Er was nog een oude man, die ik niet meteen kon plaatsen. En een man met een ringbaardje en een oorbel die ik wel eens in de straat had zien wandelen. Ik wist niet of ik mij moest voorstellen, of dat het voor zich sprak dat we elkaar allemaal kenden en het zelfs ongepast kon zijn om niet te doen alsof dat zo was. Ik besloot heel algemeen in het rond te zwaaien.

‘‘Goed, nu wij compleet zijn,’’ zei Ankie, op een toon alsof we naar een pretpark gingen, ‘‘zal ik even uitleggen hoe dit overleg is opgebouwd. Iedereen krijgt omstebeurt de marker.’’ Ze hield een oranje markeerstift omhoog en zwaaide deze een paar keer van links naar rechts en weer terug, zodat we het object goed in ons op konden nemen. ‘‘Wie de marker heeft, heeft het woord. De rest mag dan dus niets zeggen.’’
De man met het ringbaardje stak een harige hand omhoog en zuchtte met een zwaar Duits accent: ‘‘Zou ik misschien eerst even mogen weten waarom wij hier eigenlijk zijn?’’
‘‘Het hek,’’ zeiden mijn onderbuurman en achterbuurvrouw in koor.
‘‘Hou dit even vast,’’ zei Ankie, ‘‘of zet het even weg. We komen daar vanzelf.’’
‘‘Het is op zich wel een legitieme vraag,’’ glimlachte Trudy, ‘‘we kunnen er ook voor kiezen om voortaan eerst het thema lichtjes aan te raken, voordat we de markermethode introduceren. Zodat iedereen op dezelfde golflengte zit.’’
‘‘Oké Trudy,’’ knikte Ankie naar haar collega aan de overkant van de tafel, ‘‘parkeer dat maar even voor ons evaluatiemoment.’’
Midden op de tafel stond de grootste koektrommel die ik ooit gezien had. Hij was tot de rand gevuld met krakelingen. Om er bij te kunnen moest ik half op de tafel gaan liggen. Ik probeerde vervolgens zo nonchalant mogelijk op zo’n krakerig geval te kauwen, terwijl de suikerkorrels langs mijn mondhoeken hagelden.

‘‘Er zijn drie kernvragen,’’ legde Ankie uit en ze wees naar de flip-over waarop de vragen waren genoteerd. ‘‘Wat is het kernprobleem? Hoe heb jij tot dusverre op dat kernprobleem ge-rea-geerd? En wat zou jij willen?’’ In elke vraag werd op een bepaald woord erg de nadruk gelegd, alsof de rest een bijzaak was.


Illustratie: Erik Wallert

Ankie overhandigde de marker aan de oude man. Ik wist weer waar ik hem van kende. Hij was de voorzitter van de bewonerscommissie. Het idee van een hek was oorspronkelijk bij hem vandaan gekomen. Met trillende hand nam hij de marker in ontvangst.
‘‘En waar moet ik nou de antwoorden schrijven?’’
‘‘Nee, je hoeft niets op te schrijven. Je mag het gewoon zeggen,’’ zei Ankie, als een moeder die haar kind voor het eerst zonder zijwieltjes laat fietsen.
‘‘Wat moet ik dan met die stift?’’ vroeg de man beduusd.
‘‘De marker is maar een marker,’’ assisteerde Trudy op kordate toon, ‘‘het had ook iets anders kunnen zijn.’’
‘‘Een stokje,’’ suggereerde de onderbuurman.
‘‘Of een snoepje,’’ probeerde de achterbuurvrouw.
‘‘Een worstje,’’ zuchtte de Duitser vermoeid.
‘‘Ik snap er niets van,’’ zei de oude man. ‘‘We zitten hier toch vanwege een hek?’’
‘‘We zitten hier vanwege wat het hek oproept,’’ nuanceerde Ankie.
‘‘Ach,’’ opperde Trudy, ‘‘we kunnen de marker natuurlijk ook de marker laten. Als dat de dingen nou simpeler maakt.’’
Ankie keek Trudy met grote ogen aan. De Duitser probeerde een krakeling te pakken en stootte daarbij een bak met plastic roerstaafjes om. De staafjes rolden alle kanten op, maar niemand leek er aandacht aan te besteden.
‘‘Jij blijft godverdomme van mijn markermethode af,’’ siste Ankie over de tafel heen, alsof enkel Trudy het kon horen.
‘‘Het is maar een instrument, lieve schat,’’ sprak de collega laconiek, ‘‘het mag nooit een doel op zich worden.’’
‘‘Kom, laten we het over het hek hebben. Daarvoor zitten we toch hier?’’ zei de onderbuurman, alsof het onderonsje tussen de mediators een onbeduidend intermezzo was geweest.
‘‘Ja,’’ zei de achterbuurvrouw, ‘‘ik heb er over na zitten denken en zou het niet gewoon het beste zijn om hem in de avonduren, laten we zeggen tussen zeven en zeven, op slot te doen en hem overdag open te laten?’’
‘‘Niet eens zo’n gek idee,’’ glimlachte de Duitser.
‘‘Wat vind jij ervan, Kasper?’’ vroeg de onderbuurman.
Ik voelde hoe zes paar ogen zich op mij richtten.
‘‘Wel,’’ hoorde ik mezelf aarzelend zeggen, ‘‘ik ging er eerlijk gezegd altijd al van uit dat dat ook de bedoeling was.’’
‘‘Ik kan morgen wel bij alle inwoners van het blok een briefje in de bus doen, dan is iedereen op de hoogte van deze afspraak,’’ stelde de oude man voor.
‘‘Nee, dit gaat de verkeerde kant op,’’ protesteerde Ankie. ‘‘Jongens, jongens, jullie zitten al in oplossingen te denken. Bij die fase zijn we nog lang niet. Geef elkaar eerst de ruimte om door te dringen tot de kern van het probleem.’’

Even was het gekraak op krakelingen het enige geluid dat rond de tafel klonk.
Toen zei Trudy: ‘‘Ach, misschien kan het geen kwaad om de boel eens lekker om te draaien. Dat kan best verfrissend werken. Durf te spelen.’’
Ze stond op uit haar stoel en maakte een voor haar stramme uiterlijk opmerkelijk soepele pirouette.
Ankie griste de markeerstift uit de hand van de oude man.
‘‘Hoe durf je mijn gezag te ondermijnen,’’ gromde ze en wierp de marker met een bovenhandse zwaai de lucht in. Het ding kwam vlak boven haar collega’s rechterwenkbrauw tot stilstand.
‘‘Ik ram die stift in dat stofnest van je!’’ kermde Trudy.
‘‘Dames,’’ suste de oude man, ‘‘dit is toch nergens voor nodig?’’
‘‘Nee, hier is duidelijk meer aan de hand dan het gebruik van een discussie-instrument’’, merkte de achterbuurvrouw op.
‘‘Misschien moesten jullie eerst eens op zoek gaan naar de kern van jullie probleem,’’ opperde de Duitser.
‘‘Probeer naar elkaar te luisteren,’’ droeg ik mijn steentje bij.

We fietsten gevijven terug naar onze buurt.
‘‘Dat hek, ik heb nooit helemaal begrepen wanneer dat nou een probleem geworden is,’’ zei de onderbuurman.
‘‘Was het dat dan ooit?’’ vroeg de Duitser.
‘‘Blijkbaar wel, anders was er toch geen burenbemiddeling nodig?’’ zei ik.
We naderden ons blok.
‘‘Zeg, hebben jullie nog zin om een borreltje te komen drinken?’’ vroeg de achterbuurvrouw verlegen.
‘‘Ja, waarom ook niet,’’ zei de onderbuurman.
‘‘Leuk idee,’’ mompelde ik.
‘‘Ik lust er wel eentje,’’ zei de Duitser.
‘‘Anders ik wel,’’ knikte de oude man.
Onze euforie onderdrukkend, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, wandelden we met onze fietsen aan de hand door het hek en sloten het af.

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Erik Wallert gaf zijn baan als journalist eraan om aan de Koninklijke Academie te Antwerpen schilderkunst te studeren. Op die academie worden nog technische vaardigheden geleerd, vaardigheden die Erik nu inzet in autonome tekeningen en illustraties. Hij put inspiratie uit oude grafiek, zoals krantenillustraties en strips uit het fin-de-siècle waarvan hij de sfeer en gratie toepast in tekeningen die evenwel over hedendaagse onderwerpen handelen.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer