Asset 14

Groot en klein

‘‘Ik ben héél groot,’’ zegt Annika de laatste tijd regelmatig. Soms heeft ze een punt. Als ze het roept naar een slak die wij op straat passeren, bijvoorbeeld. ‘‘Ik denk niet dat je hem daarvan hoeft te overtuigen,’’ wil ik dan nog weleens murmelen. Ik vraag me trouwens af waar al die slakken opeens vandaan komen. Voordat mijn dochter kon lopen zag ik ze nooit.

Annika is niet altijd even goed te volgen. ‘‘Ik ben héél groot,’’ snauwt ze als ze haar jas aan moet. ‘‘Nou, ik ben héél véél groter dan jij,’’ zeg ik dan, ‘‘en ik moet mijn jas ook aan. Het wel of niet aandoen van een jas staat geheel los van lengte dan wel leeftijd. Het heeft veeleer te maken met meteorologische omstandigheden.’’ Dat lijkt haar meestal wel te overtuigen. En dat terwijl het natuurlijk niet eens helemaal waar is. Wanneer ik alleen ben wil ik nog weleens doodleuk de deur uitlopen zonder eerst een blik uit het raam te hebben geworpen. Dat is onverantwoord gedrag waar je toch echt héél groot voor moet zijn, maar laat dat vooral een groot geheim voor kleine mensen blijven.

Er zijn dagen dat mijn dochter mij kleineert. Op zo’n dag moet alles precies zo gaan zoals zij het voor zich ziet. ‘‘Jij achter kompjoeter zitten,’’ gebiedt ze met wijzende vinger vanuit haar keukentje, wanneer ik even opsta om thee te zetten. ‘‘Nou, nou, jij kleine dictator,’’ lach ik. Stampvoetend brult mijn nageslacht: ‘‘ik ben geen dictator, ik ben een peuter.’’

Soms vindt Annika zichzelf klein. Wanneer ze gevallen is en moet huilen. Of als ik haar uit bad haal en in een handdoek tegen me aanhoud. ‘‘Ben een baby’tje,’’ spreekt ze dan dromerig tegen de beslagen spiegel. ‘Baby’ is trouwens het voorvoegsel dat ze aan alles geeft wat klein is. Zo heet een stukje kaas dat van haar boterham gevallen is ‘babykaas’, een chihuahua een ‘babyhond’ en een 7 inch-singeltje een ‘babyplaat’.

Illustratie: Gino Bud Hoiting

Dat niet iedereen alles aandoenlijk vindt wat uit mijn dochters mond komt, bleek wel toen we eergisteren achter een invalidenauto aan fietsten. Vervelende dingen vind ik dat; ze dwingen je constant je tempo te vertragen, maar ik durf ze ook niet in te halen, want zelfs als het fietspad daar breed genoeg voor is, ben ik bang daarmee mijn beperkte medemens te krenken. We fietsten dus op een laffe draf, tot Annika vanuit haar stoeltje achter mij het wagentje voor ons in het vizier kreeg. ‘‘Babyauto!’’ riep ze, op een toon alsof ze een Hollywoodster had herkend. Het voertuig remde zo plotseling dat we bijna van onze fiets gelanceerd werden.

‘‘Dát hoorde ik!’’ bulderde een stem in Mokumse tongval. Een bowlingbal van een hoofd aan een olievat van een nek stak uit het raampje.
‘‘Had u het tegen mij?’’ riep ik verdwaasd.
‘‘Nee, oetlul, tegen die koter van je. Maar ze zouden jouw soort eens moeten leren hoe je dat doet, opvoeden. Gadverdamme, nog geen greintje respect in je porum.’’
‘‘Meneer in babyauto,’’ kirde Annika en ze klapte in haar handjes, alsof ze getuige was van een onmogelijke circusact.
‘‘Ja, dat vind je leuk hè, misselijk kind,’’ rochelde het hoofd. ‘‘Maar voor die kut-Pool zijn stellage op mij liet vallen, was ik een hele meneer hoor.’’
Achter ons begon een file op het fietspad te ontstaan. Niemand kon of durfde er langs.
‘‘Ik had een Volvo en nu zit ik in een Canta,’’ snikte de man.
‘‘Meneer huilt, meneer is baby,’’ zei Annika.
‘‘Je bent zelf een baby!’’ brulde het hoofd, dat een dieppaarse kleur kreeg.
Het hoofd van mijn dochter verkleurde ook. Ik wist dat het nou echt hommeles was.
‘‘Ik ben héél groot. Ik ben een peuter’’, schreeuwde ze, haar knuistjes op mijn rug bonzend.
Ik wist niet wat ik moest zeggen, of ik wel iets moest zeggen. Ik was midden in een ruzie verzeild geraakt, waar ik zelf nauwelijks iets mee te maken leek te hebben. Gelukkig verdween het hoofd weer in het autootje. ‘‘Teringjeugd van tegenwoordig,’’ hoorde ik hem grommen en daarna tufte hij verder.

In een zijstraat stapte ik van mijn fiets en deed daar net zo lang Annikas jas open en dicht, tot de man uit het zicht verdwenen was. ‘‘Jij bent héél groot,’’ mompelde ik tegen de nasputterende mevrouw in het kinderzitje, maar ik wist niet meer zo goed wat dat betekende.

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer