Asset 14

Beste brandweer

'Ambulance, politie of brandweer?' vroeg de alarmcentrale. Het was donderdagavond, een uur of tien en het regende.
Ik vind het altijd heel wat om 112 te bellen, want ik ben een kind van de jaren tachtig, die wat mij betreft de geschiedenis in mogen als het decennium van kutgeintjes met de telefoon in de gang. Ik grossierde in alle variëteiten ervan (woont u aan de Sint Annalaan, nummer 12? Ja? Kunt u dan iets voor mij doen? Mijn parkiet zit in uw boom! Staat u nu voor het raam? Ziet u hem? Hij is felblauw met een beetje een kotskleur van boven HAHAHAHAAAA! Tuut-tuut-tuut). We klooiden vooral met de sekslijn natuurlijk, maar ook met de wetenschapslijn, met alle kerken in de stad, met alle leerkrachten van de basisschool, met onze tandartsassistente, maar één regel was heilig in de telefoonspelletjes-etiquette. Nooit de alarmlijn.

'Brandweer, denk ik,' antwoordde ik, zoals altijd een beetje angstvallig wanneer ik 112 heb gebeld. Dit komt door de reclame van Postbus 51 over de gevolgen van kloten met de alarmlijn, die mij toen het nummer van 112 nog 06-11 was een ongekende hoeveelheid angst- en schuldgevoelens inboezemde. Nu zei ik het dus weer een beetje besmuikt, terwijl toch echt een aanzienlijk deel van het Rembrandtpark in de fik stond.

'Dat ziet er niet al te best uit he?' zei een jongen die naast mij was komen staan.
'Nee,' zei ik.
Zij aan zij tuurden we in de vlammenzee, tot ik mij uit de hypnotiserende werking ervan wist te bevrijden en dus ‘de brandweer, denk ik’ zei. De fik was inmiddels metershoog en het rook best lekker naar kampvuur, maar kampvuurgeur is soms totaal uit de context, zoals op een regenachtige donderdagavond in een gitzwart Rembrandtpark. Hier en daar knapte en siste er iets.

Beeld: Gabor Roozen.

'Wat staat er in brand?' vroegen jullie.
Dat wist ik niet.
'Kunt u even gaan kijken?'
En zo liep ik op mijn hakken (ik was op weg naar een feestje) de drassige bosjes van een pikdonker park in, recht op een gigantische fik af. Menig horrorfilm uit het B-segment is beter begonnen. Ik wrong me door de bramenstruiken (mijn HEMA-panty delfde glansrijk het onderspit) en zag uiteindelijk de karkassen van drie scooters.
'DRIE SCOOTERS!' riep ik enthousiast in de hoorn en ook een beetje naar de jongen verderop en ik fantaseerde hardop over een shoot out, over mensensmokkel of een geripte drugsdeal.
'Blijft u daar om onze wagen op te vangen?' kapten jullie mijn oplaaiende verbeelding af.
Natuurlijk bleef ik! Want sinds ik uit de Gouden Boekjesserie De Vijf Brandweermannetjes kreeg voorgelezen, heb ik altijd zeer warme gevoelens voor jullie gekoesterd (die versterkt zijn nu ik weet waar jullie zwemmen. Ik liep terug naar de jongen en we keuvelden wat over zaken waar je met een wildvreemde in een pikdonker en verregend park met op de achtergrond drie ontploffende scooters meestal over keuvelt. We zeiden dingen als: ‘Nou, zo maak je nog eens wat mee he?’ en ‘Wat gek dat dat nog zo brandt in de regen nietwaar?’ En zo voorts.

Jullie sirenes hoorden we al geruime tijd naderen maar ook weer afzwakken - we zagen jullie eerst met zwaailicht en al de oostzijde van het park voorbij sjezen en later de zuidzijde. De in alle alarmgevallen standaard meegeleverde politiewagen was er eerder. 'U had gebeld?' vroeg een kortharige agente door het omlaaggedraaide raampje.
De jongen en ik knikten.
'Er was brand?' Nooit een woord teveel.
Wij wezen met een frons naar het lichterlaaie achter ons, dat in contrast met het absolute donker rondom en door het woeste knetteren ervan een nogal opzienbarend schouwspel vormde.
'Ok,' zeiden jullie politiecollega’s en draaiden langzaam het fietspad op.

Ik was door dit gebeuren inmiddels ruimschoots te laat voor mijn feestje en ook had ik ladders van de ergste soort in mijn panty (meer-been-dan-panty-zichtbaar-ladders, ladders overigens die minder erg zijn dan gewone huis-tuin-en-keuken-ladders want hier had ik tenminste nog een goed verhaal bij), in ieder geval moest ik, mijn nog heviger dan de scooters brandende nieuwsgierigheid ten spijt, de arena verlaten voordat jullie met de blusauto arriveerden.
Ik heb nog dagenlang het wereldwijde web uitgeplozen naar de toedracht en afloop van de shoot out - wat me veel interessants opleverde over zowel de Colombiaanse maffia als zelfmoorden in Amsterdamse parken, maar niets over de drie bewuste scooters. Dat geeft op zich niet.
Wat wel geeft, is wat ik vanochtend tijdens mijn rondje hardlopen vond. Namelijk: de drie scooterkarkassen! Het is inmiddels een week of vier later en dit is mijn vraag aan jullie. Of eigenlijk zijn het er acht.

Waarom liggen die daar nog? Wanneer halen jullie ze op? Of zijn jullie gewend dat alles wat affikt (zoals huizen, auto’s, vrouwen) ván iemand is en dat diegene het zelf wel regelt? Weten jullie hoe slecht een scooter voor het milieu is? Ook als hij niet eens rijdt, maar in de bosjes ligt te degraderen? In drievoud? Denken jullie dat je dit ooit zult lezen? Zoja, MAG IK PLEASE WETEN WAT DAAR IS GEBEURD?

Mail

Laura van der Haar is archeoloog en schrijver.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer