Asset 14

Onder water zijn

Ze woont alleen, werkt hard en heeft naast haar werk steeds minder energie voor een sociaal leven. Ze voelt dat er iets mis is, een druk op haar borst maakt haar ongerust. Een kort verhaal van Anne Wijn in het licht van de Hard//hoofd Apocalypsweek.

Ze bedacht zich dat ze nu dood zou zijn geweest, als ze niet naar de uitslagen van de bloedtests had gevraagd.

...

Ze was 26 en promoveerde op iets ingewikkelds in een hoogstaand chemisch lab. Ze was er goed in, maar vaak vond ze het moeilijk zich te herinneren waarom ze er ooit aan was begonnen. Ze werkte hard, bijna elke avond hing ze tot een uur of zeven boven de kweekschaaltjes. Soms liepen besprekingen uit en was ze niet voor tienen thuis. Ze vond het fijn om met een sigaret nog wat door de stad te fietsen na haar werk, een ommetje te maken en het tl-licht van het lab uit haar ogen te krijgen. Vaak dronk ze iets te veel droge witte wijn als ze vervolgens thuiskwam, om dan met een serie aan in slaap te vallen. Ze had twee katten in haar eenpersoonsappartement, het liefst zat ze met hen op schoot op het balkon in de zon. Maar daar was eigenlijk nooit tijd voor.

Aan het begin van het nieuwe jaar werd ze steeds vaker moe. Ze nam af en toe de metro omdat fietsen haar te veel begon te worden. Ze probeerde vroeger naar bed te gaan, maar werd steeds minder makkelijk wakker. Soms vergat ze ’s avonds als ze thuiskwam de katten eten te geven. Dan vond ze hen de volgende ochtend krabbend aan de leuningen van de bank, verwijtend miauwend als ze eerst een sigaret ging roken.

Ze voelde dat er iets mis was, een druk op haar borst maakte haar ongerust. Ze werkte gewoon te hard, iedereen zei het haar. Ze was naar de huisarts geweest, die had haar aan alle kanten onderzocht. Stress was inderdaad de conclusie. At ze voldoende, sliep ze genoeg? Zou ze niet eens stoppen met roken? Vroeger naar bed, meer groente en minder wijn. Haar hart kon het niet zijn, zo had de huisarts haar verklaard. Ze was te jong om iets aan haar hart te hebben.

Ze ging door, wat moest ze anders? Ze woonde alleen, naast haar werk had ze eigenlijk weinig zin en energie over voor mensen, laat staan liefde. Haar vrienden werkten ook allemaal hard, het hoorde erbij als je jong en ambitieus was. Ook haar verslavingen hoorden erbij. Die hielpen haar tijdelijk te ontsnappen aan een verdrietig gevoel dat ze al tijden met zich meedroeg. Wanneer dat gevoel gekomen was, wist ze niet meer. Wel dat het roken en de wijn onmisbaar waren geworden.

Op een avond voelde haar lichaam beroerder dan ooit. Ze lag op bed. Ze had zin in een sigaret maar haar pakje lag op het balkon en het idee er naartoe te moeten lopen joeg haar de stuipen op het lijf. Ze ging de volgende ochtend vroeg nog eens naar de huisarts. Niet zeuren, gewoon op de fiets. De assistent zou, na wat aandringen, toch even bloedprikken en een hartfilmpje maken, dat kon geen kwaad. Eenmaal bezig met de meting, raakte de assistent gefrustreerd. De waardes konden helemaal niet gemeten worden bij zo’n gezonde jonge vrouw. Ze moest er niet te veel van verwachten, zei hij; de uitslagen zouden niet erg betrouwbaar zijn.

De huisarts kon inderdaad niet veel met het hartfilmpje. Ze moest maar een afspraak maken met de cardioloog, zo zei hij. Daar voelde ze niks voor. Het idee zich voor zo’n afspraak weer een middag ziek te moeten melden maakte haar gestrest. ‘Kunt u dan misschien nog naar de uitslagen van de bloedtests kijken?’ Ze vroeg het maar, blijkbaar dacht hij er zelf niet aan. ‘O ja, helemaal vergeten. Momentje, ik zal ze er even bij pakken.’

...
hardhoofdannewijn
Het stokken van de adem van de huisarts was een van de weinige dingen die ze zich later nog kon herinneren. Hij trok wit weg en keek haar aan. ‘Ik ga nu een taxi voor je bellen.’ Alles daarna leek als een roes voorbij te zijn gegaan. De gehaaste rit naar het ziekenhuis, ineens bleek fietsen levensgevaarlijk. De muffe geur van zweet in de leren bekleding van de auto, ze nam nooit de taxi. In het ziekenhuis moest ze meteen al haar kleren uittrekken. Hoe vaak er geprikt en gescand was, wist ze niet meer. Wel herinnerde ze zich de bezorgde blikken terwijl haar voortdurend gezegd werd zich vooral niet druk te maken. Hoe ze bedacht dat ze ooit had gehoord dat het voor verpleegkundigen het moeilijkst was om een jong iemand te zien sterven.

De wirwar aan buizen en snoeren die uit haar lichaam staken, hoe ze aan alle kanten aan haar trokken als ze zich uit bed boog om bij haar telefoon te kunnen. Dat ze zo stil mogelijk moest blijven liggen. Hoe niet onder stoelen of banken gestoken werd dat haar hart het weleens zou kunnen gaan begeven. Haar huilende ouders aan het bed. Hoe ze alleen maar kon denken dat iemand de katten eten moest geven.

Dat de artsen haar alles die avond nog eens uitlegden. Ze moest proberen te slapen, ze moest energie hebben voor de volgende ochtend, ze moest deze nacht zien door te komen. En als ze wilde plassen kon ze om een po vragen. Hoe ze die nacht niet kon slapen. Denkend aan de grote naald die de volgende ochtend zonder verdoving dwars door haar lijf in haar hartzakje geprikt zou worden. Een liter vocht moest die naald eruit zien te krijgen. Haar hart had al weken in een liter vocht gezwommen, proberend haar in leven te houden. Een ontstoken hartzakje, ze had er dagen mee gewerkt, gefietst, gerookt, gedronken.

Dat het ineens stil was geworden in haar hoofd. Alleen in de kamer, in het kleine bed, met het piepen en het blazen van al die apparaten als het ritme waarop haar gedachten haar tegemoet kwamen kabbelen. Wat als ze de nacht helemaal niet doorkwam? Als het te laat bleek te zijn? Wat als dit het nu was: haar dood?

Hoe haar hoofd steeds verder vol liep. Haar gedachtes niet meer kabbelend maar klotsend tegen de wanden van haar geweten. Hoe zou het zijn om er niet meer te zijn? Oplossen in het niets, zomaar, in dit kleine bed, in de donkere kamer? Zou ze haar best hebben gedaan zichzelf te redden? Zou ze zichzelf uit haar verdoving getrokken hebben, uit haar wijn, haar sigaretten, haar lange dagen? Voor haar onderzoek, haar collega’s, haar vrienden? Haar ouders, haar katten?

...

Ze kon zich nog herinneren dat ze het niet zeker wist.

 

Mail

Anne Wijn is Hard//hoofd-redactielid. Ze kon niet kiezen tussen journalistiek en verpleegkunde en probeert die twee nu maar te combineren.

Wies van der Velde is illustrator, wonend en werkend in Den Bosch. Ze werkt vooral met kleurpotlood en Lino, die samen een mooie balans vormen.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Asrest 1

Nieuwe materialen voor de huid

Voor de Klimaatweek schreef Pieter Van de Walle een gedicht bij het element water, waarin een onheilspellende stilte voor de storm weerklinkt. Lees meer

Asrest

Asrest

Voor de Klimaatweek schreef Meliza De Vries een gedicht bij het element vuur, vol vlammen die telkens weer vergeten worden. Lees meer

onder ons vergeten

onder ons vergeten

Voor de Klimaatweek schreef Johannes Lievens een gedicht bij het element aarde, over vallen en loslaten. Lees meer

De hitte is zwaar als ze op je valt

Voor de Klimaatweek schreef Anke Verschueren een gedicht bij het element lucht, waarin iemand bijzondere souvenirs van omzwervingen verzamelt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

 1

Waarom ik geen danser kon worden

In het Hoofd//stuk doen schrijvers een poging om de weg naar het verhaal vast te leggen. Welke tips hadden zij willen krijgen toen ze begonnen? Welk advies zullen ze nooit en dan ook nooit meer opvolgen? Wat is hun advies? Lees het in het Hoofd//stuk. Annelies van Wijk trapt af met de vraag hoe je (g)een alwetende verteller wordt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Dit. Is. Goddelijk. Alternatief kerstverhaal Annemieke Dannenberg Dymphie Huijsen

Dit. Is. Goddelijk.

Joost is op vakantie in Spanje met zijn zwangere vriendin. Maar is de baby van hem, of van Marina’s open relatiescharrel HG? Begint Joost ongelovig te worden, of moet hij zijn liefdesbaby maar gewoon omarmen?
Een tragikomisch kerstverhaal door Annemieke Dannenberg. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Roodborstjes

Roodborstjes

Een kort verhaal over sterren en waxinelichtjes, over dromenvangers en warhoofdvragen. En over menselijke roodborstjes. Lees meer

Prooidier

Prooidier

In haar afstudeerbundel Prooidier, waarmee ze de Nieuwe Types Afstudeerprijs won, onderzoekt Tessa van Rooijen het onderdeel zijn van de natuur en (niet) zijn als alle andere vrouwen. Lees meer

Ik eindig steeds een stukje kleiner

Ik eindig steeds een stukje kleiner

Eline van Wieren dicht over jezelf opeten, een mintgroene jumpsuit en het hebben van een moeilijke relatie met je lichaam. Lees meer

Of gewoon een boom

Of gewoon een boom

''We kunnen met schuim een nieuwe dampkring spuiten 
en van oceanen spiegels maken
alle fietshelmen, alle daken 
bedekken met restjes zilverpapier'' Lees meer

Pictionary voor beginners

Pictionary voor beginners

"Ik wil je zeggen dat dit het moment is
het moment om mijn mond als een schelp aan je oren te leggen
en de hele wereld die nu zee is daar te horen ruisen." Lees meer

Tabak en rooksignalen

Tabak en rooksignalen

De verteller van dit verhaal leeft al meer dan twee jaar teruggetrokken in een blokhut in het bos, tot op een dag zijn voorraad tabak op is. Er zit niks anders op dan terug te keren naar de bewoonde wereld. Lees meer

Zilt

Zilt

''wij zeggen dat het niet erg is van de barsten
die we met onze vingertoppen volgen
als autowegen naar het zuiden''
Ellis Meeusen is één van de 160 klimaatdichters die samen de bundel Zwemlessen voor later maakten. Zij hebben één gedeelde zorg: de toestand van de aarde. Geïllustreerd door Lisette van der Maten. Lees meer

Is dit nu wat ze bedoelen met tot stof wederkeren

Is dit nu wat ze bedoelen met tot stof wederkeren

''In de winter vermijd ik de hoofdstad. Er slapen meer mensen op straat dan ik aan het kind in mij kan uitleggen.'' Lies Jo Vandenhende is één van de 160 klimaatdichters die samen de bundel Zwemlessen voor later maakten. Zij hebben één gedeelde zorg: de toestand van de aarde. Geïllustreerd door Jamie Nee. Lees meer

Het Waait 5

Het Waait

'Een groot gedeelte van ouder zijn is voor mij niet begrijpen waarom iedereen hetzelfde klinkt.' Daniëlle Zawadi onderzoekt in deze poëtische monoloog de eenzaamheid van in het midden staan, het begrip Sonder en hoe je moet praten met een zielenknijper. Lees meer

Kind zonder uitknop

Kind zonder uitknop

Frederike Luijten schreef een experimentele reeks gedichten over ADHD, waarin mensen in bomen veranderen en lucky paper stars vouwen als oplossing voor hun angsten. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers een vrije ruimte kunnen blijven bieden en hen optimaal kunnen ondersteunen. Sluit je nu aan en ontvang kunst van talentvolle kunstenaars.

Sluit je aan