Interdisciplinair is het nieuwe zwart. Maar ook naar deze kunst moet kritisch gekeken worden, betoogt Floris." /> Interdisciplinair is het nieuwe zwart. Maar ook naar deze kunst moet kritisch gekeken worden, betoogt Floris." />
Asset 14

Al dat geïnterdisciplineer weer...

Alles is interdisciplinair, tegenwoordig. In elk geval in de kunsten. Er is geen concertzaal, of ze houden wel eens een filmvertoning; geen dansgezelschap of ze nemen een geluidskunstenaar in de arm; geen museum of ze schakelen een theatermaker in op de vrijdagavond. En dat is dan nog de gevestigde orde. In een beetje zichzelf respecterende bedompte project space, in een willekeurige oude loods op een edgy dans- of muziekfestival met een Engelse naam word je al gauw geconfronteerd met iets ongedefiniëerds performance-installatie-maak-je-eigen-kunstwerk-achtigs. Geen idee wat het is, dus het zal wel kunst zijn.

Avantgarde
En dat gaat niet altijd goed. Het Nieuw Ensemble probeerde onlangs samen met Emio Greco | PC en een heleboel electronica een totaalvoorstelling te scheppen waarin de bewegingen van de danser werden geregistreerd en geresampled als geluid, zodat Emio tegelijkertijd kon interageren met de muzikanten, de soundtrack, en met een doelbewust statische zangeres in een theatrale setting. En er was ook nog iets met video. Het resultaat kwam in al die interacties niet uit de verf en hing ook nog eens als los zand aan elkaar: de muziek was goed maar de rest niet. Interdisciplinair is blijkbaar niet altijd beter.

Je zou haast denken: waarom gaan ze niet gewoon dansen en muziek maken? Maar dat is nou juist het probleem. Keer het eens om: waarom zou je nog gewoon gaan dansen of muziek maken (of schilderen, of theater maken op een podium met een plot en personages)? Dat is immers allang gedaan. Het aantal relevant van elkaar verschillende combinaties van bewegingspatronen is ondertussen wel uitgeput, en ondanks de rijkdom aan microtonen, reeksen, toevalsmodulaties en digitale vervormingen lijkt de meeste avantgarde-muziek toch ook wel erg op elkaar. Je kunt het natuurlijk ook gewoon voor de lol doen, maar dan moet je het niet op een podium brengen als Iets Dat Belangwekkend Is Om Te Zien. Nee, als je als kunstenaar iets interessants wil doen zul je toch letterlijk iets Anders moeten maken: dans die geen dans is, theater zonder theater, kinetische installaties die alleen voor de archivering nog als ‘sculptuur’ aan te merken zijn. Interdisciplinariteit is een verplichting geworden.

Vroeger
Als je dit soort dingen beweert, zijn er altijd mensen die tegenwerpen: Ja maar kunst was toch altijd al interdisciplinair? Musici en dansers hoorden toch altijd al samen, en vroeger had je toch ook al opera? Het ideaal van het Gesamtkunstwerk is toch minstens zo oud als Wagner en de Art Nouveau streefde toch ook al naar kunst die in alle domeinen van het leven doordrong? Ja, dat klopt, ook al wordt het niet zo genoemd. Maar het is nog niet problematisch. Wagner vond misschien de opera wel een genre dat was achterhaald door zijn Bühnenspiel, en Berlage vond misschien de schilderkunst op z’n best nog geschikt als muurdecoratie, maar die kritiek op individuele genres is nog doortrokken van een optimisme over De Kunst in het algemeen. Tegenwoordig, daarentegen, overschrijden kunstenaars de disciplinaire grenzen eerder uit een soort van verlegenheid: wat moeten we anders? De traditionele kunstvormen zijn saai geworden. Onze hele leefomgeving is al doordrongen van beelden, geluiden en ontwerpen op een schaal die geen Gesamtkünstler honderd jaar geleden voor mogelijk had gehouden. De grenzen zijn vervaagd, niet eens zozeer tussen hoge en lage kunst, als tussen kunst en niet-kunst. Het materiaal zelf is veranderd: de beelden zijn niet meer van verf gemaakt maar van pixels, de muziek komt niet meer uit een instrument maar uit een kastje. Kort samengevat: het volstaat niet meer om “kunst” te maken. Het zal me worst zijn of het kunst is, als het maar interessant is. En vandaar dus dat kunstenaars de grenzen van hun discipline aftasten en nieuwe hybride genres ontwikkelen. Wat moeten ze anders?

Doe-het-zelf
Het ontbreekt alleen aan een goede kritische afweging. Er wordt, kort en goed, maar wat geïnterdisciplineerd. Terwijl de monodisciplinaire kunst zo langzamerhand de uitzondering aan het worden is, zijn de kunstopleidingen nog steeds disciplinair verkaveld en de kunstkritiek al helemaal. De kunstenaar die met z’n tijd mee wil gaan en dus niet in z’n discipline blijft hangen moet feitelijk steeds opnieuw het wiel uitvinden, met het risico dat het nooit goed is. Op zich geen slecht uitgangspunt, maar in plaats van er stilzwijgend van uit te gaan dat interdisciplinariteit moet, of stelliger nog dat het goed is, kunnen we beter vragen: hoe precies?

Het is ook niet makkelijk. Je kunt wel een filmpje bij je theatervoorstelling projecteren, of zoals het voorbeeld hierboven elke discipline erbij halen die er nog bij past op het podium, maar dat betekent niet dat je kunstwerk daarvan automatisch beter wordt. Een paar jaar geleden voerde de componist annex muziekcriticus Kyle Gann een briljante eenmansopera op bij het ondertussen ter ziele gegane Composer’s Forum. Naderhand hoorde ik dat dit de tweede versie was: bij de eerste versie van Custer and Sitting Bull had Kyle gedacht dat hij zelf wel even de tape kon maken. Gelukkig had hij later fondsen kunnen lospeuteren om alsnog een geluidskunstenaar in de arm te nemen. Om een goed interdisciplinair werk te maken, heb je professionele vaardigheden in alle betrokken kunstvormen nodig, en dan moet je die verschillende creatievelingen nog managen ook.

Je kúnt het natuurlijk ook zelf doen. In de beeldende kunsten heb je videokunst, performances en taalkunstwerken waar geen cameraman, regisseur of dichter aan te pas komt, en die vaak dan ook een doelbewust onbeholpen indruk maken. In dat opzicht is er een onderscheid tussen professionele en do-it-yourself interdisciplinariteit. De film die je maakt bij een balletvoorstelling moet gewoon goed in elkaar zitten, maar de film die je maakt als conceptueel kunstwerk mag soms slordig zijn. (Soms!) En dan is er nog experimenteel werk waarbij je niet zozeer andere kunstenaars nodig hebt, als wel goede technici: het valt nog niet mee om een goede kinetische installatie of een goed stuk mediakunst in elkaar te zetten. Al heb je ook hier kunstenaars die zich op technici en assistenten verlaten, en kunstenaars die zelf graag knutselen: niet alleen in de beeldende kunsten maar ook in de mediakunst is een kunstenaar vaak een verlicht knutselaar.

Veel van het werk van de doe-het-zelvers valt binnen functioneel vaag omschreven genres: termen als performance, installatie en new media art verwijzen niet zozeer naar een techniek of materiaal als naar een gat in het taalgebruik. Je zou zulke genres transdisciplinair kunnen noemen, in onderscheid met multidisciplinair werk waarin je de verschillende disciplines nog van elkaar kunt onderscheiden en tot op zekere hoogte los van elkaar beoordelen. Zolang je kunt zeggen, “mja, leuk theaterstuk, jammer alleen van die stomme video’s” is het nog multidisciplinair, terwijl je dat niet zo makkelijk kunt zeggen van een multimediale performance in het NIMK. Dit tweede onderscheid overlapt niet volledig met het eerste: je kunt ook doe-het-zelven zonder alle disciplinegrenzen overhoop te gooien, en je kunt ook professioneel samenwerken om iets te maken dat in geen herkenbaar genre meer thuishoort.

Wat het vooral niet makkelijk maakt, is dat je met deze twee onderscheiden interdisciplinair werk op twee verschillende manieren kunt waarderen. Je kunt laatdunkend doen over de doe-het-zelver (ik citeer bezoekers van de Kunstvlaai: “crea-bea”, “leuk, net de kleuterschool”) en tegelijkertijd het strijkkwartet met videokunst verwijten dat ze de grenzen tussen de disciplines toch niet echt overstijgen. Het is, kortom, nooit goed.

Kunstkritiek
En dat is niet alleen een probleem voor de kunstenaars. Het is ook een probleem voor de kunstacademies. Het is al lastig genoeg om mensen grafisch design te leren (laat staan “beeldende kunst”) maar hoe leer je ze interdisciplinariteit? Je kunt natuurlijk de hele afdeling grafisch design verplicht op dansles sturen, maar of dat beter grafisch design oplevert is maar de vraag. En het is vooral ook een probleem voor de kunstkritiek. Terwijl de hele kunst- en cultuursector interdisciplineert dat het een lieve lust is en er zelfs video’s worden geprojecteerd op de Nachtwacht en kathakdansers ronddartelen in het Concertgebouw, is alle kunstkritiek nog ouderwets onderverdeeld in dans, muziek, theater, beeldende kunst, architectuur, literatuur en film. Het resultaat is dat je maar moet hopen dat de dansrecensent ook wat affiniteit heeft met film en theater, en niet één of andere dansdoos is die alleen naar de danspasjes kijkt. Want helaas is dat laatste vaak het geval. Gelukkig zijn er nog muziekrecensenten met een open mind die een heel katern ter beschikking krijgen voor het Sonic Acts festival, anders had het krantenlezende publiek er nooit van gehoord. Maar deze situatie is te precair om te laten voortbestaan. Zolang de kunstkritiek nog is opgedeeld in dansrecensenten, muziekrecensenten, theaterrecensenten, literatuurcritici, architectuurcritici, filmrecensenten en mensen die schrijven over beeldende kunst, zal een aanzienlijk deel van de kunstproductie die de moeite van het bespreken waard is aan het publiek voorbijgaan, of worden beoordeeld op een manier die voorbijgaat aan wat het interessant maakt. Het is tijd, kortom, voor een recensent interdisciplinair.

[Is dat een open sollicitatie? Sort of.]

Mail

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Hoeveel romcoms tot ik het voel? 1

Hoeveel romcoms tot ik het voel?

De liefde is een onuitputtelijke bron van inspiratie. In films, boeken en muziek blijven mensen proberen haar te vangen, en al die creatieve expressie wordt gretig geconsumeerd – ook door Nouhaila el Khannoussi, die ondanks haar fascinatie voor fictieve liefdes zelf nog nooit verliefd is geweest. In dit persoonlijke essay vraagt ze zich af wat verliefdheid eigenlijk is. Lees meer

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer