Hard//hoofd

Hard//hoofd wil aan je muur! Word kunstverzamelaar

Vlechten

Cadavre (XXXI)

Tekst Eline van Wieren &
Illustratie Mieke Stuiver

In het Cadavre staren schrijvers nooit naar een leeg vel papier. Ze gebruiken de laatste zin van hun voorganger als begin voor iets nieuws. Zo spelen ze een woordspelletje dat al jaren geliefd is bij verveelde kinderen en Parijse surrealisten.
Vandaag schrijft Eline van Wieren verder met de famous last words van Mick Lindo.


Wat een geluk dat ik daar zit, op dat moment, op die plek, en niet iemand anders. Schuin, met mijn benen links van het toilet. De delen van mijn billen die niet bedekt zijn met onderbroek plakken tegen het plastic deksel. Het reservoir loopt zachtjes vol met water en achter me staat Martha, met in haar hand een houten borstel.
Ze begint bij de onderste tien centimeter. Steeds omklemt ze een nieuwe pluk met haar vrije hand en maakt korte, snel op elkaar volgende halen. Mijn handen liggen met de palmen naar boven in mijn schoot en elke keer als Martha met haar nagel langs mijn achterhoofd gaat om een nieuwe pluk haar te pakken, ben ik een puppy. Pluk een, mijn tong hangt uit mijn bek. Pluk twee, mijn staart kwispelt zachtjes. Pluk drie, een rilling trekt door mijn wervels en ik schud me voorzichtig uit.
‘Heb je het koud?’
Ik schud mijn hoofd. Ik draag een groot wit t-shirt met op de borst een slapend kind geborduurd en woel met mijn tenen door het hoogpolige tapijt dat om de wc-pot ligt.
Deze badkamer lijkt op de badkamer van het huis waarin ik opgroeide, lichtgroene stenen en vuile voegen, maar de geur is anders. In mijn herinnering ruikt het naar bleek en eucalyptus, hier ruikt het naar de vier lavendel geurzakjes die door de kleine ruimte verspreid zijn.
Martha borstelt van het begin van het haar op mijn voorhoofd tot het einde tussen mijn schouderbladen. Het enige wat je nog hoort zijn de tanden van de borstel langs mijn haren en onze ademhaling.
We ademen uit van haarzakje tot gespleten uiteinde, ademen in als de borstel zich door de lucht weer naar het begin begeeft. We zouden een heel leven door kunnen gaan als iemand ons af en toe wat water en een Happy Meal komt brengen.
‘Zal ik het voor je invlechten? Dan raakt het vannacht niet weer in de knoop.’
Ik knik. De vingertoppen van Martha zijn zo zacht dat ik ze stuk voor stuk zou willen kussen.
Bij de wasbak maakt Martha haar handen nat zodat ze meer grip heeft tijdens het vlechten. Van mijn moeder heb ik geleerd dat je een onrustige baby met een vinger over de brug van zijn neus moet aaien. De ogen zullen met iedere beweging een beetje verder sluiten tot de baby slaapt. Mijn ogen sluiten per pluk die Martha aan de vlecht toevoegt. Als ze klaar is legt ze haar handen op mijn schouders en ik laat mijn hoofd naar links buigen tot mijn wang op de rug van haar hand ligt. ’s Avonds slapen we in hetzelfde bed zonder elkaar aan te raken.

Over twee weken borduurt Fenna Riethof verder op Eline's laatste zin.

Deel op of
Eline van Wieren
Mieke Stuiver
b
a
a