Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Conversatie​houdgreep

Een tip over verouderde smalltalk

Tekst Yentl van Stokkum

‘Wanneer ga jij nou aan de kinderen,’ wordt mij gevraagd op een feestje, terwijl ik met de scherpe kant van mijn vorkje een stuk vlaai in tweeën splijt. De toon verraadt dat er maar één goed antwoord is. Ik kijk naar een bosbes die tussen de twee stukken in op het bordje glijdt en zo nergens meer bij hoort. Ik overweeg mijn opties. Schuif ik hem terug op een van de twee stukken? Prik hem op en eet ik hem als eerste? Bewaar ik hem? Er is veel mogelijk met een losse bosbes en zolang ik bedenkelijk naar mijn bord kijk, hoef ik niet te antwoorden.

De kindervraag wordt mij, sinds ik aan de verkeerde kant van de 25 ben beland, ben afgestudeerd, werk en een vaste relatie heb, regelmatig gesteld. Vaak door mensen die ouder zijn dan ik. Over het algemeen door mensen die zelf kinderen hebben. Meestal door vrouwen. Altijd door mensen die mij niet per se goed kennen. Alsof ook deze vraag een vorm van smalltalk is, vergelijkbaar met vragen omtrent de liefde of je werk.

Wanneer ik geluk heb geformuleerd als ‘zijn jullie al met kinderen bezig?’, of ‘denk jij al aan een kleintje?’ Wanneer ik pech heb: ‘beginnen je eierstokken al te klapperen/ratelen?’ (Waarom klinken eierstokken eigenlijk altijd irritant?)

Soms zegt iemand dat ik een leuke moeder zou zijn.

De kindervraag is een conversatiehoudgreep; eenmaal erin beland weet ik nooit wat de juiste beweging is om te ontsnappen. Antwoorden als:

‘Ik weet niet zeker of ik wel kinderen wil.’

‘Voorlopig nog niet.’

‘Na mijn bestseller.’

En:

‘Nooit.’

Kunnen rekenen op ‘wacht maar,’ en ‘als je eenmaal in de dertig bent,’ en ‘voor je het weet is het te laat,’ én nog iets over eierstokken en het geluid dat deze produceren. Dit soort reacties bezorgen me het verontrustende gevoel dat kinderen krijgen mijn voornaamste doel in het leven is. Alsof de ander eigenlijk zegt: ‘dit is de potentie van je lichaam, ga maar waarmaken.’

Zelf denk ik dat het krijgen van kinderen wel wat bedachtzaamheid verdient. Niet alleen met betrekking tot je carrière of individualiteit, maar ook op het gebied van milieu en overbevolking lijkt het me normaal om het voortplanten te bevragen. Daarbij zijn er genoeg vrouwen die geen kinderen willen of kunnen krijgen. Zou op basis daarvan de kindervraag niet al lang van het smalltalk-lijstje moeten zijn geschrapt?

Ik schuif de bosbes heen en weer op mijn bord. Prik hem op en adem in om te zeggen dat een vage bekende niets met mijn voortplanting te maken heeft. Ook tijdens ongemakkelijke feestjes ben ik baas in eigen buik. Ik adem in om te zeggen dat eierstokken geen geluid maken en dat het idee dat het enige ‘lang en gelukkig’ van een vrouw samenhangt met moederschap verouderd is. Zelfs Disney heeft dit inmiddels begrepen.

Maar het is niet de schuld van de vraagsteller dat ze mij vraagt wat haar waarschijnlijk ook vaak genoeg gevraagd is. Het is niet haar schuld dat de kindervraag nog altijd onder smalltalk valt. Laten we hem schrappen en het over de liefde hebben.

Beeld via Flickr
Deel op
Yentl van Stokkum (1991) was ooit, op een blauwe maandag, kunstdocent in het middelbaar onderwijs. Nu schrijft ze theaterteksten, hoorspelen, poëzie en essay’s. In 2017 studeert ze af aan de HKU-opleiding Writing for Performance.
b
a
a