Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Messy shit

Essay

Tekst Lot Veelenturf &
Beeld Evelien Cambré

Wat als de beide uiteinden van de zogenoemde gender binary je koud laten? Lot Veelenturf veranderde hun naam en begon daarmee een zoektocht naar hun nieuwe stem. De acceptatie van hun flexibele genderidentiteit vereist ook een onbevooroordeeld luisteren van hun omgeving, aan wie Lot zich opnieuw voorstelt.


Ik heb mijn vader vanaf mijn vijftiende een tijdje niet gezien. Op de verjaardag van mijn halfzus kwam ik hem twee jaar geleden voor het eerst weer tegen. Het is gek om iemand die je eigenlijk heel goed kent opnieuw te ontmoeten. Want terwijl hij dezelfde persoon met een grote buik, een baard en cowboylaarzen is gebleven, heb ik mijn naam veranderd. Sinds een paar jaar stel ik mezelf voor als Lot. Het is een naam die ik heb gekozen omdat hij minder meisjesachtig is dan mijn oude naam en dat past beter bij mij.

Het was wennen voor mijn vader. Dat merk ik bij iedereen aan wie ik me opnieuw voorstel. Iedere keer hou ik een soort pitch waarin ik duidelijk maak waarom mijn nieuwe naam beter weerspiegelt wie ik ben en telkens voelt het alsof ik op een soort speeddate ben, maar dan met mijn vrienden, kennissen en familie.

Mijn vader vertelde me dat hij daadwerkelijk weer is begonnen met daten. Nauwkeuriger gezegd: hij is begonnen met het reageren op contactadvertenties uit Trouw en de Volkskrant. Volgens hem toch de wat intelligentere kranten: 'ik hoef niet met zo’n Telegraaf-type.' Hij vindt het spannend en leuk tegelijk, maar vooral gek om zich op zijn leeftijd opnieuw aan de wereld te moeten presenteren.


Nergens naar op weg


Over het jezelf presenteren haalt schrijfster Maggie Nelson in De Argonauten John Cage aan, de componist van de beroemde 4’33 minuten stilte. Cage antwoordde een journalist die hem vroeg zichzelf in een notendop te omschrijven: ‘Get yourself out of whatever cage you find yourself in.' Over Cage zelf zegt Nelson: ‘He knew that his name was stuck to him, or he was stuck to it. Still, he urges out of it.' Cage wilde zich ontworstelen aan een bepaald genre binnen de muziek en eigenlijk is dat helemaal niet zo’n gekke metafoor voor mijn situatie. Mede door mijn oude naam voelde het alsof ik vastzat in het hokje van ‘meisje’ (of de kooi, zoals Cage het ironisch genoeg zelf verwoordde). ‘Meisje’ is een genre binnen het grotere systeem dat gender heet. Aan dat genre probeer ik me te ontworstelen.
Mijn genderidentiteit bevindt zich in het grijze gebied dat je misschien inderdaad het beste kunt omschrijven als ‘messy shit’.

Nelson vertelt in De Argonauten ook over haar lief Harry, die zijn genderidentiteit uitlegt op een manier waar ik me wel in kan vinden. ‘"I’m not on my way anywhere", Harry sometimes tells inquirers. How to explain, in a culture frantic for resolution, that sometimes the shit stays messy?’ Ik ben ook nergens naar op weg. Hoewel (en misschien juist omdat) ik me ervan bewust ben dat je mannelijkheid en vrouwelijkheid op heel veel verschillende manieren kunt invullen, laten beide uiteinden van de gender binary me koud. Mijn genderidentiteit bevindt zich in het grijze gebied dat je misschien inderdaad het beste kunt omschrijven als ‘messy shit’. Als ik me voorstel aan mensen gebruik ik wel een andere term. Ik gebruik het woord genderqueer, wat zoveel betekent als non-binair.
Genderqueer kun je net als mannelijkheid en vrouwelijkheid op een heleboel verschillende manieren invullen. Het heeft bij mij even geduurd, maar ik ben er nu achter dat het niet betekent dat ik alleen maar in jongens- of genderneutrale kleren rond mag lopen. Het kan soms zo zijn dat ik zin heb om een jurkje te dragen en me daarmee op een manier presenteer die mensen ‘lezen’ als vrouwelijk, maar dat wil dan niet zeggen dat ik niet genderqueer ben.

Er ontstaat zo wel vaak verwarring bij andere mensen over wat ik dan ben. Het gevolg is dat het soms voelt alsof ik meedoe aan een programma als Adam Zkt. Eva, maar dan zonder tropisch eiland en met mij als enige naakte persoon. Het is alsof de halve wereld ineens het idee heeft dat ze me naar mijn geslachtsdelen mogen vragen, zo vastberaden zijn ze om erachter te komen aan welke kant van het man-vrouwspectrum ik thuishoor.


In tongen spreken


Je zou die gender binary waarop sommigen me proberen te plaatsen ook kunnen zien als twee stemmen. Schrijfster Zadie Smith zegt daarover in haar essay Speaking in Tongues: ‘Whoever changes their voice takes on, in Britain, a queerly tragic dimension. They have betrayed that puzzling dictum “To thine own self be true” so often quoted approvingly as if it represented the wisdom of Shakespeare rather than the hot air of Polonius.’
Juist omdat dat ‘eigen zelf’ wordt opgelegd door anderen is het belangrijk om dit 'zelf' te bedriegen door een andere stem aan te nemen.

Ik herken de noodzaak van het je ‘eigen zelf’ niet trouw blijven. Juist omdat dat ‘eigen zelf’ wordt opgelegd door anderen is het belangrijk om dit 'zelf' te bedriegen door een andere stem aan te nemen. Het veranderen van mijn naam en de daarmee gepaard gaande zoektocht naar mijn stem lijkt voor sommigen zelfs persoonlijk te worden en te voelen als verraad. ‘Maar je was altijd zo’n meisje’, zei mijn moeder teleurgesteld toen ik haar vertelde over mijn naamsverandering. Ook was ze bang dat ik ‘helemaal door zou slaan’, whatever that may mean, vooral toen ze mijn pot proteïnepoeder aanzag voor anabolen. Ik denk dat ze het lastig vond dat het beeld dat ze zo’n twintig jaar van me heeft gehad niet helemaal waar bleek te zijn. Ze kwam erachter dat ze haar eigen versie van vrouwelijkheid op mij had geprojecteerd en werd tegelijkertijd geconfronteerd met de eenzijdigheid daarvan.

Parelketting


Mijn vader heeft een ander begrip van wat vrouwelijkheid is. Hij begrijpt dat het anders in elkaar zit dan kokerrok vs. pantalon. Hij vertelt tijdens een etentje dat hij zelf door zijn zalvende stem en zachtaardige karakter vaak als feminien wordt gezien. Mijn vader is daar niet van onder de indruk. Hij heeft niet de behoefte om zijn mannelijkheid te bewijzen en hij vindt het onzin dat een man of een vrouw aan bepaalde vereisten zou moeten voldoen. ‘Maar een mooie vrouw in een goeie kokerrok stuur ik heus niet weg’, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen.
Hij zal niet zeggen dat hij zijn kind jarenlang niet heeft gesproken en dat het hem niet goed lukt om af te vallen.

Ik vraag hem of hij al een reactie heeft gehad op een van zijn brieven. Mijn vader knikt en vertelt dat hij om acht uur een belafspraak heeft: ‘ze heet Inez.' Inez zoekt iemand met diepgang, iemand die net als zij op een spirituele zoektocht is en die graag samen lange wandelingen wil maken. Ik vraag me af wat mijn vader in zijn brief geschreven heeft. Waarschijnlijk iets over zijn eigen spirituele zoektocht. Ongetwijfeld haalt hij zijn stokpaardje Nietzsche aan: ‘je moet worden wie je bent.’

Hij zal het niet hebben over de dingen die niet zo leuk zijn en waarvoor hij bang is dat zij ze afkeurt. Hij zal niet zeggen dat hij het eigenlijk ontzettend heeft gehad met zijn werk, dat hij zijn kind jarenlang niet heeft gesproken en dat het hem, hoe hard hij ook zijn best doet, niet goed lukt om af te vallen.

We doen ons allemaal anders voor als we iemand voor de eerste keer ontmoeten en dat is niet per se slecht. Ik doe het ook: wanneer ik iemand de hand schud en mijn naam zeg, probeer ik mijn stem altijd zo laag mogelijk te laten klinken. Zo probeer ik diegene subtiel te hinten me niet als ‘mevrouw’ aan te spreken. Die hint wordt meestal niet opgepikt en daar wil ik me niet te veel van aan trekken. Wanneer een stem vrouwelijk klinkt, hoeft het niet te betekenen dat de spreker ook daadwerkelijk een vrouw is.

Als mijn vader weer de kamer inloopt na zijn belafspraak met Inez, is de schittering in zijn ogen verdwenen. ‘Ze klonk alsof ze een parelketting droeg’, zegt hij. Als vrijzinnige kunstenaar is het vooruitzicht om met een kakker te daten niet erg aanlokkelijk. Mijn vader blijkt gelijk te hebben. Een paar dagen later stuurt hij me een sms: ‘Het is een VVD’er :(.’

Opnieuw leren luisteren


Mijn eigen stem zit me soms in de weg, maar het is iets waar ik niet zoveel aan kan doen zonder bijvoorbeeld hormonen te nemen. Bij het lezen van Zadie Smiths essay Speaking in Tongues vond ik wel iets dat me hoopvol stemde. Ze heeft een theorie ontwikkeld over de verschillende stadia waarin een stem zich kan bevinden.
Ik vind het een fijn idee dat de twee contrasterende overtuigingen op een gegeven moment kunnen worden losgelaten.

In het eerste stadium zit de stem gevangen tussen twee polen, tussen twee contrasterende overtuigingen. Hierdoor is een tweede stadium noodzakelijk: de stem leert flexibel te zijn tussen deze twee vaststaande punten. Soms zelfs zo dat het twee op zichzelf staande identiteiten zijn. In het derde stadium leidt die flexibiliteit tot het vermogen om dingen van beide kanten te bekijken. Smith: ‘And then the final stage, which I think of as the mark of a certain kind of genius: the voice relinquishes ownership of itself, develops a creative sense of disassociation in which the claims that are particular to it seem no stronger than anyone else’s.’

Ik denk dat ik me zelf in het tweede of misschien derde stadium bevind: ik switch af en toe nog van de ene kant naar de andere. Dat is niet hoe ik het zou willen, maar voor nu is het oké. Ik vind het een fijn idee dat de twee contrasterende overtuigingen op een gegeven moment kunnen worden losgelaten. Dat ik op een dag niet meer het gevoel heb dat ik mijn stem een octaaf lager moet laten klinken ter compensatie van het jurkje dat ik draag. Die acceptatie van mijn flexibele stem en genderidentiteit vereist echter ook een onbevooroordeeld luisteren van mijn omgeving. In de woorden van Maggie Nelson: ‘the best way to find out how people feel about their gender or their sexuality – or anything else, really – is to listen to what they tell you, and to try to treat them accordingly, without shellacking over their version of reality with yours.’


Deel op
Lot Veelenturf doet onderzoek naar identiteit, het belang van genderneutrale voornaamwoorden en wat het betekent om een lichaam te hebben. Hen schrijft korte verhalen, essays en werkt aan een podcastserie rondom het thema gender.
Evelien Cambré is freelance illustrator. Haar werk bevindt zich voornamelijk in het journalistieke kader en hoewel de illustraties strak, minimaal en vectorachtig ogen, gaat Evelien bijna geheel analoog tewerk.
b
a
a