Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Ik bel wel weer eens

Column

Tekst Iduna Paalman &
Beeld Kalle Wolters

Ik zit op de bank een video te kijken van mensen die onder luid gejuich het geslacht van hun ongeboren kind kenbaar maken door een doos te openen waar roze heliumballonnen uit omhoog schieten, een zogenaamde gender reveal party, als Margreet belt. Het is de vierde keer dat ze belt in een half uur, het grinniken is me inmiddels vergaan. Vier keer is niet goed. Vier keer is te veel.

Een week geleden stuurde ik Margreet een kaart. Ik vroeg haar hoe het ging, en omdat er daarna nog veel ruimte over was op de kaart begon ik een monoloog over mezelf. Ik sloot af met dat ik nog regelmatig aan haar dacht (wat zo is), en dat ik haar soms wel een beetje miste (wat niet zo is).
Een paar dagen later stond ze op mijn voicemail. Ze bedankte voor de mooie kaart, vertelde dat haar zoon die aan haar had voorgelezen. Haar ogen gingen rap achteruit. Ze zou nog wel weer eens bellen, zei ze.

‘Ha Idoen!’ zegt ze nu triomfantelijk. ‘Ik heb je te pakken! Eindelijk!’
‘Ha Greet,’ zeg ik.
‘Zeg, bedankt voor jouw prachtige kaart! Die zonnebloemen. Schitterend.’
‘Geen dank, ik moest aan je denken.’
‘Ja, werkelijk geweldig. Vertel kind, hoe issie.’
‘Eh nou, Greet. Wij hebben elkaar net al gesproken.’
‘Nee?’
‘Jawel, wij hebben net met elkaar gebeld, en we hebben toen ook een afspraak gemaakt. Om koffie te drinken. Maandagochtend over twee weken.’
‘Echt? Och lieffie ja ik ben wat warrig soms. Gut wat stom. Sorry.’
‘Dat geeft helemaal niets. Maar maandag dus! De vierde.’
‘Maandag de vierde, maandag de vierde. Dat zou ik dan in de agenda moeten hebben geschreven.’
‘Kijk maar even.’
‘De zevende, de zesde, oh ja kijk, hier staat het. Maandag de vierde. Iduna Paalman.’
‘Zo heet ik ja.’
‘Ja zo heet jij ja. Hahaha, ja. Zo heet jij.’

In de tijd dat Margreet mijn hospita was, had ze een spannender leven dan ik. Ze bezocht Franse muziekfestivals, rookte joints op woonboten van haar vriendinnen en bleef altijd veel te lang weg op de avond van haar naaktschildercursus. Elke dinsdagavond dronken we met z’n tweeën een fles wijn leeg en vroeg ze naar mijn liefdesleven. ‘Vrouwen zijn niet vrij,’ zei ze vaak. ‘Vrouwen zijn niet vrij. Pas maar op. Voor je het weet vergeet je hoe je moet nadenken, doet de man het voor je.’
De eerste keer dat ik een jongen mee naar huis wilde nemen was Margreet goddank op een pianolafestival in de Spaanse Pyreneeën. Toen ze weer thuiskwam en vroeg of er nog ontwikkelingen waren zei ik: ‘Er is iemand.’
‘Oei,’ zei ze.
‘Ja,’ zei ik.
‘Waar is ‘ie?’ Ze keek rond alsof de jongen zich in de koelkast had verstopt en nu tevoorschijn mocht komen. Toen begon ze hard te lachen. ‘En nu wil je mij zeker vertellen dat ik mij moet gaan voorbereiden op wekelijks herenbezoek.’ Ik keek haar aan, stil. Het was haar huis, waar ik te gast was. Zo voelde dat toch. ‘Kind wat leuk. Maar ik hoop één ding. Dat ‘ie je nooit gaat vertellen wat het beste voor je is.’

Als ik het telefoongesprek beëindig gaat op mijn telefoon automatisch de gender reveal party door waar hij was gestopt. De roze ballonnen vliegen naar het plafond en stoten daar hun kop. Een meisje begint te juichen, haar jongere broertje zet het op een krijsen. ‘It’s a giiiiiiiirl, a giiiiiiiiiirl!’ roept een vrouw. ‘O my god a giiirl I can’t beliieeeeeve it!’ Ineens mis ik Margreet wel echt.
Na tien minuten (er zijn inmiddels nieuwe gender reveal-filmpjes gestart, ik blijf er wezenloos naar staren) gaat mijn telefoon weer.
‘Ha Idoen!’ klinkt het. ‘Ik heb je te pakken! Eindelijk!’
‘Ha Greet,’ zeg ik.
‘Zeg, bedankt voor die mooie kaart! Zo schitterend, die zonnebloemen.’
‘Geen dank, ik moest aan je denken.’
‘Ja, daar heb je me echt blij mee gemaakt. Vertel kind, hoe issie.’
‘Eh nou, Greet. Wij hebben elkaar net al gesproken.’
‘Nee?’


We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis.

Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken.

Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Iduna Paalman (1991) is Hard//hoofdcolumnist. Haar poëzie en korte verhalen verschenen o.a. in De Gids, Het Liegend Konijn en NRC Handelsblad. Ook schrijft ze voor het toneel en werkt ze als docent. // iduna@hardhoofd.com
Kalle Wolters (1993) is een illustrator uit Groningen. Geïnspireerd door de Klare Lijn en affiches van de Russische Avant-garde ontwerpt hij posters, verpakkingen en maakt hij illustraties bij artikelen. Daarnaast maakt hij deel uit van het illustratiecollectief Knetterijs.
b
a
a

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een artistieke en journalistieke vrijhaven voor jong talent en experiment. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Helemaal gratis. We kunnen dit niet blijven doen zonder jouw hulp. Als je ons steunt, dan sturen we je als dank de interessantste Hard//hoofd-kunstwerken toe. Word kunstverzamelaar en help Hard//hoofd het volgende decennium door.

Steun Hard//Hoofd