Hard//hoofd

Zomerboek

Een begrafenis​handtas

Een tip voor verdrietige aangelegenheden

Tekst Yentl van Stokkum

Ik moest naar een begrafenis. Voor mij is dat uitzonderlijk. Op het gebied van grootouders heb ik, zelfs nu ik zesentwintig ben, nog een volledig kwartet. Heel lang was de dood iets voor verre oudooms of tantes, voor mensen die ik amper heb gekend. Natuurlijk schrik je, maar echt dichtbij was het nooit. Mijn laatste begrafenis was die van een docent en ondanks onze goede band en het verdriet, was de begrafenis waar ik deze keer heen moest anders. Dit was de begrafenis van mijn collega, die te jong, te gruwelijk, te niet te bevatten, te geen woorden voor, te zinloos...

We zouden met al onze collega’s samen gaan. Mijn werkgever had een bus gehuurd. De dagen ervoor zweefde ik, geloof ik, buiten mijn lichaam. Ik belde vrienden over wat ik aan moest trekken, alsof ik me voorbereidde op een schoolfeest. Een vriendin zei: “Trek iets aan wat comfortabel is, maar ook een harnas kan zijn”. Ik stond voor de kast en keek naar wat het meest op een harnas leek en vond niets. Ik kleed me eigenlijk nooit alsof ik ten strijde trek.

Een andere vraag die ik mijn omgeving stelde was: “Wat kan ik verwachten?”
“Er zal veel verdriet zijn”, zei de een.
“Ik zou er open ingaan”, zei een ander.
“Ik zou goed eten en goed slapen, dat is altijd goed advies”, zei niemand in het bijzonder.

Ook aan Google vroeg ik wat ik kon verwachten, maar zelfs Google wist het niet. Wat Google wel wist was dat het belangrijk was om donkere kleren en nette schoenen te dragen. Dat wist ik al en dus was er niets nieuws, alleen een bevestiging. Dat niet weten wat te verwachten, daar werd ik onrustig van.

“De mens is toch niet gemaakt voor dit soort rituelen?”, riep ik tegen mijn vriend en hij knikte.

Nu denk ik dat de mens hier juist voor gemaakt is. Dat we de rituelen nodig hebben. Misschien dat verdriet ons sterkt in ons mens-zijn, maar dat weet ik niet zeker.

De dag voor de begrafenis besloot ik dat ik praktisch moest zijn. Ik zou me zo goed mogelijk voorbereiden. Dit is dan ook hoe ik mijn begrafenishandtas samenstelde. De inhoud was het volgende:

5 pakjes tissues
1 doosje Smintjes
1 groot pak sigaretten
1 telefoonoplader
1 miniflesje wodka, Smirnoff
1 klein flesje Talisker, single malt

Ik ben geen drankorgel, maar de begrafenis zou in een grote, oude kerk plaatsvinden. Er zou veel verdriet zijn. Ik stelde me voor dat we aan het einde allemaal koud, moe en kapot zouden zijn. Ik dacht aan de Sint-Bernardhond, die met een flesje sterke drank om de nek op zoek gaat naar mensen die bedolven liggen onder een dikke laag sneeuw. Ik stelde me voor dat als er een brok in mijn keel zou zitten er iets nodig zou zijn om dat weg te branden.

Ik kan het iedereen aanraden.

Toen we trillend de kerk uitkwamen, buiten op de bus stonden te wachten en niet wisten waar we onszelf moesten laten, was er niemand die niet iets sterks kon gebruiken.



Deel op of
Yentl van Stokkum (1991) was ooit, op een blauwe maandag, kunstdocent in het middelbaar onderwijs. Nu schrijft ze theaterteksten, hoorspelen, poëzie en essay’s. In 2017 studeert ze af aan de HKU-opleiding Writing for Performance.
b
a
a