Hard//hoofd

Zomerboek

We zijn allemaal heel erg angstig, behalve de hond

Notities van het Bureau for the Investigation of Contemporary Anxiety

Tekst Emy Koopman &
Illustratie Tsjisse Talsma

Wat is hedendaagse angst? Sinds twee maanden houdt het Bureau for the Investigation of Contemporary Anxiety zich hiermee bezig. Deze tekst is een eerste antwoord, een samenspraak van dertien mensen en twee honden die vijf discussieavonden bijwoonden, en vele anderen die vragenlijsten invulden.



Wat is angst voor jou?


Adrenaline. Rillingen over mijn rug. Verward denken. Overdadige stimulatie van het brein, een mentale representatie van leven of dood. Paniekaanvallen. Slaapproblemen. Onrust in mijn voeten, en als het echt erg is gewoon een ontzettend naar gevoel in mijn buik en borst en keel. Mijn schouders, hartslag en ademhaling gaan omhoog. Ik vergeet genoeg te eten en te drinken, en dan komen er andere klachten. Een blaasontsteking. Dan denk je: oh, ik heb een blaasontsteking, ik ben ziek. Je verbindt het niet met elkaar. Terwijl, het is je eigen lichaam dat je vertelt dat je rustiger aan moet doen. Het is de ultieme waarschuwing.
Soms erger ik me eraan dat ik niet écht ziek word. Als het fysieke symptomen zijn, vind ik dat eigenlijk wel prettig. Als ik mijn lichaam niet meer voel, is het pas echt kut. Dan sta ik ’s ochtends onder de douche en heb ik al duizend keer dezelfde gedachten langs zien komen. Razende gedachten.
Het is een gevoel, een stemming. Het is zozeer onderdeel van mijn leven dat ik het eerder merk als het níet zo is. Het lijkt alsof angst van binnen komt, maar dat is waar het, weet je, persoonlijk wordt gemaakt. Het bouwt zich op door onplezierige ervaringen. Misschien bevind je je in een situatie die onveilig is, zonder dat je je dat realiseert. Maar gaandeweg groeit de angst en dan ga je denken: dit ligt aan mij, ik ben gewoon gek, ik heb therapie nodig. Dan kijk je niet meer naar de situatie.
Het is een gevoel, een stemming. Het is zozeer onderdeel van mijn leven dat ik het eerder merk als het níet zo is.

Het is de manier waarop je je tot de wereld verhoudt: ontkoppeld. Ik denk dat angst vooral dat is: het gevoel dat je niet verbonden bent. Ja. En een verlies van betekenis misschien. Een verlies van een warm en liefdevol, je tot de wereld verhouden. In de angst ben ik machteloos en klein.
Ik ben een angstig persoon.
Ik ben een heel angstig persoon.
Ik ben ook een angstig persoon.
Ik denk vaak dat ik angstiger ben dan ik werkelijk ben, en dat maakt me weer angstig.
Dus we zijn allemaal heel erg angstig?
Iedereen behalve de hond.
Ik weet eigenlijk niet of ik zo angstig ben, misschien, ik weet het niet.
Het is niets wat ik niet aankan, ik houd van angst of de ervaring van welke emotie dan ook. Ik leef in het donker. Maar op vakantie, ben ik heel ontspannen.
Nee, ik denk niet dat ik angstig ben. Ik was jong in andere tijden. Er was gedoe tussen Amerikanen en Russen, de Koude Oorlog, maar dat was niet voor mij bedoeld, het was niet persoonlijk. Alles is nu ambigu.

Als twee angstige mensen praten, of als ik met iemand praat en ik ben angstig, dan word ik stug, stram, en het gesprek wordt een gevecht. Omdat je door de angst bevriest, word je star in je gedachten, er is geen plek meer voor de ander. Als ik bang ben, gaat het helemaal om mij en mijn onzekerheden. De ander zegt iets, wat niet slecht bedoeld was, maar door de angst voelt het als een aanval. En dan verhardt het. Mensen kijken niet meer naar waar ze eigenlijk bang voor waren, ze verzinnen iets en dat wordt een heel groot monster.
Mijn zus is behandeld voor demonische bezetenheid. Ik verzin dit niet. Ze is behandeld voor demonische bezetenheid, maar het was waarschijnlijk tiener-angst. Dus zij werd helemaal hysterisch, een beetje zoals in The Omen. En nu wordt ze behandeld voor angst. Ze krijgt bètablokkers om haar hartslag te verlagen. Dus de context is heel belangrijk. Angst komt zowel van binnen als van buiten, het is zowel persoonlijk als collectief.
Angst kan een lelijk, pijnlijk ding zijn, maar het kan je ook wat vertellen, als een thermometer: wat is er eigenlijk aan de hand? Als ik me angstig voel, dan moet ik ergens naar kijken. En me afvragen wat het betekent.

Wat maakt je angstig en heeft deze maatschappij daar iets mee te maken?


Vroeger dacht ik altijd dat mijn enige angst was dat naasten, vrienden of familieleden iets zou overkomen. Later kwam daar de angst bij om zelf te kampen met geestelijke gezondheidsproblemen. Mijn grootste angst gaat over verlaten worden en naar behandeld worden en daaropvolgend een onheilspellend einde. Doodgaan in liefdeloosheid. Ik ben ook bang voor de angst zelf.
Ik heb apocalyptische doemscenario’s, dat wil je niet weten. In toenemende mate ben ik bang geworden dat bepaalde ecologische, maatschappelijke en politieke vraagstukken nog verder gaan escaleren in de nabije toekomst. Hoe is Trump bezig de wereld te verkloten? Waarom laten zoveel mensen zich een oor aannaaien door machthebbers? Ik ben bang voor giftige mannelijkheid.
Spinnen, absoluut. Kakkerlakken, maar eerder het idee van kakkerlakken dan echte kakkerlakken. Computers. Middelmatigheid. Mislukking. Keuzes, keuzevrijheid. Ik heb geen tien soorten clotted cream nodig! Een bomaanslag in de metro. Boze mensen. Klimaatverandering. Verandering. Verandering is de dood van de vroegere jij, daar zijn de meeste mensen denk ik bang voor. Angsten zijn onze eigen projecties, zoals nachtmerries.
Waarom laten zoveel mensen zich een oor aannaaien door machthebbers? Ik ben bang voor giftige mannelijkheid.
De maatschappij helpt niet mee, die zorgt dat we meer gaan consumeren. Ik denk dat deze samenleving weinig zorg en compassie biedt.
De kaders waarbinnen we leven zijn vandaag de dag onduidelijker en flexibeler dan vóor het neoliberalisme. Er zijn geen stabiele regels. De wereld gaat maar door met expansie, vergroten, verbeteren. Dat is het probleem: die constante behoefte aan groei, waar komt die vandaan? Hebben we het wel nodig om dat nodig te hebben? Alles moet steeds efficiënter, alles wordt gemeten en voortdurend beoordeeld. Wat is het doel van al die metingen?
Alles wat te maken heeft met mijn werk, maakt me angstig. In een neoliberale context wordt werk gezien als het belangrijkste in het leven, en ik zie hoe ik er met open ogen in trap. Door de constante druk om te presteren – bij sollicitaties, sociale gelegenheden of zelfs bij de bezichtiging van een huis – raken mensen vervreemd van zichzelf. Omdat je bang bent niet goed genoeg te zijn. Je voelt je niet geaccepteerd, en dus niet veilig. Je moet de beste versie van jezelf zijn. Een product, een merk, een ding dat iets unieks doet. Kies hoe je succesvol wordt, maar wees succesvol. Dat leidt tot valsheid: mensen kijken alleen naar het masker.



Je krijgt de boodschap mee dat je gelukkig moet zijn en moet genieten, positief in het leven staan. Als je probeert om mensen de hele tijd blij te laten zijn: dat werkt niet, dan creëer je alleen maar meer angsten. Je bent geen echte man zonder deze deodorant. Angst wordt aangewakkerd én mag niet bestaan. Angst is een publiek geheim. Je moet wel een effectief lid van de samenleving zijn, een effectieve werker. Als je niet past is er onmiddellijk een probleem. Je moet je altijd goed voelen en de enige manier om dat te bereiken is met medicatie.
Als iemand, een vijand, iets wil vernietigen, of als je mensen klein wil houden, dan is één van de strategieën fragmentatie, zorgen dat mensen elkaar niet vinden, ze geïsoleerd houden. Smashing the unions. Geen vaste contracten. Individualisering. Medicalisering. Een collectief gevoel van onzekerheid.
Onzekerheden worden gefabriceerd door degenen die bestempeld zijn als ‘is het waard om naar te luisteren’. Berichtgeving en beleidsvorming zijn trendgevoelig en onevenwichtig. Hiermee worden bepaalde irreële angsten genormaliseerd of zelfs opgelegd. Angst voor terrorisme wordt gebruikt voor politieke doelen. Angst is een fundamenteel onderdeel van het in stand houden van een gehoorzame gemeenschap.
Een deel van de mensen heeft nu meer te verliezen. Een ander deel heeft al nooit zoveel gewonnen, en ziet dat anderen wél winnen. Dat geeft afgunst en angst. Vroeger, voor de globalisering en het internet, was je wereld kleiner en was je snel bang als je uit je comfort-zone stapte. Nu ben je wereldwijs en tegelijkertijd besef je de grootsheid ervan. In de moderne maatschappij is alles zo gefragmenteerd, en dan proberen bedrijven weer om gemeenschappen te maken. Want kennelijk is het een diepe menselijke behoefte om ergens bij te horen. Dat is de hele cirkel, dat is hoe ze geld verdienen.
Onzekerheden worden gefabriceerd door degenen die bestempeld zijn als ‘is het waard om naar te luisteren’.
Mijn moeder is ook heel angstig, dus ik denk dat ik gewoon haar genen heb. Maar ja, het helpt allemaal niet mee: individualisme, de druk, al die dingen, voor mij persoonlijk helpen die niet mee.
Ik zou niet durven zeggen dat de hoeveelheid existentiële angst is toegenomen vergeleken met vijftig jaar geleden, maar eerder dat er harder wordt gewerkt om het voelen daarvan te ontlopen. Mensen zijn denk ik drukker in de weer met afleiding zoeken, meedoen om niks te missen.
Over het geheel genomen zijn we veiliger dan ooit. Misschien is het erger geworden, omdat er minder plekken zijn om iemand te zijn, maar angst is een constante in de westerse samenleving. De mens denkt altijd dat het einde der tijden nabij is. Ik denk ook niet dat je kunt leven zonder angsten. Natuurlijk wanhopen we, omdat we dat kunnen.
Misschien is het zo dat jonge mensen tegenwoordig alles willen hebben. Of misschien willen ze dat niet zozeer, maar denken ze dat ze zo moeten zijn. Waarom wil iedereen hetzelfde zijn? Om anderen te plezieren? Je moet jezelf plezieren. Ga op de bank zitten en doe niets!

Wat doe je ertegen?


Als je eerlijk bent tegen jezelf, denk ik dat je al dat consumentisme en al het andere niet nodig hebt. Ik kan geen product worden, ik ben een mens, ik ben nooit af. Maar kunnen we onszelf afscheiden van de samenleving? Als je te extreem denkt, krijg je een activist burn-out. Samenleven gaat altijd om compromissen. Ook bij anarchisme: iedereen moet het eens zijn, maar mensen zijn het nooit eens, en dan wordt er niets besloten. Uiteindelijk moet iemand de kar trekken. Systemen werken alleen in theorie. Communisme is klote, kapitalisme is klote. Te weinig vrijheid maakt angstig, maar te veel ook.
Ik zie het systeem als een harde wind die in mijn gezicht blaast, terwijl ik doorga. Ik kijk geen tv. Ik aai mijn hond of kat. Ik luister naar mezelf, ik luister naar anderen. Ik luister naar muziek. Ik probeer de wereld te zien als Google Earth, ik zoom uit en uit en uit. Je moet nadenken hoe je het voor jezelf leefbaar kunt maken.
Ik zie het systeem als een harde wind die in mijn gezicht blaast, terwijl ik doorga.
Dat doet me denken aan mijn beste vriendin, die chronisch ziek is, en nooit een baan heeft gehad. Mensen vragen haar altijd: wat doe je? Ja, wat doe ik? Ik zorg voor mezelf. Dus dat is haar antwoord: ik ben mezelf aan het zijn. En ze leest veel over kapitalisme en de factoren waardoor je denkt dat het jouw schuld is dat je ziek bent en dat je niet goed genoeg bent. Vroeger was ze heel angstig, maar nu heeft ze ontdekt: oh, het is mijn schuld niet, het is de maatschappij! Dus ze is heel vrolijk nu. Maar je moet jezelf er steeds aan herinneren dat je baan niet je identiteit is. Vraag niet aan anderen: Wat doe je voor werk?, maar: Wat houdt je bezig?

Ik probeer ‘goed’, liefdevol en warm te zijn. Ja, ik geloof dat liefde helpt tegen angst, verbinding maken met mensen en dingen die de wereld beter maken. Mensen worden alleen gelaten in hun dagelijks leven, maar in hun hoofd willen ze bij anderen zijn, ergens bij horen. Mensen die deel uitmaken van een groep zijn minder bang dan mensen die als individuen behandeld worden. Bijvoorbeeld bij soldaten in oorlogsgebieden, die hadden meer trauma’s als ze als individu naar het front werden gestuurd. Dus als je een tegengif voor angst zoekt, is het: minder fragmentatie. Je kunt een individu zijn, zolang je begrepen wordt door anderen. In plaats van groei, hebben we zorg nodig.
Tegelijkertijd is verbinding aangaan een risico dat veel angst kan opwekken. Zorg kan ook een last worden. Dat is het gekke en moeilijke aan mens zijn, dat de goede dingen ook de slechte dingen zijn. Dat maakt oplossingen vinden lastig.
In plaats van groei, hebben we zorg nodig.
We moeten zekerheid krijgen, structuur en onderhoud. Veiligheid, stabiliteit, dat zijn voorwaarden om op te bloeien. We hebben allemaal gegarandeerde banen nodig, voor meer dan het minimumloon, een goede werkomgeving en een sociaal vangnet. In Zweden, waar het een soort sociale utopie is, zijn de mensen kalmer. Kunnen we terug naar een situatie met baanzekerheid? Zwaardere omstandigheden creëren soms sterkere mensen. Toch, onderwijs zou gratis moeten zijn. We moeten terug naar het lokale, voor eten en producten en communicatie. Maar niet te lokaal.
Over angst praten in een veilige omgeving is ook een actie. Ik zie mijn angsten wel gereflecteerd in mensen die dichtbij me staan, maar we hebben het er zelden direct over. Ik ben ook bang dat ik dan geen steun krijg. Mensen nemen de tijd niet om te luisteren naar verhalen over falen of angst. Hier, plekken zoals deze, dit is hoe het moet. Het is zo prettig om naar iedereen te luisteren. Op een gekke manier heel ontspannend.
Ik zie mijn angsten wel gereflecteerd in mensen die dichtbij me staan, maar we hebben het er zelden direct over.
Als je in een groep kwetsbaar kunt zijn, dan heb je de hele wereld. Dat gaat ook over zorg, want dan ontfermen mensen zich over je. Omdat je ze binnenlaat. Ik kan dat niet echt, alleen soms, tijdens improvisatietheater. Dat doe ik omdat ik er bang voor ben. Daar zeiden ze bijvoorbeeld: vertel ons iets waar je je voor schaamt. Ik kon niets bedenken op dat moment, dus ik verzon iets om mezelf beschaamd te maken, maar ook iets dat veilig was. Ik zei: er hangt een poster van Barbie boven mijn bed. En ik voelde me goed, want ik voelde een beetje angst, maar ik kon iedereen aankijken.
We hebben een hoge levensstandaard in Nederland, nog wel, want als het zo doorgaat hoeft dat niet zo te blijven. Waarmee ik niet bedoel dat je gelukkig moet zijn, wees zo ongelukkig, zo angstig als je kunt zijn, want dan kun je daadwerkelijk iets veranderen. Angstige mensen zijn als de kanarie in de kolenmijn. Wij zijn het meest bewust, het wakkerst. Wij kunnen zien wat de problemen zijn. Nu de oplossingen nog…

Het Bureau for the Investigation of Contemporary Anxiety (BICA) is een project geïnitieerd door Fela Kim, naar aanleiding van de tekst ‘We Are All Very Anxious’ van het Institute for Precarious Consciousness. De bedoeling van het Bureau is het onderzoeken van hedendaagse angsten. Emy is betrokken bij het Bureau als onderzoeker, co-host en schrijver.

In september en oktober 2017 hield het Bureau vijf discussieavonden over angst in expositieruimte Nieuwe Vide. Bovenstaande tekst is een weerslag van de vragenlijsten en gesprekken, een samenvoegsel van de verschillende meningen en verhalen tot één tekst, in het soort ‘samenspraak’ dat eerder is toegepast door de Wit-Russische schrijver Svetlana Aleksijevitsj en de Nederlandse kunstenares Jantine Wijnja. Waar nodig zijn de teksten vertaald naar het Nederlands. Dat zorgde er wel voor dat het verschil tussen ‘fear’ en ‘anxiety’ wegvalt, omdat het Nederlandse woord ‘angst’ dat onderscheid niet maakt. In de tekst gaat het grotendeels over angst in de betekenis van ‘anxiety’.

Het Bureau for the Investigation of Contemporary Anxiety is te volgen op Facebook.


Deel op of
Emy Koopman (1985) is Hard//hoofd-redactielid, literatuurwetenschapper, psycholoog en schrijver. Haar debuutroman Orewoet verscheen in september 2016 bij Prometheus. // emy@hardhoofd.com
Tsjisse Talsma gaat het liefst met zijn schetsboek de wereld rond.
b
a
a