Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Drilpudding​gevecht

Een tip om mee te kliederen

Tekst Maartje Smits

Wanneer het eerste gevecht plaatsvond weet niemand meer, maar het kan niet anders dan dat mijn vader het eerste schot loste. Het is de reden dat neefjes en nichtjes graag bij ons kwamen logeren, en de reden dat hun ouders dat minder geslaagd vonden.

Inmiddels weet ik dat deze traditie niet in elk gezin op prijs wordt gesteld, toch denk ik dat de positieve effecten van een stevig drilpuddinggevecht niet onderschat mogen worden. In ons gezin geloven we daar heilig in, ik heb nog nooit een bakje gelatinepudding helemaal leeggegeten. Het nagerecht heeft een bijzondere status en wordt bewaard voor speciale gelegenheden. Niet in de laatste plaats omdat de muren in onze keuken wit zijn.

De uren voor het eten ervan staan in het teken van de komende strijd. Mijn moeder heeft een oude trui aangetrokken, we gaan aan tafel. Na het hoofdgerecht wordt de puddingvorm op het tafelblad omgekeerd, iemand klopt een paar keer op de bovenkant, zodat de pudding loskomt. Een moment kijken we allen vol bewondering naar de roze, beervormige hoop gelatine die lillend in ons midden ligt.

Haast te beleefd worden porties pudding rondgedeeld. We wensen elkaar smakelijk eten en nemen zo klein mogelijke hapjes, om munitie te sparen. Blikken schieten over tafel, wie zijn aandacht verliest, is de sjaak. Dat er geschoten zal worden is vanaf het begin duidelijk, maar de charme van het gevecht is dat je nooit weet wanneer. Het eerste schot gaat meestal richting mijn vader, aangezien hij het fanatiekst is. Mijn jongste zusje heeft een bijzonder talent hem op zijn bril te raken.

De spelregels:
1. Een drilpuddinggevecht mag geen consensus zijn. Hoewel een subtiele aankondiging geen kwaad kan, is het niet de bedoeling dat alle tafelgenoten op de hoogte worden gesteld van de komende strijd.
2. De consistentie van gelatine vraag erom geschoten te worden. De pudding wordt dus niet op een disgenoot gegoten of geschoven en alleen dessertlepels zijn als hulpmiddel toegestaan.
3. Een ongeoefende drilpuddingschieter zou ik dit niet aanbevelen, maar de beste gevechten vinden plaats in een semipublieke ruimte, bijvoorbeeld een restaurant of hotelbuffet.
4. De strijd is ten einde wanneer de pudding op is. (Aanbevolen wordt een lepel of twee achter de hand te houden.)

Een mooi voorbeeld van de heilzame werking van drilpuddinggevechten is het jaar dat ons gezin op vakantie was in Winterberg, Duitsland. Het was kerstavond. Achter ons lagen enkele moeizame feestdagen met veel ruzie en spanning aan tafel, maar dit jaar keken mijn zusjes en ik uit naar het diner. Een paar dagen eerder hadden we van mijn vader een email gekregen. “Help, ze doet het weer!” stond er, boven een foto van mijn moeder die een flinke lepel gele drilpudding op de camera richt. In feite was het gevecht toen al begonnen.

Het restaurant had een uitgebreid dessertbuffet met kaas, chocoladetaart en verschillende kleuren gelatinepudding. Normaal gesproken zijn we geen grote eters, maar in dit geval laadden mijn zusjes en ik onze borden goed vol. Weer terug aan tafel wierpen we slinkse blikken op elkaars buit, terwijl we gespannen het niet-schietbare deel van ons dessert oplepelden. Mijn zusje waagde het eerste schot richting mijn vader die net op tijd opzij kon duiken. Het hoopje pudding kwam met een schok op de vloerbedekking in het gangpad terecht en bleef daar natrillend liggen. Een paar seconden stond er twijfel op mijn moeders gezicht: moest ze opstaan om de pudding op te ruimen? Veel tijd om na te denken kreeg ze niet; mijn vader schoot een volle lading in haar decolleté. Toen barstte het pas echt los. En hoewel deze strijd geen grand finale kende waarin iedereen tegelijkertijd pudding over tafel schoot, is het een van de beste drilpuddinggevechten waaraan ik heb deelgenomen. De aanwezigheid van serveersters en andere gasten in kersttenue vroeg om finesse en techniek. Schieten moest uiterst vlug en secuur, en met een stalen gezicht. Het leek wel of al die jaren puddingschieten voorbereiding waren geweest op deze ene avond. Een echte feestdag; zonder ruzie en met heel veel strijd.


We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Maartje Smits Maartje Smits is schrijvend detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent bij uitgeverij De Harmonie.
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. We hebben voor 8 maart 300 kunstverzamelaars nodig om te kunnen blijven voortbestaan. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd