Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Een liefde lang (IV)

Memory Machine

Tekst Joyce de Badts &
Beeld Suzanna Knight

In een korte serie vertellen oudere echtparen over hun herinneringen aan de liefde. Deze keer: Tina en Herman.


Tina Huybrechts (77) en Herman Oliviers (77) leerden elkaar in 1957 kennen en trouwden in 1961. Hun jongste zoon, Erwin, stierf op 17-jarige leeftijd in een auto-ongeluk. Ze wonen in Hove in het huis waar Herman geboren is. Ze hebben nog een dochter, Sieglinde, een zoon, Werner en vijf kleinkinderen.

Tina:


"Het was op een bal dat een vriend mij aan hem voorstelde: “Dat is nu den Herman, die voetballer”. Bij Herman sprong de vonk blijkbaar direct over, bij mij wat minder. Ik vond hem niet zo aantrekkelijk omdat hij voetbalde. Ik ben allergisch aan voetbal. Maar hij bleef maar volhouden. Dat vond ik wel charmant.

"Het heeft nog vierenhalf jaar geduurd voordat we konden trouwen; Herman studeerde nog en daarna moest hij zijn legerdienst doen. Wij zijn erg katholiek opgevoed, het kwam niet in mijn hoofd op om voor het huwelijk samen te slapen. Ik vond het erg belangrijk om als maagd te trouwen én ik was ook bang om zwanger te raken. Dat was bij mijn oudere zus gebeurd. Een drama. Eén keer hebben we eens samen in een tentje geslapen - maar niks gedaan, hoor.

"Toen we pas getrouwd waren, voelde ik me eerst wel eenzaam. Toen ik mijn interesses kon ontplooien – ik deed vrijwilligerswerk voor Caritas - voelde ik me beter. Op mijn achtendertigste kreeg ik borstkanker en verloor ik een borst. Ironisch genoeg heeft het werk voor de zelfhulpgroep na mijn herstel mijn leven veel zin gegeven.

"De zomer van 1983 was een hele warme. Die vijftiende juli gingen wij ’s avonds nog een ijsje eten in Mortsel. Erwin was naar het jeugdhuis gegaan, toen we er rond middernacht voorbij reden, hadden we hem daar nog goed zien zitten, hij droeg een knalrode spencer. Ik zie hem nog in de deuropening staan, met zijn krullenbol. ‘Zie ik er goed uit mama?’, vroeg hij. Ik zei: jongen, een spencer: dat is toch veel te warm.

"‘s Morgens zag ik dat hij niet in bed lag. Ik was niet verontrust, soms sliep hij bij vrienden. Ik ben gaan tennissen, toen ik terug kwam stond er een agent in de tuin. Die man had een heleboel vragen: “Bent u de moeder van Erwin? Weet u waar hij is? Wat had hij aan? Hij bleef maar vragen stellen. En mijn frank viel maar niet. Ik zei, man, kom eens ter zake. Erwin had geen enkel identiteitsbewijs op zak, die agent wou gewoon zeker zijn dat hij de juiste mensen kwam vertellen dat hun zoon dood was.

"De politie verklaarde later hoe ze hem gevonden hadden. Hij lag gewoon achterover, met zijn arm nog op de chauffeurszetel. Zijn nek was gebroken, verder had hij niets. Herman is hem toen gaan identificeren. Ik heb er nog steeds spijt van dat ik hem niet meer heb gezien. Dan had ik het misschien makkelijker kunnen geloven.

"Sommige relaties gaan er aan kapot. Wij hebben het ieder op onze eigen manier verwerkt. In die tijd was ik veel bezig met theosofie. Het allereerste wat er door mijn hoofd ging toen die agent het me vertelde, was dat het mijn karma was. Het verdriet deed fysiek pijn aan mijn hart, maar theosofie heeft mij in die tijd wel wat geholpen.

"Herman en ik horen bij elkaar. We zijn zo verschillend, en er zijn ook wel heel wat kleine dagelijkse ergenissen, die verdwijnen vast nooit. We blijven gewoon iedere dag werken aan onze relatie. Zo omhelzen we elkaar iedere dag minstens één keer, al 58 jaar."


Illustratie: Suzanna Knight.



Herman:


"Ik vond haar heel knap, met dat donkere haar. Ze zag er ook zo lief uit. Voor mij was het absoluut liefde op het eerste gezicht, maar zij heeft de boot toch wel een paar maanden afgehouden. Ik was serieus, geen flirter. Ik had nog nooit kennis gehad met een meisje, ik ging er alleen voor als het menens was. Bij haar was het menens, dus ik heb volgehouden.

"Ik studeerde handelswetenschappen, dat was niet mijn droom, maar je kon toen niet veel anders doen. Er was in Antwerpen enkel nog de koloniale hogeschool, voor alle andere studies moest je naar Leuven, maar dat was duur.
Jarenlang heb ik in de petroleumindustrie gewerkt: bij Total, Esso en Elf. Mijn taak was onderhandelen over de distributie. Het was een harde sector, niet echt iets voor mij. Als ik opnieuw mocht beginnen, had ik klassieke talen gestudeerd. Nu studeer ik Latijn.

"Over Erwins dood zijn we nooit opstandig geweest. Het deed afschuwelijk veel pijn, maar we hebben het aanvaard. Ik als mens ben zo klein. Ik heb zo weinig in handen. Het zal zo wel moeten gebeurd zijn. Het geloof in God heeft me geholpen het verlies op deze manier te bekijken. Tina was ook heel sterk. Op het eind van de uitvaart heeft ze zelfs de microfoon gegrepen om iedereen te bedanken voor de steun. Dat is Tina, zij kan zoiets.

"We zijn erg verschillend, maar we laten elkaar onszelf zijn. Ik ben meer wat ik noem het landelijke type; ik ben het liefst bezig met de paarden, terwijl Tina meer een stadstype is. Ze houdt van cultuur: opera en theater, terwijl ik daar weinig interesse voor heb. Zij gaat graag op reis, ik helemaal niet.

"In een relatie is het belangrijk dat je geen beslag legt op elkaar. Dat je elkaar de vrijheid geeft om jezelf te ontplooien. Tegelijkertijd moet je altijd oog voor elkaar blijven hebben.
Ik vind dat je ook de verantwoordelijkheid die je met het huwelijk opnam, voor ogen moet blijven houden. Veel mensen doen niet genoeg moeite om de problemen bij te leggen en geven te snel op. Dat vind ik een gebrek aan verantwoordelijkheid.

"Waarom ik van haar hou? Heel gemakkelijk voor mij is haar redelijkheid. Ik ben veel emotioneler, zij kan dat emotionele ontmijnen met rede. En ik vind haar nog altijd heel mooi. Lichamelijk voelen wij ons nog altijd aangetrokken tot elkaar. Een relatie kan niet gebaseerd zijn op seksuele aantrekkingskracht, maar het heeft toch zijn belang. Seksualiteit is intiem en eerlijk en kan soms dingen goedmaken die woorden niet kunnen."


Deze publicatie is onderdeel van de ‘vergeetzondagen’ in samenwerking met Castrum Peregrini.

Lees het verhaal van Leo & Simone, dat van Maria & Jan en dat van Camiel & Paula.

P.S. Vond u dit een goed artikel? Zou u graag willen dat hard//hoofd nog vele jaren bestaat? Steun ons dan, als een échte vriend, in keiharde euro’s.
We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Joyce de Badts is Hard//hoofd-redactielid.
Suzanna Knight is een illustrator en schrijver, woonachtig in Rotterdam. Overdag maakt ze de creatieve reclamewereld onveilig met haar copywriting skills, ’s avonds zit ze achter de tekentafel met een potlood en een potje Oost-Indische inkt. Ze luistert graag mensen af in de trein en verzamelt zielige plantjes.
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen wat ze willen. We hebben voor 8 maart 300 kunstverzamelaars nodig om te kunnen blijven voortbestaan. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd