Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Oud vuil

Eetweek

Tekst Maartje Smits

Componist/producent Martin van 't Veld maakte een compositie die volledig is opgebouwd uit de geluiden van etenswaren en keukengerei. Ontwerper Judith van der Velden illustreerde deze muziek en Maartje schreef een kort verhaal naar aanleiding van dit beeld en deze klanken. Het resultaat: een verontrustend verhaal waarin alles gepureerd moet worden.




Compositie Martin van 't Veld



Zijn moeders kersenhouten boekenkast was het laatste meubelstuk dat hij op Marktplaats had gezet. Na het eerste bod had hij Dylan uit Almere meteen gemaild. Nu Hessel had besloten dat ook de antieke boekenkast moest verdwijnen, wilde hij er graag zo snel mogelijk vanaf. Dylan en zijn vriendin kwamen een kwartier te laat. Ze waren jonger dan hij had verwacht. Jonger en fletser, alsof het hen niet veel kon schelen. Ze hadden een lelijke auto, ze zochten een kast voor hun stomme dvd’s. Ongeïnteresseerd hadden ze de kast in hun gehuurde aanhangwagen getild en nu probeerden ze in de smalle straat te keren. Door het raam volgde hij hun gestuntel. Toen ze eindelijk wegreden, zag hij pas dat de muren ooit roomwit moesten zijn geweest. De kast had een bleke rechthoek achtergelaten op het behang. Een schaduw van iets wat er niet meer was.

Zijn moeder had in haar hele leven nooit een sigaret opgestoken en van hem kon de gele aanslag ook niet komen, hij rookte onder de afzuigkap. Noodgedwongen. De eerste dag had de buurvrouw al aangeklopt om over de stank te klagen. Oude mensen hebben de tijd om de kleinste veranderingen op te merken, daarom had hij zo’n hekel aan bejaarden. Toen zijn ouders hadden besloten hun intrek te nemen in dit appartementencomplex, een seniorenflat hoewel ze net vijftig waren, had hij hen de huid vol gescholden. Ze probeerden van hem af te komen, had hij geschreeuwd. Zijn vader had gezwegen, zijn moeder was begonnen de afwasmachine in te ruimen. De afgelopen dagen kwam dat gevoel steeds terug. Alsof hij opeens weer twintig was en werd weggeschoffeld. Zijn ouders waren zonder hem verdergegaan met hun leven. Zijn kop jeukte. Hij weigerde zijn moeders shampoo te gebruiken. Ze was al zo aanwezig. Het lege huis rook naar haar. Er hing zelfs een flard van zijn vader, hoewel die al meer dan vijftien jaar weg was.

Volgens de online kleurwaaier van de Gamma was het behang twee tinten donkerder geworden, van Ivoor naar Rustiek Geluk. Geen rook, maar ordinaire viezigheid had daarvoor gezorgd. Hoeveel vuil scheidt een mens uit in een leven, en waar komt het vandaan? Hessel dacht aan de gele kragen van zijn polo’s, de oksels van zijn T-shirts. Hij nam zich voor het bed te verschonen, maar realiseerde zich meteen dat het niets zou uitmaken. Mensen worden altijd vies, ook als ze niet meer buiten komen.

Na de witte rechthoek op de muur zag hij opeens ook de grijze aanslag rond de lichtschakelaars, het doffe vet op de deurposten. Ook de vormen van het tv-meubel en het bijzettafeltje hadden zich afgetekend in het behang.
Toen hij klein was, was vrijdag de dag waarop zijn moeder stofzuigde en dweilde. Dan was de bank zijn vlot en zij het zeemonster. Hij gooide zijn hengel naar haar uit. Zij sleurde hem mee het water in en gaf hem de kieteldood. Samen schrobden ze tot de vloer glansde en het in huis naar plastic viooltjes rook. Hun huis, haar huis, dit huis. De plekken liepen door elkaar. Soms dacht hij dat hij zijn moeder hoorde zingen. Dan vluchtte hij naar de keuken en rookte hij een jointje.

De eerste weken gaf het hem een goed gevoel niets nodig te hebben. Bij elke verkoop voelde hij zich sterker worden. Bovendien werden de ruimtes groter naarmate er minder in stond. Maar elke ontruiming van een kamer bereikt een punt waarop dit omslaat. Nu zelfs de boekenkast weg was, gaf de woonkamer hem een beklemmend gevoel. De bleke vlekken in het behang kwamen op hem af. Het gordijn werd een gigantische mond en het plafond leek tergend langzaam naar beneden te zakken. Opeens miste hij de tweezitter met de kriebelende bekleding die aan ouderwetse teddyberen deed denken, bedoeld om te kijken niet te knuffelen. Hessel twijfelde of hij het behang nu van de muur moest trekken of moest proberen om het schoon te maken. Nee, besloot hij, muren hoeven niet te worden afgenomen. Daar mag al het vuil van je bestaan zich verzamelen.

Nadat haar man was verhuisd – tegen vrienden zei ze dat hij op vakantie was – was zijn moeder een kapperszaak begonnen in zijn slaapkamer. Sinds de verhuizing sliepen ze niet meer naast elkaar, hun ritmes waren eenvoudigweg te verschillend, had zijn moeder gezegd. Vijftien jaar later had Hessel de hele eerste week van zijn verblijf nodig gehad om de kapsalon leeg te ruimen. Daarna had hij zijn vaders bed, dat al die jaren tegen de muur had gestaan, het bewijs dat ze toch nog hoopte dat hij terug zou komen, voor het raam gezet. Dat leek hem mooi, als je niet uit bed komt kun je maar beter van het uitzicht genieten.

Er werd nog regelmatig aangebeld door buren die geknipt wilden worden. Dan zei hij dat ze blind was geworden, meestal namen ze daar genoegen mee. Een keer was er een vrouwtje teruggekomen. Ze vond het zo sneu, zei ze, terwijl ze zich met een boeketje van de benzinepomp naar binnen probeerde te wringen.
“Ze was een goede vriendin.” Hij knikte, maar hield zijn voet achter de deur.
“Ik heb haar ooit een schilderijtje cadeau gegeven. Een bloemenveld”, hield het dametje vol. “Het is toch niet teveel gevraagd als ik dat nu weer terugneem?”
“Alles is al weg. Spijtig. Als ik het geweten had…” De deur dicht. Zodra ze de straat uit was had hij het lijstje van de muur gerukt. Samen met de bloemen belandde het bij het grofvuil dat zich op de stoep onder het keukenraam had opgehoopt. Vuilniszakken. Luxaflex. Een hanglamp en de stofzuiger. Daaronder ook zijn moeders tafellakens en de sierkussentjes. Dingen die hij aan de straatstenen niet kwijt zou raken. Het huis raakte leeg en op het internet zocht hij naar nieuwe meubels, maar zijn creditcard was geblokkeerd en die van zijn moeder verlopen.

Het geld kwam goed van pas, maar hij verkocht de meubels vooral omdat de donkere vetplekken op de armleuningen, de slijtage van de bekleding en de kringen op het tafelblad hem misselijk maakten. Ook de wietplanten in zijn moeders voormalige slaapkamer, geschikt omdat daar de zon het langst scheen, waren een hobby. De opbrengst was net genoeg voor eigen gebruik. Hij leefde zuinig en kwam alleen buiten om boodschappen te doen. Als iemand er naar vroeg, zei hij dat het tijdelijk was.


Illustratie: Judith van der Velden



Zittend op het aanrecht naast het fornuis verwijderde hij de laatste advertentie van Marktplaats. Daarna rookte hij de uren weg terwijl hij verdwaalde in de eindeloze stroom nutteloze voetbalnieuwsberichten. Hessel kwam pas weer bij zinnen toen hij zijn moeder van de slaapkamer naar de wc hoorde schuifelen. Het was tijd voor haar middageten. Uit de koelkast haalde hij een kan, klotsend gleed de beige vloeistof in het kommetje.
Zijn moeder was gehoorzaam, ze at alles wat hij haar voerde als het maar vloeibaar was. Ze leek elke dag jonger te worden. Misschien kwam dat ook wel door de slabber. Vandaag dacht ze echter dat hij haar man was. Het was vanochtend al begonnen en hij had geprobeerd stoned genoeg te worden om kalm te blijven. Maar ze bleef hem roepen met de naam van zijn vader. De klootzak. Toen het eten op was klemde hij haar beide handen om een glas water. Drinken kon ze gelukkig nog zelf. Hessel wilde opstaan maar zijn moeder trok hem op bed. Het glas viel. Haar blinde vingers gleden over zijn been en grepen zijn kruis. Hij sloeg haar, net iets te hard. Ze huilde niet, ze was het gewend, hij was tenslotte zijn vader. Meteen had hij spijt.
“Mam? Ik ga even naar de supermarkt, heb je nog iets nodig?”

De caissière zei dat ze het lief van hem vond dat hij zo voor zijn moeder zorgde. Daarna schoof ze hem een punt rijstevlaai toe waarvan de uiterste houdbaarheid die dag zou verstrijken.
“Wel snel opeten, anders kun je er goed ziek van worden. Legionella of zo...” Hij knikte, maar hield zijn adem in terwijl hij de boodschappen inpakte. Stupiditeit is ook besmettelijk.

Thuis begon hij meteen aan het avondeten. Hij wilde klaar zijn, voetbal kijken en een jointje roken. In dit huis duurden de dagen langer dan hij kon verdragen. Zijn voetzolen kriebelden, alsof hij over brandnetels had gelopen. Alleen het schrapen langs de tegelvoegen bracht verlichting. Hessel probeerde zich te concentreren op de kipnuggets in de pan. Als kind at hij niks liever, maar met zijn vader verdwenen ook de tripjes naar de snackbar. Hij bakte en pureerde, maalde een paar vitaminepillen en strooide het roze stof over haar bord. Het vloeibare eten kleurde donkerrood. Zijn moeder jammerde iets vanuit de slaapkamer. Geschrokken bedacht hij dat de deur niet op slot zat, straks stond ze weer in de deuropening, in haar negligé, met borsten tot haar navel.

“Hessel, Hessel…” haar stem klonk klagerig, als een klein kind dat opgetild wil worden. Niet per se omdat het moe is, maar gewoon omdat het kan. Zijn voeten brandden. Het aanrecht leek steeds dieper weg te zakken. De gaspitten van het fornuis waren onmiskenbaar groter dan gisteren. De gang naar haar kamer liep opeens schuin af.

Zijn moeder smakte en lachte naar hem. Hij voerde haar kleine hapjes. “En nu het toetje!” Na elke lepel schraapte hij de restjes taartpap van haar droge lippen. Hij bracht ze opnieuw naar haar mond en hoopte vurig dat ze zich in de houdbaarheidsdatum vergist hadden.
We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Maartje Smits Maartje Smits is schrijvend detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent bij uitgeverij De Harmonie.
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd