Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Falen in is de kunst*

Tekst Roos Euwe

Er was een grote kans dat je dit niet had kunnen lezen. Dat dit stuk niet bestond. In de schoenen gezonken moed en mislukte halve zinnen maakten dit artikel kortgeleden tot niet meer dan een halfslachtige poging. Deze zin, bijvoorbeeld, bestaat grotendeels uit weggelaten woorden. Meestal faal ik, en dat is niets bijzonders.


In de kunsten zijn er vele voorbeelden van glansrijk falen, die de moed weer uit de schoenen omhoog trekt. De video Pieces I Never Did (1979) van David Critchley, bijvoorbeeld, is tamelijk saai. In vijfendertig lange minuten omschrijft hij uitgebreid zeventien werken die hij niet gemaakt heeft, waaronder iets met appels.



De meeste werken lijken niet bijzonder goed. De pretentieloze toon waarmee hij van achter zijn bureau vertelt maakt zijn video wel interessant. Hier zit geen getroubleerde kunstenaar, we horen geen brok in zijn keel, zien geen vruchteloze worstelingen, krijgen geen medelijden. Het lukte gewoon niet, lijkt Critchley te zeggen.

Hoewel er in de kunsten meestal meer aandacht is voor de meesterwerken, is falen er eerder regel dan uitzondering. In de publicatie Failure van de Londense Whitechapel Gallery schrijft redacteur en curator Lisa Le Feuvre dat het in de stap tussen het bedenken en uitvoeren van een kunstwerk bijna onvermijdelijk is om niet te falen, simpelweg door het streven naar perfectie. Dat is ook waar Critchley haperde met zijn appels: “I don’t know how I would translate that written work into sound and vision. Things don’t often work”. Perfectie stemt misschien tot tevredenheid, maar enkel door te falen ontstaat er de drijfveer om verder te gaan of iets nieuws te maken. Le Feuvre citeert beeldend kunstenaar John Baldessari die zijn studenten bemoedigend toespreekt om niet te wachten op het meesterwerk. “Art comes out of failure. You have to try things out. You can’t sit around, terrified of being incorrect, saying ‘I won’t do anything until I do a masterpiece’.”

Zijn advies is zo simpel dat het irritant wordt, zeker uit de mond van een behoorlijk succesvol kunstenaar. Blijven proberen is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar wanneer we zijn eerste zin nog eens lezen, kunnen we ook bedenken dat er pas kunst kan ontstaan wanneer er wordt gefaald. Want meestal falen we, en dat is niets bijzonders. Het is misschien wel het meest dagelijkse, het meest menselijke. Als we het zo bekijken gaan eigenlijk de oudste toneelteksten en de meeste theatervoorstellingen over het menselijk falen. Als we goddelijke, perfecte wezens zouden zijn die probleemloos alles bereiken en begrijpen, blijft er immers maar weinig over om te verbeelden.

Hoe bijzonder mooi dat kan zijn toont de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader. In zijn video I’m too sad to tell you (1971) zien we de pogende mens in al zijn kwetsbaarheid en onhandigheid.



Juist in de kunsten kan er gefaald worden omdat falen niet gelijk staat aan mislukken. Maar dat idee staat in schril contrast met de huidige realiteit waarin succes in duidelijke resultaten en harde cijfers moet worden weergegeven. Verkoop, bezoekersaantallen en prijzen worden als maatstaven gebruikt om te kunnen concluderen of een kunstwerk succesvol is - en de subsidies wel goed besteed.

Dat de acteurs van De Warme Winkel vorig jaar hun voorstelling over de economische crisis begonnen met “Het is mislukt” was een ijzersterk statement. San Francisco was bovendien één van de beste voorstellingen van het vorig seizoen. Terwijl de volle tribune hen verwachtingsvol aankeek, gaven Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen een dozijn aan redenen waarom de voorstelling mislukt zou zijn. Omdat de lat wel heel hoog lag na het succes van hun vorige voorstellingen. Omdat ze te druk waren geweest met subsidieaanvragen. Omdat de kinderoppas niet kwam en er dus nog minder repetitietijd was. Pas toen dat allemaal gezegd was en de mislukking een feit, konden ze beginnen met spelen, pogen, proberen, mislukken, falen en beter falen. Ze vertelden tot in de kleinste details over de prachtige scène die ze hadden kunnen maken, met honderden figuranten en een compleet dorp als decor. Of een scène met muziek van Schubert, of over een danseres, of met grote groene flessen. Tegen die tijd waren we allang vergeten wat er ook al weer mislukt was.


San Francisco door De Warme Winkel. Foto: Sanne Peper.


In feite falen we dus continu. Je kan daar moedeloos van worden, je schouders ophalen of depressief worden, maar je kan er ook mee beginnen. Dankzij het falen kan je continu blijven pogen. “Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.” In het korte verhaal Worstward Ho (1983) beschreef Samuel Beckett in meedogenloos scherpe woorden de poging. Waarom enkel deze regel zo beroemd is geworden begrijp ik niet, want de gehele tekst is prachtig. Alsof je in het hoofd van iemand bent gekropen die zijn uiterste best doet om... om wat eigenlijk? Te denken, te verwoorden, te voelen, een voet op te tillen. Pagina’s lang gaat het door, schijnbaar zonder ontwikkeling want het idee van succes of een einddoel zijn we dan al ver uit het oog verloren. Beckett, die Worstward Ho aan het einde van zijn leven schreef, was zich altijd pijnlijk bewust van de ontoereikendheid van de taal. Woorden, die altijd maar betekenen, zijn nooit in staat te zeggen waar het wezenlijk om gaat. Dat maakt de tekst een oprechte ode aan de poging zelf en een verwoede poging het onzegbare toch in taal te vatten.

Hoe pogen een werkwoord kan zijn, zag ik kortgeleden op het toneel meesterlijk vertolkt door Jan Joris Lamers met Annette Kouwenhoven in the very faculties of eyes and ears van Discordia. Terwijl Kouwenhoven vastbesloten over het toneel beende, een stoel verplaatste of een uitspraak deed, bleef Lamers twijfelen. “Weet je dat wel zeker?” Terwijl hij wilde gaan zitten, haperde zijn beweging en bleef hij staan. Een nieuwe vraag werd toch maar ingeslikt. Hij zou alles kunnen doen, alles kunnen vragen, maar in plaats daarvan dacht hij nog even na. Hoe minder hij deed, hoe fascinerender hij was. Zou hij toch...? Een voet ... een hand ... een besluit ... Alles kon nog gebeuren.

Sometimes making something leads to nothing, om met kunstenaar Francis Alÿs te spreken. Soms ook wel. Maar dat maakt dan al niet meer uit.



-

* Het woordje 'in' in de titel van dit artikel moest worden doorgestreept, helaas slaagden we er niet in een werkende html- of css-code te vinden.

Dit artikel verscheen in het kader van onze faalweek
We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Roos Euwe
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. We hebben voor 8 maart 300 kunstverzamelaars nodig om te kunnen blijven voortbestaan. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd